Een wildwest dropping

Een mislukte dropping op maandag 28 augustus 1944.           (Update 11-2-2015)

Dit is de eerste dropping in Twente, die ook verschrikkelijk mis is gegaan.

De voorgeschiedenis:

Om het voor u als lezer niet te moeilijk maken heb ik deze geschiedenis vereenvoudigd weergegeven, maar toch zo volledig mogelijk. Wilt u details weten mag ik u verwijzen naar de, daar op betrekking hebbende, literatuur. Zie op deze site op de page “Relevante literatuur”.
 
Het was de bedoeling om vanuit Engeland het verzet achter de Duitse linies te bewapenen en verder te instrueren, over wat te doen, zodra de geallieerden de Rijn waren overgestoken en in aantocht waren. Door deze acties zou er binnen de Duitse gelederen chaos ontstaan, zodat verdedigen werd bemoeilijkt of natuurlijk het liefst onmogelijk gemaakt. Niet alle leden in de verzetstop waren het er over eens dat mannen met wapens rond zouden lopen die geen enkele militaire opleiding hadden genoten. Men was bang voor een soort “wild west” toestanden. Het ging, per slot van rekening, in belangrijke mate om het onderbrengen en verzorgen van onderduikers. Dat geweld moest worden gebruikt bij overvallen om aan bonkaarten en andere documenten te komen, was niet te vermijden. Ook het bevrijden van gevangenen kon nog, maar als militair optreden? Dat was toch een heel andere zaak! 
Maar om dit op te lossen zou Engeland tevens z.g. SAS (Special Air Service) agenten achter de linies droppen die de verzetsgroepen zouden instrueren, niet alleen in het wapengebruik, maar ook in militaire tactiek en techniek.
 
Maar het is niet eenvoudig om de juiste mensen binnen het verzet te vinden die deze wapendroppings in Nederland zou moeten coördineren. Wie is te vertrouwen en wie niet. En hoe worden deze contacten gelegd.
 
Eén van de personen, die er toevallig bij betrokken raakte is Roel Drees uit Apeldoorn, die ondergedoken zat in Den Haag. Roel was begin 1941 gearresteerd, in verband met zijn lidmaatschap bij de zogenaamde “oranjewacht”, zijnde een organisatie die zich, net als de OD, (Orde Dienst) bezig hield met het voorbereiden van de organisatie in Nederland, wanneer de Duitsers verslagen zouden zijn. Men verwachtte dan chaos, plunderingen enzovoorts omdat de politiek binnen Nederland, kort voor de oorlog al niet zo stabiel was en er veel onvrede heerste bij de Nederlandse bevolking. Zowel de OD als de Oranjewacht bestonden hoofdzakelijk uit ex-militairen. Roel heeft vanaf zijn arrestatie tot in 1943 vastgezeten en werd daarna vrijgelaten. Daarna vertrok hij uit Apeldoorn en dook in Den Haag onder.
 
De BBO-agent, Bert de Goede (BBO is het Bureau Bijzondere Opdrachten. Bert had de codenaam Rummy) kreeg de opdracht om contacten te zoeken met personen die in staat waren om organisaties op poten te zetten die zich bezig zouden gaan houden met de afwikkeling van wapendroppings, die in de toekomst plaats zouden vinden.
In Rotterdam kreeg hij contact met de LKP Leider Frank die hem vervolgens door verwees naar “Roel Drees van de Oranjewacht” in Den Haag.
 
Vervolgens is Roel gevraagd met de KP´s in het oosten van het land contact op te nemen om te vernemen of zij hieraan hun medewerking zouden willen verlenen. Daartoe was Roel wel bereid en nam hij vervolgens contact op met een bekende van hem, de verzetsman Jan Nooteboom, zijnde ambtenaar van de burgerlijke stand, in Apeldoorn. Roel deelde Jan mede dat het voor hemzelf niet meer mogelijk was zich in Apeldoorn vrij te bewegen, omdat hij ondergedoken zat.
Jan Nooteboom is vervolgens op pad gegaan om verdere contacten te leggen en afspraken te maken.
 
Op een dag verscheen Jan Nooteboom met Joop Abbink van de KP Apeldoorn, die districtsleider L.K.P. (Landelijke Knok Ploegen) voor Oost Nederland was, in Den Haag. Roel kende Joop al vanuit Apeldoorn, dus het ijs was al snel gebroken en konden er zaken gedaan worden.
Na dit gesprek, dat in de in de Chr. Huishoudschool aan de Ruyterstraat 34 plaats vond, ging Joop op pad en zorgde voor het contact met de KP in Oost Nederland.
 
In de zomer van het jaar 1944 kwam het zover dat de eerste droppingvelden vanuit heel Nederland, aan Engeland werden doorgegeven, maar veel velden werden door Engeland afgekeurd, omdat ze niet aan de strenge eisen voldeden.
Eisen, zoals ligging bij bebouwing, voldoende schuilmogelijkheden voor de z.g. vangploegen, goede transportmogelijkheden en voldoende plaatsen om de wapens te verstoppen. Dus de medewerking, meestal van boeren, in de omgeving, die natuurlijk betrouwbaar moesten zijn, was een vereiste.
Het kwam voor dat velden werden afgekeurd omdat een boer in de ruime omgeving en die dus niet benaderd hoefde te worden, N.S.B.´er zou zijn.
 
Omdat het in het begin nooit lukte om in het westen van het land dergelijke geschikte plaatsen te vinden, is men verder naar het oosten in Nederland gaan zoeken. Onder andere op de Veluwe en in Twente en de Achterhoek.
Zoals gezegd zou de Kp´er Joop Abbink zich hier mee bezig houden.
 
Doch Roel zat niet stil en vond nog een contactpersoon die hem bij de genoemde opdracht behulpzaam kon zijn. Dit was, de eveneens uit Apeldoorn afkomstige, Johan Verdonk, een boormeester van de BPM. Johan woonde thans in, of in de omgeving van Enschede, dus dat kwam goed uit. Johan was geen lid van de KP. Hij hield zich aldaar bezig met inlichtingenwerk en was lid van een vrije groep, die ook om wapens verlegen zat. Dit was de verzetsgroep rond Henk Bos.
 
Hieronder een stukje van een op schrift gesteld gesprek tussen Roel Drees en de verzetsman Johan Middelbeek:
 
Johan: “Omdat het in het westen, in het begin bijna nooit lukte, zijn ze naar het oosten gegaan. Hoe is het in het westen gegaan, werden alle velden afgekeurd? Het contact met Joop (Abbink) was er dus?”
 
Roel: “Ja, er is met Joop gepraat, maar inmiddels hadden wij ook contact met Johan Verdonk gelegd, helemaal bij Enschede. “Frans” (schuilnaam voor Bert de Goede) vond dat zo aardig dat hij gezegd heeft: “Wij zullen zeggen dat die vent in ieder geval ook wat krijgt, ook al is hij geen KP-er”.
Het was de eerste dropping waarbij wij belang hadden. Avond aan avond werd er geluisterd. Het was tevens een bewijs dat je met iets bezig was dat klopte.
De dropping liep helemaal fout. Het was de dropping, waarbij die knokpartij is geweest.”
 
Johan: “Er was Joop (Abbink) gezegd dat er ergens gedropt zou worden. Joop was het terrein bekend (Bij Tilligte) benevens de slagzin. De lampopstelling was hem ook bekend, maar de seinletter niet.

Opmerking: De opstelling der lichten was belangrijk. De volgorde of vorm van rode en witte lampen. Via de radio werd de slagzin afgegeven als teken dat er gedropt zou worden en als punt op de i moest er met een lamp een letter in morse geseind worden. Gebeurde dit laatste niet, dan ging de dropping niet door.
 
Johan vervolgt:”Hij is gegaan en er is hem gezegd: “Je moet wachten tot je van één van die jongens van die groep bericht krijgt. Zij zullen met jou contact opnemen en dan zal die dropping wel gebeuren. Dan moet jij je ermee inlaten en dan moeten jullie het onderling regelen”.

Opmerking: Dus de districtsleider Joop Abbink, is geïnstrueerd dat de KP Twente, in de nacht van 28 op 29 augustus, een wapendropping kan verwachten ten behoeve van de Twentse verzetsbeweging, doch Joop zal met zijn activiteiten moeten wachten totdat hij van “die andere groep” bericht krijgt. Die andere opvanggroep is mede door initiatieven van Johan Verdonk gevormd rond de ex-militair Henk Bos uit Wierden. Dit is geen KP groep, maar werkt binnen het z.g. netwerk van “Blok”. In deze groep zitten veel studenten.

Dit zal de eerste keer zijn en alles is nieuw. De leiding van de KP in Zenderen, heeft dan wel zijn instructies gekregen, maar tevens zal Joop Abbink ter ondersteuning daar ook bij aanwezig zijn.

De Britse luchtmacht had gevraagd om een afwerpterrein, in de buurt van een waterweg. Dan zou de piloot 's nachts bij volle maan zich goed kunnen oriënteren. In verband met de aanwezigheid van de vele Duitse troepen in de IJsselstreek, werd daar geen plaats gevonden. In Twente, vlak bij de Duitse grens, nabij het punt, waar het riviertje de Dinkel, het kanaal Almelo- Nordhorn kruist, werd een terrein gevonden en aan Engeland doorgegeven, waarna het terrein werd goedgekeurd.

Opmerking: Toch is dit niet de locatie van de eerste dropping waarover ik nu schrijf. Deze dropping werd gepland op maandag 28 augustus 1944, op een afwerpterrein in Tilligte (Noord Twente) en de code zal afkomen via de BBC.

De gegevens van dit veld zijn:

Rummy 1
Veld: H/78  codenaam Acacia
Geo.positie:
52°25’25” NB  06°57’26” OL
Met een witte lamp geseinde codeletter "L"  (.-..)
De slagzin zal via de BBC radio worden afgegeven: "Wees niet zo laf maar ga door met uw werk!"   
De codelichten: Rood-wit-rood in lijn.

Klik op de foto voor een groter beeld.
 
De melding van de dropping kwam telegrafisch binnen en Joop Abbink had deze informatie bij zich, toen hij die 28e augustus 1944, bij het hoofdkwartier van de KP Twente, in Zenderen aankwam. Hij had een stafkaart bij zich en toonde de locatie, aan de hand van de coördinaten op deze kaart, alwaar de dropping plaats zou gaan vinden. De radio stond aan en nerveus wachtten zij op bericht van “de andere groep” en op de slagzin: “Wees niet zo laf maar ga door met uw werk!” Deze slagzin zou afkomen via de BBC radio.
 
Opmerking: De locatie van het afwerpterrein, nabij de Dinkel is tegenwoordig niet zo eenvoudig meer te reconstrueren. Ik heb mij strikt aan de coördinaten gehouden en heb ook een kaart met een ingevoegd stukje uit een kaart, daterende omstreeks het jaar 1935 ingevoegd. De wijzigingen van de Dinkelloop, de ruilverkavelingen en de aanleg van nieuwe wegen bemoeilijken de reconstructie. In die tijd bestond de omgeving alleen uit zandwegen. Je moest goede plaatselijke kennis hebben om je daar te kunnen oriënteren. In het donker zou dit nog veel moeilijker zijn en je zat ook nog vlak tegen de Duitse grens aan.
In dit gebied werd voor de oorlog en ook daarna enorm veel gesmokkeld, zonder dat de smokkelaars daar al te veel risico liepen.



De actie: 
(Om het levendig te houden, schrijf ik verder in de tegenwoordige tijd)

Zoals gezegd, is Joop Abbink op dit moment op de hoogte van het feit, dat hij zelf niet eerder actie moet ondernemen, dan nadat hij hierover van de andere groep bericht heeft gekregen.

Ook de groep rond Henk Bos heeft inmiddels informatie gekregen dat de dropping, die dag, op genoemd afwerpterrein, plaats zal vinden, De groepsleden bestaan uit: Henk Bos zelf. Hij heeft de algehele leiding, Johan Verdonk, die de organisatie op zich genomen had, Gé Franken uit Deventer en verder P. Zandjans, Marinus Kolkman en Langeveld.
De informatie over deze dropping kwam telegrafisch, als volg binnen:

Rummy 1
Ma-Di  1944-08-28/29   (
Stirling 138 Sqn  LK194 NF-G  F/Lt A.Levy & crew
(12 containers + 3 pakketten)
Als opmerking staat er bij: Tussen 23:40-00:05 boven veld geweest - geen lichten. Dus de dropping heeft niet plaats gevonden.

Eén van deze medewerkers wordt door mij “X” genoemd, omdat ik de naam niet weet, maar volgens mij moet dit Gé Franken, Johan Verdonk of Coen Gompert zijn geweest. “X” vertelde na de oorlog als getuige het volgende:
(Uit het boek “de Pruus komt” van Coek Hilbrink.)

"Wij waren die middag vanuit Almelo vertrokken. Niet allen tegelijk. Met mensen van Henk Bos ging het fietsend richting Tilligte. Veelal langs mij onbekende binnenwegen. In ons gezelschap was tevens Coen Gompert, de latere chef staf van de NBS te Deventer. Het einddoel was een boerderij nabij het afwerpterrein. De fietsen werden daar gestald”.

Opmerking: Er staan in de omgeving van dit veld maar twee of drie boerderijen, die qua uiterlijk voor de oorlog gebouwd moeten zijn. Ik heb het dan over afstanden van 200- tot 300 meter vanaf het veld waar gedropt zou worden.. Dus zullen alle boeren in dit gebied op de hoogte zijn van dit gebeuren en daarom ook betrouwbaar moeten zijn en zullen hier ook boeren zijn die hun medewerking verleend hebben. Helaas kan ik niets vinden over de namen van deze boeren, die medewerking verleend hebben. Want alleen zeven mannen op fietsen kunnen geen 12 containers en 3 pakketten vervoeren. In de pakketten zat meestal springstof. Daar hebben ze toch echt boeren met paard en wagens voor nodig. De containers en de 2 pakketten moeten dan ook nog verstopt worden, in afwachting van verder transport en distributie.



Soortgelijke container, waarvan er 12 stuks afgeworpen zouden worden...

Het kan niet anders of in diezelfde tijd verzamelen zich de opgeroepen KP´ers op het hoofdkwartier: Zij zullen medewerking verlenen bij de dropping en aldaar wachten op de dingen die komen gaan.

Opmerking: Ik ga ervan uit dat zij zich niet met de organisatie op het afwerpterrein bemoeit hebben en dit aan "de andere groep" over gelaten hebben.

Dan horen zij op de radio de voor hen bedoelde slagzin:
"Wees niet zo laf, maar ga door met uw werk.

Joop en de mensen op het hoofdkwartier, vragen zich nu toch echt af wat ze moeten doen. Nog langer wachten? Ze hebben niets van die andere groep gehoord. Zijn ze het vergeten? Na kort beraad wordt het besluit genomen om met de groep, met de auto vanaf het hoofdkwartier te Zenderen, binnendoor, naar het afwerpterrein, gelegen ten noordoosten van Tilligte, vlak aan het riviertje de Dinkel, te rijden. Dit is een afstand van iets meer dan 20 kilometer. Het laatste stuk ten noorden van Tilligte moet over een zandweg gereden worden.

Opmerking: Wie er in die auto zaten daarvan is alleen met zekerheid te zeggen dat dit Joop Abbink was. Maar verwacht mag worden dat daarbij ook Coen Hilbrink, Johannes ter Horst en Geert Schoonman  aanwezig waren, maar  het zullen beslist meer personen geweest zijn.

Wanneer zij onderweg zijn, weten ze niet zeker of de code ook bij de "vangploeg" van Henk Bos uit Wierden, binnen is gekomen. In de auto heerst één en al onzekerheid. Zelf hebben ze geen lampen bij zich en al zouden zij die wel hebben, dan weet Joop dat hij de signaalcode niet heeft en daarom een dropping zeker niet zal plaatsvinden.  
Maar dit blijkt inderdaad het geval te zijn en hebben de zeven mannen van de groep Henk Bos, om het veld, reeds posities ingenomen.

Aldus de getuige X:
”Toen de slagzin doorkwam, zijn we naar het afwerpterrein gegaan. Henk Bos had de leiding en instrueerde op kalme, heldere wijze, ieders rol. Coen en ik kregen een plaats in de seinploeg. De lichten moesten in een bepaald patroon worden opgesteld. Het was nacht en erg druk in de lucht. Vele geallieerde bommenwerpers trokken richting Duitsland.en aan de horizon ging af en toe, ver weg, een lichtkogel.”

De KP-auto is dan in de buurt van de driesprong Ootmarsum-Tilligte- Breklenkamp en rijdt vervolgens linksaf richting Breklenkamp. Na ongeveer 1 kilometer moet er, aan de linker zijde, een zandweg komen welke direct leidt naar het afwerpterrein. Al zoekende rijden ze met de raampjes open. In het donker is alles niet zo goed te herkennen. Dan horen zij plotseling een mannenstem roepen: "Halt!!"
Maar uiteraard stopt de  KP-auto niet en rijdt gewoon door. De Landwachters, die de auto willen laten stoppen, pakken hun geweren en schieten de auto na. De meeste Landwachters hebben jachtgeweren met hagel en zijn niet effectief op een grotere afstand en op metalen delen van deze auto.
Dan zien de Landwachters dat de auto linksaf de zandweg inrijdt. De Landwachters zijn plaatselijk bekend en zij weten dat deze weg uiteindelijk in Duitsland uitkomt.
 
Dit schieten van de Landwacht is ook te horen bij de "vangploeg" van Bos. Deze mannen raken in paniek en denken dat zij ontdekt zijn en dat de Duitsers er aan komen. Ze slaan op de vlucht en verstoppen zich in de omgeving.
Het is dan inmiddels 23.45 uur.

Getuige X:
”Juist op het moment dat we dachten het geluid van een aanvliegend vliegtuig te onderkennen, klonken schoten. Coen en ik hebben niet geaarzeld en we zetten het op een lopen. Henk Bos dook de bosjes in. Het terrein was erg moerassig. In de veronderstelling dat de Duitsers elk moment het terrein konden oprijden, hebben we ons niet ver buiten het afwerpterrein, in een ondiepe sloot, onder een overhangende braamstruik verstopt.”

Kort daarop horen zij het vliegtuig, dat deze dropping uit zou voeren, aan komen. De bemanning in het vliegtuig zoekt vervolgens tevergeefs naar de vereiste grondsignalen, ten teken dat alles OK is. Doch door het schieten zijn deze lichten, door de vangploeg snel gedoofd. Na een paar keer rondgecirkeld te hebben, vindt de bemanning van het vliegtuig het welletjes en vliegt terug naar Engeland, zonder de dropping uitgevoerd te hebben.

Joop Abbink vertelde tegenover de auteur van o.a. het boek "de Illegalen", genaamd Coen Hilbrink, het volgende:
"We hebben nog controle gehad van de Landwacht, in de buurt van het afwerpterrein. We zijn er doorheen gereden en terwijl we eigenlijk op zoek waren naar het veld in het donker, vloog er al een vliegtuig vrij laag rond, dat moet vast dat vliegtuig geweest zijn….áls ze het geweest zijn. In ieder geval waren we niet op de plaats. We hebben rondgelopen en gezocht, maar er kwam geen vliegtuig meer. De zaak was verkeken.”
 
Getuige X:
”Daar (in die greppel onder bramenstruiken) zijn we 12 uur gebleven. Af en toe hoorden we die nacht opvallend veel hondengeblaf. We waren bang dat de SD met honden naar ons zocht.”

Opmerking: Alhoewel zowel Joop Abbink, als getuige “X” daar niets over vermelden, zeggen Roel Drees en Johan Middelbeek hierover:
Roel: Zij komen op het terrein, maar daar wisten de andere kerels niets van, want die begonnen op ze te schieten. Het vliegtuig zag de koplampen van de auto´s en het sein hield op, zodat het vliegtuig weer verdween en toen kwamen de moffen ten tonele.

Johan: “Ze zijn daar even met elkaar slaags geraakt en toen moesten ze terug langs de Landwacht. Ze wisten dat ze daar weer langs moesten. Ze hadden hun mitrailleur geprobeerd, maar dat rotding leverde elke keer maar één schot af en het was helemaal niet leuk. Ze hadden het op het spatbord gemonteerd, zodat het één schot kon geven. Toen zijn ze er op uitgetrokken om langs de bossen heen te komen.
Ze komen bij de weg waar de Landwachtpatrouilles aanwezig waren. Ze verwachten ze al en toen zien ze in de koplampen alle koppen als rotte appelen boven de berm uitsteken.
Ze denken: “Het gaat mis” en hebben meteen de mitrailleur op het spartbord schietklaar gezet. Ze zijn er langs gejaagd. Ze konden blijkbaar nergens anders heen. Al schietende op de hoofden aan de rand zijn ze er langs gekomen. De Landwachters zijn weggedoken en hebben op de wagen geschoten. Ze hoorden de hagel regenen.
Daarna schijnt zich het één en ander afgespeeld te hebben en de lui en de moffen zijn aan het zoeken geweest.”
Johan (Verdonk) is door deze historie gearresteerd. Wij kregen de mededeling, dat hij gearresteerd was. Wij waren natuurlijk direct met verhuisplannen bezig”.
 
Opmerking: Wanneer er verzetsmensen gearresteerd werden die kennis droegen van namen van verzetsmensen en van hoofdkwartieren, moesten deze zo snel mogelijk ontruimt worden, omdat men er vanuit ging dat de arrestant op een bepaald moment toch door zou slaan.

Mevr. Drees:” Ik ben direct naar Apeldoorn gegaan en tot mijn grote verbazing zag ik Johan, (Verdonk) die wij al dood waanden, in Apeldoorn zitten”.
 
Roel: “Die dropping is toen misgelopen en met diezelfde slagzin heeft Johan nog op een ander terrein zijn zaken gekregen.
 
We gaan even weer wat terug in de tijd….

Na de eerste schietpartij waarschuwt de Landwacht, via de politie Denekamp, de Sicherheitsdienst te Enschede. (Informatie uit het boek “de Illegalen” van Coen Hilbrink)
Postenführer der Sicherheits Polizei, Karl Schöber en de Nederlandse SD'er Mensink, gaan vervolgens naar de wegsplitsing Ootmarsum-Denekamp-Breckelenkamp. A
Opmerking: Wanneer ze direct in de auto zijn gestapt, zullen ze ongeveer een half uur onderweg zijn geweest en is het inmiddels omstreeks 00.30 uur, als ze daar aankomen. Van de Landwachters krijgen ze te horen dat de bedoelde auto een zandweg is ingereden, in de richting van de Duitse grens. De Landwachters besluiten, in overleg met Schöber, ter plaatse te blijven omdat zij verwachten dat de auto hier weer langs zal komen. Erg veel andere mogelijkheden met een auto zijn er niet.
De SD'ers gaan deze tijd nuttig besteden om een huiszoeking ter verrichten in de woning van de door hen gearresteerde illegale werker Tonny Arts, in Ootmarsum.
Uit het dagboek van Annie Velthuis, die in de oorlog werkzaam was op het gemeentehuis in Ootmarsum en derhalve veel meegreeg, van wat zich daar afspeelde. (afkomstig van de website: www.paulbuddehistory.com )

29 augustus(Annie Velthuis):
Vannacht is de Landwacht o.a. Lucas Kip actief geweest. In Tilligte is een jongen, bijgenaamd "De Rooie" opgepakt die in het bezit was van lijsten met namen van onderduikers. Door de Landwacht overgegeven aan de politie. Van Arts heeft tot ongeveer 3 uur op de kazerne gezeten. Persoonlijk door Dr. Schöber, Chef van de SD opgehaald en overgebracht naar Enschede. Veel mensen zitten erg in schrik. Pastoor Maathuis duikt ook onder.

Joop Abbink vervolgt:
“We zijn terug gegaan over dezelfde weg, dus door de controle van de landwacht. Nu waren we bang dat er misschien versterking gekomen was. Er werden voorzorgen genomen. Raampjes naar beneden, pistolen klaargemaakt, erdoor jakkeren, de mitrailleur weigerde, die deed maar één schot.
We komen op hetzelfde punt. We zagen in het licht van de auto dat er veel meer mensen waren verspreid in de sloot langs de weg, koppen en lopen op je gericht, wij schieten en zij schieten natuurlijk. We zijn er goed doorheen gekomen, zonder een schrammetje."

Terwijl de SDers bezig zijn met de huiszoeking,in Ootmarsum hoort Schöber een auto met hoge snelheid voorbij rijden. Onmiddellijk rijden Schöber en Mensink weer naar de Landwachters. Het blijkt dat dezelfde auto inderdaad weer voorbij is gereden, zonder te stoppen.
Van de auto is niets meer te bekennen.
Het zal nu inmiddels ongeveer 01.30 uur in de nacht geweest zijn. Wanneer Schöber, Mensink en de Landwacht op de genoemde driesprong bij elkaar staan en de zaak nog eens doorspreken.

Kort voor die tijd besluiten vier van de zeven mannen van de vangploeg, te weten Henk Bos, P. Zandjans, Marinus Kolkman en Langeveld, het er die nacht op te wagen om per fiets te vertrekken. Achter blijven dan Johan Verdonk, Gé Franken en Coen Gompert. Op de fiets gaat Bos met z´n drie mannen binnendoor, maar ze zijn dan ook in een, voor hen, onbekend terrein. De oriëntatie in dat gebied is moeilijk te noemen. Ze weten daarom ook niet precies waar ze uit zullen komen. Uiteindelijk rijden ze vanuit een zandweg, de grote weg van Denekamp naar Ootmarsum op. Helaas is dit binnen het zicht van de nog steeds op de driesprong aanwezige SD en Landwachters.

Schöber na de oorlog hierover in een verhoor:
"Toen de wielrijders ons zagen, nam één van hen de vlucht. Nadat ik deze persoon had toegeroepen halt te houden en hij hieraan niet voldeed, heb ik met mijn machinepistool enkele schoten op hem gelost, doch hij reed door en ik neem dan ook aan dat ik hem niet getroffen heb.
We zijn vervolgens met de arrestant Arts, richting Denekamp gereden, terwijl de andere drie personen op hun rijwielen, op mijn bevel, voor ons uitreden, bewaakt door de Landwachters die ook op hun rijwielen waren gezeten.
Aangezien ik deze drie personen ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij het afwerpen van wapens, heb ik deze in het gemeentehuis van Denekamp ingesloten".

Annie Velthuis:
De hele avond rijden auto’s hier langs. Om ca. 8 uur Arts geëscorteerd door 2 vreemden (Dr. Schöber en Mensink?) naar de Hezeberg gebracht. Ca 11 schoten gehoord.

Getuige X: (De overige drie mannen zouden zich nog steeds op dezelfde plaats in de greppel schuilhouden)
De volgende ochtend weer geluid. Nu in onze directe omgeving. Iemand deed een plas in de sloot. Voor ons haast onverstaanbaar zei de onbekende dat hij wist waar wij zaten, dat we ons stil moesten houden en dat hij ons later met een kar zou afhalen. Enige tijd later kwam er een kar met de boer op de bok en een dekzijl om ons daar onder, achterin te verstoppen. Onze fietsen lagen daar al onder. Toen hij dacht dat we buiten het gebied waren, waar Duitsers waren gesignaleerd, heeft hij ons de weg gewezen naar Almelo"
(Uit boek: "De Pruus komt")

Enige vragen blijven over. Het verhaal geeft de indruk dat er maar één auto bij betrokken was en er geen "vangploeg" was geregeld.
De hele dropping is met Joop Abbink in Apeldoorn met de leiding van de KP Twente (o.a. Johannes ter Horst, Cor Hilbrink en Daan Hillenaar) doorgesproken. Daar zal zeer zeker ook het volgende doorgesproken zijn:
Droppingen zijn vanuit Engeland streng geregeld. O.a. moet het afwerpterrein gekeurd zijn op zijn geschiktheid, lichtsignalen moeten het terrein markeren en overeenstemmen met de gegevens die de piloten van het vliegtuig hebben en verder voldoende mensen voor de opvang en het transport van de gedropte wapens. Ook moet het terrein weer in de oorspronkelijke staat teruggebracht worden. Niets mocht achterblijven wat zou kunnen duiden op een plaatsgevonden dropping. Verder is bijvoorbeeld op de page “De dropping” van deze site, te lezen dat er bij de dropping in Eibergen 20 mannen betrokken waren en dat direct actief een boer medewerking verleende, omdat het veld razendsnel ontruimd moest worden. De parachutes met lading konden van verre gezien worden, ook al omdat droppings alleen bij helder weer plaats vonden. Derhalve konden acties van de Duitsers en / of de Landwachters niet uitblijven. Dus een grote groep medewerkers, zoals 20 man in Eibergen, was zeker geen overbodige luxe.

Aangenomen mag worden dat véél meer mensen van de KP op de been waren dan die ene auto. Ook "Blonde Piet" was zeer waarschijnlijk bij deze mislukte dropping aanwezig.
Hieronder het verhaal van Piet, na de oorlog:
"We waren een keer op weg met onze auto. In de auto hadden wij een vliegtuigmitrailleur ingebouwd. De loop was niet zichtbaar en naar achteren gericht. Door aan een touw te trekken konden wij met dit wapen vuren. Onderweg stond een controlepost van de landwacht. Wij kregen een stopteken. Wij stopten niet en zijn er al schietende doorheen gereden. Door zigzag over de weg te slingeren, konden we de vijand toch van ons afhouden."

Dat er meer personen bij de dropping aanwezig zijn geweest, met name uit de lokale bevolking, blijkt wel uit het dagboek van de heer Dingeldein, die het volgende had meegekregen:

"Augustus 29. Dinsdag. Er was vannacht onrust in Tilligte en omgeving, waaraan behalve de Landwacht uit Denekamp ook de Grüne Polizei heeft deelgenomen. Men zegt, dat 4 personen zijn opgepakt. Er was ook een geheimzinnige auto, waaruit in de buurt van Aarnink ( Aarnink is een erve in Tilligte)




Detailkaartje met daarop het erve Aarnink.

 

op de jagers geschoten werd. Eén der inzittenden van deze auto zou bij den Hunenborg gesnapt zijn. Bij Seis-Jan deed men huiszoeking. Men had het op één van zijn jongens gemunt, die echter behendig wist te ontsnappen. Ook op de boerderij Enktman moet wat te doen zijn geweest. Ik kan nog niet achter de ware toedracht van ´t gebeurde komen."
Op donderdag 31 augustus schrijft hij:
De 64ste verjaardag van de Koningin, haar 5e dien zij in ballingschap viert.
De twee personen, die dinsdagnacht door de Landwacht en de S.S: zijn gepakt, kwamen ´s avonds laat uit het huis van den pastoor. De ene was de zoon van Oude Hengel (Seisen-Jan op den Hunenborg), de tweede moet een zoon van een wachtmeester uit Borne zijn geweest. Oude Hengel verzocht eerst nog even naar huis te mogen worden gebracht om kleren mee te nemen. Dit werd toegestaan. Men reed naar den Hunenborg, ´t Huis werd afgezet en de jongen mocht naar de slaapkamer gaan. Hieruit wist hij te ontsnappen en met een reuzensprong rende hij de bosjes in!.
De tweede heeft tot dusver in arrest gezeten in Ootmarsum. Gisteren zou hij worden gelucht; 2 S.S.mannen gingen met hem naar den berg. Daar werd hij neergeschoten. Hij bleef voor dood liggen, maar kon nog om hulp roepen. Hij werd overgebracht naar het ziekenhuis in Oldenzaal, maar de Duitse autoriteiten gelastten dat hij zou worden overgebracht naar ´s Hertogenbosch voor verdere behandeling. Onderweg is hij "overleden". Aldus de heer Dingeldein.

De neergeschoten persoon, waar de heer Dingeldein het over heeft is Tonny Arts. Annie Velthuis schrijft hierover het volgende:
"30 augustus: Arts gisteravond door 7 schoten gewond op de Hezeberg, bediend en overgebracht naar R. K. Ziekenhuis Oldenzaal. Moet bewaakt worden door Stelwagen en Rorink. Vanmiddag overgebracht naar strafkamp in Den Bosch.
31 augustus: Vandaag Koningin Wilhelmina 64 jaar.
Landwacht de laatste dagen erg druk in de weer. Tot schade van vele onderduikers. Van Arts is tijdens het vervoer van Oldenzaal – Den Bosch overleden".

Op de website van Paul Budde is te lezen dat de laatste constatering van Annie niet juist was. Tonny Arts overleefde de oorlog.


De ingebouwde vliegtuigmitrailleur:
Hoe komen de verzetslieden aan zo'n vliegtuigmitrailleur. De vrouw van Dirk Kloos (zie inval op het Lutterzand) schrijft in haar boekje"Mijn leven naast een verzetsman" als volgt:

"Op 21 januari 1944, in de avonduren, was in de Lutte, dicht bij de Kribbenbrug, in een weiland, een vliegtuig neergestort. Het was niet zo ver van het zomerhuisje verwijderd. Dirk ging naar het vliegtuig. Dit bleek een Engelse bommenwerper te zijn, die zonder bommen terug was gekomen uit Duitsland. Enkele boeren en Joop Ponsioen waren ook bij dat vliegtuig aanwezig. Hulp aan de bemanning was niet meer mogelijk. Later bleek dat twee bemanningsleden zich per parachute gered hadden."

Hieronder de link naar de site waar de crash en de crew staat beschreven:


http://www.halifaxlv827.co.uk/hx312.htm

Vervolg: "Dirk sloopte de mitrailleur uit het staartstuk van het vliegtuig en verborg dit op een veilige plek. Dirk dacht dat het misschien nog te gebruiken was en wilde daar met de KP'ers over praten."


De Kribbenbrug anno 1965, foto door Johan Effing

Vervolg: "Toen de KP-jongens hoorden dat Dirk een vliegtuigmitrailleur had, was al snel het idee geboren om dit wapen in de Dodge in te bouwen.


Soortgelijke Dodge, als die door de KP werd gebruikt


Vervolg: "Kort daarop kwamen de KP'ers Klaas van Harten, Geert Schoonman, Dolf Fleer en Jan Hillenaar, het wapen ophalen. Ik moet daarbij zeggen dat deze jongens zo af en toe behoorlijk roekeloos werden. De revolvers lagen naast de koffiekopjes. Dat was aanleiding voor de toch wel voorzichtig geworden Friso van Hoorn, dat ik aan de KP'ers door moest geven, om voorzichtiger te worden. Je kreeg ook wel de indruk van een Wild-Westfilm. Helaas was het bittere ernst, want we vochten voor onze vrijheid en die van het land."

Uit het boek. "In Losser is niets gebeurd" kon ik informatie vinden over dit neergestorte vliegtuig en haar bemanning.
 


Het betreft hier een Handley Page Halifax Mk. III (HX 312) bommenwerper.



De omgekomen bemanningsleden zijn: S.S. Hennan, L.W. Wykes, J.F. Morgan, C.G. Johnston, en J.K. Thompson.

De twee, die zich d.m.v. een parachute wisten te redden zijn: L. Doust en J.E. Dobson. Deze twee overlevenden, werden later aan de grond, door de Duitsers, krijgsgevangen gemaakt.



De vijf omgekomen bemanningsleden liggen begraven op het geallieerde ereveld, op de begraafpla
ats te De Lutte
(gemeente Losser)
<<<<<                                                                   >>>>>