„Blonde Piet” en de Scholtengevangenis.

Bron: Enschede-stad.nl



Inleiding

Het boek 'Horizon City' geschreven door de Twentse fabrikantenzoon Jaap Scholten, dat gaat over de geschiedenis van zijn familie Scholten, krijgt kritiek van de schrijver Jan Cremer.
Jan Cremer verwijt de schrijver, een oud-stadgenoot van hem, te zwijgen over het strafkamp voor NSB’ers dat na de bevrijding op het terrein van Scholten aan de Haaksbergerstraat werd ingericht. Volgens Cremer zat hij als 5-jarig kind, met zijn moeder, in de fabriek van Scholten opgesloten.
Hij beweert dat er gedurende zijn verblijf, in deze gevangenis, mishandelingen plaats vonden.
Aldus Jan Cremer:
“Geen woord over dit beruchte kamp in hun fabriek aan de Haaksbergerstraat, waar in 1945 een half jaar lang zo’n 1.500 geïnterneerden door het “rapaille” van de B.S. (Binnenlandse Strijdkrachten) - het naoorlogs verzet - in erbarmelijke omstandigheden werden opgesloten en mishandeld. Waar persoonlijke afrekeningen werden vereffend en het “gajes” de knuppel hanteerde.”

Dat is harde taal van Jan Cremer. Op maandag, 2 april 1945 (2e paasdag) werd Jan met zijn moeder van huis gehaald, omdat zij Duits sympathisant zou zijn.
Het kamp, dat officieel Politieke Gevangenis Scholten heet maar volgens Cremer in de volksmond ‘Kamp Scholten’ wordt genoemd, was gevestigd op het terrein van textielfabrikant J. F. Scholten & Zonen aan de Haaksbergerstraat in Enschede – in het geconfisqueerde pand van de grootouders van Jaap Scholten.
Jan Cremer suggereert verder dat men veel gegevens, omtrent dit door hem genoemde “kamp”, bewust heeft laten verdwijnen.
Het hele artikel over deze discussie is op internet te vinden. Ik ga daar verder, inhoudelijk, niet op in. Ook niet of Jan, als vijfjarige, in de gevangenis er kort gezeten heeft of langere tijd. Zijn moeder zegt slechts een dag daar gezeten te hebben. Jan zegt dat hij zijn verjaardag op 20e april daar nog gevierd heeft. Dat zijn dus bijna 3 weken.

Omdat mijn vader (Piet Alberts alias “Blonde Piet”) in die periode, door het militair Gezag, aangewezen was om als commandant van deze politieke gevangenis te fungeren, spreken zijn mij enorm aan.
Zoals: ”Rapaille van de B.S. waar persoonlijke afrekeningen werden vereffend en het “gajes” de knuppel hanteerde”. Zou daar wan van waar zijn? Of geeft Jan een verkeerd beeld, over hoe het daar toegegaan zou zijn.
Inderdaad is er niet erg veel over deze gevangenis te vinden, maar naar aanleiding van een onderzoek dat Rob Foekens, naar de betrokkenheid in deze gevangenis, van zijn opa en verdere familieleden deed, heb ik mijn best gedaan om voor mijzelf, aan de hand van feiten, een eigen beeld van deze situatie te vormen.
Ik probeer mij in te leven hoe mijn vader dit ervaren zou hebben. Door de onderzoeken die ik al meer dan 20 jaar naar hem gedaan heb, ben ik toch meer van hem te weten gekomen en kan ik nu ook beter begrijpen wat hij bedoelde als hij tegen mij zei:
“Jongen houd er maar over op, het was één grote rotzooi!”
Met andere woorden gezegd, wilde hij niet dat ik daar te veel in ging wroeten. Kennelijk had hij met de jaren alles van zich afgeschud. Althans dat dacht ik. Toch bouwde ook hij, na de oorlog zijn bestaan op, met ondersteuning van mensen, die hij gedurende de oorlog had leren kennen. Maar dit waren andere mensen dan die je zou verwachten…

Journalist Guus Ferree interviewde op zaterdag 05 juli 2008, de heer Hempken o.a. over de Scholtengevangenis. Aldus de heer Hempken:
“Er werden in het Scholtencomplex slaapplaatsen gemaakt en bij boeren stro gevorderd. Het ging niet altijd van een leien dakje. Leden van de BS haalden bij wijze van wraak een twintigtal gevangenen uit het kamp en lieten ze strafoefeningen doen. Wie niet meer kon kreeg een trap voor z'n kop. Op, straffe van arrestatie heb ik toen ingegrepen."

De ex verzetsstrijder Harry Lasonder (95), die na de bevrijding, deel uitmaakte van de sectie E54, als groepscommandant van groep 14, van de NBS en als bewaker dienst deed,  over de Scholtengevangenis:
“In het opvangcentrum Scholten, zoals ik dat zelf noem, was ik één van de commandanten. “Blonde Piet”, de leider van mijn verzetsgroep, was er de hoogste baas. In de late namiddag van 1 april, de dag van de bevrijding van Enschede, kregen we de opdracht om de bewaking van de gevangenen op ons te nemen. De omstandigheden in de fabriek waren chaotisch. Dat de bewakers zich op grote schaal misdroegen, wil ik tegenspreken. Natuurlijk ging het er niet zachtzinnig aan toe, maar excessen zijn er niet geweest. Als we wat zagen, maakten we daar een eind aan. Onze opdracht was juist om te voorkomen dat er met deze mensen hetzelfde zou gebeuren als wat er met onze kameraden en al die anderen was gebeurd. Zelf heb ik gezien hoe een N.S.B.´er werd gedwongen kniebuigingen te doen. Ook werd hij geslagen. Toen we dat zagen, hebben we onmiddellijk ingegrepen. De betrokken bewakers zijn weggestuurd. Mensen die zich uitgaven voor verzetsstrijders, waren er inderdaad, maar die werden eigenlijk direct verwijderd. Ik herinner mij bekende Enschedese zwarthandelaren die daar ineens rondliepen in het uniform van de Binnenlandse Strijdkrachten. Reken er op dat die er onmiddellijk door ons werden uitgepikt. Ik heb er twee weken gewerkt. In die periode stond ik hoofdzakelijk op wacht. Toen ik vertrokken was, ben ik daar nooit meer geweest.”

Wat opvalt, is dat de heer Hempken spreekt over leden van de B.S. die “bij wijze van wraak”….De heer Hempken was administrateur bij de gemeentepolitie Enschede en zelf niet ingedeeld bij de B.S.

De heer Lasonder spreekt met zeer bijzondere verwoordingen, zoals “Als we wat zagen…” “Toen we dát zagen hebben we onmiddellijk ingegrepen.” Het komt mij voor alsof hij het over een andere groep of personen heeft, die destijds in de fout gingen. Lasonder zat in één van de Vaste Verzets Kernen, waar “Blonde Piet” commandant van was. Bijna met zekerheid is te zeggen dat hij de z.g. “meikevers” bedoelde, die pas op- en na de Bevrijdingsdag tevoorschijn kwamen. Gedurende de oorlogsjaren waren zij niet te zien. Of ze waren er in de oorlogsjaren nog te jong voor geweest. 

Piet in de periode maart 1945 tot eind december 1945.

Ik loop met u de periode van begin maart 1945 tot eind december 1945 door. Dat zijn dus tien maanden uit het leven van “Blonde Piet” waarbinnen, voor hem zeer veel emotionele zaken zijn gebeurd. Pas nu begrijp ik ook waarom hij zo kwaad kon worden over deze periode en met bepaalde personen niet meer in zee ging.

Het is zaterdag, 3 maart 1945, in de avond. Piet zit samen met zijn vrouw Annie, bij zijn ouders aan de Vlierstraat te Enschede. Zij hebben hun schuiladres aan de Broekheurneweg, op enige honderden meters van zijn ouderlijk huis. Naar aanleiding van de arrestatie van- en moord op Johannes ter Horst op 23 september 1944, is het voor Piet nog steeds niet veilig. Volgens zijn verkregen informatie, wordt op dat moment nog steeds, zijn opsporing en aanhouding, door de S.D. verzocht. Niet als Piet Alberts, maar onder zijn nog steeds gebruikte schuilnaam “Blonde Piet”. Op die avond wordt hun onderduikadres, door een vergissingsbombardement van de geallieerden, vernield.

  

Voor vergroting op de  foto´s klikken.

Er was een bom gevallen op de woning Broekheurneweg 458, maar deze bom was niet afgegaan. Piet waarschuwde de mensen om snel uit de buurt te gaan. Volgens hem kon het wel eens een bom zijn met een tijdontsteker. Dit bleek dan ook het geval te zijn, want na 20 minuten explodeerde de bom alsnog. Daardoor vielen er onnodig veel slachtoffers. De huizen aan deze weg, met de nummers 454, 456, 458 en 460 werden daardoor totaal vernield.
Om nog wat spullen uit huis te halen, dit kan nummer 462 of 464 zijn geweest, gaat Piet naar de slaapkamer. Hij ziet op hun bed een groot deel van de schoorsteen liggen….

De organisatie:

Omstreeks deze tijd was er al een organisatieplan gemaakt voor de N.B.S. – S.G. te gebruiken na de bevrijding van Enschede. Eigenlijk heel duidelijk wanneer je de latere uitleg van Klaas Straatman in een persconferentie, na de oorlog er naast legt.

Aldus de Klaas Straatman:
“Voor een betere organisatie werd de kring Enschede ingedeeld in drie compagnieën. N.l.
Zuid met drie secties, Centrum met twee secties en noord met twee secties.
Elke sectie omvatte 5 groepen van ieder 10 man, allen behorende tot het Strijdend Gedeelte.
De hoogste leiding was in handen van officieren, waar aan een K.P.´er toegevoegd was, om aldus de militaire bekwaamheid van een officier te verenigen met de moed van een K.P.´er.
De gehele Kring Enschede, omvatte de plaatsen Enschede, Haaksbergen, Losser en Overdinkel en was 560 man sterk.
In dit schema is de hiërarchie als volgt:

Kringleider: B.J. (Ben) ter Kuile
      adjudant: Klaas Straatman (Klaas1)

Daaronder:  Afdelingscommandant Enschede:
Karel van Bennekom (“Augustus, De Wit”)
KP´er Piet Alberts (“Blonde Piet”)

Daaronder zijn drie compagnieën:
Noord: commandant:  H. van Lelyvelt (“Harmsen , Octavius”)
                  Kp´er N. Hoogenboom (Ben)

Centrum: commandant: W. J. Blijdenstein  (“Willemsen Claudius”)
                                KP´er Jan van Beek (“Jan van Buurse”)

Zuid: commandant: Henk van Heek (“Hendriksen”)
                       Dr. Thiadens  (“ Kleintjes")
                                     KP´er Joop van Amerongen (“Joop”)

 

Aan de streepjes onder de compagnieën is te zien dat daar nog geen duidelijke indelingen zijn gemaakt, hetgeen is op te maken aan het feit dat elke compagnie 3 secties zou hebben.  Maar dit is ook niet met zekerheid te zeggen.
Elke sectie heeft 5 groepen van 10 man. Dus één sectie bestaat uit 50 man en een compagnie dus uit 150 man. De afdeling bestaat dan uit 450 man.
Persoonlijk betwijfel ik of deze groepen voor de bevrijding al voltallig waren. Ik laat de organisatie van de twee andere afdelingen maar voor wat het is, om het niet al te ingewikkeld te laten worden.

Ik ga nu even verder in de tijd terug, naar de septembermaand 1944, in welke maand de verschillende verzetsgroepen werden opgeroepen om samen te gaan in het N.B.S. verband.

Daarover laat ik de heer Hendrik Lette aan het woord die alles van dicht bij heeft meegemaakt en zich ook nog namen kan herinneren:
“Jouw vader ken ik niet als Piet Alberts. Ik ken hem als “Blonde Piet”. Met deze naam was hij binnen de verzetskringen bekend en ook nog ver na de oorlog. “Blonde Piet” had in de septemberdagen van 1944 de leiding over verschillende groepen in Enschede. Wij zaten niet op zogenaamde geheime locaties maar gewoon thuis. Wanneer wij een klus kregen, deden we die en daarna gingen we gewoon weer naar huis. Daarom wisten wij als leden van dezelfde groep ook maar weinig van elkaar. Dit zou ook veel te gevaarlijk zijn, wanneer er één van ons gegrepen zou worden. Laat staan dat je ook iets zou weten van de andere groepen. Er waren groepen bij die maar weinig actie ondernamen. Onze groep was vrij actief.
Bij ons in de groep zaten o.a. Klaas Nijenbrink, Jan Beugelink, Johan van de berg, Jan Hofstra, Johan Letteboer, Wim Nierkens, Jonnie Boer, hij was volgens mij de jongste van de groep, Dries van Leeuwen, Johan Gerbens, die goede contacten onderhield met Ben ter Kuile en Klaas Straatman. Hij was volgens mij hoger en deed zelf nooit mee aan acties. Hij gaf volgens mij alleen maar bevelen. En ook nog Hennie Meurink. Meer namen schieten mij zo niet te binnen.”
Er zullen er meer geweest zijn maar dit zijn 10 namen die hij kende en met zijn groep te maken hadden. We moeten Gerbens en Straatman er vanaf halen. Dan komen wij op 9 personen. Een groep bestaat uit 10, dus deze groep is bijna volledig.
Piet zou meer groepen onder zijn leiding hebben gehad. In de andere groep zaten o.a. Rinus Landman, Jaap Westra en Wim Krijgsman (Ik weet het niet zeker maar dit moet Wim Wijtman zijn) Verder de heer Bennink, (Bij welke groep hij zou moeten zijn is mij niet bekend)

Naar aanleiding van de uitspraken van de heer Lette, moest ik even lachen omtrent dat wat Klaas Straatman in een interview aan de kranten verkondigde:
“De hoogste leiding was in handen van officieren, aan wie een K.P.´er toegevoegd was,
om aldus de militaire bekwaamheid van een officier te verenigen met de moed van een K.P.´er.”
Per slot werd al het tactische werk, dus ook militaire bekwaamheden, verricht door de jongens van de Vaste Verzets Kernen. Noem het maar de groepen. Piet staat als KP ondersteuner aan de zijde van Van Bennekomen genoemd, maar beter kan gezegd worden dat hij de commandant was van de groepen in Enschede en zijn werkterrein, behalve in Enschede, ook in Losser en Oldenzaal gelegen was.
Het lijkt wel of deze groepen eigenlijk geheel buiten de organisatie staan. Op papier klopt alles, maar in werkelijkheid is dat niet zo, want zelfs Ben ter Kuile noemt: “Blonde Piet”, in de N.B.S. periode, commandant van alle K.P.´ers in Enschede. De K.P. bestond als naam al niet meer en was veranderd in V.V.K. “Vaste Verzets Kernen”.

Welke steun had Piet aan zijn commandant van Bennekom? Volgens de districtscommandant, Ben ter Kuile, was Bennekom niet goed bereikbaar, zo ver weg op Zonnebeek; een landgoed eenzaam gelegen tussen Enschede en Haaksbergen; en zonder telefoon, terwijl hij, na een korte arrestatie door de S.D. ook angstig was geworden. Behalve van zijn aanwezigheid op besprekingen, die meestal gingen over de organisatie en wie welke functie zou krijgen is er niets te vinden waarin je de echte officierskwaliteiten van hem af zou kunnen lezen. Het zijn allemaal discussies waar Piet niet bij betrokken was. Er waren toestanden in de organisatie, die in eerste instantie een vaste plaats in de organisatie voor Van Bennekom nagenoeg onmogelijk maakte. Met behulp van Ben ter Kuile werd hij uiteindelijk toch in het zadel geholpen.

De zaak Versluis:

Begin maart 1945 zit de N.B.S. leiding met een zaak in hun maag betrekking hebbende op de heer Versluis, van de civiele dienst. Dit liep op het laatst zo hoog op dat hij dreigde alles bij de S.D. neer te leggen. Er zou dan verraad in het spel zijn.
Omdat eind februari 1945, door Prins Bernhard het bevel uitgevaardigd werd om alle leden van de N.B.S. onder de krijgstucht te laten vallen, zou tegen Versluis, een rechtszaak aanhangig gemaakt moeten worden. Dit durft de leiding echter niet aan i.v.m. mogelijke represaillemaatregelen die Versluis of zijn vrouw zou kunnen nemen. Het risico dat de “rechters” dan ontmaskerd zouden worden is te groot en daarom wordt het besluit genomen de hele familie Versluis uit Enschede te deporteren.
Maar, wie moet dat gaan doen? De keuze wordt gemaakt. “Blonde Piet”, die kan dat. Hij is betrouwbaar en heeft voor hetere vuren gestaan.

Bron: Anastatia Achterhuis.

Daarna draagt Kringcommandant Ben ter Kuile, “Blonde Piet” op om dit tot een goed einde te brengen en de familie, met een begeleidend schrijven naar Zwolle te brengen. In de begeleidende brief staan behalve de maatregelen, die genomen dienen te worden, teneinde de risico´s te beperken, als punt 7 nog iets opmerkelijks:

“Piet is door mij gemachtigd deze taak tot het einde toe af te werken en kan zolang gemist worden, daar wij van de D.C. een andere specialist (K.P. er) ontvingen.”

Met de persoon, die als vervanger voor “Blonde Piet” optreedt wordt bedoeld Klaas Bootsma (Klaas II) Over Klaas Bootsma kan ik maar weinig vinden, Hij wordt als KP´ er naast Van Bennekom genoemd. In de boeken is niet één zaak te lezen waar Bootsma, als KP´ er bij betrokken was.
Met andere woorden, Piet gaat de moeilijke klus aan om de familie Versluis uit Enschede te deporteren, wat voor hem nét zoveel, of misschien nog méér risico inhoudt. Tijdens een controle kan Versluis zo vertellen dat hij gedeporteerd wordt. De eerste die dan opgepakt zal worden is Piet..
Deze gedachte zal zeker door zijn hoofd zijn gegaan, maar ook een vorm van kwaadheid zal bij hem geknaagd hebben, omdat op zijn plaats in de organisatie ineens een ander geplaatst wordt. Maar Piet doet plichtsgetrouw zijn werk….

Op de dag dat Piet met de familie Versluis onderweg is, wordt op een boerderij in Losser, de SAS agent Henk Brinkgreve, door de Duitsers dood geschoten.

Piet krijgt een woning toegewezen:

Nadat Piet de deportatie van de familie Versluis tot een goed einde heeft gebracht, krijgt hij te horen dat hij een eigen woning kan gaan betrekken aan de Schouwinkstraat 42 te Enschede. Dit is de oude woning van Friso van Hoorn, een ambtenaar van de burgerlijke stand, die geheel in de illegaliteit was geraakt en onder andere veel samenwerkte met Ds. Overduin, die Joden hielp onderduiken en verzorgde. Friso moest op 4 maart 1945 onderduiken, dit naar aanleiding van een inval door de SD in Hengelo (O). Daar was hij ter nauwer nood aan een arrestatie ontkomen. De secretaresse van Friso, Ans Geringa, werd wel gearresteerd waardoor paniek in de top van de N.B.S. was ontstaan, omdat Ans volledig op de hoogte was van de structuren binnen de N.B.S. organisatie.

Schouwinkstraat 42 te Enschede.

Observatie Synagoge in Enschede:

Omstreeks diezelfde tijd kreeg de KP´ er Jan van Buurse (Jan van Beek) met zijn groep, de opdracht een kans af te wachten om een aantal verzetslieden die in de synagoge, te Enschede, waren ingesloten, te bevrijden en wel op het moment dat zij vervoerd zouden worden. Gezien de strenge bewaking kon deze bevrijding alleen plaats vinden als de arrestanten, zoals gezegd, op transport gesteld zouden worden en zich buiten deze synagoge bevonden.

Synadoge te Enschede.


Onzekerheden Kringcommandant.

Zo langzamerhand bekruipt de Kringcommandant een onveilig gevoel en geeft het bevel om alle sabotageacties te stoppen. Tevens beveelt hij om de hiërarchische weg te volgen en het onderling geklets te stoppen.

Op dinsdag 6 maart 1945, komt de leiding van de N.B.S. met het bevel dat de leiders van de N.B.S. hun standplaats niet meer mogen verlaten zonder eerst een plaatsvervanger aan te wijzen.

Aanslag op Rauter:

In de nacht van dinsdag 6e - op woensdag de 7e maart, wordt een aanslag op de SS officier Rauter gepleegd. Hij is de leider van de politie in Nederland. Hij overleeft zwaar gewond deze aanslag.  Als represaille executeren de Duitsers 117 gevangenen nabij de Woeste hoeve.

Bron: Apeldoornende oorlog.nl 

 

Verzorgen onderduikers:

De dagen volgen elkaar op. Er zijn nog steeds onderduikers die verzorgd dienen te worden. Ook daar is Piet bij betrokken, alhoewel deze werkzaamheden op dit moment niet zijn hoofdtaak zijn. De V.V.K.´s hebben even geen werk omdat er niet gesaboteerd mag worden.

Piet betrekt zijn nieuwe woning:

Officieel wordt Piet op maandag, 12 maart 1945, onder zijn eigen naam, Piet Alberts, op het adres, Schouwinkstraat 42 te Enschede, bij de gemeente ingeschreven.
Heel merkwaardig dat hij nu, na het onderduiken, een officiële bewoner van Enschede is geworden. Feit is dat bijna niemand in de illegaliteit zijn werkelijke naam kende. Hij was algemeen bekend onder de bijnaam “Blonde Piet”.
Natuurlijk hebben Piet en zijn vrouw Annie niets om in te richten. Ze hebben tot dan, sinds oktober 1942, alleen op kamers gewoond. Dat moet allemaal nog georganiseerd worden.

Kringleider Ben ter Kuile duikt onder:

Drie dagen later, op donderdag 15 maart 1945, wordt het voor de N.B.S. leiding te heet onder de voeten. De Kringleider Ben ter Kuile besluit om even onder te duiken.

Op maandag  19 maart 1945, wordt de spanning voor de Kringleider Ben ter Kuile, wederom zo hoog, dat hij besluit met zijn vrouw Aureel en broer Harry ter Kuile een weekje onder te duiken. Dit doen ze, door op de fiets naar Noord Nederland te gaan. Ben heeft voor hem, als plaatsvervanger, Bothenius Lohman aangewezen. Zij fietsen eigenlijk het gebied in dat nog vast in Duitse hand is. Hun fietstocht begint op woensdag 21 maart en eindigt die dag in Ter Apel.

Op vrijdag 23 maart, als ze in Veendam aangekomen zijn, horen ze van een bombardement op Enschede en dat de geallieerden Nederland ten oosten van de Rijn zijn binnengetrokken.
Ben ter Kuile: “We fietsen in ijltempo langs de stad Groningen naar Olterterp (Friesland), overal zorgvuldig razzia´s e.d. vermijden”.

Zaterdag 24 maart 1945. Ben: “Prachtig warm weer, zuid- oosten wind. We kwamen tot Lemelerveld; onderweg gingen we langs de rand van het vliegveld Havelte, waar dezelfde ochtend een zwaar bombardement had plaatsgevonden. Er was in geen velden of wegen een Duitser meer te bekennen en onontplofte bommen lagen alom, ook op de weg waar wij reden. Engelse jagers patrouilleerden onophoudelijk en we waren blij dat we zonder ongelukken voorbij het vliegveld kwamen. We zagen nabij Ommen hoe het vliegveld Twente werd gebombardeerd. Machtig gezicht! Even later dendereden een twaalf tal jagers over ons heen, draaiden rond en denderden voor de tweede maal over ons heen. We werden wild van enthousiasme en zwaaiden met onze zakdoeken zo hard we konden. In een boerderij in Lemele hoorden we de laatste berichten en besloten de volgende ochtend om 04.00 uur de tocht naar Enschede voort te zetten.”

Zondag, 25 maart. Ben:” Het is zulk heerlijk weer, dat de mooiste meimaand niet schoner kan zijn.  Alles wordt groen. Warme zuiden- of zuid – oosten wind; lichte nevel; Bij maanlicht weer op de fiets. Spannende rit! Zouden we het halen, of zouden de geallieerden eerder in Enschede zijn dan wij?  Het was ijskoud en we trapten als een razende. Bij Nijverdal hoorden we achter ons ettelijke V 1 ´s af schieten. Zij verdwenen als gloeiende kogels in de ochtend nevel. Wat zag Nijverdal er gehavend uit! Het was niet voor niets de V 1 aanvoerplaats, die steeds weer met bommen en raketten werd bestookt. Om 08.30 uur waren we weer op het Höveke (Driene), het hoofdkwartier van de Kring Enschede en dat was maar goed ook, want er kwamen die dag maar liefst 3 slagzinnen af!

1. Voor de wapendropping.
2. Voor de spoorweg- en wegsabotage.
3. Voor onderduiken technisch personeel.

Ik haastte me naar Bothenius Lohman en Klaas (Straatman) om nadere details te horen. Ze bleken hevig verontwaardigd te zijn over het gebrek aan assistentie bij het binnenhalen van te droppen wapens. Nadat diverse orders vastgelegd en verzonden waren, fietste ik zelf naar Eibergen, naar het terrein bij boer Veldkamp, dicht bij “Het lankheet”, genaamd “James” dat voor dropping was aangegeven.”

Als je dit verhaal leest, komen bij mij toch heel veel vraagtekens op.

1. Hoe kon de Kringcommandant zó kort voor de bevrijding zijn post verlaten?
2. Wanneer hij bang was voor verraad, waarom ging hij dan per fiets helemaal naar Groningen/Friesland, zó      ver van zijn post en nam hij de risico´s die hij tijdens dit reizen liep? 
3. Uit zijn verhaal kan worden opgemaakt dat hij die dagen geen enkel contact met zijn N.B.S. had.
4. Behalve fietsen hebben ze niets gedaan. (het was natuurlijk wel mooi weer)
5. Waar waren Ben, zijn vrouw Aureel en Harry bang voor? Waarom juist zij van de N.B.S.?
6. De verontwaardiging over gebrek aan personeel, geuit door Klaas Straatman en Bothenius Lohman, bevestigd eigenlijk dat er op dat moment nog te weinig personeel is. Behalve de mensen van het eerste uur en zij die er in september bijgekomen waren, is er nog maar weinig  personeel bijgekomen.      

“De sigarettenkoker is leeg”

Op zondag, 25 maart 1945, komt, zoals Ben ter Kuile zegt, het bericht binnen dat de vangploeg nabij het droppingsveld aanwezig moet zijn, omdat bij het afroepen van slagzin “De sigarettenkoker is leeg” de dropping in de avond verwacht kan worden.
Omdat Klaas Straatman en “Blonde Piet” de opdracht hebben om het transport te regelen, zal hij hierbij aanwezig zijn geweest.
Alhoewel het niet noodzakelijk was, dat de Kringleider van de N.B.S. hierbij aanwezig moet zijn, stapt ook Ben op de fiets en haast zich naar de afgesproken boerderij.
Laat in de avond, bleek dat de slagzin niet af was gekomen en de dropping niet doorging. Aangezien niemand na 20.00 uur op straat mocht, bleven de meesten van de vangploeg op de boerderij slapen. Er waren er ook die het waagden om toch naar huis te fietsen.
Ben fietste met “de veldwachter ” (“Van Beek?”), als een z.g. gevangene naar diens woning in Buurse en overnachtte daar. Het is logisch dat Ben zegt: “We kwamen doodmoe aan, geheimzinnig moest ik binnen gelaten worden op “de Horst”.

De slagzin “spoorwegsabotage”.

Maandag, 26 maart 1945. Naar aanleiding van de slagzin voor “spoorwegsabotage”, welke de dag daarvoor was afgekondigd, krijgen de compagniecommandant Enschede - Zuid (Dr. Thiadens), de sectiecommandant (Ab de Leeuw) en de groepscommandanten, de opdracht om de spoorlijn Enschede - Alstätte te saboteren. Deze actie mislukt.

“De sigarettenkoker is leeg”.
 

Nabij het droppingsveld is later door omwonenden een klein monumentje opgericht. 

De volgende dag, dinsdag, 27 maart 1945, komt er bij het hoofdkwartier andermaal het bericht binnen voor een ophanden zijnde dropping, onder de codenaam “de sigarettenkoker is leeg.”  

Naar aanleiding hiervan gaat Piet op dinsdag, 27 maart 1945, weer naar de droppingsplaats te Eibergen, om wapens en andere zaken, die uit een vliegtuig afgeworpen zullen worden, op te vangen en te vervoeren naar de, daarvoor ingerichte bergplaatsen, te Enschede. Bij de ontmoeting met de leden van de opvangploeg, is daarbij ook aanwezig: “Jan van Buurse”. Dit is een uit Brabant afkomstige politieman, bijgenaamd “Jan van Beek”. Jan: “Wat doe jij hier?” Piet: “Dat zie je toch wel?” Kennelijk was het Jan van Buurse liever geweest dat Piet er niet bij aanwezig was. Een vraag van mij:
Waarom niet?
De heer G.B. Bennink, iemand uit de groep van Piet die ook bij de dropping aanwezig was schreef, naar aanleiding van het overlijden van Annie, de vrouw van Piet, in een brief onder andere dit:
“De controverse kwam toen al aan het licht. Niemand van de “TOP” was bij de wapendropping. Alleen overwegend “Jan soldaat” van de meidagen 1940. Maar toen later de prins kwam, stonden ze allemaal met de neus vooraan.”

Er wordt tot de volgende dag, dus woensdag, 28 maart 1945, gewacht alvorens het enorme transport in gang gezet wordt. Ben ter Kuile schrijft:
“Op woensdag, 28 maart worden Blonde Piet, die de “opblazerij” in Oldenzaal verzorgde en Klaas Bootsma (Klaas II) toegevoegd aan Van Bennekom. De laatste krijgt de wapenverzorging, de opberging hiervan en de instructie. Blonde Piet en Klaas Straatman (Klaas I) zorgen voor het transport vanaf de dropplaats.
Deze dropping is verder uitstekend verlopen. Er werd niemand gearresteerd en alle wapens munitie en ander tuig kwamen op de plaats van bestemming aan.
Ik heb deze dropping uitvoerig omschreven op de page “de dropping” van deze website.

Dagboek Aureel ter Kuile (Vrouw van Ben ter Kuile) “Alarmtoestand afgeroepen”

31 maart: “Vanmorgen kregen we het bericht dat de geallieerden al in Winterswijk zijn. Ben belde onmiddellijk het stadhuis van Winterswijk. Op zijn vragen of de Engelsen er al zijn, kreeg hij bevestigende antwoorden.
Aan de commandanten werd daarop direct een order uitgegeven, waarin de alarmtoestand werd afgekondigd. Dit hield in; algemene actie voor alle B.S.´ers.

Bevrijders met feestvierders in Winterwijk

Bron: Fotos Oud Winterswijk

Ben en ik gingen direct naar de fabriek om Nico Herman ter Kuile in vliegende haast te helpen armbanden en legitimatiebewijzen te sorteren en vervolgens weg te brengen naar de adressen waar ze heen moesten. Dan gaan we weer naar huis, wachten op de dingen die komen zullen.”

Organisatie:

Opmerking: Hier begint een stukje administratie waar ik graag meer over zou willen weten:
Kennelijk werden de legitimatiebewijzen en armbanden ten behoeve van de N.B.S. leden in de fabriek van Nico Herman ter Kuile bewaard. Uit het schrijven van Aureel, lijkt het of de legitimatiebewijzen ook al ingevuld te zijn en daarom alleen nog gesorteerd dienen te worden voor uitgifte op de plaatsen waar de respectievelijk N.B.S.´ers verblijven. Als dit zo geweest is, dan zal er ook een lijst aanwezig moeten zijn met minimaal de namen van de BS´ers en de plek van tewerkstelling.
Hoeveel legitimatiebewijzen het zijn is onbekend, maar in ieder geval betreffen dit de mensen van de V.V.K.´s .
Ik kan geen N.B.S. legitimatiebewijs uit onze regio (Twente) vinden, maar uit de verschillende legitimatiebewijzen die ik op internet heb gevonden, maak ik op dat er, landelijk gezien, op alle kaarten, dezelfde “standaard” informatie ingevuld staat. Dit is kennelijk vanuit Londen zo opgedragen. Het gaat dan om de navolgende informatie:

Hierboven een voorbeeld van zo´n legitimatiebewijs uit een andere regio in Nederland

Alle informatie staat in zowel de Engelse- als de Nederlandse taal geschreven.
Naam (Name) enz.:
Voornaam:
Persoonsbewijsnummer:
Adres:
Onderdeel en rang:
Ondertekening door het bevoegd gezag:

Het zal zo geweest zijn dat er meerdere lijsten waren, met daarop de namen van
N.B.S.’ers, verdeeld in secties en groepen, waarop in volgorde van binnenkomst de legitimatiebewijsnummers werden uitgeschreven. Ik heb één zijde van een lijst van de Compagnie Centrum, sectie Strijdend Gedeelte: E 54 Centrum Enschede.
Deze lijst is niet alfabetisch opgesteld, ook de nummering van de legitimatiebewijzen verloopt niet opeenvolgend. Ook niet voor wat betreft de persoonsbewijsnummers.
Zelfs de nummers van de groepen verlopen niet opeenvolgend.
Waar wel een verband in zit, is de volgorde van nummering van personen die kennelijk bij elkaar horen, zoals familie bij elkaar in de buurt wonen of om de één of andere reden. De uitgifte is daar redelijk opeenvolgend en zal daarom ook zo vastgelegd zijn in een opeenvolgende lijst.
Op genoemde lijst staan de secties 12, 13, 14, 15 en 16 vermeld.
Klaas Straatman gaf uitleg over de organisatie en maakte duidelijk dat de Compagnie Centrum beschikte over 2 secties. Elke sectie heeft 5 groepen van elk 10 man. Elke sectie beschikt dus over 50 manschappen.
In totaal heeft de compagnie Centrum dus 100 manschappen ter beschikking.
De respectievelijke commandant en vervangend commandant van één van de twee secties zijn:

Letteboer, Johan Hendrik, geb. te Gronau, op 15-4-1899, P.B.nummer: E25/00332
                                      woonpl. Enschede, G.J. van Heekstraat 192, legitimatiebewijs No. 1712
                                      Sectie commandant (Dienstverband Brig. Cavalerie)
                                      Hij was lid van de VVK van “Blonde Piet”.
Beugelink, Jan                 geb. te Oldemarkt, 16-1-1919, P.B.nummer: E25/075953
                                      woonpl. Enschede, Beukinkstraat 37, Legitimatiebewijs No. 1713.
                                      Plaatsvervangend Sectie Commandant.
                                      Hij was lid van de VVK van “Blonde Piet”.

De groepscommandanten:

Groep 12. Is niet compleet op de lijst. Jan Boer was een lid van de VVK, van Blonde Piet.

Groep 13. Klein Wolt, Jan Henny

Groep 14. Lasonder, Harry Benno, pl. Verv. Groeps cdt. De Roo, Jans.

Groep 15. Foekens, Harm, pl. Verv. Gr. Cdt. Folkers, Derk

Groep 16. Beckers, Bernardus Hermannus, pl. Verv. Gr. Cdt Smit, Hermannus Bernardus
                 Beckers zat in één van de VVK ploegen van “Blonde Piet”, (aldus de heer Lette.)

Het verband tussen de N.B.S. legitimatienummers en de personen:

De sectiecommandant Letteboer en de vervangend sectie commandant Beugelink  hebben de nummers:
1712 en 1713.
1714 is afgegeven aan Hielke Harm Beugelink, geb. 22-5-1922 te Enschede. Is hij familie van Jan Beugelink?

Dan de volgende nummers, allen behorende tot de groep 15:
1741, Adriaan Foekens, geb. te Emmen, 9-6-1921, wonende Broekheurneweg 422 te Enschede.
1742, Hendrik Foekens, geb. te Emmen, 3-9-1914, won. ,,    ,,    Is een zwager van “Blonde Piet”
1743, Harm Foekens, geb. te Emmen, 28-3-1919,    won.,,    ,,
1744, Antoon Alberts, geb. te Sleen, 20-6-1912, won. Flierstr. 55 Enschede, (“broer van Blonde Piet”)
1745, Derk Folkers, geb. Oud Schoonebeek, 6-12-1915, won. Taxisstr. 20 Esd. (Zwager van Bl. Piet)
1746, Gerhardus Johannes Oost, Leeuwarden, 20-2-1915, Jasmijnstr. 64 (Vlak bij Foekens en Alberts)
1747, Andries Gerrit Oost, geb. Lonneker, 17-12-1911, Jasmijnstraat 64 (Vlak bij Foekens en Alberts)
1748, Dirk Nederhof, geb. Esd. 3-6-1914, Esd. Rietmolenstraat 2.
1749, Gerrit Foekens, geb. te Emmen, 30-01-1908, won. Broekheurneweg 358 Esd.
1750, Pieter Prins, geb. Borgert, 8-2-1923, won. te Esd. Broekheurneweg 422.

Je kunt haast wel zeggen dat deze groep enkel uit familie en goede bekenden bestaat, die zich opeenvolgend hebben aangemeld.

In groep 13:

1818, (Dit nummer is dubbel met Damveld in groep 16)
            Albertus Johannes Jansen, geb. Esd. 27-8-1923, won. te Esd. Spinnerstraat 22
1821, Gerrit w. Nijboer, geb. te Assen, 1-7-1924, won. Esd. Weverstraat 45.
1822, H. de Niet, geb. Brussel, 16-7-1924, won. Esd. Weverstraat 36.
Deze drie wonen dicht bij elkaar. De Niet werd later doorgestreept en als lid afgevoerd.

Verder nog groep 16:
1815, Gerrit Jan Wevers, geb. Esd. 9-8-1920, won. Enschede, Steenweg 62.
1817, Hermannus Bernardus  Smit geb. Esd. 2-6-1915, won. Enschede, Resedastraat 16.
1818, Damveld, Gerhard, geb. Lonneker, 8-6-1919, won. Enschede, Steenweg 50.
1820, Beckers, Bernardus Hermannus, geb. Eschendorf (D) 14-9-1914, won. Faberstraat 46.
Deze vier wonen dicht bij elkaar.

Verdere informatie over deze sectie:

Deze sectie heeft op papier exact 50 personen

De gemiddelde leeftijd is 27 jaar.

De oudste in leeftijd is de sectiecommandant met 46 jaar.

De jongste in leeftijd was een 18 jarige, die bij nader inzien van de lijst werd afgevoerd.

20 van de 50 personen waren ex-militairen, allen in de lage rangen en/of standen

De beroepen, die in deze sectie uitgevoerd werden, waren:

3 timmermannen, 3 schilders, 5 textielarbeiders, 1 onderwijzer, 4 arbeiders die in het transportwezen werkten,
7 administratief medewerkers, 9 personen met technische beroepen, 1 smid,
2 werkzaam in het levensmiddelenbereik, 1 koopman, 1 typograaf, 1 cineast, 1 ambtenaar en
11 overige beroepen.

Nu kom ik weer bij het probleem, dat bij mij vragen oproept:

“Zijn die legitimatiebewijzen al compleet ingevuld geweest, vóór de bevrijding?”
Dat zou extreem gevaarlijk zijn, met de namen en adressen. Als die legitimatiebewijzen gevonden zouden worden… Maar Aureel heeft het in haar dagboek over sorteren en wegbrengen. Dus moet ik aannemen dat het uitschrijven al gedaan is en dat het ook bekend is wie bij welke groep of sectie behoort.

Dagboek Aureel: “Op weg naar Haaksbergen”.

In de middag moet Aureel vanuit het Höveke, op de fiets, naar Haaksbergen, om Barmen ´t Loo de order “algemene actie” door te geven. In Boekelo wordt haar fiets door een Duitse militair afgenomen en moet zij te voet terug naar het hoofdkwartier, waar zij aan het einde van de middag aangekomen zal zijn.

Hieruit blijkt alweer de slechte coordinatie. De geallieerden leverden in Winterswijk een ware tankslag met de Duitsers en grote groepen terugtrekkende Duitsers via Eibergen, Haaksbergen richting Enschede kun je verwachten en die lopen niet over de haaksbergerstraat, want die wordt door geallieerde vliegtuigen zwaar gebombardeerd op alles wat rijdt. Daarom lopen de meesten via binnenweg en daar ook wilde Aureel langs. Via Boekelo. Barmen zal lang op de hoogte zijn van de situatie. Hij heeft een deel v an de gedropte wapens ontvangen en kan zich uitstekend helpen.

Order 17: “Sabotage alle telefoon en telegraaf verbindingen”.

“Op zaterdag ,31 maart 1945, te 20.00 uur, moeten alle telefoon- en telegraafverbindingen in ons district worden gesaboteerd!”
Deze opdracht wordt uitgevoerd door de ploegen van de Vaste Verzets Kern van de Compagniescommandant Centrum Enschede. (de compagnie van “Blonde Piet”.) Deze opdracht werd vervolgens naar tevredenheid uitgevoerd.

Dagboek Aureel:. “Aankomst Militaire Politie op het hoofdkwartier”



Het NBS -Kring hoofdkwartier 


Plattegrond omgeving van het Höfeke. Door er op te klikken ziet u een grotere kaart.
Vroeger was alles bos en onoverzichtelijk. De open plekken die nu te zien zijn, maken deel uit van een golfterrein.

´s Avonds komen Klaas Straatman en Kees de Ruiter bij ons (In het hoofdkwartier “Het Höveke” in Groot Driene), plus een ploeg militaire politie, onder leiding van Dirk Kloos, dit ter bescherming van het “hoofdkwartier”. Ze hebben 11 stens bij zich en zijn op weg hierheen bijna gesnapt bij de ingang van de Bosweg. Dirk fietste vooruit. Hij was de enige die geen sten op de fiets had, daar hij eventuele gevaren opvangen moest. De ploeg, die zag dat Dirk aangehouden werd, maakte rechtsomkeert en verdween in het bos. Dirk moest met een schildwacht door fietsen naar Hengelo (O) om zich te verantwoorden wegens het na 20.00 uur op straat zijn. Bij de Tol wist hij echter te ontkomen aan zijn bewaker en liep, met achterlating van zijn fiets, dwars door een bos en een weide naar ons huis, waar inmiddels de rest van de ploeg in grote spanning op hem wachtte. Klaas heeft een kleine wireless-set meegebracht dat een paar dagen geleden, met de wapens gedropt werd in Eibergen en ook enkele dozen boobytraps. Deze werden nu klaar gemaakt. In de keuken werden de stens in elkaar gezet en van munitie voorzien.


- Een aantal opmerkingen van mijn zijde:
Uit het geen Aureel op schrift heeft gesteld, blijkt mij dat er geen enkele vorm van organisatie aanwezig is. Nu het bijna voorbij is, komen Klaas Straatman en Kees de Ruiter op het hoofdkwartier. Klaas is de adjudant van de Kringcommandant Ben ter Kuile, dus hij kan daar aanwezig zijn. Van Kees de Ruiter kan ik verder geen informatie vinden. Hij wordt nergens genoemd. Dirk Kloos wordt wel door zijn vrouw genoemd, als persoon die onderricht in het bedienen van de stenguns heeft gegeven. Ook Ben ter Kuile stlde dit op schrift.
Officieel, op papier is de inspecteur van politie Bergsma (“Jansen”) de commandant van de militaire politie. Het kan zijn dat hij door Dirk is vervangen, omdat Bergsma niet van zijn post kon.
De groep “militaire politie” is op weg met stens, die dan nog in elkaar gezet moeten worden! Dus niet schietklaar, terwijl de geallieerden ieder moment Enschede binnen kunnen trekken. Dat dit pas in de middag van de volgende dag was, konden ze op dat moment niet weten. Ze waren er “ter bescherming van het hoofdkwartier”, maar ze begonnen pas te ”beschermen”, toen ze reeds enige tijd op het hoofdkwartier waren. En wat moet die militaire politie direct op het hoofdkwartier doen? De militaire politie was ingesteld, om na de bevrijding er zorg voor te dragen dat er geen excessen plaats zouden vinden zoals plunderingen en andere zaken, de N.B.S. betreffende. En als ze dan al op het hoofdkwartier waren, waarom namen zij, “ter bescherming” geen posten in, in de bosrijke omgeving?
Ook is het bijna niet te geloven dat de leider van de militaire politie Dirk Kloos, als een soort lokaas, vooruit fietst en dan gearresteerd wordt, terwijl zijn, uit 10 personen bestaande, groep terug gaat en het bos in duikt en zij zullen dan maar hopen dat alles goed zal gaan! Wat is er over van de daadwerkelijke slagkracht van het verzet….
Nog iets, waarom komt Klaas nu pas met een wireless set op het hoofdkwartier aan zetten? Als je deze set daadwerkelijk wilt gebruiken, moet je weten hoe dat dat werkt. Er moet een antenne opgehangen worden. Welke frequentie en wat voor informatie moet doorgegeven worden?


“Blonde Piet” hoort van zijn aanstelling als commandant van de politieke gevangenis Scholten.

Op of omstreeks zaterdag de 31e maart krijgt Piet tevens te horen dat hij wordt aangesteld als commandant van de politieke gevangenis, waar alle landverraders zullen worden ingesloten. Daarvoor is het plaatselijke slachthuis aangewezen om dit in te richten. Kennelijk was dit slachthuis ook in gebruik bij de Duitsers en zij boden daar zelfs weerstand tegen de geallieerden.

Is Piet gelukkig met deze functie? Commandant van een gevangenis. Werken met mensen, die, net als hij, nog nooit gevangenisbewaarder zijn geweest. Maar plichtsgetrouw als Piet is, neemt hij deze taak op zich. Bijvoorbeeld, de functies van Van Bennekomen en Bootsma, welke laatste de functie van “Blonde Piet” had overgenomen, veranderen niet. Zij hoeven zich niet druk te maken en kunnen eigenlijk rustig afwachten.
Je kunt haast zeggen: “Het grote schaakspel is begonnen. Iedereen schuift of verschuift in positie, naar een voor hem/haar beste plaats. Want daarmee is ook je toekomst, na de oorlog verbonden.

Zondag 1 april 1945, 1e Paasdag Uit het dagboek van Aureel.
Nadat Aureel ter Kuile, de vrouw van Kring commandant Ben ter kuile, op het hoofdkwartier “Het Höfeke” in de ochtend het opblazen van de brug over het Twentekanaal heeft meegemaakt, dat door de Duitsers is gedaan, om de overtocht van de geallieerden te bemoeilijken, schrijft zij: (Dit zal in de vroege middag geweest zijn)
“Wij vullen gauw de legitimatiebewijzen in en dan begeven Ben, Klaas en Kees zich op weg naar de stad. Klaas heeft de stens achterop de fiets gebonden. Ze komen tot twee keer toe Duitse parachutisten tegen, die hun echter, God dank ongemoeid laten passeren.
Harry en ik ruimen in de tussentijd zorgvuldig alle bescheiden op en gaan dan naar “De Broeierd”, waar de Duitsers nog liggen en waar we kunnen zien, dat twee Engelse tanks over de brug zijn gekomen en in brand zijn geschoten, terwijl de derde met brug en al in de lucht ging…….We gaan nu op de fiets naar Enschede en brengen op verschillende commandoposten de berichten voor “Algemene Actie” rond.”
Daarna gaat Aureel naar het gemeentehuis en wordt daar binnen gelaten. Geen woord meer over de legitimatiebewijzen en armbanden, die bedoeld zijn voor de N.B.S. leden.

 

Arrestatie N.S.B. burgemeeswter Jager.
Om 14.00 uur wordt de N.S.B. burgemeester Jager gearresteerd.

 

Over de verdeling van de N.B.S. armbanden en legitimatiebewijzen.

U zult wel denken waarom ik hier zoveel aandacht aan besteed. Direct na de bevrijding bleek dat er ineens wel heel erg veel mensen bij de N.B.S. betrokken waren. Gebruik en misbruik waren aan de orde, alhoewel dit bestreden werd door de leiding. 

Mijn Opmerking. Even terug denkend:
31 maart 1945:
Aureel ter Kuile: “Ben en ik gingen direct naar de fabriek om Nico Herman ter Kuile in vliegende haast te helpen armbanden en legitimatiebewijzen te sorteren en vervolgens weg te brengen naar de adressen waar ze heen moesten.”

1 april 1945:
Aureel ter Kuile:
“Wij vullen gauw de legitimatiebewijzen in en dan begeven Ben, Klaas en Kees zich op weg naar de stad. Klaas heeft de stens achterop de fiets gebonden. Ze komen tot twee keer toen Duitse parachutisten tegen, die hun echter, Goddank ongemoeid laten passeren.”

Ik doe mijn best om hetgeen Aureel schreef over de armbanden en legitimatiebewijzen te begrijpen.
Zoals ik eerder heb geschreven, liggen, volgens Aureel, de legitimatiebewijzen in de fabriek van Nico Herman ter Kuile. Deze moeten gesorteerd worden. Dat betekent dat er dan al minimaal de legitimatienummers op moeten staan, anders hoef je niet te sorteren, maar er staan dan nog géén namen op. Dat klinkt voor mij ook meer logisch. Het risico zou te groot zijn als de legitimatiebewijzen voordien al ingevuld waren.
Het deel van de N.B.S. leden dat direct voor de commandopost van de kringcommandant werkt, daarvan worden de legitimatiebewijzen door Harry ter Kuile en Aureel ingevuld en meegenomen om uit te geven. Zij hebben dan lijsten met gegevens betreffende deze N.B.S.´ers in hun bezit, anders kunnen ze geen gegevens invullen. De overige legitimatiebewijzen en armbanden hebben ze de dag ervoor al, voor verdere verwerking en distributie, naar de aangewezen adressen gebracht.  

Ook Dr. Thiadens is, op zondag de 1e april, op weg met zijn vrouw en zijn adjudant Breugelmans naar zijn verzamelpunt. Onderweg wordt hij door Duitsers gecontroleerd en worden de armbanden bij hem gevonden, die hij, vermoedelijk samen met de legitimatiebewijzen uit moest delen.
Omdat Thiadens 2e compagniescommandant van Zuid was, zal hij niet alle legitimatiebewijzen voor de secties en groepen bij zich hebben gehad, maar een deel van de exemplaren en armbanden vervoerd hebben, voor de groep met wie hij het meest onderweg was, zoals de sabotageacties op de spoorlijnen. Ook Thiadens zal, net als Piet, anders gewerkt hebben dan op papier is aangegeven.
Kortom de legitimatiebewijsuitdelingen wordt hiërarchisch van hoog- naar laag doorgevoerd.

Nog één keer gaat Aureel vanuit het stadhuis mee, omdat zij wordt verzocht, als gids op te treden. Ze rijdt mee met de Nederlandse sergeant Kaars Sypenstein, naar het Walhofspark en aldaar wordt het “Ortskommandantur” doorzocht.
Aureel: “Drommen mensen staan vanaf de straat naar binnen te gapen, allen wild nieuwsgierig.
Er zijn er een hele massa die vragen: “Hé juffrouw, kan ik ook niet zo´n armband krijgen? Ik ben vroeger ook bij de ondergrondse betrokken geweest. Doch ik heb er nooit meer iets van gehoord.” (Dergelijke beweringen hebben we, in de dagen die volgden, talloze keren gehoord. Iedereen was plotseling op de één of andere manier bij de ondergrondse betrokken geweest…de helden. Als het gevaar voorbij is, durven ze wel!”

Over het transport van de stenguns.

Nog een opmerking.

Aldus Aureel ter Kuile:“………dan begeven Ben, Klaas en Kees zich op weg naar de stad. Klaas (Straatman) heeft de stens achterop de fiets gebonden. Ze komen tot twee keer toe Duitse parachutisten tegen, die hun echter, Goddank, ongemoeid laten passeren…..”
Als ik dit laatste lees vraag ik me echt af: “Wat is dát dan?” Eén dag ervoor is al een algehele actie voor de N.B.S. als bevel uitgegeven en nu fietst Klaas Straatman, met meerdere stens achterop zijn fiets richting centrum van de stad. Hij is bij een eventuele Duitse controle, geheel uitgeleverd aan de vijand en dat samen met zijn Kringcommandant, Ben ter Kuile.
Zijn vrouw Aureel heeft dit in Boekelo zelf meegemaakt hoe de gedemotiveerde Duitse militairen elk vervoermiddel inpikken om maar zo snel mogelijk richting Duitsland te komen.

Begrijpelijker was geweest als Ben met zijn "lijfwacht", nog een tijd in het Höfeke was gebleven om rustig af te wachten, tot de vijand was vertrokken. Per slot was het Höfeke het "Kringhoofdkwartier van de NBS te Enschede". Achteraf gezien alleen op papier. 


Bijeenkomst overleg arrestaties verkeerde Nederlanders, nadat Enschede bevrijd is.

Info van de heer Hempken, administrateur, bij de gemeentepolitie Enschede, over zondag
1 april 1945, 1e paasdag, de dag dat Enschede werd bevrijd!:
“In de avonduren, komen vertegenwoordigers bijeen van de gemeentepolitie, onder wie waarnemend commissaris Bruining, ik als secretaris, Commandant van der Wal van de Ordedienst (OD) en Piet Alberts, die als lid van de Landelijke Knokploegen en de Binnenlandse Strijdkrachten (N.B.S.) vertegenwoordigde.
(Piet is hier waarschijnlijk bij aanwezig omdat hij als commandant van de tijdelijke gevangenis werd aangesteld, waar alle “verkeerden” zouden worden opgesloten.)
Er werd een lijst opgesteld (of de aanwezige lijst werd aangevuld en eventuele veranderingen aangebracht) met de namen van een honderdtal personen, die zouden worden gearresteerd.



Bron: cultureelerfgoedenschede.nl

Als opvang zou het slachthuis fungeren.
De politie werd ingeschakeld om als “arrestatieteams” te werken, terwijl de B.S. voor de bewaking van het gebouw zorg zou dragen.
Deze laatste groep wantrouwde de politie en verrichtte eigenhandig en willekeurig arrestaties. Daardoor werden er veel meer dan 100 mensen binnen gebracht en het slachthuis bleek al snel veel te klein te zijn.
Nog diezelfde dag werden de gevangenen overgebracht naar de textielfabriek Scholten aan de Haaksbergerstraat te Enschede. Er werden slaapplaatsen gemaakt en bij boeren stro gevorderd.”


Opmerking- Volgens de heer Hempken verliep de samenwerking tussen de N.B.S.´ers en de politie op z´n zachts gezegd “niet optimaal”. De oudere leden van de verzetsbeweging hadden de praktijken van o.a. korpschef Berends, Jan van Liemburg en Van Gendt meegemaakt en natuurlijk waren er wel meer politiemensen, die dan wel niet actief aan bijvoorbeeld Jodenvervolging hadden deelgenomen of daar ondersteuning aan hadden verleend, maar daar ook niets in positieve zin tegenover hadden gesteld.
Op de page “Het politiekorps van Enschede”, kunt u ook lezen, hoe in de laatste oorlogsjaren, onder toeziend oog van de N.S.B. korpschef Berends, steeds meer pro Duitse politiemensen werden aangenomen.


Voorstelling van zaken met betrekking de Scholtengevangenis.

Nu moeten we ons even voorstellen hoe het er aan toe ging. Eerst werd het slachthuis ingericht voor naar schatting 100 arrestanten. In het slachthuis was al accommodatie aanwezig. Toen de N.B.S.´ers zeg maar vanaf 2e paasdag de 2e april 1945, “op jacht” gingen om landverraders en N.B.S.’ers te arresteren, ging dit zonder enige coördinatie.

Iedereen greep mensen naar eigen believen. Een buurman, van wie de N.B.S. ´er wist dat dit een N.B.S.’er was, werd van huis gehaald, alhoewel achteraf gezien, deze man geen vlieg kwaad had gedaan. Het was zijn politieke overtuiging´. Ethisch niet goed te praten, omdat hij ook wel wist dat er N.B.S.’ers waren die zich wel degelijk tegenover de eigen bevolking hadden misdragen. Maar een misdaad is het niet. Zo waren er ook veel burgers, die geen N.S.B. ´er waren en wisten wat sommige landgenoten tegenover bijvoorbeeld Joden uitspookten, daar niets in ondernomen hebben, alleen maar onder het mom “daar bemoei ik mij niet mee, dat is voor mij en mijn gezin veel te gevaarlijk!”

Bij al die arresterende N.B.S.´ers komt waarschijnlijk niemand op de gedachten, dat deze mensen, als ze eenmaal gevangen gezet waren, ook bewaakt en verzorgd dienden te worden.

De N.B.S. leiding was al wel direct begonnen om bewakingsploegen op poten te zetten; waarschijnlijk ook voor die doeleinden, werd er nieuw personeel aangenomen, die bij de oude verzetslieden “Meikevers” genoemd werden; maar de organisatie was niet bij machte om hier controle op uit te oefenen.
Te gemakkelijk was het na de bevrijding om ook lid van de N.B.S. te worden. Sommigen liepen rond in uniform van de N.B.S. met een band om terwijl ze zelfs niet aangemeld waren, in de hoop dat door de rommelige toestanden, zij niet op zouden vallen en achteraf nog wel een echte band en een legitimatiebewijs zouden krijgen.
Ook waren er die dit allemaal wel voor elkaar kregen, maar achteraf bleken er zoveel bezwaren aan de persoon te kleven, dat hij van de lijst(en) werd afgevoerd.

Alleen al om een gevangenis, in hallen van een fabrieksmagazijn in te richten, was logistiek gezien, een hele klus. Zoals gezegd, stro bij boeren organiseren. Zakken waar de stro in moest om zo matrassen te creëren. Dekens, maximaal 1 of 2, die  door de arrestant zelf geregeld dienden te worden en door familie/ vrienden of kennissen gebracht moesten te worden. Het ging om ongeveer 1500 arrestanten. Een door elkaar heen geloop, vragen over en weer, tegenstrijdige opdrachten, alles hoort bij het simpele woordje "chaos". 

Alles moest gaan onder toezicht van het Militair Gezag, die ook de regels opstelden, waaraan een inrichting zou moeten voldoen, om een redelijk menselijk onderkomen te creëren. Maar al snel bleek dat het Militair Gezag, geen enkele controle op de mensen van de N.B.S. had. De N.B.S. deed wat ze voor goed achtte. Je zou bijna kunnenzeggen dat zij, na de bevrijding, de macht hadden overgenomen. Het was dan ook bepalend in het land in welke inrichting je goed behandeld werd en waar je risico´s liep om mishandeld te worden. Kleineren was natuurlijk overal aan de orde, onder het mom: “Zo jullie hebben 5 jaar de tijd gehad om op ons te jagen, nu zullen wij eens laten zien dat wij dat ook kunnen.

Een voorbeeld: ***·
In het kamp "de Harskamp" waar veel Nederlandse SS’ers opgesloten zaten, zou de commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten zich niets aantrekken van de door het Militair Gezag aangestelde kampcommandant. Er werd een onderzoek naar de buitenbewaking van de Stoottroepen in dit interneringskamp ingesteld. Dit, naar aanleiding van hun gedrag tijdens het bezoek van de plaatselijke commissaris van het Militair Gezag te Gelderland. De auto van de commissaris was tijdens dit bezoek door leden de Binnenlandse Strijdkrachten beklad en zijn reservebenzine werd gestolen. De buitenwacht van de Stoottroepen had de commissaris niet willen groeten zoals wel van haar werd verwacht. Het Militair Gezag zag de Stoottroepen daarom liever vandaag dan morgen vertrekken uit de Harskamp.

Er moesten regels komen om alles goed te laten lopen en een wachtschema moest opgesteld worden.
Zoals de regel om de kinderen van vrouwen, zoveel mogelijk buiten de gevangenis onder te brengen, bij familie of kennissen. Ook de kerken zetten zich in die tijd in om dit voor elkaar te krijgen. Uit kerkelijke notulen die Rob Foekens heeft onderzocht, blijkt dat er in die tijd in de Gereformeerde kerken in Enschede, gesproken werd over deze kinderen, met betrekking hun verblijf bij gastgezinnen en de vergoedingen die deze gezinnen daarvoor kregen. Direct na de oorlog was alles nog op de bon en schaars verkrijgbaar.

Uiteraard werd een vrouwenzaal (of zalen) ingericht. Een zaal of zalen voor gedetineerden die ernstige misdrijven hadden gepleegd en een zaal of zalen voor minder ernstige gevallen.
Aangezien de N.B.S. slechts uit mannen bestond, moesten er ook voorwaarden geschapen worden hoe de vrouwen bewaakt zouden worden.
De bewaking, zowel voor de mannen als voor de vrouwen zal buiten de zalen geschieden, met minimaal 2 personen. Met één persoon kan er geen waterdichte bewaking gedaan worden, daarbij is te denken aan een toiletgang van een bewaker. Ook de onderlinge controle met twee bewakers per zaal zal dan beter zijn.
Waarschijnlijk is vanaf het begin op de vrouwenzaal (of zalen) een “zaal oudste” aangesteld. Een arrestante die bij machte is bepaalde situaties het hoofd te bieden. Zij is dan ook het aanspreekpunt voor de wachten die bij de ingang staan.

Het lijkt misschien kinderachtig, met bijvoorbeeld het invoeren van de regel dat de dekens overdag opgevouwen dienden te zijn. Maar dit is een pure militaire regel “Orde en gezag” dat is alleen te realiseren als er ook orde aanwezig is. Dat is heden ten dage in het leger nog steeds zo. Met zoveel arrestanten bijeen kunnen onhygiënische omstandigheden er voor zorgen dat er ziektes uitbreken. Dit gebeurde dan ook regelmatig in de verschillende kampen in Nederland.

Zo te zien leek in theorie alles mooi te werken, maar er ontstonden echt problemen, waar niet mee omgegaan kon worden. Oorzaken? Onkunde, gebrek aan ervaring, standsverschil, om er maar een paar te noemen.
Er waren verschillende arrestanten, die ver boven de stand van de meeste bewakers uitkwamen; bewakers kun je het eigenlijk ook niet noemen, want niemand had daar een opleiding voor gehad. Het humaan omgaan met personen en het pogen vertrouwen en respect te winnen, zodat de werkzaamheden aldaar een stuk gemakkelijker en prettiger zouden gaan, daar had men nog nooit van gehoord. Alhoewel had de ene bewaker daarin meer talent als de ander.
Verder moest er, zowel bij de politie, als bij de N.B.S.; vooral onder de nieuwe leden van de N.B.S., die er na 1 april 1945 bij gekomen waren, zuiveringen doorgevoerd worden, omdat de leiding ook wel wist en te horen kreeg dat er personen bij zaten, die eigenlijk zelf opgesloten zouden moeten worden;
De overheersende stemming bij de bewakers is: “Wij zullen nu wel eens laten zien wie de baas is!” Arrestanten zoals Korpschef Berends, de politiemensen De Groot, Van Gendt en van Liemburg, hadden door hun ervaring in het omgaan met personen natuurlijk een voorsprong. Doch deze voorsprong werd teniet gedaan, omdat de bewakers dan op een andere manier hun macht vertoonden, dat dan weer nadelig voor de arrestanten zelf uit pakte.
Natuurlijk zat er verschil in personen. Provocateurs en zwart handelaren werden gezien als gewetenloze criminelen, die het alleen deden om zichzelf te verrijken en wel over de ruggen van anderen en daar verder geen idealen bij hadden.
Tussen de N.S.B.’ers zaten ook weer verschillen. Zij die gewoon lid van de NSB waren en daar openlijk voor uitkwamen, verkondigden dat een verenigd Europa het ideaal is en daarom de Russen bestreden dienden worden, omdat zij het communisme in Europa in wilden voeren. Deze groep stond daarom ook enorm negatief en argwanend tegenover de communisten in Nederland en zagen hen als een gevaar voor de samenleving.

Dan was er de groep N.S.B.´ers die actief met de Duitsers en hun handlangers mee gewerkt hadden en onderduikers hadden verraden. Zij waren de overtuiging toegedaan dat Joden een ras was, dat de hele maatschappij ondermijnde, dus weg moesten. Als er weer een trein, volgestopt met Joden, zigeuners en communisten, richting oostwaarts vertrok, gebeurde dat onder het goedkeurende oog van deze mensen.
Verder waren in de gevangenis ingesloten, personen van hoger komaf, die er helemaal niet mee overweg konden dat zij bewaakt werden door zo´n min zooitje. Zij vonden de bewakers ongedisciplineerd en er liepen zelfs bewakers bij die, in hun ogen, “snotneuzen” waren, die in hun leven nog niets waargemaakt hadden en gedurende de oorlog ook niet in het verzet hadden gezeten. En daar liepen volgens hen, ook bewakers bij die zelf achter slot en grendel behoorden te zitten.

En dan de vrouwen. Echtgenotes van NSB´ers die zelf ook lid van de NSB waren en vrouwen die openlijk vriendschappelijke betrekkingen met de Duitse mannen aanknoopten. Deze laatsten kun je volgens mij; al zullen er zijn die het daar niet mee eens zijn; ook aanmerken als vrouwelijke provocateurs, omdat het op deze manier van leven, veel gemakkelijker en beter was. Van een Duitse vriend kun je van alles krijgen en je werd ook regelmatig uitgenodigd op partijtjes van deze militairen. Natuurlijk moest het een officier zijn, ander was het voor die vrouwen weinig zinvol. Nu ze vast zitten, is het enige wat ze nog kunnen doen om gewoon een beetje lief te zijn voor de bewakers en zo te proberen hen op je hand krijgen. Als dan de ernst van hun zaak voor kwam en de geringheid van hun misdragingen werd aangetoond, hielp het natuurlijk ook een goede beoordeling van de bewakers te krijgen.
Kortom, ga voor al deze verschillende mensen gezamenlijk maar eens regels maken. Dat valt om de drommel niet mee.


Arrestaties van NSB´ers

Zoals eerder is vermeld beginnen vanaf de 2e paasdag, 2 april 1945 N.B.S.’ers, mensen te arresteren. Ongecoördineerd, komen ze met arrestanten aan uit alle hoeken van de stad. Toeschouwers genoeg. Burgers die tevreden toe kijken hoe die “landverraders” aangepakt worden. Eindelijk. Die jongens van de BS doen toch prima werk!
Natuurlijk doet dat bij de BS´ers ook wat. Met hun armband om en een geweer of en stengun in de hand, zijn ze eindelijk wat. Zij zijn het die nu orde op zaken gaan stellen.


Omtrent dit gedrag hadden de bestuursleden in ballingschap dan ook visioenen. In gedachten zagen ze horden gewapende mannen, die zich na de bevrijding anarchistisch zouden gaan gedragen en alles in Nederland zouden gaan overnemen, waardoor grote politieke veranderingen in Nederland  plaats zouden gaan vinden. Deze angst komt nog uit de tijd van voor de oorlog, toen veel arbeiders zeer ontevreden waren over hun situatie. Vooral bij het zien van de steeds rijker wordende top, zoals fabrikanten en het "werkvolk" dat nauwelijks de eindjes aan elkaar konden knopen.

Een voorbeeld uit die tijd: "Een vader, die wever is, heeft zijn halve leven achter de getouwen in de fabriek gestaan. Hij kan het op het laatst eigenlijk niet meer aan en deze teruggang wordt gezien als een "niet meer geschikt zijn voor het werk wat hij doet". Er wordt een gesprek met hem aangegaan. Daar wordt met hem de afspraak gemaakt, dat als hij zijn oudste zoon naar de fabriek zou sturen, om ook wever te worden, hij ontzien zou worden en voor wat minder geld toch mocht blijven". Veel keuze had de vader niet.

Ook zonder oorlog was het volgens mij ergens een keer fout gelopen. De regeringsleiders wisten toen al wel dat het verschil in arm en rijk op den duur wel eens catastrofale gevolgen kon hebben, maar met deze wetenschap werd toen niets gedaan.
Om na de bevrijding van Nederland deze chaos, die naar verwachting zou ontstaan, direct de kop in te drukken, werd als eerste besloten om ex-militairen te organiseren in de zogenaamde Orde Dienst (OD)Orde Dienst. Zij zouden er voor moeten zorgen dat er niet een burgeroorlog zou ontstaan tussen b.v. de communisten en de andere leden van de bevolking.
Het plan was goed, maar al in 1942 was de OD gedoemd te verdwijnen door de vele arrestaties die de Duitsers onder deze mensen maakten. Waarom? Door de over georganiseerdheid van de OD, was het een koud kunstje om ledenlijsten en dergelijke te vinden waarna vervolgens tot arrestaties over kon worden gegaan. Veel OD´ers doken onder en begonnen hun illegale werk of bij het strijdende gedeelte van de NBS of bij de Stoottroepen of lid van een “Knokploeg” of zij probeerden alsnog naar Engeland te komen. Ik heb hier een stuk over geschreven dat u onder “V-mannen” op deze website kunt lezen.

“Blonde Piet” die er toch verantwoordelijk voor werd gehouden dat de Scholtengevangenis perfect zou gaan draaien, zit in een zeer kwetsbare positie. Alles om hem heen is vreemd. Maar veel van zijn “makkers”, met wie hij in de V.V.K.´s heeft gewerkt, zullen hem daarbij geholpen hebben. Strozakken voor 1500 mensen, in een aantal dagen organiseren, daar is mankracht voor nodig en dan tegelijkertijd zorgen voor de bewaking, rondom hem vragen hoe één en ander verwacht wordt. Vragen van arrestanten, waar hij op dat moment geen antwoord op heeft. Toilet en badinrichtingen. Eigenlijk een bijna onmogelijke taak te noemen.

Vervolg----