De aanstelling van “Blonde Piet” als commandant van de gevangenis.

Zijn aanslelling is officieel gedaan door het Militair Gezag en hij als Commandant van de Politieke Gevangenis valt daar dan ook onder.
Maar heel merkwaardig verloopt deze aanstelling. 



Door op het formulier te klikken wordt dit vergroot.

 

Uit het opmaken van dit formulier kan ik opmaken dat dit is gedaan zonder de aanwezigheid van Piet Alberts zelf.
Op de getoonde "personeelslijst” van de Centrale Administratie Bewarings en Verblijfskampen, staat Piet Alberts ingeschreven. Zijn gegevens met betrekking tot naam, adres en geboortedatum en schoolopleiding zijn juist weergegeven.

Militaire staat van Dienst: daar staat soldaat. In werkelijkheid stond hij van 5 september 1944 tot 31 juli 1945, ingeschreven als “pelotonscommandant” Welke rang daarbij hoort is mij niet bekend geworden. In ieder geval hoger dan gewoon soldaat. Volgens de hedendaagse normen zou hij luitenant of kapitein geweest zijn. Bij het uitbetalen van een pensioen, dat pas vele jaren later tot stand kwam, ging men ook uit van de officiersrang van kapitein.

Onder beroep: Oud K.P.´er N.B.S. Zijn beroep was “wever”.
Tewerk gesteld in kamp: Politieke Gevangenis Scholten, in de functie van Commandant, vastgelegd in een “arbeidscontract”.
Aangenomen per 1 april 1945, door het Militair Gezag.
Daaronder de Datum en handtekening van de Kampcommandant: G. Voogd.

Ik vraag me af of dit zo kan. Het formulier is opgemaakt door G. Voogd. Maar G. Voogd kan dit formulier nooit ondertekenen. Op die plaats hoort de handtekening van de persoon die het gezag uitoefent en dat is de Kampcommandant zelf! Dus Piet Alberts. Dat is nalatigheid van G. Voogd, die niet de moeite heeft genomen om Piet te laten ondertekeken. Verder zou er een formulier moeten zijn waaruit blijkt dat Piet is aangesteld door het militair gezag, ondertekend door iemand van het bevoegd militair gezag.

Wie is deze G. Voogd?
Het gaat hier om Gerhard Voogd, die samen met zijn dochters Sara en Mijnie, behoorden tot de vaste groep verzorgers van onderduikers, van de groep Overduin. Dominee Overduin werkte bijna hoofdzakelijk voor Joodse onderduikers. Dat G. Voogd bakker was, kan ik nergens terug vinden. Over hem later meer.


Door op het formulier te klikken wordt dit vergroot.

Hierboven eenzelfde formulier van de zwager van Piet Alberts, genaamd Hendrik Foekens. Aangenomen m.i.v. 1 april 1945 door de Kampcommandant als bewaarder en nog een keer aangenomen per 23 april 1945 en vanaf 1 mei 1945 als hoofd inwendige dienst.
Aangesteld door de Kampcommandant.
Ondertekend 23 april 1945
de kamp.cdt. G. Voogd.

Weer dezelfde fout gemaakt door G. Voogd, door Piet Alberts niet te laten ondertekenen. 
Van tevoren was natuurlijk al bekend dat Piet Alberts, geen ster was in het op schrift stellen van stukken, rapporten en dergelijke. Hij kon al helemaal niet met een typmachine overweg. Maar op dat moment zou hij als Kampcommandant het formulier voor Hendrik Foekens moeten ondertekenen. 

De vraag blijft voor mij bestaan. Is hij op de hoogte van het ondertekenen van deze formulieren in zijn naam? Persoonlijk betwijfel ik dat en daarom is dit weer een beweging om iemand voorzichtig opzij te zetten. Ik weet, het klinkt hard, maar de realiteit kan soms ook hard zijn.

Wel krijgt G. Voogd van Piet door dat bepaalde personen door hem zijn aangesteld en in welke functie dit gebeurd. Zo stelt hij op de 1e april 1945 zijn zwager, genaamd Dirk Folkers, aan als adjunct-commandant der politieke gevangenis aangesteld. Dit is op dezelfde dag dat Piet zelf door het Militair Getag werd aangesteld.   Zie het formulier:


Door op het formulier te klikken wordt dit vergroot.

Weer ondertekent G. Voogd weer in plaats van dit onderschrijven aan Piet Alberts over te late


Mededeling Gewestelijk Commandant  van de N.B.S. Hotz, over het vrijlaten van ten onrechte gearresteerden.
Op zaterdag, 7 april 1945, komt een mededeling van de Gewestelijk Commandant van de N.B.S. Hotz, inhoudende de In vrijheidstelling van ten onrechte gearresteerden:
“In de afgelopen dagen zijn bij het arresteren van staatsgevaarlijke elementen ook personen gearresteerd, waarvan achteraf blijkt, dat hun strafschuld niet met zekerheid is komen vast te staan. Aan deze betreurenswaardige toestand dient zo spoedig mogelijk een einde te worden gemaakt, door het in vrijheidstellen van de betrokkenen.
Hiertoe heb ik mij gewend tot de Militaire Commissaris voor de provincie Overijssel.
In gemeenschappelijk overleg zijn de hiervoor nodige maatregelen genomen.”

Uit andere bronnen blijkt dat dit initiatief niet afkomstig is van de leiding van de N.B.S. maar in overleg is gegaan met de Militaire Commissaris voor de Provincie Overijssel. Deze maatregel zal wel even uitgesteld zijn, omdat de volgende dag,


Bezoek Prins Bernhard aan Enschede.

zondag,  8 april 1945, Prins Bernhard, als opperbevelhebber van de N.B.S. Enschede met een spoedbezoek vereerd.


Door op de foto te klikken wordt dit vergroot.

Op de foto: Prins Berhard, met Ben ter Kuile (midden) en NN NBS´er

In Enschede, staan leden van de N.B.S. opgesteld voor een defilé dat door de prins geïnspecteerd wordt. Daarna wordt een minuut stilte in acht genomen waarna de prins een toespraak houdt.
“Blonde Piet” is bij deze gelegenheid niet aanwezig. Als reden? Men had hem gewoon niet ingelicht. Gewoon vergeten….Hij is druk met zijn werkzaamheden in de gevangenis van Scholten, op een afstand van 500 meter hemelsbreed gemeten vanaf het centrum van Enschede, waar de ceremonie op dat moment wordt gehouden.
Dit moment, om daar bij aanwezig te zijn, zou voor hem emotioneel enorm van belang zijn geweest. Hij vertelde altijd: “We deden het voor God en Vaderland en wilden er niets voor terug hebben. Ook geen militaire Willemsorde!”
Maar zijn
woorden over dit voorval klonken heel anders:
“Jongen, houdt er maar over op. Het is één grote bende. Mensen die in de oorlog niets hebben gedaan, stonden bij de bevrijding vooraan….Hij (de Prins) zou naar “Blonde Piet” hebben gevraagd. Iemand van de voor aanstaande mensen werd toen aangewezen als zijnde “Blonde Piet”...

   

               Piet tijdens de mobilisatie       Piet na krijgsgevangfenschap   Piet tijdens de bezetting         Piet na de bevrijding

                               1939                               1940                    1944                         1945/1946

Alweer een stukje verder opzij geschoven, blijft Piet, zo serieus als hij is, gewoon zijn werk doen.
Hij hoeft niet uitbundig te toen, want hij weet wat oorlog inhoud. Vanaf de Duitse inval op de Grebbeberg tot, de moorden op zijn vrienden Johannes ter Horst en Geert Schoonman, de al of niet terechte liquidaties die door het verzet zijn uitgevoerd en de laatste recente moorden, onder andere aan de Sumatrastraat en op Dr. Thiadens, hebben sporen in zijn ziel achter gelaten, die een leven lang niet zouden genezen. Alhoewel de klachten met de jaren natuurlijk wel minder zouden worden.

Ben ter Kuile reageert naar aanleiding van klachten die burgers hadden over de N.B.S.

Eindelijk, tien dagen na de bevrijding van Enschede, op dinsdag 10 april 1945, komt er een officiële mededeling van de Commandant N.B.S. Ben ter Kuile, in de krant, inhoudende:
“Naar aanleiding van diverse gegronde en ongegronde klachten omtrent de houding en handelingen van N.B.S. leden het volgende ter voorlichting van het publiek:
“De ondergrondse legers, die met grote moeite geheel in een cellensysteem waren opgebouwd, bestonden uit 2 delen:
a. De N.B.S. S.G (strijdend gedeelte)
b. De N.B.S. N.S.G. (niet strijdend gedeelte)
Over de naam N.B.S. is reeds veel kritiek gehoord in verband met de verwarring die zij verwekt met de N.S.B. Gaarne wijs ik er daarom op, dat deze benaming landelijk en niet plaatselijk is vastgesteld. Het “strijdend gedeelte” had tot taak sabotagedaden tegen de vijand vóór de bevrijding te verrichten en hulp te bieden aan de geallieerden, terwijl het “niet strijdend gedeelte” eerst na de bevrijding zou optreden voor bewakingsdoeleinden.
Verdere details kunnen niet gepubliceerd worden in verband met het feit dat grote delen van ons land nog door de tiran bezet zijn.
Het cellensysteem had tot gevolg, dat de commandanten onderling, elkaar niet konden en mochten kennen.
Een ieder zal het nu duidelijk zijn, dat er zodoende ongewenst elementen konden binnen sluipen.
Daar dit feit dus bekend was, werd reeds vóór de bevrijding een Keurkorps Militaire Politie opgericht, die, te zijner tijd versterkt, een nauwkeurig onderzoek van de leden op zich zou nemen.
Deze mannen, met een extra witte armband met rode M.P. erop zijn thans aan het werk getogen.
Een belangrijke desorganisatie werd verder verwekt door het sneuvelen van een aantal belangrijke Commandanten van het N.S.G. waardoor het cellensysteem in deze sector enigszins in wanorde geraakte. (Hij doelt op de moorden op de leiders van de L.O. aan de Sumatrastraat)
Ook hier werd dag en nacht gewerkt om orde op zaken te stellen en verzoek om clementie van het publiek:
De volgende order werd daarom heden door mij afgekondigd in samenwerking met de Gewestelijke Commandant:
“1. Zuivering N.B.S. ter plaatse door de Commandant Militaire Politie.
De zuivering zal als volgt geschieden:
a. De Militaire Politie, kenbaar aan de witte band met M.P. in rode letters, krijgt opdracht om controle uit te oefenen op banden, legitimatiebewijzen en vooral ook houding en gedrag van N.B.S. leden S.G. en N.S.G.
b. De Militaire Politie patrouilles, welke centraal zijn gelegen (politiebureau), worden eigen wijken toegewezen, uitgaande van commandoposten.
c. Bij elk lid N.B.S., S.G. en N.S.G. wordt het nummer van de legitimatiekaart aangebracht op de armband, om zodoende precieze controle te kunnen toepassen.
d. Komen er excessen voor dan moeten de mensen, die zulks zien, het nummer van de armband opgeven.
e. Bij de commissaris van politie zal een klachtenbus staan waar schriftelijke klachten ingeleverd kunnen worden.

2. Registratie van wapens uitgegeven aan N.S.G. en S.G. op een daarvoor aan te leggen wapenregister. Deze wapens op het legitimatiebewijs laten registreren.
3. Arrestaties met onmiddellijke ingang stop te leggen.
4. Nieuwe arrestaties geschieden uitsluitend op last van het Militair Gezag, na overleg met de commissie van vooronderzoek.
De plaatselijke Commandant der Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten te Enschede: B.J. ter Kuile.”

Opmerking: Uit de maatregelen blijkt wel dat er vrijgevochten N.B.S.´ers waren, die zich bijna onschendbaar achtten. Zij waren nu de baas en zij arresteerden nog steeds als zij dat nodig achten.
U kunt wel begrijpen dat de bevolking over zulke personen niet graag klachten indienden, ook al werd het aanwijzen met een nummer op de armband eenvoudiger. Als je toch klaagde, konden er toch represaillemaatregelen tegen je ondernomen worden.
Ondertussen gaan de zuiveringen binnen de N.B.S. ook gewoon door en werden de “rotte appels” verwijderd. Uit deze laatste maatregelen kun je opmaken dat er toch meer aan de ahnd is dan hier en daar een gering exces.

Artikel in de krant over de verblijfplaats van N.S.B. korpschef Berends

Op woensdag, 11 april 1945, staat het volgende artikel in de krant, over de verblijfplaats van ex- politiekorpschef Berends:
“Korpschef Berends naar Friesland. Waar is de man van de XXX?
Terwijl de meeste N.S.B.´ers uit deze gemeente (Enschede) reeds in verzekerde bewaring zijn gesteld, is het aan enkele prominente figuren uit Duits-georiënteerde kringen gelukt, vooralsnog aan hun “arrestatie” te ontkomen.
Het meest markante voorbeeld is zeker wel dat van de Korpschef van politie A. Berends. De heer Berends had steeds verkondigd, dat hij nooit het hazenpad zou kiezen, doch op zijn post zou blijven wanneer men hem kwam halen. Hij was er stellig van overtuigd dat men hem voor het tribunaal niets ten laste kon leggen. Desondanks vond hij het veiliger de paasdagen bij vrouw en kinderen in Friesland door te brengen.”

Functieoverdracht..

Op donderdag, 12 april 1945, vindt een Functie overdracht plaats. Aldus het krantenbericht:
“De Plaatselijk Commandant van de B.S. Ben ter Kuile, draagt de civiele functies over op het Militaire Gezag en de waarnemend burgemeester. De Plaatselijk Commandant behandelt vanaf die dag alleen nog maar militaire zaken.”

Opmerking: Een beetje vreemd komt dit bij mij wel over. Het "Militair Gezag" krijgt de civiele functies van Ben ter Kuile overgedragen. En Ben ter Kuile houdt de militaire functies.....

Incident in de Scholtengevangenis

Op vrijdag, 15 april 1945, dus 15 dagen na zijn aanstelling , laat Piet, als commandant van de Scholtengevangenis, een rapport opmaken over een incident in de gevangenis. Dit rapport luidt als volgt:
“Toen ik heden middags om 18.00 uur een rondgang deed door de Politieke Gevangenis, liepen twee wachten achter in de vrouwenzaal op de 2e verdieping, in plaats van op hun post te staan vóór de deur. Tegen het verbod in, lagen zes vrouwen op hun dekens, welke zij uitgespreid hadden. Ik gelaste deze vrouwen met het gezicht naar de muur te gaan staan, met de handen omhoog.
De N.B.S.´er N.S.G. Damfeld, één van de wachten zei daarop: “Dat moeten jullie niet doen. Ik ben verantwoordelijk voor de zaal en ik heb het hier te zeggen!” Ik heb toen de wachtcommandant Beckers laten komen, die, toen ik hem het geval rapporteerde, antwoordde, dat zolang hij commandant was, hij niet wilde, dat dergelijke Duitse methodes hier toegepast werden. Op mijn order om de wacht Damveld van zijn wacht te ontheffen, gaf hij ten antwoord: “Dan gaan wij allemaal!”.
Dit alles vond plaats ten gehore van alle vrouwen op de zaal. De wachtcommandant Beckers en de wacht Damveld behoren tot de sectie Centrum – Zuid.
Opgemaakt te Enschede, 15 april 1945.
De Commandant van de politieke gevangenis.

Wat kan uit dit rapport geconcludeert worden?:
1e. De twee mannelijke wachten, die vóór de ingangsdeur dienden te staan, liepen achter in de vrouwenzaal, waar zes vrouwen hun dekens uitgespreid hadden en daarop lagen.
Dus twee zaken die niet in orde waren.
De verwoordingen van Piet zijn kort. Weinig omschrijving, maar gezien de situatie zal er veel meer gesproken zijn. Hij zal de wachten aangesproken hebben op hun onbevoegd verblijf in de vrouwenzaal en de vrouwen aangesproken hebben over hun gedrag, door met uitgespreide dekens, tegen de voorschriften in, op hun bedden te liggen. Er zullen woorden gevallen zijn van: “Doe niet zo kinderachtig”. Op een bepaald moment is het voor Piet welletjes gelastte de vrouwen, met de handen omhoog te gen de muur te gaan staan. Was dit laatste van Piet overdreven? Ik wil niet partijdig over komen, maar persoonlijk kan ik het begrijpen. Het zijn slechts zes vrouwen die het verkeerde voorbeeld geven. De overige vrouwen, en dat zijn er honderden, gedroegen zich op dat moment keurig. Piet geeft geen zware straf, maar wil even laten zien, dat dit niet getolereerd wordt.
Als hij de opdracht geeft, zegt één van de wachten: “Dat moeten jullie niet doen. Ik ben verantwoordelijk voor de zaal en ik heb het hier voor het zeggen!” Deze woorden bleken uitgesproken te zijn door Damveld. Damveld is een jaar jonger dan Piet en heeft in de oorlog bij het 11e Regiment Infanterie gezeten. Dus waarschijnlijk heeft hij de oorlog ook van dichtbij meegemaakt.
Geen vraag wordt aan Piet gesteld, wie hij in vredesnaam is en wat hij daar doet. Dan laat Piet de wachtcommandant Beckers komen en draagt hem op om Damveld van zijn wacht te ontheffen. Beckers komt voor zijn manschappen op en zegt direct: “Dan vertrekken wij allemaal!”
Beckers was tijdens de mobilisatie, seiner bij de 11 regiment Infanterie en zal ook de Duitse aanvallen op de Grebbeberg meegemaakt hebben. Beckers is 4 jaar ouder dan Piet. Hij is 30 jaar.
Dus eigenlijk alle drie weten wat oorlog is. Van Beckers is mij nog bekend dat hij in één van de Vaste Verzets Kernen van “Blonde Piet” zat. Dus die kenden elkaar zeker.
Beckers en Damveld weten dan ook dat, wanneer je op wacht staat, je bij overtredingen anders gestraft wordt dan normaal. Dit is heden ten dag anno 2020 nog steeds zo. En het is nog strenger als dit in oorlogstijd gebeurd. Dat is hier ook het geval. Enschede is wel bevrijd, maar een groot deel van Nederland nog niet.
Woorden:“Dan gaan wij allemaal!", gaat zelfs zover dat dit op “muiterij” gaat lijken. Dat is echt gezag ondermijnend gedrag. Zowel Damveld als Beckers moeten dit als ex- militair geweten hebben. In een echte oorlogsstrijd, deze woorden uitgesproken, betekent dat meestal direct “de kogel”.
Maar nu is Piet door het Militair Gezag aangesteld en uit vele rapporten blijkt dat het in die tijd niet zo boterde tussen de N.B.S. de het Militair Gezag. Zie hierboven het geval in het Strafkamp de Harskamp.

Onderzoek naar betrokkenheid ingesloten arrestanten .

Om snel duidelijkheid te krijgen in de betrokkenheid van de, in de fabriek Scholten ingesloten "landverraders", wordt door de Militaire Commissaris op zaterdag, 16 april 1945, een commissie uit de burgerij in het leven geroepen, bestaande uit:
Als voorzitter; Mr. P.S.Noyon en de leden; kapelaan P.N. van den Brink; S. Hornstra en K. Straatman.

Deze commissie is een zogenaamde adviescommissie, die de Militaire Commissaris moet adviseren over de gearresteerden, die voor invrijheidstelling in aanmerking kunnen komen of personen, die mogelijk nog voor arrestatie in aanmerking komen.

Ben ter Kuile denkt aan vervanging van de commandant van de gevangenis.

Waarschijnlijk werden zijn gedachten gevormd door het genoemde incident van “Blonde Piet” en Damveld, Beckers en de vorming van de hierboven genoemde commissie. Om een snellere afwikkeling van zaken te krijgen, staat een commandant van de gevangenis met een verzetsverleden als K.P.´er, eigenlijk in de weg.
Op de dag dat de genoemde commissie gevormd werd, schrijft hij:
“Het gevangeniswezen moest meer militair worden aangepakt, eventueel moest Piet Alberts worden vervangen door een administratief betere persoon, ondanks alle verdere prima vechtkwaliteiten van Piet! De hele gevangeniswacht wilde er vandoor, nadat Piet een incident had veroorzaakt.”

Opmerking. Deze opmerking van Ben ter Kuile  werd door hem op 16 april 1945 geschreven.
Piet is op dezelfde avond, dus de 15e april al naar de leiding van de N.B.S. gegaan om het voorval te melden.  
Ben las dus de dag er op, de 16e april van het voorval en wel eenzijdig, alleen het rapport van Piet Alberts. Verder was er nog niets.
Dat Ben vindt dat het gevangeniswezen meer militair aangepakt moet worden en daarom Piet Alberts, eventueel vervangen diende te worden door een administratief beter persoon, bevreemd mij. Zijn bewoordingen klinken niet logisch.
Dat Piet Alberts, administratief niet mee kon komen, met alleen een lagere school opleiding, dat had men bij zijn aanstelling al te weten kunnen komen. Het staat zelfs op zijn personeelslijst vermeld en kennelijk was dit geen bezwaar.
Piet laat aan de wachten duidelijk merken dat hij er een militaire discipline op na wil houden en neemt daarom ook enkele maatregelen, alleen om te laten zien dat er met de “wachtregels” niet gespot diende te worden. Per slot is Nederland op dat moment nog in oorlog, waardoor dergelijke vergrijpen, zoals eerder gezegd, nog strenger aangepakt zullen worden.
Maar voor het onderzoek omtrent dit incident ten einde is, is Ben al bezig om Piet te vervangen, met het argument:” De gehele gevangeniswacht wilde er vandoor, nadat Piet een incident had veroorzaakt!”
Persoonlijk denk ik dat er meer achter zat. Behalve het onzekere optreden van Ben ter Kuile, dat telkens weer naar voren komt ook de manier waarop hij zijn best doet om zijn vingers niet vuil te maken. Hij liet er bijvoorbeeld geen gras over groeien in de liquidatiezaak Nierkens, welke uitvoerig door mij beschreven is op deze website. Bijna direct na de bevrijding maakte hij van dit incident melding bij de plaatselijke politie. Daar werd een onderzoek gestart en proces-verbaal opgemaakt, welke later behandeld werd in een zitting van de Krijgsraad te Velde, gehouden in Almelo. Ben ter Kuile was als hoogste in functie binnen de Kring Enschede van de N.B.S. verantwoordelijk voor de liquidatie en hij gaf er ook de opdracht toe. Tijdens de zitting was hij niet als "verdachte" aanwezig en tijn naam werd ook niet genoemd. De overige "daders" die de liquidatie hadden uitgevoerd, waren allen ter zitting verschenen.

Op de vraag terug te komen: “Had de N.B.S. de touwtjes in handen en voelden zij zich, ondanks de nieuwe regels die ingevoerd werden, nog steeds oppermachtig en mocht er daarom geen N.B.S.´er commandant van de gevangenis zijn?
 

Rapport van de wachtcommandant Becker, naar aanleiding van het incident in de gevangenis.

Dan komt de wachtcommandant Becker met zijn rapport. Hij kon dat zelf, in tegenstelling van Piet, schrijven, omdat hij is schriftelijk goed onderlegd is. Hij was als militair namelijk seiner, dan moet je goed kunnen schrijven. Zijn rapport wordt ondanks dat opgemaakt door zijn compagniescommandant W.J. Blijdenstein en gericht aan de troepencommandant der N.B.S. Ben ter Kuile.
Het rapport is opgemaakt op zondag, 17 april 1945

Rapport No. 102
Onderwerp: Incident politieke gevangenis.
Ter kennisneming een rapport, dat ik heden van H. Beckers ontving, waarin hieronder afschrift:
“Het incident heeft zich als volgt toegedragen, ongeveer 19.00 uur (15-4-45) word ik, wachtcommandant H. Beckers, groepscommandant Gr. 16 Sectie E25, Compagnie Centrum Zuid, naar boven geroepen voor een incident, dat op zaal 3 plaats had gehad. Mijn wacht op die zaal had juist controle gehouden en alles in goede staat bevonden. Op hetzelfde moment komt de Directeur der Gevangenis binnen, niet als Directeur kenbaar, daar hij geen uiterlijk teken droeg als lid der N.B.S., in gezelschap van zijn vrouw. Hij haalt zonder reden 7 arrestantes uit hun bed en wil dezen één uur met de handen omhoog laten staan, wat mijn wachtman G. Damveld niet toestond. Daarop ben ik naar boven geroepen. De directeur vroeg mij of ik de wachtcommandant was, waarop ik bevestigend antwoordde. Hij gelastte mij, mijn wachtman G. Damveld direct van zijn armband en wapen te ontdoen en te ontslaan. Dit weigerde ik en heb hem ten antwoord gegeven, dat ik dan met de gehele wacht af zou treden. Toen zei hij: “Goed, dan treedt de hele wacht af!” waarop hij naar beneden ging om het troepencommando op te bellen.
Hij heeft toen mijn naam en de naam van de wachtman en van mijn Sectiecommandant J.H. Letteboer opgenomen. Voordat hij weg ging, vroeg ik hem, of ik met mijn wacht kon inrukken, waarop hij antwoordde:” Je moet op wacht blijven tot 10 uur, daar er geen andere wacht aanwezig is”. Waarop ik antwoordde: “Ik weet wat mijn plicht is en blijf, tot de aflossing komt”.
W.G. Becker

De Comp. Commandant Centrum: W.J.Blijdenstein.

Bovenaan op het rapport staat genoteerd, dat de personen, op 20 april te 10.00 uur, bij de compagniescommandant werden ontboden. Verder staat er bij het al of niet herkenbaar zijn van Piets Alberts, met potlood een aantekening dat hij als zodanig niet herkenbaar was. Verder wordt met potlood een aantekening gemaakt dat de dekens niet gevouwen waren.

In dit rapport zijn enkele kwalijke zaken te herkennen. Ten eerste spreekt Becker, voor meer dan de helft van dit rapport over wat G. Damveld had meegemaakt. Damveld was degene die steken had laten vallen, door de vrouwen op uitgespreide dekens te laten liggen. Nog maar afgezien of Damveld wel bevoegd was om op de vrouwenafdeling te komen. Zijn plaats was, samen met een collega, vóór de deur en niet op de zaal.
Ook kan Damveld nu niet verklaren, wanneer het hem bekend was geworden dat het hier om de gevangenis commandant ging. Beckers kende de commandant wel uit de tijd na september toen hij ook commandant was van een V.V.K. en beslist met Piet Alberts in contact gekomen was.  Als Damveld de gevangeniscommandant als zodanig niet kende, zal Piet hem dit beslist verteld hebben. Beckers verklaarde dat de commandant, zonder reden 7 arrestantes uit hun bed haalde en een uur met de handen tegen de muur had willen zetten. De reden van deze opdracht, zal Damveld op dat moment al wel duidelijk geweest zijn.

Met de gedachten van Ben ter Kuile over de vervanging van Piet Alberts, is het lot van hem, als gevangenisdirecteur eigenlijk nu al bezegeld. Eigenlijk heeft Ben ter Kuile hem laten vallen. Dat is geen sterke zaak van hem, want de toch al eigengereidheid van verschillende N.B.S.´ers worden op deze manier wel heel erg in het zadel geholpen. Het toont maar weer de zwakte aan van de N.B.S. leiding.

Door op de foto te klikken wordt dit vergroot.

Op diezelfde dag, dat het rapport over Piet, opgemaakt door Beckers, binnenkomt, wordt er een definitief organisatieschema van de N.B.S opgesteld gedagtekend, zondag, 17eapril 1945, met o.a. Het troepencommando onder leiding van Karel van Bennekom met aan hem toegevoegd Klaas Bootsma en Piet Alberts.
Opmerking: Je vraagt je dan toch echt wel af of al die mensen, die in de organisatiestructuur genoemd worden, wel weten wat hun echte taak is. Piet is dan al 17 dagen gevangeniscommandant en valt hij daarom niet meer onder Van Bennekom.

Wachtcommandant Scholtengevangenis meldt incident:

Op maandag 18 april 1945, vindt er weer een incident in de politieke gevangenis van Scholten plaats. Dit keer gerapporteerd door Klaas Nijenbrink, een oud V.V.K. ´er uit de groep van “Blonde Piet”. Klaas is groepsleider van groep 12, sectie E54.
Zijn Rapport:
“In mijn ronde als wachtcommandant in de strafgevangenis Scholten d.d. 17-18 april 1945 trof ik om kwart over drie de volgende personen slapende op hun post aan; op zaal 5 (Mannenzaal), terwijl het geweer van één der wachten 3 meter verder op tafel lag.
Het zijn de volgende 2 personen:
1. C.B. Visschers, geb. 24 oktober 1920 te Ruurlo,
Thans Stoottroepen, legitimatiebewijs No. 6891
pers.bew. R35/002847, onderdeel N.W. Twente, Enschede.

2. J.H. Makkink, geboren 18 mei 1927 te Amsterdam
pers.bew. E25/071407 Onderdeel 18- N.S.G.
Legitimatiebewijs No. 6576

Van bovenstaande personen heb ik de banden en legitimatiebewijzen ingenomen. Ik verzoek u beleefd deze personen te willen straffen daar ik dergelijke incidenten in het vervolg wens te voorkomen. Tevens hoop ik dat de straf zo zal zijn, dat het een voorbeeld zal zijn voor alle N.B.S. leden.

Visschers C.B. Stoottroepen Molenstraat en
Makkink J.H. Groerp 18 N.S.G. Kalanderij.

Opmerking. Dit is een soortgelijke situatie als waarin Piet verzeild was geraakt, maar in dit geval was het Nijenbrink, die zelf wachtcommandant was, dus dezelfde functie had als Beckers bij Piet. Nijenbrink pakt zelf door en ziet ook in dat alleen met een strak militair regime de controle over de 1500 ingesloten mensen gehandhaafd kan blijven.
Op het rapport van Klaas staat verder geen enkele notitie aan/ of opmerking, zodat ik aanneem dat beide personen disciplinair gestraft zullen zijn.

Verdediging tegen klachten contra de N.B.S.

Op dinsdag 19 april 1945 staat dit stuk in een Enschedese krant te lezen..
“Recht tot kritiek.”
“Klachten, klachten, overal regent het klachten. Hoe kan het ook anders; wij zijn weer vrij in het uiten van onze mening. Maar soms doet het toch pijnlijk aan, zo onrechtvaardig vele van deze aantijgingen van allerlei soort en vorm zijn. Zo ook de klachten tegen de N.B.S. Deze zijn slechts gerechtvaardigd, zolang zij tegen afzonderlijke leden van de N.B.S. gericht zijn; men kan voor de hier en daar voorgekomen excessen de oude getrouwen niet aansprakelijk stellen. Men dient te bedenken, hoe de N.B.S. is opgebouwd, gegroeid uit een kleine kern, die tot op dit ogenblik hard en belangeloos gewerkt heeft en nog werkt. Het was onvermijdelijk door de uiterst omzichtige wijze, waarop zij te werk moest gaan, dat in haar gelederen ongewenste elementen slopen. Maar de oude kern, de oude getrouwen, die maanden en jaren, in stilte, in doodsgevaar, zwoegde, die is er nog en die is de enige van ons allen, die inderdaad het recht heeft bezwaren te uiten tegen de N.B.S. 

Als Piet dit gelezen heeft, zou dat voor hem, in deze moeilijke tijd een hart onder de riem zijn geweest. Eindelijk ondervond hij dan de steun en een beetje dank voor al die jaren, die hij van zijn jonge leven, voor het vaderland gegeven heeft.

Politie Korpschef Berends gearresteerd.

Op dinsdag 19 april 1945 staat in het nieuwsblad Het Parool te lezen.
“Korpschef Berends in de cel. De rollen omgekeerd!”
“Korpschef A. Berends is van zijn paasvakantie in Enschede teruggekeerd, echter op andere wijze dan hij gedacht had. Geboeid is hij één van de cellen van zijn vroeger domein binnen gegaan. Berends bracht de paasdagen door bij vrouw en kinderen in Nijemirdum in Gaasterland, welk dorp dezer dagen bevrijd werd. Zijn verblijfplaats was aan de Enschedese politie bekend en onmiddellijk werd van hieruit een expeditie uitgerust. In Nijemirdum aan gekomen, zagen de politiemannen plotseling hun gewezen chef met vrouw en kroost op straat wandelen. Ze sprongen uit hun auto en onder een “handen omhoog” bestormden zij hem. Bij zijn arrestatie bleek hij in het bezit te zijn van een geladen revolver. Berend heeft altijd beweerd, dat hij zich voor de rechters zou weten vrij te pleiten. Van al zijn misdaden. Wij zullen zien. De gelegenheid krijgt hij straks. Overigens heeft hij het niet getroffen, dat hij bij de bevrijding van Enschede niet aanwezig kon zijn, daar andere illustere figuren uit de politiewereld, b.v. Van Liemburg, van de gelegenheid gebruik gemaakt hebben, alle schuld op hun chef te werpen.”

Bezoek aan de politieke gevangenis door een verslaggeven van de krant “De Waarheid”.

Donderdag, 21 april 1945. “Bezoek aan de politieke gevangenis.”
“Eén onzer verslaggevers, die zelf geruime tijd in het beruchte concentratiekamp Amersfoort heeft doorgebracht, heeft dezer dagen de verblijfplaats voor politieke gevangenen aan de Haaksbergerstraat bezocht, ten einde zich op de hoogte te stellen van de aldaar heersende toestanden.
Hij werd rondgeleid door de commandant van de bewaking, die hem persoonlijk de lokalen toonde waar de gevangenen verblijf houden.
Het is vanzelfsprekend geen modelinstelling, maar er wordt hard gewerkt om in alles orde en regelmaat te brengen. De lokalen zijn zindelijk, het eten behoorlijk, terwijl medische hulp aanwezig is. Wel een schril contrast met de toestanden in de gevangenkampen onder het Naziregime. Ook de gevangenen verklaarden dat de behandeling goed is en deze verklaring werd niet afgedwongen met de knoet.
Men is van plan zo spoedig mogelijk een scheiding aan te brengen tussen N.S.B.´ers, zwarte handelaren en collaborateurs. Een verstandige maatregel welke zal voorkomen dat zij, die slechts op geringe wijze in hun Nederlandse plicht zijn te kort geschoten, over één kam worden geschoren met de werkelijke oorlogsmisdadigers. Al met al krijgt men hier de indruk, dat er recht zal worden gedaan op een wijze, ons volk waardig.
Tenslotte moeten wij nog een opmerking maken omtrent de door velen geuite bezwaren, over de betere voeding welke de leden van de N.B.S. momenteel ten opzichte van de burgerbevolking genieten. De leden van het S.G. van de N.B.S. worden beschouwd als onderdeel van de geallieerde legers en genieten derhalve de verzorging van de militaire intendance. Hiermede is dus dit verschil geklaard en wij twijfelen er niet aan, dat de waardering, die op deze wijze door de geallieerden wordt bewezen aan hen, die hun leven inzetten voor de bevrijding van Nederland, hun door ons eigen volk met door kleinzielige opmerkingen zal worden onthouden.”

Opmerking. Een dag daar voor, woensdag de 20e april 1945, om 10.00 uur, zijn de personen m.b.t. het incident in de gevangenis,  Alberts/ Beckers, bij de compagniescommandant ontboden. Wat daar besproken is, is mij niet bekend geworden.

Reactie van de Districtscommandant op het rapport van het “Piet Alberts incident”

Op Zondag, 24 april 1945, maakte de Districtscommandant, aantekeningen in rode inkt op het rapport, dat de 15e april door Piet Alberts werd opgemaakt.
1. Herkenning als commandant politieke Gevangenis:
“Om dergelijke incidenten te vermijden, stel ik voor dat de directeur een armband om doet met het opschrift: “Cdt. Pol. Gev.” De wacht had dan onmiddellijk geweten wie hij voor zich had.
2. Over het niet voldoen aan een bevel:
“De wacht moet luisteren; doet hij dit niet, dan kun je voor de tuchtrechter geroepen worden!”

Daarmee wordt het incident afgedaan en kan weer aan de alle daagse problemen gewerkt worden.
Onder andere het werven van bewakingspersoneel, schrijft de Districtscommandant op hetzelfde rapport:
“Gaat Piet ermee akkoord dat we vrijwilligers oproepen per advertentie, als vast personeel?
Gaat V.d. Wal hiermee ook akkoord?” 

De D.C. 24-4-1945.

Met andere woorden. Er is in het schrijven van de Districtscommandant geen enkele aanleiding te vinden dat men Piet Alberts aan de kant wil schuiven. Er wordt zelfs aan hem om een akkoord gevraagd voor wat betreft de werving van nieuw personeel ten behoeve van de gevangenis.

Op dezelfde zondag, de 24e april 1945, wordt een zwager van Piet Alberts, genaamd Hendrik Foekens, aangenomen als bewaker Scholtengevangenis. Aangenomen door de commandant Zoals eerder vermeld, vindt de inschrijving en ondertekening plaats door: de Kampcommandant G. Voogd.
Het dienstverband van Hendrik Foekens, loopt daarna van 1 mei 1945 tot 1 november 1946, in de functie van “Hoofd Inwendige Dienst”.

Ex Korpschef Berends wordt in de Scholtengevangenis ingesloten.

Ergens tussen 17 april- en 1 mei 1945, wordt de ex-korpschef Berends, die in Friesland werd gearresteerd, in de gevangenis in Scholten ingesloten.

Mededeling huishoudelijke zaken voor de Scholtengevangenis.

Op dinsdag, 26-4-1945, staat er een advertentie in de krant, over de “Politieke gevangenis Scholten”.
"Schoon wasgoed brengen voor de gevangenen: Iedere woensdag van 2 – 4 uur. Vuil wasgoed af halen: “Iedere maandag van 2 – 4 uur.”
Dit zijn huisregels die opgesteld zijn om één en ander voor wat betreft schoon wasgoed privé te laten reinigen

Verhuizing Gewestelijk Commando N.B.S. –S.G.

Op donderdag, 28 april 1945, is de volgende mededeling in “Twents nieuws” te lezen.
“Ingaande heden is het Gewestelijk Commando N.B.S. – S.G. voorheen Tromplaan 8 te Enschede, verplaatst naar Emmawijk 1 te Zwolle.
Het Districtscommando N.B.S. - S.G. voorheen C.T. Storkschool Hengelo (O) thans Tromplaan 8 te Enschede.”

Donderdag, 28 april 1945, in de krant “Trouw” Nieuws uit Twente. “Vertrek Ned. Stoottroepen”:
“De, in Twente gevormde pelotons Ned. Stoottroepen, hebben zich thans ingezet voor Koningin en Vaderland: Woensdag zijn ze vol strijdlust en enthousiasme vertrokken voor zuiveringsacties “ergens in Nederland”, daarbij het schone voorbeeld gevend aan hen die nog weifelen staan tegenover de plicht zich te geven voor de vaderlandse zaak. Delen van ons land zijn nog in een harde strijd gewikkeld. Het westen snakt naar verlossing. Kostbaar Engels, Canadees en Pools bloed vloeit reeds op Nederlandse bodem voor onze bevrijding en zouden wij dan toezien? Daarom een eresaluut aan hen die hun plicht verstonden en zich spontaan ter beschikking stelden.”

Maandsalaris “Blonde Piet” als commandant van de gevangenis Scholten.


Eind april 1945: Het maandsalaris van P. Alberts als commandant van de gevangenis, voor de maand april 1945, bedraagt F.350,00 Loonbelasting F.51,63 Netto: F. 298,38.

Klacht over een ontvoering van een vrijgelaten N.S.B. meisje.

Begin mei 1945: In het dagblad de Trouw van 12-6-1945 o.a.:
“Een zekere mej. R, die wegens omgang met Duitsers in de politieke gevangenis was opgesloten, werd, na een ingesteld uitvoerig onderzoek, vrijgelaten. Dit was niet naar de zin van sommige personen, die daarop eigenmachtig gingen optreden. Laat in de avond begaven zich een aantal met geweren gewapende mannen naar de woning van het meisje. (Kottendijk te Enschede) Er ontstond daar een hele consternatie, want er werd met de geweren gedreigd. Het meisje werd ontvoerd en toen de vader zich met de gevangenis Scholten in verbinding stelde, bleek daar van het hele geval niets bekend te zijn. In de loop van de nacht kwam mej. R. weer thuis.
De mannen hadden haar naar de Stokhorstweg gebracht, waar ze haar kaal hadden geknipt. Daarna hadden ze haar aan haar lot over gelaten. Het is komen vast te staan dat bij die ontvoering minstens één lid van de Stoottroepen aanwezig is geweest. Wij menen zelfs te weten, dat de naam bij het Militaire Gezag in Enschede bekend is. Wij vragen echter: “Zijn er maatregelen tegen de betrokkene genomen?”

Opmerking: Ook uit deze zaak blijkt weer dat door de N.B.S. onder wie ook Stoottroepen, eigen rechtertje wordt gespeeld. Als we het al over disciplinaire zaken hebben, is dit heel wat anders dan “Blonde Piet” met zijn “incident” teweeg had gebracht. Hier wordt gewoon eigen machtig, zelfs met gewapend geweld, ingegaan tegen het recht, waar de burgers van Nederland, na de bevrijding zo naar verlangden.
De kranten krijgen geen uitsluitsel of de dader(s) ter verantwoording geroepen zijn. Mijns inziens had dit gemoeten om recht te doen, aan hen die onrecht aangedaan zijn.

Mededeling van huishoudelijke aard voor de gevangenis Scholten.

In de krant en van vrijdag 4 mei 1945:  „Politieke gevangenis Scholten“
“Alle arrestanten moeten voorzien zijn van één diep bord, één kroes, één lepel, Voor diegene, die het nog niet bezitten, kan het gebracht worden van vrijdag 4 mei 12.00 uur tot zaterdag 5 mei 12.00 uur. Stevig ingepakt en voorzien van duidelijke naam en adres.”

Klachten over de N.B.S.

Vrijdag, 4 mei 1945 In “de Waarheid”, onder Lezerstribune: Dr. D.G. Bech schrijft:
“Grote auto´s met jeugdige leden van de N.B.S. jakkeren door de stad. Doktoren doen hun uitgebreide praktijken per fiets; voor ziekenvervoer is niet of met de grootste moeite de nodige benzine te krijgen. Alle hulde en waardering voor het goede werk, dat de N.B.S. tijdens de bezetting deed en nog doet. Ik gun die jongelui onder haar leden gaarne de nodige ontspanning. Maar is het niet langzamerhand mooi genoeg geweest, is het evenwicht niet verbroken?”

Noot redactie: Het standpunt van Dr. Beck, dat – na ons uit meerdere brieven is gebleken- ook het standpunt is van vele andere doctoren, is volkomen te begrijpen. Indien er benzine beschikbaar is, op welke wijze dan ook, dan zal dit in de allereerste plaats toegewezen moeten worden aan de doctoren. Hun werk mag toch zeker als belangrijk voor de gemeenschap worden beschouwd.
Het is natuurlijk niet zo, dat alle N.B.S. auto´s en motorrijwielen louter en alleen voor de ontspanning der N.B.S. leden rijden.

Op vrijdag, 4 mei 1945: In de krant, een berichtgeving over de N.B.S.

Van de zijde van de N.B.S. verzoekt men opname in de pers van het volgende:
“Aangezien er onder de bevolking misverstanden schijnen te bestaan wat betreft de gedragingen van de leden van de N.B.S. respectievelijk over de wijze waarop door hen controle wordt uitgeoefend, lijkt het den Commandant van de N.B.S. wenselijk het volgende naar voren te brengen.
Er schijnt bij velen de mening te heersen dat inbeslaggenomen goederen, in het bijzonder levensmiddelen, geheel ten gunste van de N.B.S. komen of wel voor eigen doeleinden gebruikt worden.
De Commandant van de N.B.S. wijst er echter nadrukkelijk op, dat alle levensmiddelen aan de ziekenhuizen en quarantainediensten beschikbaar worden gesteld, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, aangevende o.a. de herkomst van de goederen.
Kleine hoeveelheden goederen, welke op straat, of elders, inbeslaggenomen worden, behoeven alleen afgegeven te worden wanneer de N.B.S.´er die de inbeslagneming doorvoert, hiervan een ondertekend bewijs afgeeft, zodat controle op dergelijke posten steeds mogelijk is.
Praktisch alle beschuldigingen in deze zin, tegen de N.B.S. ingebracht, bleken na onderzoek, niet steekhoudend. Wanneer iemand meent gegronde redenen te hebben om zich te moeten beklagen, gelieve hij dit schriftelijk te doen bij de Commandant van de betreffende sectie, onder vermelding van de volledige naam en adres en de werkelijke feiten. De N.B.S. wenst in eerste plaats alle schijn van “Landwachtpraktijken” te vermijden, doch aan de andere kant ook verschoond te blijven van verdachtmakingen, waarvoor geen gronden aanwezig zijn.”

Ontslag van “Blonde Piet” als commandant van de Scholtengevangenis.

Een dag later, op zaterdag, 5 mei 1945, is het dan zover. Piet wordt die dag uitgenodigd om zijn functie over te dragen.
Voordat het zover is gekomen, zullen er beslist gesprekken rondom het functioneren van Piet Alberts plaatsgevonden hebben. Waarschijnlijk is Ben ter Kuile na het incident met Piet, al bezig geweest om een vervanger te kiezen. Daarbij zal hij Gerhard Voogd gevraagd hebben (G. Voogd, die als kampcommandant alle personeelsformulieren in de gevangenis zelf ondertekende.) Gerhard Voogd zal Ben wel duidelijk gemaakt hebben dat het wel eens problemen op zou leveren, als hij kampcommandant zou worden. Gerhard heeft toen een goede bekende van hem, genaamd J.G. Groothuis, die ook werkzaam is in het Marktwezen, voorgesteld. Als vervanger stelt Gerhard Voogd dan zichzelf voor en dan moet er ook nog een nummer drie aangesteld worden. Dit is de heer Makking. Verder is van hem bij mij niets bekend.

Daarna is dit voornemen pas met Piet doorgesproken. Hoe deze gesprekken zijn verlopen, kan ik me alleen maar bij benadering voorstellen. Ik weet bijna zeker dat Piet gekookt heeft van woede. Vijf weken heeft hij, op verzoek, alles wat binnen zijn mogelijkheden lag, gegeven om de gevangenis, ondanks het gebrek aan ervaring van allen die daar werkzaam waren, er het enigszins toonbaar uit te laten zien en dan wordt hem medegedeeld dat hij vervangen wordt. Voor hem is er in die organisatie ineens geen plaats meer. Geen nummer twee en geen nummer drie. Ook geen andere functie, of die moet hem wel aangeboden zijn en hij heeft dit onder deze omstandigheden, van de hand gewezen. 

De brief no. 140 is bestemd voor het Militair Gezag, dus het initiatief om Piet te vervangen gaat puur uit van de kringleiding van de N.B.S. Ben ter Kuile.
De brief luidt als volgt:
“Hierbij bevestig ik schriftelijk de mondelinge overeenkomst van de heren Piet Alberts en Groothuis met de heer Kapitein Marsman van het Militair Gezag, dat de taak van Commandant der Politieke Gevangenis van Piet Alberts overgenomen wordt door de heer Groothuis.
De heer Voogd wordt 1e Plv. Cdt. Der Politieke Gevangenis
en de heer Makking wordt 2e Plv. Cdt. Der Politieke gevangenis.

                                                                     Getekend de plaatselijk commandant.

Dagtekening: 5 mei 1945. Op de personeelslijst van Piet Alberts staat dat hij per 5-5-1945 als commandant is vertrokken. Later is er met potlood overheen geschreven: “Ontslag”

Zoals gezegd, zal de reden dat Piet het veld moet ruimen, zeker te maken hebben met het feit, dat hij schriftelijk en al helemaal administratief niet bij machte is zaken te regelen. Een rapport moet hij door anderen op laten maken. Hij kan alleen als commandant zijn macht uitoefenen door woorden te gebruiken. En zelfs daarin, is hij vaak kort van stuk. Zo onder elkaar, met zijn vrienden, die op een gelijk niveau als hem door het leven gaan, daar kan hij met zijn woorden goed uit de voeten.

Bijvoorbeeld de manier van praten van Piet:
“Ik kom thuis. De telefoon. Johannes aan de lijn. “Piet kun je even komen? Als Johannes belt is er altijd wat aan de hand. Ik pak de fiets bij de kop en er heen…..Johannes:” Piet, zou jij vanavond mee willen doen aan een kraakje?” “Wat is dat een kraak?” “Nou een overval op het huis van bewaring in Almelo, wij moeten daar twee mensen uithalen”. Daar was ik natuurlijk direct voor te vinden, maar na een poosje nagedacht te hebben, begon mijn maag toch wel wat leeg te worden, dus inwendig een beetje bang…….. “
Maar als het om moeilijke bewoordingen aankwam, zeg maar politiek gepraat, dan komt hij niet mee. In zijn latere leven bleek hij wel een goede handelaar te zijn. “Handje contantje” gepaard gaande met een grap en een grol, voor een goede prijs, daarin kende hij zijn weg. Toen de supermarkten in bedrijf gesteld werden, wilde hij zelfs in het begin bij de kassière, nog af pingelen…..

Maar dat hij over zijn kant liet gaan dat bijvoorbeeld G. Voogd, zijn aanstellingsformulier als commandant van de gevangenis, invulde en ondertekende als ware de heer Voogd “kampcommandant”, daar uit blijkt de zwakte van Piet. 
Hij was een goede verzetsman, was nergens bang voor. Heeft het nodige meegemaakt, maar dat wil nog niet zeggen dat hij geschikt is! Waarom ze Piet aanstelden? Piet voerde altijd zijn opdrachten uit, of ze nu moeilijk, vervelend waren of dat zijn leven ervan af hing.
Wie wilde er nu commandant van zo´n gevangenis worden? In het organisatieplan staat deze functie helemaal niet genoemd. Dus eigenlijk is Piet nu al van het functionele-schaakbord verdwenen.

In een gesprek met mevrouw Visschers – Vreeling, de weduwe van Dirk Kloos over Piet als commandant van de gevangenis:
“Ook daar was hij niet geschikt voor. Het was voor hem te hoog gegrepen. In zijn denken was hij ook rechtlijnig. Hij dacht: "Ik heb in de oorlog genoeg gedaan, dus nu moet alles vanzelf gaan". En dat ging dus niet zo.”
Ik begreep na het gesprek met mevrouw Visschers, dat hier twee werelden op elkaar botsen. Haar man Dirk Kloos, midden op het schaakbord en Piet, was zojuist al “lopertje” opgegeven. Piet werd binnen de N.B.S. organisatie geen andere functie meer aangeboden.

 
Machtiging van Piet om Dirk zijn salaris af te laten halen.

Zijn boosheid blijkt wel uit het feit dat hij zijn zwager Dirk Folkers, die hij als adjunctcommandant van de gevangenis had aangesteld een volmacht schreef om zijn salaris af te halen. Met andere woorden. Piet verliet de poorten van de gevangenis Scholten om er nooit meer terug te keren.
Maar het frapante in deze zaak is, dat met het ontslag van Piet, ook meteen Dirk Folkers aan de kant werd geschoven als adjunct commandant. Terwijl op Dirk niets was aan te merken terwijl hij officieel was aangesteld en ook zijn salaris als adjunct commandant uitgetaald kreeg.


Salarisstrook als adjunct commandant van de gevangenis.

Of Dirk het salaris van zijn zwager Piet heeft afgehaald, weet ik niet, want een dag later, op zondag 6 mei 1945, vertrekt ook Dirk. De reden hiervan zal zijn, dat de dag daarvoor de drie anderen de leiding hadden overgenomen en de functie voor hem kwam te vervallen. Ook Dirk zal niet bepaald blij geweest zijn met deze beslissing.

Wat er verder met Piet gebeurde, kunt u vanaf deze site lezen onder http://blondepiet.nl/de-bevrijding-en-dan/

Wie zijn eigenlijk de heren Voogd, Groothuis en Makking?

Groothuis: “Het betreft hier J.G. Groothuis. Hij werd op 14 juni 1939 “bevorderd” op de Gemeentelijke Middelbare Handelsschool. Dus Groothuis is administratief goed onderlegd.

Voogd: “Het betreft hier Gerhard Voogd, hij zou van beroep bakker te Enschede zijn, maar hiervan kan ik niets vinden. In de oorlogsjaren, behoorde hij, samen met zijn dochters Sara en Mijnie, tot één van de vaste medewerkers van Ds. Overduin in het onderbrengen en verzorgen van Joodse onderduikers.

Dat Gerhard Voogd en J.G. Groothuis elkaar kenden blijkt uit een artikel in de krant, van 6 oktober 1946.“Markthandelaren vierden feest” Herdenking dertig jaar bestaan van de Bond.
"
In de geheel, met belangstellenden gevulde concertzaal van Engels, herdacht de afdeling Enschede, van de Centrale Vereniging voor de Markt- Straat- en Rivierhandel gisteravond haar 30 jarig bestaan. De heer G. Voogd, voorzitter van de plaatselijke afdeling deed de openingswoorden en gaf een algemene beschouwing.Voorafgaande aan deze bijeenkomst werden in de ochtend bloemen gelegd op de graven van de ontslapen leden en hielden uit eerbetoon enige ogenblikken stilte. Volgens mededeling van de voorzitter (G.Voogd) keerden van de 30 Joodse leden er slechts 6 in de afdeling terug. De heer J.G. Groothuis huldigde hierna de heer G. Voogd, voor het vele werk, dat hij vooral in de oorlogsjaren, voor de vereniging heeft verricht. En bood hem als dank het boek “De Glorieuzen” van Ed de Neve aan. …”

Op 15 oktober 1951, overleed de heer G. Voogd, na een langdurig ziekbed, op de leeftijd van 60 jaar. Hij was in de kringen van de markthandel een zeer bekend figuur, met hem is heengegaan een man van grote activiteit, begaafd, met een helder verstand. Die de hem toevertrouwde belangen met overtuiging en warmte op een sympathieke wijze wist te verdedigen.
De heer Voogd werd, na zich jarenlang als secretaris verdienstelijk te hebben gemaakt, in 1939 voorzitter van de Enschedese Marktbond. Onder zijn voorzitterschap groeide de E.M.B. tot een organisatie van ruim 300 leden.
Voor de kleinste kooplieden stond hij steeds op de bres met raad en daad. In februari werd de thans overledene gekozen als lid van het hoofdbestuur van de Nederlandse Bond van Marktkooplieden verenigingen.
De heer Voogd was lid van de gemeentelijke adviescommissie voor het marktwezen en het venten alhier. Bij de heropening van de Enschedese handelsvereniging in november 1946 werd de heer Voogd tot bestuurslid van deze vereniging benoemd, welke functie enkele jaren door hem werd vervuld.
In april 1947, werd de thans overledene benoemd tot secretaris van de Centrale vereniging voor de Markt- Straat- en Rivierhandel te Den Haag, terwijl in februari 1949 op de heer Voogd een keuze viel voor het voorzitterschap van deze Centrale vereniging.
Zo kwam zijn werkkracht en inzicht ten goede aan een steeds breder maatschappelijk terrein, waar men in de overledene een moeilijk te vervangen kracht verliest.
Een blijvende herinnering zal worden bewaard aan zijn persoon en aan zijn steeds toegewijde arbeid.


De herinnering zal zich ook uitstrekken tot de kringen der illegaliteit, waarin de heer Voogd zeer veel en belangrijk werk heeft verricht. Onmiddellijk zette hij zich in voor onze Joodse Landgenoten en hij is ook vele anderen tot steun geweest. De heer Voogd moest een tijd doorbrengen in het kamp Vught en heeft gedurende de bezetting ook in Almelo gevangen gezeten. Na de bevrijding was hij enige tijd commandant van de verblijfplaats der politieke delinquenten respectievelijk in de fabriek van J.F. Scholten en zonen, het oude mannen- en vrouwenhuis en van het kamp op het vliegveld Twente.

Later heeft de thans overledene uit zuivere menselijkheid zich de belangen van tal van politieke delinquenten aangetrokken.”

In 1950 is G. Voogd, voorzitter van de Marktbond en J.G.Groothuis secretaris.
De heren Groothuis en Voogd kennen elkaar dus al veel langer, vanuit de middenstand in Enschede.

Uit een advertentie van het dagblad Tubantia, d.d. 5 oktober 1942. Blijkt dat J.G. Groothuis in de textielhandel zit en elke dinsdag op de markt staat. Veder doet hij, of laat hij herstelwerkzaamheden doen aan oud tricot-ondergoed.

Van de heer Makking kan ik niets vinden.

Onzekerheden zelfs na de bevrijding….

De N.B.S. leiding zag zelfs na de bevrijding, grote problemen op zich toekomen, nu de N.B.S. leden schijnbaar hun eigen weg gingen en zich niets aantrokken van de gemaakte afspraken met betrekking tot de arrestatie van personen die tijdens de bezetting “verkeerd” waren geweest.
Hoe kunnen later de instanties, die daartoe bevoegd zijn, de N.B.S. leden overtuigen, dat zij arrestanten, die niets of weinig gedaan hebben, in vrijheid gaan stellen? Daar zullen de jongens van de N.B.S., die de aanhoudingen hebben verricht, geen genoegen mee nemen! Zal er daardoor nog meer anarchie ontstaan? Veel van deze jonge jongens, hebben in de oorlog eigenlijk niets gedaan en zijn nu, na de bevrijding, de gevierde bevrijders, met hun uniform, NBS band en geweer of stengun.
Zij zullen wel even laten zien wie er de baas is en hoe het, na de bevrijding, in Nederland behoort te zijn.

En dan is ook nog de commandant van de gevangenis een N.B.S.´er. Die zal beslist op de hand van deze jongens zijn. Alleen al daarom zal hij vervangen moeten worden. Met andere woorden, er zijn argumenten genoeg om Piet, behalve met zijn tekortkomingen, ook met deze argumenten aan de kant te schuiven.

Ik herinner u aan de woorden over G. Voogd in de krant van 6 oktober 1946:
“Later heeft de thans overledene (G. Voogd) uit zuivere menselijkheid zich de belangen van tal van politieke delinquenten aangetrokken.”

Ik heb het er al over dat Piet, als pion van het schaakbord was gevallen. Ik hoef hier geen namen te noemen, maar als u in mijn geschrevene bepaalde personen volgt, dan komt u er al snel achter dat er velen bij zijn die heel gewiekst handelden en daardoor niet van het schaakbord vielen, maar ook kunt u er net zo veel vinden die zich als het ware “de kaas van het brood lieten eten. En net als Piet weer in “het schaakspelkistje werden opgeborgen.” 

De schrijver L.A Stroink, schrijver van het boek “Stad en Land van Twente”, over het invullen van het functie schema:
“Intussen werd, niet zonder moeilijkheden, een schema opgesteld voor het functioneren van het burgerlijk gezag, nadat de Duitsers zouden zijn verdwenen. Moeizame besprekingen zijn hieraan gewijd. Deze kwestie werd eerst geregeld, nadat Enschede was bevrijd, om precies te zijn, een uur na de volledige bevrijding van de stad. Maar voordat in Enschede de vlaggen konden worden gehesen, was er een moeilijk, gevaarlijk en zenuwslopend werk verricht. Want weer doken in eigen kring figuren op, die men niet het volle vertrouwen wilde schenken, figuren die schrik en ontsteltenis verspreidden en illegalen weer naar hun schuilplaats dreven. Er volgden zelfs deportaties van illegalen, anderen werden op dood spoor gezet..”

Dat zijn toch heel merkwaardige woorden, maar gezien de vele toestanden op dat moment, kan ik me voorstellen dat er zowel personen zijn, die door hun verleden, nu in moeilijkheden komen en er personen bij zijn die men zachtjes op zij wil duwen of dit op dat moment al gedaan hebben.

Deze merkwaardige woorden van L.A. Stroink, sluiten misschien wel ergens aan op de woorden in het boek van A. Bekkenkamp “Leendert Overduin”
Op vrijdag 4 mei 1945; op de dag dat de leiding van de N.B.S. via publiciteit in de kranten zich verdedigd met betrekking het optreden van de N.B.S. leden; vindt er op het stadhuis te Enschede een overleg plaats van vertegenwoordigers van de Binnenlandse Strijdkrachten en van het Militair Gezag, onder leiding van de M.G. afgevaardigde Dr. Ir. W.J.Oosterkamp:
Tijdens dit overleg worden twee “adviescommissies” opgericht:

De commissie “A”: “De commissie van de illegaliteit”.
In deze commissie nemen plaats: Ina Blijdenstein, Ali Wissink, Klaas Bootsma, Lansink, Klaas Straatman, Prins, Van Hoorn, Ben ter Kuile, kapelaan van de Brink, Ds. Overduin.

Door mij kort samen gevat: In de commissie zitten personen van stand uit de textiel, Verzetslieden die zich midden op het schaakbord hebben kunnen handhaven. En mensen die zich bezig hielden met de onderduikersorganisaties.

De commissie “B”: “De commissie Militair Gezag op politiek beleid”.
In deze commissie nemen plaats: Mulder en Breteler beiden van de L.O. Kapelaan van de Brink, (RK), Blok (SDAP), Wissink (CPN), Prins (Spoorwegen), Overduin (Joden), Vunderink (Distributie), Nico Herman ter Kuile( N.B.S.) en Ben ter Kuile (Niet Strijdend Gedeelte va, de N.B.S.).

Door mij kort samengevat: In deze commissie zitten weer leden van de onderduikersorganisaties, verder politieke figuren en vooraanstaanden van industrie en vervoer.

Drie personen werden in beide commissies benoemd. Dit zijn: Ben ter Kuile, kapelaan van de Brink en Ds. Overduin. Terecht maakt de schrijver Bekkenkamp over deze commissies opmerkingen. Vooral over commissie “B”. Hij schrijft:
“De samenstelling van de tweede commissie is onbegrijpelijk. De kapelaan zit er voor de rooms-katholieken en wie dan voor de protestanten? Linkse partijen zijn vertegenwoordigd, maar de rechtse niet! En men zou willen weten waarom achter de naam van Ds. Overduin de naam “Joden” staat. Deze installatie werd niet gepubliceerd, taakomschrijving en notulen zijn er evenmin. Waarschijnlijk is er van het werk van deze overhaast ingestelde commissies niets terecht gekomen.”

Zoals gezegd, deze commissies werden niet voor niets georganiseerd. Wanneer je de personele invulling van de commissies bekijkt, doet het me voorkomen alsof deze ervoor zorg moesten dragen dat er na de bevrijding geen anarchie en machtsstrijd onder verzetsmensen zou ontstaan en mogelijke communistische (CPN) activiteiten daarmee tevens de kop in te drukken. Dit kan alleen als de vertegenwoordigers van alle politieke partijen, alle kerken en alle militairische en niet militairische  organisaties in deze commissies vertegenwoordigd zijn.

Op donderdag  de 10e mei 1945 wordt de N.B.S. officieel ontbonden. Dit gaat gepaard met feestelijkheden.

Herdenkinsplechtigheid

Op vrijdag, 11 mei 1945, werd een plechtigheid gehouden voor de gevallen militairen in de meidagen 1940 en een aandenken aan hen, die tijdens de bezetting als gevolg van het nazi terreur, het leven lieten.
Een kleine stoet, bestaande een vertegenwoordiger van het gemeentebestuur, manschappen van de grenswacht, de N.B.S. en een muziekkorps trok onder tromgeroffel langs de graven.
Des middags vond voor het stadhuis een defilé plaats, waaraan o.a. werd deelgenomen door onderdelen van de N.B.S., de Grenswacht Compagnie Enschede, de Grensbewaking, spoorwegpersoneel, oud illegale werkers(sters) en een deputatie van de Enschedese politie. Na dit defilé werd naar het Sportclubterrein gemarcheerd, waar het woord werd gevoerd door de heer B.J.ter Kuile Jr., plaatselijk Commandant der N.B.S. en de waarnemend burgemeester Mr. J.W.A. van Hattum.    

Incident in de politieke gevangenis.

Vóór zaterdag, de 19emei 1945; de heer J.G. Groothuis is dan, al ruim 14 dagen, als opvolger van Piet Alberts, als directeur van de Scholtengevangenis werkzaam; wordt het navolgende incident door de Commissaris van Politie te Enschede gemeld.

Aldus Ben ter Kuile: “Diezelfde dag kwam er een rapport over onze bewakers van de politieke gevangenis, van de hand van de Commissaris van Politie, waarin werd medegedeeld, dat enkele bewakers foute meisjes hadden meegenomen uit de gevangenis en hiermee……bruiloft gingen vieren. De zaalwachteres werd, toen genoemden dronken terug kwamen, medegedeeld, dat ze zou worden neergeschoten. De zaalwachteres moest 2 uur tegen de muur staan! Zowaar een fraaie toestand, die tot gevolg had, dat de Commandant van de gevangenis moest worden vervangen om van strafvervolging en ontslag maar niet te spreken.”

Opmerking: Zo, daar is Ben ter Kuile weer. De volgende gevangeniscommandant moet het ontgelden. Net als in de politiek, de hoogste in functie is verantwoordelijk al kan hij er zelf niets aan doen. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor dit incident. Als hij daar zelf niet bij betrokken is geweest, wat ik aanneem, lijkt het mij dat hij daar de schuld niet van krijgen kan en zijn het alleen de daders, zijnde leden van de N.B.S. die ter verantwoording geroepen dienen te worden. Ik kan verder van dit voorval niets vinden. Het rapport is afkomstig van de commissaris van politie te Enschede en zal daar ook wel aanhangig gemaakt zijn, waarna de verdere afhandeling werd verzorgd door Ben ter Kuile.
Er werd verder geen publiciteit aan gegeven. Mijns inziens was het beter geweest, wanneer dit incident wél was gepubliceerd en openbaar kenbaar gemaakt dat tegen de daders een onderzoek zal worden ingesteld en disciplinaire straffen zullen volgen. Dat was dan tevens een goede waarschuwing geweest om in de toekomst dergelijke zaken na te laten.

Nu is de heer Gerhard Voogd aan de beurt om “het roer” als commandant van de politieke gevangenis Scholten over te nemen.

Vlektyfus in de gevangenis.

Op vrijdag, 25-5-1945, staat een Artikel in de krant met geruchten over vlektyfus.
“Ons bereikten geruchten dat er in de politieke gevangenis bij Scholten, Haaksbergerstraat, vlektyfus zou zijn uitgebroken. Wij hebben ons in verbinding gesteld met de commandant, die mede deelde één en ander sterk overdreven is. Er is in het geheel geen sprake van verontrustende “gevallen” van vlektyfus. Het betreft hier enkel en alleen van één gevangene die uit Duitsland naar Scholten was overgebracht en die enkele symptomen van de gevreesde ziekte vertoonde. Hij werd direct in afzondering gesteld en overgebracht naar de tyfus barak van het algemeen ziekenhuis in Enschede. Hiermede werd dit ene geval gelokaliseerd door snel ingrijpen. Ten overvloede werd nog het hele gebouw aan een grondige zuivering onderworpen, zodat alles in het werk gesteld werd om een eventuele uitbreiding van de ziekte te voorkomen.”

 

Opheffing N.B.S. Enschede.

Op woensdag, 30 mei 1945 staat een “Algemene Bekendmaking” in de krant:
“Het plaatselijke commando N.B.S. Enschede is met ingang van 27 mei 1945 opgeheven. Zij heeft haar functie en troepen aan de normale instanties en nieuwe legeronderdelen overgedragen.
Het afwikkelingsbureau Plaatselijke Commando NBS, m Marktstraat 13. Dit bureau is nog geopend tot 15 juni. Daarna wordt het tevens opgeheven.”

Klaas Straatman geeft een interview over de  K.P. en N.B.S.

Op woensdag, 30-5-1945, geeft Klaas Straatman in een interview aan de krant, uitleg over het verzet van de KP en NBS.

Ingezonden stuk van een lezer van het dagblad “De Waarheid” over de N.S.B.´ers.

Op dezelfde dag dat Straatman het interview geeft, schreef een lezer in “de Waarheid” onder “Kort en Bondig” het volgende:
“Men krijgt de indruk, dat in de Politieke Gevangenis bij Scholten, de heren N.S.B.´ers, allen de binnen baantjes hebben en de arbeiders N.S.B.´ers buiten, in de z.g. werkobjecten tewerk worden gesteld. Hier wordt met twee maten gemeten. Ook de N.S.B.´ers van stand naar buiten, die willen we ook wel eens zien, buiten aan het werk. Binnenkort zal de eerste groep N.S.B.´ers naar de N.O. polder vertrekken en daar tewerk worden gesteld. Met keurig nette kaal geschoren koppen, gaan ze naar de polder, waar hun Duitse vrienden Nederlandse arbeiders met beloften van hoge lonen en extra voeding heen lokten.”

Zaterdag, 2 juni 1945 Een artikel in “De Waarheid” over de “politieke” gevangenis Scholten,
onder de rubriek:  “Stemmen van onze lezers”:
“De naam “politieke” is totaal onjuist en is een belediging voor de politici. Zij mag in dit geval niet eens gebruikt worden. In Scholten zitten landverraders, collaborateurs en zij, die met de vijand hebben geheuld. In deze gevangenis gebeuren dingen, die mij niet juist toe schijnen. Er is namelijk ook een kleermakersafdeling, waar een N.S.B. kleermaker aan het werk is met een mantelpakje bestemd voor een vrouw van één der commandanten, de heer Haasjes. Wij gunnen deze vrouw graag een mantelpakje, maar laat ze dit door een naaister of kleermaker buiten de gevangenis laten maken, dan kunnen die er ook wat aan verdienen.” Bericht: G. van t`Reve Enschede.

Begin juni 1945: Artikel in de krant: “Ontvoering van ex- Politie Korpschef Berends.”

“Een grote groep gewapende mannen verscheen voor de gevangenis Scholten en eiste dat de vroegere politiekapitein Berends aan de groep moest worden uitgeleverd.
De gevangeniscommandant zwichtte toen voor de overmacht en leverde Berends aan de groep uit.

Naar aanleiding hiervan de mening van de journalisten van de krant “Trouw”:
“Wij hebben over dit geval met opzet niet geschreven. Nu de willekeurige handelingen en ontvoeringen echter voortgaan, eisen wij dat hieraan een einde komt. We leven in een Rechtstaat en niet in een land waar willekeurige gewapende groepen naar believen kunnen optreden. Is het Gezag ter plaatse niet bij machte dit te doen, dan moet van hoger hand worden ingegrepen.”

Even teug komen over wat de heer Evert Hemken hierover heeft gezegd:
“Ook moest de oud Korpschef Berends “een bijzonder verhoor” ondergaan, afgenomen door leden van het verzet. Dit verhoor ging buiten de normale wegen om van die instanties, die bevoegd waren om deze verhoren te doen. Dit verhoor is ook niet bij een tribunaal kenbaar gemaakt, maar ging zijn eigen leven lijden.
Als voetnoot in het boek “De Ondergrondse” van C. Hilbrink, staat het volgende te lezen:
“Na de bevrijding is Berends is door 3 leden van de NBS, onder wie Dirk Kloos, (uit de Scholtengevangenis) ontvoerd en hij werd gedwongen een rapport te schrijven over zijn functioneren bij de politie. Bevreesd dat men hem zou vermoorden heeft Berends hierin uitgebreid verslag gedaan van zijn opsporingsactiviteiten in Amsterdam, Deventer en Enschede. In zijn rapport staan behalve allerlei affaires, zoals over de moord op de Enschedese politie-inspecteur Pieter Kaay, ook een aantal Enschedese collaborateurs en hun activiteiten beschreven.

Over dit incident, dat ik ook al beschreven heb op de page gewijd aan Antonie Berends op deze website (
http://blondepiet.nl/antonie-berends/ ) heb ik toch een aantal opmerkingen en vragen:

“Ik vraag me af wat er juist is. Was het een grote groep gewapende mannen die de uitlevering van Berends eisten? Of waren het slechts drie personen onder wie Dirk Kloos. Dirk Kloos was de commandant van de militaire politie en had tot taak gekregen om misstanden gepleegd door leden van de N.B.S. te onderzoeken.
In ieder geval; hoe je ook over Berends denkt en wat voor haatgevoelen je ook hebt; je kunt niet voor eigen rechter spelen. Berends was gevangen gezet, om het beïnvloeden van de rechtsspraak en ontvluchting te voorkomen. Maar hij zat daar ook om hem te beschermen tegen personen die wraak op hem wilden uitoefenen.
Juist nu, heeft hij met betrekking tot het laatste, die bescherming niet gekregen. Persoonlijk vind ik dit een ernstig vergrijp en als de N.B.S. leiding, in hoeverre die na 10 mei nog bevoegd is consequent wil blijven, moet ook de op dat moment commanderende heer G. Voogd het veld ruimen. Maar dit is niet gedaan. Ook tegen Dirk Kloos en zijn mannen hadden gerechtelijke stappen ondernomen moeten worden. De verhoren die met Berends zijn gevoerd, zijn nooit openbaar geworden. Deze zijn op dit moment in het bezit van de schrijver Hilbrink.
In ieder geval kun je op dat moment niet meer spreken over de rechtstaat Nederland, als je deze maffiapraktijken in ogenschouw neemt.
De journalisten van het dagblad “Trouw” hebben daarin groot gelijk.
Verder, was de tijd dat Berends in een cel in het bureau van politie te Enschede zat, voor hem een veiliger plek. Daar liet de M.P. onder Dirk Kloos zich niet zien, omdat hij wel wist dat hij dan problemen met het politieapparaat zou krijgen. De verhouding N.B.S. en politie was toch al niet optimaal te noemen.”

De affaire Jordaan 1

Op zaterdag, 9 juni 1945, stond In het dagblad “de Waarheid” te lezen, onder “Twents nieuws.” “Landverraders moeten gestraft worden.”
“Bij Scholten zit op het ogenblik de fabrikant Jordaan uit Haaksbergen. Deze man was tot 1940 lid van de NSB. Het is dus één van die mannen die met hun kapitaal de NSB hebben opgebouwd. Gisteren kwam er een bevel dat deze man vrij gelaten moest worden.
De mannen van de bewakingsdienst en de M.P. keurden deze vrijlating niet goed, temeer daar er geruchten liepen, dat Jordaan in 1942 en misschien in 1943 de NSB geldelijk steunde. De jongens dreigden Jordaan te zullen neerschieten zodra hij een stap buiten de gevangenis zou doen.
De verschillende verantwoordelijke personen beraadslaagden toen, waar Jordaan bij stond, het geen op zichzelf al volkomen misplaatst was.
Toen men Jordaan fouilleerde, vond men een brief op hem, die hij voor één van zijn lotgenoten uit de gevangenis had willen smokkelen. De commissaris van politie legde tegenover de bewakingsdienst en de troepen van de M.P. een verklaring af, dat de Commissie van Onderzoek, toen zij de in vrijheidstelling van Jordaan gelastten, niets wisten van de geruchten die er liepen omtrent de geldelijke steun aan de NSB. Naar aanleiding van het onderhoud, dat de commandant van de M.P. bewakingstroepen (Dirk Kloos) met het militaire gezag heeft gehad en waarin deze nieuwe feiten naar voren werden gebracht, is Jordaan toch eerst in vrijheid gesteld, maar direct daarop weer gearresteerd.
Opmerking van de journalist: “De jongens van de bewakingstroepen en de M.P. hadden ten minste die voldoening, dat zij de plannen van Jordaan´s vriendjes hebben kunnen doorkruisen. Zij zijn eenstemmig van mening dat de NSB –“heren”. De handen boven het hoofd wordt gehouden, terwijl de kleine NSB-ertjes aan het volk worden voorgezet.
Het loopt toch waarlijk de spuigaten uit, dat de NSB´ers in rangen en standen verdeeld worden. Landverraders zijn landverraders en zij, die rijke NSB´ers boven arme NSB´ers bevoordelen, of liever gezegd, zij die de NSB´ers, hoe dan ook de handen boven het hoofd houden zijn zelf nog erger dan landverraders.
Majoor Pierson van het M.G. heeft zoals altijd deze aangelegenheid eerlijk en objectief behandeld en een werkelijk goede beslissing in deze genomen, door Jordaan weer in arrest te stellen.”

Mijn opmerking: Ook hier lopen weer veel belangen door elkaar. De journalist spreekt over NSB-heren en NSB-ertjes.
De textielfabrikant Jordaan, wilde men kennelijk weer vrij laten omdat zijn fabriek weer op gang moest komen. Dat is goed voor de werkgelegenheid. Hij was bij de NSB geweest, daar is hij zelf tijdens verhoren ook duidelijk over geweest.
Toen de beslissing genomen werd om hem in vrijheid te stellen, keurden de mannen van de “bewakingsdienst” (voormalige NBS-ers die nu een vaste functie binnen het bewakingssysteem hadden gekregen) en de M.P. De militaire Politie, zijnde de groep van Dirk Kloos, die ook eigenmachtig Berends uit de gevangenis had gehaald, dit af.
Deze mannen maken er zo´n rel van dat uiteindelijk met listige kunstgrepen Jordaan eerst vrij wordt gelaten en daarna direct, voor een nieuwe vergrijp, wordt ingesloten. Het gaat dan om het verlenen van geldelijke steun aan de NSB in oorlogstijd.
We moeten dan vooral maar niet kijken wat de overige fabrikanten in de oorlogstijd allemaal voor de Duitsers geproduceerd hebben. Zij verdienden goed aan de Duitsers en aan de andere kant steunden zij het verzet financieel. 
Kortom de nieuwe beschuldigingen tegen Jordaan, die nogal vaag waren, hadden onderzocht kunnen worden en hij zou daar later voor een tribunaal of een gerecht ter verantwoording geroepen kunnen worden.

Onterechte arrestatie.

Het volgende voorval gepleegd In de nacht van zaterdag op zondag de 9e /10e juni 1945, werd in Trouw d.d. 12 juni 1945, beschreven.
“…Werd R, een ingezetene van Enschede van zijn bed gelicht. Niemand had hier opdracht voor gegeven. De betrokkenen meenden echter, dar R niet vrij mocht rondlopen, daarom organiseerden ze op eigen houtje de gevangenneming en brachten ze R naar de politieke gevangenis Scholten, waar hij echter direct weer werd vrijgelaten.”

Of het dezelfde personen waren als bij het geval Jordaan, is mij niet bekend, maar hier gebeurt het weer. De degeneratie van een rechtstaat. Op eigen initiatief mensen arresteren, omdat één of meerdere personen vonden dat de persoon dat verdiend had. Eigenlijk had de hele groep ontslagen moeten worden. Dit zijn mensen die niet weten wat een rechtstaat is.

SS-gevangenen van Scholten naar Ommen.

Op maandag, 11 juni 1945, in de plaatselijke krant: “S.S. gevangenen naar Ommen.”
“vrijdag is een transport van 60 SS mannen uit de politieke gevangenis “Scholten” gevoerd, naar een nieuw kamp “Laarbrug” bij Ommen. Het betrof hier personen, die als repatriërende getracht hadden de grens te passeren en daar zijn aangehouden en tijdelijk waren ondergebracht bij “Scholten”. Er werd ons medegedeeld dat de SS´ers, hier zullen verblijven, totdat het tribunaal zich er over uitspreekt.

Klachten over terreur..

Op dinsdag, 12 juni 1945, stond er in de krant “Trouw”: “Leven wij in een Rechtsstaat?
“Er zijn de laatste tijd in Enschede dingen gebeurd die verdacht veel beginnen te lijken op terreur. Bepaalde groepen gewapende lieden treden volkomen eigenmachtig op en het schijnt dat er geen hogere autoriteit is, die met krachtige hand ingrijpt en zich werkelijk drager van het gezag voelt.”

De affaire Jordaan 2.

Op dezelfde dag in het dagblad Trouw gericht op -Haaksbergen.
Het geval Jordaan:
“Sinds enige tijd is in de politieke gevangenis te Enschede, een lid van de familie Jordaan ingesloten. In verband met het geen in “De Waarheid” hieromtrent is gepubliceerd, wordt ons van gezaghebbende zijde te Haaksbergen verzocht er op te willen wijzen, dat J. reeds in januari 1940 heeft bedankt als lid van de N.S.B.
Hij werd echter gearresteerd omdat hij volgens een vroegere belofte enige geldelijke steun heeft verleend aan het kringhuis der N.S.B. Gedurende de bezettingsjaren heeft de heer Jordaan zich echter, niet in het minst bij de Haaksbergse illegale beweging, laten kennen als een goed vaderlander.
Hij stond steeds klaar piloten, ondergedoken Joden en andere onderduikers te voorzien van kleding. Financiële steun verleende hij in belangrijke mate. Hij hielp ook persoonlijk, een wagen met chauffeur stelde hij steeds ter beschikking en zo werd Dirk Jordaan door de illegale werkers inderdaad als een medestrijder beschouwd.
De illegale beweging in Haaksbergen wil echter in elk geval dat deze zaak recht wordt gedaan. Voor het verlenen van geldelijke steun aan het kringhuis der N.S.B. na 1 februari 1941 zal hij zich t.z.t. voor het tribunaal hebben te verantwoorden.
Dat hij echter, als oud illegaal werker uit de politieke gevangenis moet worden ontslagen, kan toch allerminst, zo schrijft men ons, worden aangemerkt als “vriendjespolitiek” of “bevoorrechting” van het kapitaal, temeer omdat tegelijkertijd drie andere Haaksbergers werden vrijgelaten, die na 1 februari 1941 lid of sympathiserend lid van de N.S.B. zijn geweest.

Huwelijk Antoon Alberts.

Op zaterdag, 16 juni 1945, De oudste broer van Piet, Antoon en trouwt met Jits Huisman. Antoon is ook als bewaker in het Scholtencomplex aangesteld.
 

De affaire Jordaan 3.

Maandag, 25 juni 1945, In “De Waarheid” “Jordaan ontslagen. De volkswil met voeten getreden”.
“Tot onze heftige verontwaardiging vernamen wij dat de geldschieter en medeoprichter van de N.S.B., de fabrikant Jordaan uit Haaksbergen, gistermiddag uit de politieke gevangenis bij Scholten is ontslagen. Wij hebben reeds voor enige tijd op deze zaak gewezen als een typisch geval van meten met twee maten. Al een paar weken geleden zou deze beruchte N.S.B.-er ontslagen worden en het is aan de waakzaamheid van de N.B.S. te danken dat dit niet gebeurde. De bewakingstroepen dreigden toen Jordaan neer te zullen schieten indien hij een voet buiten het gebouw zette.
Tegenover dit besliste optreden haalden de autoriteiten bakzeil en stelden de verrader weer in arrest.
Gistermiddag zag men echter de kans schoon en Jordaan werd door de leider van de gevangenis, Voogd, naar buiten gebracht. De wachtpost die zijn geweer in aanslag bracht, werd het wapen door Voogd afgenomen: Deze stelde zich tussen het wapen en de N.S.B.-er en zei dat als er geschoten werd, er maar twee doden moesten vallen. Dit is dezelfde Voogd, die in de bezettingstijd illegaal werkte…..
Daarna reden Jordaan en Voogd in de auto van de commandant weg, in de richting van Haaksbergen. Naar de jongens ons nog mededeelden, is de vrijlating verricht op last van het Militair Gezag:
Onder de bewakingstroepen is hiertegen een vel protest opgelaaid. Toen één van hen dit te kennen gaf, werd hij door de commandant op staande voet ontslagen.
Vanochtend om 09.00 uur zouden de jongens in een vergadering eisen, dat hun kameraad weer in dienst terug werd genomen, anders zouden allen hun ontslag indienen.
Deze hele aangelegenheid is een slag in het gezicht van ons volk, dat bestraffing van dergelijke misdadigers eist.
Het is ook een slag tegen de kameraden van de ondergrondse beweging, die zovele offers in hun strijd tegen het fascisme gebracht hebben. Wij eisen recht!
Wij eisen het onmiddellijk weer in arrest stellen van de landverrader Jordaan. In Amsterdam de Vilder, in Enschede Jordaan, maar bij het in bescherming nemen van de misdadigers van de N.S.B. kan ons volk zich niet neerleggen.”

 

Verplaatsing arrestanten van Scholten naar Ommen.

Op vrijdag, 29-6-1945, de vermelding in de krant:  “Opgeruimd staat netjes.”
“Donderdagmiddag vertrokken uit de gevangenis van “Scholten” een groot aantal landverraders. In auto´s werden zij naar een concentratiekamp bij Ommen overgebracht. Zij komen nu daar, waar zij zelf zoveel van onze landgenoten gemarteld en gedood hebben.”

Op donderdag 5 juli 1945, viert “Blonde Piet” zijn 27e verjaardag.

Een zuster van “Blonde Piet trouwt.

Op Zaterdag, 7 juli 1945 trouwt een zuster van Piet met Hendrik Foekens, die ook als bewaker in het Scholtencomplex dienst doet.

Dinsdag, 10 juli 1945: In de krant: “Landverraders ontvlucht.”

“Volgens nog niet bevestigde berichten zijn uit de gevangenis “Scholten” 6 SS-mannen ontvlucht. De NBS patrouilleerde vannacht en had bevel ieder die over de weg kwam, ter legitimatie aan te houden. Aangezien niet ieder direct op bevel stil stond, werd Enschede verschillende malen opgeschrikt door schoten. Wij vragen ons in stomme verwondering af hoe zulk een ontvluchting mogelijk kan zijn.”

Op woensdag, 11-7-1945: Vermelding in de krant dat de ontvluchting, onware geruchten zijn.
“De commandant van de politieke gevangenis “Scholten” ontkent ten stelligste de geruchten dat uit genoemde gevangen ontvlucht  zouden zijn.

Wandaden van arbeiders op het vliegveld

Maandag, 16-7-1945 : Vermelding in de krant over wandaden op het vliegveld Twente.
“Arbeiders op het vliegveld, die de barakken aldaar met nieuwe dakpannen moesten voorzien en de beschikking hadden over 2 kleuren, namelijk rode en zwarte, kwamen op het idee om een hakenkruis van deze twee kleuren op het dak te leggen. De Engelse kapitein Leeuwis zag als straf, om de daders een paar dagen op te nemen in de politieke gevangenis Scholten.

Protesten tegen vrijlating NSB vrouw.

Op donderdag, 19 juni 1945 stond een ingezonden stuk in “De Waarheid”.
Een lezer schrijft ons:
“Tot grote ergernis van de bewoners van de Lipperkerkstraat werd de verraadster Wesseling uit de gevangenis Scholten ontslagen. Wij vragen ons hoe het mogelijk is dat deze gevaarlijke vrouw, de beste vriendin van Van Liemburg en de S.D. de beste propagandiste van het Arbeidsfront en Winterhulp, nu op vrije voeten loopt. De vrouw, die de grens over trok wanneer het haar beliefde, kan nu illegaal gaan werken. Hoeveel leed heeft deze vrouw al niet over de huisgezinnen gebracht. Zulke mensen zijn een gevaar voor de gemeenschap en behoren voor altijd onschadelijk gemaakt te worden. Het wordt tijd dat wij een regering krijgen van flinke mannen. Als het zo doorgaat met het op vrije voeten laten van N.S.B.-ers en ander gespuis dan kan ons volk daar geen genoegen mee nemen. Vijf jaar lang hebben wij ons geërgerd aan de moffen, groter is de ergernis nu al dat gespuis nog rond loopt. Vijf jaar lang heeft: “Radio Oranje” omgeroepen: “Elke verrader zal gestraft worden!” Vijf jaar van bedrog. Is dat de dank aan de illegale werkers? Dat is het toppunt!

Veruit de meeste kritiek over vrijlatingen komen uit de hoek van de communisten. Daar waar de leiders van de N.B.S. en het Militair Gezag, zo kort na de bevrijding bang voor waren.
Maar dit keer geen gewapende N.B.S. ers die hun ongenoegen kenbaar maken maar gewoon iemand die een stuk in de krant schrijft. Dat noemen we tegenwoordig “vrijheid van meningsuiting”. Woorden die zo kort na de oorlog nog bijna onbekend waren.”

Vrijdag, 20-6-1945 , In “De waarheid”. “Langzaam op de goede weg.”

De toestand in de politieke gevangenis Scholten wordt wat “gevangenisachtiger”. Vanaf gisteren mogen zieke N.S.B.-ers niet meer naar huis: Het zal velen verheugen dat deze maatregel eindelijk afgekondigd is, daar bekend is hoeveel misbruik gemaakt werd van een dergelijk “ziekteverlof”. Overigens is in de gevangenis een keurige ziekenafdeling aanwezig die aan alle hygiënische eisen voldoet.

De eis der illegaliteit.

Op woensdag, 1 augustus 1945. Stond in “De Waarheid” het volgende te lezen:
“De eis der illegaliteit.”
“Gisteravond (31 juli 1945) spraken Frits de Zwerver en Pater Bleijs voor de geheel gevulde kerk aan de Haaksbergerstraat en wij vermoeden dat de vergadering in de Lasonderkerk niet minder belangstelling getrokken zal hebben. Deze vergaderingen waren georganiseerd door de LO, de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Frits de Zwerver belichtte in de eerste plaats in een interessant betoog het werk van de illegale werkers. Het leven van den illegale werker was mooi, aldus deze spreker, omdat dit werken een offer voor zijn medemens betekende. Pater Bleijs begon zijn uiteenzetting met de opmerking, dat het verzet georganiseerd was in verschillende organisaties, die echter onderling zo met elkaar verbonden waren, dat de Gestapo, volgens haar eigen zeggen, nooit volledig vat hierop heeft kunnen krijgen.
Het eigenaardige van het verzet is geweest, dat met het aantal slachtoffers het aantal medewerkers groeide. Velen zeggen, aldus de Pater, nu is de taak van de illegaliteit voorbij en kunnen wij het werk weer overnemen. Inderdaad, het werk van de illegaliteit is voorbij, de tijd van overvallen op distributiebureaus is voorbij. Maar de geest, die in het verzet is ontstaan, waarin duizenden hun leven hebben gegeven, moet echter blijven bestaan. De geest van persoonlijke belangeloosheid bij het werk. De geest van zichzelf uitschakelen de geest van het zichzelf inzetten voor een ander moet blijven bestaan. De geest van het christendom, in zijn reinste betekenis.
Wij eisen dat al degenen, die thans leiding geven, in deze geest hun werk doen. In deze geest eisen wij ook, dat de zuivering zal geschieden. Wij zullen er dan ook niet mede akkoord gaan, dat sleutelposities in het bestaan van ons volk worden ingenomen door slappelingen of egoïsten.
Die kunnen ons volk niet groot krijgen. Daarvoor hebben wij mensen nodig die zichzelf weer kunnen uitschakelen en geen misbruik maken.”

Uit de woorden van de pater valt op te maken dat hij het zeker niet met de gang van zaken, in de nieuwe organisatie van het gemeentelijk en landelijke bestuur, eens is. Hij verwoord eigenlijk woorden die “Blonde Piet” had willen zeggen, maar het zelf nooit zo kon verwoorden.

NSB-ster gearresteerd.”

In de krant vor Oldenzaal, “woensdag, 8 augustus 1945, heeft de gemeentepolitie gearresteerd mej. Frijters-Lette, een zeer bekende ingezetene van Oldenzaal. Deze NSB-ster is naar de politieke gevangenis Scholten te Enschede overgebracht.

 

Vrouwelijke politieke gevangenen naar de Noord-Oostpolder.

Op vrijdag, 10 augustus 1945. Stond deze vermelding in de krant:
“Gistermorgen is een transport van 50 vrouwen uit de politieke gevangenis bij Scholten vertrokken naar kamp “Marknesser Zuid” in de Noordoostpolder.  Ze moeten daar stop- en verstelwerk verrichten voor aldaar te werk gestelde gevangenen. Heden morgen is weer een transport van 50 vrouwen voor dit doel vertrokken.”

Protesten over vrijlating N.S.B.´er

Op maandag, 27 augustis1945: stonden “Oldenzaalse protesten” tegen vrijlating van een NSB´er, in de krant te lezen. (Politieke Opsporings Dienst)

“Door het Militair Gezag was het de politiek gevangene Emil F. W. Heidemann, wegens ziekte, toegestaan in plaats van in de gevangenis Scholten, weer thuis te worden verpleegd. Zo werd dan H. vrijdagavond per ziekenauto in de Boterstraat aan zijn woning afgezet. Oldenzaal is hierover zeer slecht te spreken, immers Emil was: Lid van de N.S.B., opzichter der Technische Noodhulp, afdeling Oldenzaal, lid van de Nederlandse Volksdienst, colporteur voor Winterhulp en Frontzorg.
Als lid van het Armbestuur negeerde hij elke doktersverklaring. Bovendien was Emil een fanatieke Naziaanhanger. Emils oudste zoon was de beruchte S.S. man uit de omtrek. Zijn tweede zoon is als lid van de Landwacht door de Amerikanen in België gevangen genomen. Zijn derde zoon was lid van de Duitse marine en zijn dochter lid van de Jeugdstorm. Tot slot zij vermeldt, dat Emil slechts last heeft van reumatiek!!!
Zaterdag te plm. Half elf hebben enige personen hun misnoegen over Emil´s ontslag op ondubbelzinnige wijze kenbaar gemaakt. Voor de woning van Emil, werd met behulp van benzine een vuur ontstoken, waarna men de ruiten van de bovenverdieping met lege flessen verbrijzelde. De politie stelde een onderzoek in, doch ontdekte van de daders geen spoor…Naar aanleiding van dit voorval is Emil opnieuw gearresteerd en weer naar de politieke gevangenis in Enschede overgebracht.”
Opmerking: Weer krijgen de burgers het recht om met geweld er voor te zorgen dat een vrijlating werd ingetrokken, alhoewel in dit geval het ook een zelfbescherming voor de arrestant is geweest. Steeds weer blijkt hoe diep de haat nog onder de bevolking zit jegens bepaalde personen.

En “Blonde Piet”?

Dindsdag, 16 oktober1945. Vanaf 5 mei tot 16 oktober 1945, is Piet even bij mij uit beeld. Dat hij door werd betaald als commandant van de gevangenis, lijkt mij niet mogelijk ook al omdat er op zijn kaart, onder opmerkingen het woord ontslag geschreven werd. Toch zal men hem niet onbemiddeld achter gelaten hebben. Dat zou toch een blamage geweest zijn. Uit zijn latere leven blijkt dat hij niets meer met Ter Kuile van doen wilde hebben. De enige fabrikant die echt iets voor hem heeft gedaan is Nico Herman van Heek. Hij heeft daar zelfs eind 1944 met zijn vrouw een tijdje ondergedoken gezeten. Piet besluit dan maar militair te worden om uitgezonden te worden naar Nederlands Indië en wordt op dinsdag, 16 oktober 1945, geplaatst bij de 2e compagnie Gezagstroepen, 4e militaire afdeling Twente.
Mevrouw Visscher- Vreeling, de weduwe van Dirk Kloos over “Blonde Piet.”
“Een voorbeeld hoe je vader was. Toen hij klaar was met zijn militaire opleiding en naar Indië zou vertrekken, hebben Friso van Hoorn en mijn man Dirk Kloos hem naar Zwolle gebracht. Daar moest hij op de trein. Toen mijn man terugkwam en ik hem vroeg hoe het met Piet vergaan was, zei Dirk. Hij is al weer terug in Enschede. Hij was er nog sneller weer dan wij. Hij gaat niet naar Indië. In Zwolle heeft hij zich plotseling bedacht. Zo was Piet altijd. Impulsief…….

Piet wordt op 25 november 1945, door zijn weigering om naar Indië te gaan, van vaandrig, gedegradeerd tot gewoon dienstplichtig soldaat

Begin november 1945 trouwt Els, een zuster van Annie, met Dirk Budding

Vier dagen na zijn degradatie, wordt Piet, op donderdag, 29 november 1945 in de gelegenheid gesteld om op het gemeentehuis in Hengelo (O) een Amerikaanse fiets af te halen.

Donderdag, 13 december 1945 Verslag L.K.P. vergadering

Zo is het jaar 1945 en het verhaal “Scholtencomplex dan voorbij gegaan. In eerste instantie lijkt het enorm stil geweest te zijn rondom deze gevangenis. Gelukkig door ingezonden stukken meestal in het communistische blad “De Waarheid”, zijn we toch nog veel te weten gekomen. Ik wil Rob Foekens, die in deze een onderzoek naar zijn opa Hendrik Foekens, die ook als bewaarder in deze gevangenis gediend heeft, hartelijk dank toezeggen voor al het materiaal dat ik via hem verkregen heb. Het blijkt dan ook maar weer dat deze zaken generaties lang blijven spelen. De boeven willen alles een dag later al vergeten zijn, maar slachtoffers dragen dit een leven lang met zich mee en het rijkt nog veel verder dan de levensweg die zij gegaan zijn.

Een simpele gevangenis voor het tijdelijk opsluiten van personen voor verschillende vergrijpen, gepleegd in de vijf bezettingsjaren, laat zien dat de democratie en anarchie gevaarlijk dicht bij elkaar komen te liggen. Misschien heeft de Nederlandse cultuur ervoor gezorgd, dat alles uiteindelijk goed is gekomen en Nederland nu al meer dan 75 jaar een vrije democratie mag zijn, waarbinnen een ieder zijn mening mag uiten.
Maar het is o zo gemakkelijk als er een keer onrust ontstaat om een heel democratisch systeem omver te werpen. Anno 2020 zijn er genoeg mensen die niets liever zouden willen. In Europa zie je nu al landen, die langzaam veranderen van democratieën in bepaalde vormen van dictatuur. Het gevaarlijke daarvan is, dat er mensen zijn, ook in Nederland, die zeggen:
“Goed zo, eindelijk eens iemand die door durft te pakken!”…..Adolf Hitler durfde ook door te pakken…..     

Met het einde van het jaar 1945 besluit ik dan ook de informatie over het Scholtencomplex als gevangenis en veranderde de Scholtenfabriek al snel weer in een textielfabriek.



                                                                                                
Naar boven.....