Zo maar een BS er

Zo maar een B.S.'er.
Wanneer u boeken leest over het verzet, zult u beslist al eens de laagdunkende uitspraak van verzetslieden van het eerste uur gehoord hebben. "Septemberartiesten" en "Meikevers".

De eerste groepering, de "Septemberartiesten" waren de mannen, die zich omstreeks september 1944 aanmeldden bij de Binnenlandse Strijdkrachten. De oudgedienden merkten daarbij op dat zij zich pas aanmelden, op het moment dat de bevrijding nabij was. De "Meikevers" meldden zich pas, na de bevrijding in mei 1945, aan toen de oorlog voorbij was.

Ik vind deze laagdunkende woorden voor deze mannen niet terecht. Vooral voor de "Septemberartiesten" niet. Bij de oprichting van de Binnenlandse Strijdkrachten in genoemde septembermaand, (1944) was er een enorme expansie, die meer met organieke invullingen te maken had en niet met het feit dat jonge mannen, op dat moment overenthousiast raakten, omdat de bevrijding er aan zat te komen en daarom zonodig nog even in het verzet moesten. Al zullen die er beslist ook wel geweest zijn.

In een lang persoonlijk gesprek met één van hen. Wil ik deze man dan ook zelf zoveel mogelijk aan het woord laten.

Het was eind 2003, toen mijn gedachten, op mijn werk, bij de pilitie Twente, weer eens, in een rustig uurtje, naar mijn boek gingen, dat ik in die tijd aan het schrijven was. Vaak, denkend aan verschillende personen, vroeg ik mij af: "Zou die die die nog leven?"
Zo "googlde" ik op een man, genaamd Hendrik Lette, één van  de NBS'ers, die bij mijn vader "Blonde Piet", in de groep had gezeten. Maar natuurlijk niets te vinden. Al veel te lang geleden. Totdat ik heel toevallig zijn naam in de computer tegen kwam. Hendrikus Lette, had problemen gehad met een controleur van de visvereniging, omdat Hendrikus zijn akte niet bij zich had. Het was toen bijna tot een handgemeen gekomen. Hedrikus moest wonen aan de Geministraat te Enschede, als "aanleunwoning" van een bejaardentehuis.

Op 13 januari 2004, bezocht ik hem:
Na aangebeld te hebben, opende een grote sterk uitziende bejaarde man de deur. Ik vroeg hem of hij de Hendrikus Lette was, die deel uitgemaakt had van de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij bevestigde dit en keek mij vragend aan.
"Ik ben de zoon van Piet Alberts en wil u graag iets over mijn vader vragen". Na dit gezegd hebbende fronst Hendrikus zijn wenkbrauwen en kijkt mij aan alsof hij mij niet begrijpt.
"Ik ben een zoon van "Blonde Piet", herhaal ik.  "Oh, kom er in!" Het is Hendrikus ineens duidelijk. Deze schuilnaam van Piet Alberts, is hij nog niet vergeten. Ik neem plaats in de woonkamer.
De heer Lette is inmiddels 84 jaar oud, maar ziet er voor zijn leeftijd nog vitaal uit. Hij was dus 24 jaar oud, toen hij lid werd van de Binnenlandse Strijdkrachten.

 

Anderhalf jaar geleden was zijn vrouw gestorven en zijn belangrijkste bezigheid is vissen.

Op de vragen die ik stel geeft hij antwoorden, alsof hij het gisteren had beleefd.

Zijn verhaal:

"Jou vader ken ik niet als Piet Alberts. Ik ken hem als "Blonde Piet". Met deze naam was hij in de verzetskringen bekend en ook nog ver na de oorlog. Daarom sloeg de naam Alberts niet bij mij aan.
Om terug te komen op je vragen. "Blonde Piet" had in die septemberdagen de leiding over verschillende groepen in Enschede. Wij zaten niet op een zogenaamde "geheime locatie", maar gewoon thuis. Wanneer wij een klus kregen, deden wij die en daarna gingen we gewoon weer naar huis. Daarom wisten we als leden van dezelfde groep ook maar weinig van elkaar. Dit zou ook veel te gevaarlijk zijn, wanneer er één van ons gegrepen zou worden.
Laat staan dat je iets zou weten van andere groepen. Er waren groepen bij die maar weinig actie ondernamen. Onze groep was vrij actief.

Bij ons in de groep zaten o.a. Klaas Nijenbrink, hij is zelfs een neef van mij. Hij heeft een broer, genaamd Harm Nijenbrink, die ook bij de politie heeft gezeten. Dan Jan Beugelink, die was na de oorlog ook bij de politie, verder Johan van de Berg, Jan Hofstra, Johan Letteboer, Wim Nierkens, Jonnie de Boer. Deze laatste was een zoon van de groentenboer, die aan de  Kuipersdijk te Enschede zijn winkel had.. Hij was volgens mij de jongste van de groep. Ook Dries van Leeuwen maakte deel uit van de groep. Dries is later een bekende scheidsrechter bij het voetballen geworden. Verder Johan Gerbens, die volgens mij goede banden onderhield met de kringcommandant Ben ter Kuile. Verder nog Klaas Straatman. Hij was volgens mij hoger en deed zelf nooit mee aan acties. Hij gaf volgens mij alleen de bevelen. En ook nog Hennie Meurink.....meer namen schieten mij zo niet te binnen.

Onze werkzaamheden bestonden uit alles wat ons opgedragen werd, zoals het plegen van sabotage en het verzamelen en transporteren van gedropte wapens, munitie en springstoffen.
Zo hebben wij meegewerkt aan de dropping, die plaatsvond in Eibergen. De gedropte wapens en andere zaken, die voor ons bestemd waren, brachten wij met paard en wagen naar Enschede. Johan Letteboer zat op de wagen. We reden hiermee naar de begraafplaats aan de Gronausestraat te Enschede (R.K. begraafplaats?) Aldaar aangekomen werden de wapens op het kerkhof verstopt. Achter grafstenen en in het gebouwtje van de begraafplaats. De heer Wind was de beheerder en had de sleutel van dit gebouwtje. Verder werd er zeer veel van dit spul opgeslagen in de kelder van de fabriek van Pley, aan de Kneedweg te Enschede.

Er is ook nog een dropping van wapens geweest in Bornebroek. Deze waren ook voor onze N.B.S. bestemd. Klaas Nijenbrink en zijn groep en ook "Blonde Piet" waren bij deze dropping aanwezig. Van daaruit werden de spullen ook met paard en wagen naar Enschede gebracht. Dit laatste transport is bijna misgegaan, wanneer de jongens niet zo koelbloedig waren geweest. Onderweg naar Enschede, kwamen ze een paar Duitse soldaten tegen, die op de wagen sprongen om mee te rijden. Ze zaten op de kisten munitie....Als ze dat geweten hadden....Deze wapens en munite werden ook op dezelfde plaatsen verborgen.

Ik ben puur toevallig bij het verzet gekomen. In het jaar 1943 werd ons huis gebombadeerd en toen vond ik onderdak bij mensen aan de Janninksweg te Enschede. Toen het Pathmos gebombadeerd werd, werd familie van deze mensen dakloos omdat hun hele huis platgebombadeerd was. Men verzocht mij vriendelijk, doch dringend om een ander adres te zoeken, omdat hun familie voorging. Ik kon dat ook wel begrijpen.


Bombardement op het Pathmos

Toen ben ik bij mijn neef Klaas Nijenbrink ingetrokken. Hij woonde aan de Eeftinksweg in Enschede. Ik bemerkte al snel dat Klaas zaken deed, die de Duitsers beter niet konden weten. Hij was in het bezit van wapens en springstof. Volgens mij nam hij wel eens teveel risico en hij was erg brutaal in zijn optreden.

Toen ik al een tijdje bij hem woonde, zag ik aan de Lippinkshofweg te Enschede, dat is vlak bij de Eeftinksweg, een nieuw huis leeg staan. Na een tijdje gewacht te hebben, kwam Klaas tot de conclusie dat er niemand ging wonen. Klaas is toen daar ingetrokken. Ik bleef aan de Eeftinksweg wonen.
Wanneer de huur werd opgehaald, werd mij af en toe wel gevraagd waar Nijenbrink toch was. Ik zei dat hij uitgetrokken was en dat ik hier nu woonde. Dat was geen enkel probleem. De naam werd even veranderd en dat was het dan.


Het Zuiderspoor was gelegen waar nu de weg rechts op de foto, van boven naar benden loopt. Genoemde gaskrim stond voor de oorlog en ook lang daarna bekend als een buurt, waar de sociaal zwakkeren woonden. Je ging er liever met een boogje omheen. Nu deze wijk al lang niet meer bestaat, leeft zijn naam en faam nog steeds voort in Enschede.


Een foto van de Krim uit het jaar 1929, waar de afbraak van de eerste woningen al in volle gang is.

Nijenbrink kreeg aan de Lippinkshofweg ook bezoek van mensen van de woningbouwvereniging. Zij vroegen zich af wat Nijenbrink in dat huis te zoeken had. Klaas Nijenbrink maakte de mensen duidelijk dat hij hier nu woonde en ook gewoon de huur betaalde. Ook dit bleek geen enkel probleem te zijn. De namen werden even veranderd en alles was weer geregeld.

Klaas had veel wapentuig thuis, vooral in de periode aan de Lippinkshofweg. Hij verborg de wapens onder het plafond. De springstof die hij had, kreeg een zeer bijzondere bergplaats. Hij schafte een hond aan, een Duitse herder. In de tuin maakte hij een hondenhok. Daarvoor had hij op de plaats van het hondenhok reeds een gat gegraven, alwaar hij de springstof in deed. Zand erover en daar bovenop lag de hond als een beschermende laag.

Zelf heb ik ook een keer geluk gehad. Ik was samen met mijn vrouw thuis aan de Eeftinksweg toen wij werden overvallen door Duitse militairen en landwachters. Kort tevoren had ik munitie in mijn zakken gedaan om op een geheime plaats te verbergen. Op het moment dat ik die mensen binnen hoorde komen, greep ik in een reflex de munitie en deed deze snel in de zak van de schort, die mijn vrouw om had. Het was zoveel munitie, dat dit niet in één keer lukte. Twee keer deed ik volle handen munitie in haar schort.
Ik geloofde dat dit nooit zou lukken en dat ik er bij was. Eén van de landwachters sprak mij aan en zei dat ik er van verdacht werd, bij de ondergrondse te werken. Ik ontkende dit en mijn vrouw ging zich er ook mee bemoeien.
Eén van de Duitsers zei toen tegen mijn vrouw dat zij zich er niet mee moest bemoeien en waarschijnlijk in de keuken zinvoller bezig kon zijn. Daarbij werd zij de kamer uitgestuurd, naar de keuken.
Ik probeerde vervolgens duidelijk te maken dat ik van niets wist. Ze vroegen om mijn "Ausweis". Dit document had ik wel, maar was vals, omreden dat ik in Duitsland tewerk was gesteld en illegaal terug was gekomen. Daarbij had ik geen geldige identiteitspapieren. Het document dat ik had, was vals en ik durfde dit niet te geven. Daartoe gaf ik de Duitsers de papieren, die ik had gekregen voor mijn terwerkstelling in Duitsland.
Dit bleek niet voldoende te zijn, omdat ik toch een "Ausweis" nodig had. Ik kreeg van de Duitsers de opdracht om de volgende dag een "Ausweis" op het "Gemeindeambt" af te halen. Dit zegde ik toe, waarna de Duitsers en de landwacht mijn woning weer verlieten.
Mijn neef Klaas Nijenbrink, die de inval van dichtbij meekreeg, had inmiddels zijn stengun gepakt en had vervolgens positie ingenomen, in een gangetje tussen huizen, tegenover mijn woning.
Later deelde Klaas mij mede dat wanneer de Duitsers mij mee zouden hebben genomen, hij zeker tot actie was overgegaan en hij mij met geweld zou hebben bevrijd en daarbij beslist had geschoten. Hem kennende, weet ik ook zeker dat hij dat gedaan zou hebben....

Om dit te illustreren, heb ik met Klaas het volgende meegemaakt:
Op het Zuiderspoor, in de omgeving van de woning van Klaas en mij, zochten veel mensen naar steenkolen, die van de treinwagons waren gevallen. Er was in die periode maar weinig brandhout of andere brandstoffen te krijgen dus alles was meegenomen.


Bedoeld Zuiderspoor anno 1961

Al geruime tijd had ik bemerkt, dat de beruchte politieman, die de bijnaam "Jan met de Kappen" had, (jan van Limburg) daar aanwezig was om mensen op "heterdaad" te betrappen bij deze zogenaamde diefstallen.
Ik vertelde dit aan Klaas. Direct daarop zei hij tegen mij: "Daar gaan we wat aan doen!". Hij pakte zijn stengun en vulde de patroonhouder. Normaal moet je daar 28 patronen in doen. Meer is onveilig. Klaas deed er 31 in. Dit was dus mogelijk, maar véél te veel. Op die avond zijn we het Zuiderspoor opgelopen.
Op een afstand zagen we inderdaad Jan met de Kappen weer lopen. Hij zag ons en riep in onze richting. "Halt of ik schiet!" Klaas riep terug: "Kun je krijgen!" en hij schoot vervolgens  met zijn stengun in de richting van de politieman. Hij schoot alle 31 patronen uit zijn wapen......
"Jan met de Kappen" is een poosje uit Enschede weggeweest. Volgens mij was hij bang voor een aanslag op zijn leven door het verzet. Hij ging toen een tijdje in Duitsland wonen. Of dat iets met deze schietpartij te maken heeft gehad, weet ik niet. Het zal er wel toe bijgedragen hebben. In ieder geval heeft hij wel geluk gehad dat hij niet getroffen werd.

Dan valt even een stilte. Lette kijkt me aan en vervolgt...
"Moet je horen wat ik nu zeg, heb ik aan niemand verteld..........". Lette stopt even met praten alsof hij twijfelt om het mij te vertellen. "Gaat het over Nierkens?" Vraag ik. "Ja" antwoordt hij. Ik deel hem mede dat ik inmiddels op de hoogte van deze zaak ben en zijn betrokkenheid daarbij ook ken.
Dan vertelt Hendrikus Lette met zijn eigen woorden, zonder herinnert te hoeven worden:
"Het was in die tijd tijd nodig dat de oude Nierkens doodgeschoten werd, omdat hij de zaak wilde verraden.......Aanvankelijk wilde men alleen de vader doodschieten, maar toen werd besloten dat de zoon ook maar dood moest, daar er anders een risico was dat de zoon alsnog de zaak zou verraden.
Die avond moesten wij naar de fabriek van Pley komen, alwaar de oude Nierkens doodgeschoten zou worden.
Klaas Nijenbrink en ik moesten boven zolang wachten, omdat men Nierkens aan het horen was. Jonnie Boer was ook aanwezig. Hij had de oude Nierkens naar Pley gelokt. Op een gegeven ogenblik moesten we de kelder in komen. Daar was de oude Nierkens. Blonde Piet was even weggegaan en daarna riep hij vanaf de trap naar ons: "Schiet maar!". Klaas Nijenbrink loste een schot in de richting van Nierkens. Dit deed hij met een stengun. Volgens mij had hij deze stengun uit de voorraad gehaald, die in de fabriek lag opgeslagen.. Naar ik meen, miste dit schot.....Daarna heb ik met mijn pistool, Nierkens door het hoofd geschoten. Hij was toen op slag dood.
Jonnie Boer had inmiddels Wim Nierkens medegedeeld dat hij op een bepaalde plaats verwacht werd. Dit was richting Aamsveen. Voordien hadden Jan Beugelink en Johan Letteboer al een gat gegraven in een schuur in de wei.
Op het moment dat Wim Nierkens, door Johan Letteboer werd doodgeschoten, waren daarbij aanwezig, Jan Beugelink, Johan Hofstra, Klaas Nijenbrink, Jonnie Boer en ik.
Naar ik meen, leeft geen van deze personen meer. Ik weet dat Jonnie Boer, kort na de oorlog geemigreerd is en toen door een ongeluk om het leven is gekomen. De anderen zijn een normale dood op leeftijd gestorven. Ik ben de enige nog van hen die erbij geweest zijn.......
De zaak die toen voor de Krijgsraad te Velde diende, in Almelo, daarvan kan ik mij nog herinneren, dat het eigenlijk helemaal niet over Wim Nierkens ging. Het ging alleen over de oude Nierkens en zijn mogelijk verraad............

Ik kan je wel zeggen, dat wanneer zo'n zaak zich nu voor zou doen als bij Nierkens, ik zeker niet over zou gaan tot het doodschieten van die persoon. Ik heb er héél mijn leven last van gehad, alhoewel ik weet dat ik het op dienstbevel heb gedaan en in het landsbelang.......Toch gaat het je niet in de koude kleren zitten. Het is nu bijna 60 jaar geleden (2004), maar denk er nog steeds aan terug". De heer Lette kijkt me aan en vervolgt: "Ik weet zeker dat je vader het ook nooit weer zou doen. Hij zal het in zijn verdere leven ook moeilijk mee gehad hebben.

Na de oorlog heb ik Piet niet meer gezien. Dat wil zeggen, tot op het moment dat er aan ons een onderscheiding werd uitgereikt. Dat was in het jaar 1984. Ik zag hem toen.....hij zat in een rolstoel.....Wel vreemd, dat je elkaar zo uit het oog verliest, maar ik denk dat iedereen die tijd zo snel mogelijk wilde vergeten en een nieuw leven wilde beginnen.
Het was ook zo, dat kort na de bevrijding allerlei personen bij de N.B.S. kwamen, die wij voordien nooit gezien hadden.....Zij zouden wel eens "orde op zaken stellen".
Zij hadden in de oorlog geen enkel risico gelopen, maar toen waren ze er opeens. Wij, als oud N.B.S.ers konden ze herkennen. Zij hadden geen geweer of een ander wapen. Alleen maar een knuppel. Vanaf die tijd begon eigenlijk de ellende. Ik hoor van je dat je vader nooit over de oorlogstijd heeft gesproken. Ik kan mij dat voorstellen. Ik heb dat ook nooit gedaan.
Veel mensen, die in de oorlog wat betekend hadden, waren opeens vergeten en anderen wierpen zich op als de verbeteraars van Nederland.

Er heeft binnen onze groep een machtsstrijd plaatsgevonden. Het zat zo; er moest een groepscommandant aangesteld worden voor onze groep. Jan Beugelink wierp zich op als commandant, maar men kon niet om Klaas Nijenbrink heen. Uiteindelijk heeft men Klaas nog geprobeerd bij de communisten te krijgen. Dit wilde Klaas echter niet. Uiteindelijk werd Klaas toch groepscommandant.

Van de andere groepen, die in onze omgeving actief waren, ken ik er maar twee. Ten eerste was dit de groep van Herman Nijkamp en de tweede die van Bekkers."

Over wat er na de oorlog met hen is gebeurd, verklaart Lette Als volgt:
"Na de oorlog is mijn neef, Klaas Nijenbrink, als militair naar Indie vertrokken. Hij was in Nederland gehuwd, doch kwam later vanuit Indie, met een Indische vrouw terug. Daarna liet hij zich van zijn Nederlandse vrouw scheiden......."

Dit was het gesprek met Hendrikus Lette. Ik was van plan om nog eens terug te komen om verder met hem te praten, maar dat is er nooit meer van gekomen.......

 

Naar boven

<<<<<                                                             >>>>>