Wapendropping

Under constuction 16-2-2015

Hieronder worden de wapendroppings beschreven die plaatsgevonden hebben in Noord Twente, in de periode van 28 augustus 1944 tot en met 8 oktober 1944.

Ik wijs u er op dat u de kaarten die afkomstig zijn van Google Earth beter kunt bekijken, door er op te klikken.


 
Het gaat om drie afwerpterreinen ten Noord-westen, noord-oosten en zuid-oosten van Ootmarsum. Het meeste gevaar voor de verzetsmensen, die zich bezig hielden met de opvang, het transport, verbergen en verdere distributie, kwam van de fanatieke Landwachters uit Ootmarsum onder leiding van Dirk Jan Kip en de Landwachters in Denekamp. De droppings vonden eigenlijk altijd bij heldere hemel plaats, zodat ook deze "heren" de parachutes, waar aan de containers hingen, konden zien. Toch bleek achteraf de orientering naar de plaatsen, moeilijker te zijn als dat dit er zo op eerste gezicht uit zag. Gelukkig maar. Ik heb tevens de boerderijen en de buurtschappen die geneoemd worden, op het kaartje aangegeven.

Hoe ontstonden de organisaties die zich met deze werkzaamheden bezig hielden?

Deze voorgeschiedenis kunt u lezen op de page "Wild westdropping" van deze site Dit was de eerste dropping die plaats zou vinden op het veld: Acacia in de avond van 28- op 29 augustus 1944 en die ook totaal mislukte.

Welke vliegtuigen werden voor deze droppings gebruikt?


Boven deze gebieden werden de droppings uitgevoerd door 2 types bommenwerpers te weten: De Stirling en de Halifax. Met de tijd werden veel verandering aan deze toestellen doorgevoerd, waarna voor grote veranderingen, de typenaam werd gevolgd door een Mark nummer. (Mk)
Hieronder de belangrijkste gegevens van deze bommenwerpers:

  De Stirling De Halifax
Spanwijdte: 30,2 meter 31,8 meter
Lengte 26,3 meter 21,3 meter
Hoogte 6,9 meter 6,3 meter
Maximaal startgewicht: 26,9 ton 24,7 ton
Bezetting: 7-8 man 7 man
Topsnelheid: 419 km/h 450 km/h
reikwijdte 3755 km. 2000 km.
Motoren 4 X 1590 ps.  
Bewapening 8 X 7,7mm Browning mitrailleurs 2 X 4 7,7 mm Browning mitrailleurs.
Max gewicht aan bommen: 6350 kg. 5900 kg.
     

 

Op de bovenste foto en filmpje is de Stirling te zien en op de onderste foto en filmpje, de Halifax. Dan kunt u zich een beetje in die tijd inleven. Niet alleen de mannen van de zogenaamde "vangploeg" van de gedropte wapens liepen risico´s, maar ook de bemanningen van die toestellen, waarvan er in de oorlog ook velen zijn neegeschoten.

Verder wil ik, voordat ik verder ga met de wapendroppings, nog de vaak vergeten activiteiten, met betrekking tot de communicatie, belichten. Droppings moesten geregeld worden en de berichtgevingen over de details kwamen in bezet gebied, meestal bij de daarvoor aangewezen marconisten terecht, die met morsesignalen, met hun zenders, in verbinding stonden, met de geallieerden. Er werden achter de linies ook z.g. SAS (Secret Air Service) commando´s gedropt. Daar was meestal een marconist bij aanwezig en bij hun dropping werd dan ook een zender- en ontvanger meegenomen. Ook werden bij de normale droppings ook wel zendapparatuur meegeleverd. Men noemt dit de z.g. "wireless sets". Op afgesproken frequenties maakten zij dan met morsesignalen verbindingen en liepen daarbij grote risico´s, omdat de Duitsers enorm gebrand waren om deze sets op te sporen. Zonder communicatie, maakte het droppen bijna onmogelijk. Daartoe waren aan de Duitse zijde specialisten aanwezig, die deze zenders uitpeilden. Voor het groffe werk deden zij dat met zogenaamde kruispeilingen.

-Twee, maar nog beter zijn drie ontvangers met richtantennes, die op een bepaalde afstand van elkaar staan, peilen de zender uit. De drie ontvangststations staan in contact met elkaar en informeren elkaar over de richting waar de zender zou zitten. Op een kaart uitgetekend kom je dan op een bepaalde locatie uit.




Daar wordt dan naar toe gereden en het laatste gedeelte wordt op zogenaamde veldsterkte gezocht. Deze praktijk van peilen wordt heden ten dage nog steeds gebruikt, al is de apparatuur natuurlijk wel veranderd.

Dan hadden we nog de groep verzetslieden die de slagzin moesten ontvangen, welke bijvoorbeeld via de BBC, Radio Oranje, of Belgie werden uitgezonden. Dit waren gewone stations die omroepprogramma´s maakten, terwijl daar tussendoor, de slagzinnen werden doorgegeven. Voor het verzet, een teken dat die dag de dropping plaats zou vinden. De verzetslieden waren dan al op de hoogte van de plaats en het tijdstip, waarop de dropping kon worden verwacht. Dat zij via een radio luisterden, was illegaal. In het begin mocht dat nog met een z.g. luistervergunning en mocht alleen naar de, door de Duitsers goedgekeurde zenders worden geluisterd. Zij wisten natuurlijk al vanaf het begin dat er toch naar de "bevrijders" geluisterd zou worden, daarom was het een prima instap om eerst alle radio´s te registreren en korte tijd later te vorderen dat de geregistreerde radio´s ingeleverd dienden te worden. Wat overbleef waren de radio´s die niet geregistreerd waren en verder waren er zendamateurs en techneuten, die met relatief eenvoudige middelen een radio konden bouwen en soms zelfs een zender.


 
hbpbunkerforum.nlKrantenbericht juli 1940  Bron: hbpbunkerforum.nl
 
Hierboven een mededeling in de krant over dit luisterverbod. Hieronder een ontvangstbewijs dat werd afgegeven nadat de radio daadwerkelijk werd ingeleverd, nadat dit werd opgedragen. Dit was het bewijs, als er toch nog opsporingsambtenaren aan huis zouden komen om navraag te doen.

 
Bron: www.carlijnvis.nl
 
  
Hierboven een paar illegale werkers die berichtgevingen ontvangen.

Een technicus of gewoon een zendamateur, presteerde het om in een zeepkoker, een complete radio te bouwen. Dit was voor die tijd echt een hoogstandje.



 
Maar als er zenders aan te pas kwamen, zoals de illegale werker op de foto links, of de achter de linies gedropte geallieerde marconist, op de rechter foto, dan kwamen de Duitsers in actie met hun eerder beschreven technieken.

 
 

Op de foto linksonder, van een Duits monitorstation, is rechts de ontvanger te zien, met een voor die tijd, bijzonder fijne afstemschaal, zodat nauwkeurig de frequentie van de zender kon worden geregistreerd. Aan de linkerzijde, de gradenboog, die aan een richtantenne was gekoppeld.
 
 
 
Natuurlijk waren er mensen genoeg die hun radio niet lieten registreren en deze derhalve (clandestien) konden blijven behouden. In een donker kamertje of ergens op zolder werd er dan geluisterd. Ook de meeste verzetsgroepen, die droppings verwachtten, luisterden naar de normale huiskamerradio´s..(Een juweeltje van een radio op de foto rechts)

De droppings:

 
Hierboven een kaartje van het droppingterrein "Acacia", alwaar de eerste dropping in Twente plaatsvond en die mislukte. Hiervan heb ik op de page "Wildwestdropping" uitgebreid verslag gedaan:

 
De gegevens voor dit terrein zijn:

Terreincoedenaam:  "Acacia"  (N.O. Tilligte.)
Codenummer voor de eerste dropping: Rummy 1
Veld: H/78  
Geo.positie: 52°25’25” NB  06°57’26” OL
Codeletter L  ( . - .. ) Dit morseteken is de letter "L" (dut daaah dut dut) Geseind met een wit seinlicht.
De gebruikte slagzin luidde: "Wees niet zo laf, maar ga door met uw werk!" en kwam via de BBC radio binnen.
Lichten  rood-wit-rood in lijn.
 
De gegevens voor eerste (mislukte) dropping, zoals eerder beschreven:

Rummy 1
In de avond van maandag de 28e op dinsdag de 29e augustus 1944, was een toestel tussen 23:40-00:05 boven het veld. Na enekele malen rondgecirkeld te hebben, keerde het huiswaards, omdat er geen signaallampen waren ontstoken..
Het betrof hier een Stirling van het 138e Squadron  LK194 NF-G  F / De gezagsvoerder was Lt A.Levy & crew
De bedoeling was geweest om 12 containers en 3 pakketten af te werpen..

Het 138e Squadron vloog voor (Special Duties) en werd belast met het droppen van agenten en de uitrusting van de Special Operations Executive in bezet gebied.

Opmerking:
Na de catastrofale mislukking van de hiervoor genoemde dropping, waarbij de Knokploeg maar één auto ter beschikking had, maakten de gezamelijke Knokploegen van Enschede en Zenderen en Wierden een plan om desnoods maar een paar auto´s te roven. Dit zou gedaan worden door een overval (zie voor de details "Overval op het politiebureau te Enschede" op deze site) op het politiebureau in Enschede. Zeventien mannen zouden hieraan deelnemen, dus dat moest goed gaan. Dit moest gebeuren in de nacht van donderdag 31 augustus op 1 september 1944, want de nacht daarop, zou er weer een dropping zijn en moesten er toch voldoende vervoersmiddelen zijn. Snel werd een plan gemaakt en die nacht te omstreeks 00.15 uur, werd de overval gedaan. Andermaal liep het op een fiasco uit en maakten de verzetslieden zich uit de voeten. Een ieder naar zijn plaats. De KP Enschede, vluchtte naar hun eigen hoofdkwartier op de Hölterhof. Maar daar was het nu ook niet zo veilig meer en besloten ze, kort daarop, maar in te trekken bij de groep van Zenderen, in Huize Lidwina.
 
Rummy 1
Ondanks de mislukte autoroof, werd er In de nacht van vrijdag de 1e op zaterdag de 2e september 1944, te omstreeks 00:15 uur, op dit terrein een lading gedropt, door een Stirling van het 138e Squadron  LK192  NF-F  F /De gezagsvoerder was Luitenant G.M.Rothwell en zijn crew
In totaal konden er 12 containers + 3 pakketten in ontvangst genomen worden.


 

Bij deze dropping werden ook fouten gemaakt. Zo werd één container over het hoofd gezien. Mogelijk dat deze buiten het gebied van het droppingterrein terecht was gekomen en derhalve niet ontdekt werd.  Maar deze fouten mochten niet voorkomen.

Deze dropping gebeurde, ondanks dat het in de omgeving zeer onrustig was en de Landwachters elke avond en nacht de omgeving afstroopten.
Zo schreef de heer Dingeldein, uit Denekamp, onder andere in zijn dagboek:

September 1 Vrijdag (1944):
“Men vertelt dat twee landwachten uit Denekamp vannacht aan ´t kanaal weer twee onderduikers hebben gepakt. Iedere nacht zijn ze op jacht! Voorts dat vandaag in Lonneker twee landwachten zijn doodgeschoten.
Nadere bijzonderheden over het gebeurde in Tilligte. De onderduikers uit de buurt zouden die avond van nieuwe bonnen worden voorzien. Deze werden gebracht door de geheimzinnige auto. In Ottershagen is een formele veldslag geleverd.
Een beruchte Denekamper landwachter heeft de onderduiker neergeschoten. Hij schoot hem in de rug. De jongen die hij heeft neergeschoten, kwam uit Borne. De moord is gepleegd bij het hek, dat aan de straat bij Lud Stroinks buitenhuis op de Hezenberg staat, ´s avonds om 10 uur. Ik was vanmiddag op de Hezenberg en sprak er de burgemeester en mevrouw Rückert uit Enschede, die daar een poos willen blijven. De burgemeester heeft ziekteverlof.”

Twee dagen later schreef de heer Dingeldein uit Denekamp, in zijn dagboek:
September 3 (1944):
"Men vertelt, dat vandaag in Tilligte ene bus met allerlei goede dingen is neergekomen; sigaretten, tabak, chocolade, cognac, revolvers, (blijkbaar voor de verzetsbeweging bedoeld). Ofschoon er een label "niet gevaarlijk" aan zat, vertrouwden de boeren de zaak niet en gaven de vondst bij de politie aan, waarna ze door Duitsche militairen werd weggehaald. Hoe stom!"

In de nacht van 8- op 9 september 1944 crashte ditzelfde toestel, nabij de Cocksdorp op het eiland Texel. Dit was kort voor een dropping, toen het toestel met een ballonkabel in aanraking kwam, op een hoogte van ongeveer 400 voet. Er werd gebruik gemaakt van zogenaamde versperringsballonnen die men boven strategische objecten of schepen opliet. De, met helium of waterstof, gevulde ballonnen werden door een lange staalkabel op hun plaats gehouden en zorgden er zo voor dat geen laagvliegende vliegtuigen boven bepaalde objecten konden vliegen. 


 
   
foto:www.valiants-r-us.co.uk   Foto´s: http://www.basher82.nl/
 
Om het leven kwamen:
Thomas Roger Court RAFVR (air bomber) (RAFVR=Royal Air Force Volunteer Reserve)
William George Evens Fletcher Walton RAF (gunner) (RAF= Royal Air Force)
John Hulme RAFVR.
Zij liggen begraven op het kerkhof van Den Burg in Texel

De gezagsvoerder Rottwell en de manschappen Mc Kitrick, C.D.Shaw, en R.W. Willmott, overleefden de crash en werden krijgsgevangen genomen.

 
 
Rummy 1A
Onder de Codenaam: Rummy 1A, stond In de nacht van woensdag de 13e op donderdag de 14e september 1944, op dit terrein, weer een dropping gepland. Deze werd echter door Engeland gecanceld. De dropping zou een dag later plaatsvinden, maar deze werd ook gecanceld.

Mogelijk dat dit te maken had met de landing van het Jedburghteam, onder leiding van Henk Brinkgreve, op deze 13e.
Ook de 14e leek er niets op te duiden dat een dropping, door de mannen op Lidwina, verwacht zou worden, want door de leiding werd alle aandacht besteed aan het leggen van contacten met Henk Brinkgreve en zijn team. Dit team was geland in het buurtschap De Piksen en in eerste instantie werden zij ondergebracht bij de verzetsgroep RVV (Raad Van Verzet), welke groep hooftzakelijk in Salland opereerde, onder de leiding van kaptein Lancker. Op dat moment heerste nog een concurentiestrijd tussen de leiders van de KP Twente en deze kaptein. De KP´ers vonden dat de RVV te weinig ondernam, terwijl Lancker de KP  jongens maar een ongeorganiseerde bende vond, zonder enige discipline. 

 

Rummy 1A
Daarna stond deze dropping, onder dezelfde codenaam, gepland voor de avond van donderdag 21 september, op vrijdag 22 september 1944, tussen 21:30 en 22:15 uur.
Daartoe was op die avond een Halifax van het 298e Squadron  LL149  8TP met als gezagsvoerder  T.M. Griffiths en zijn crew onderweg met 15 containers en 2 pakketten. Zij vlogen verschillende malen boven het veld, maar zagen geen lichten. Na drie kwartier daar rondgecirkeld te hebben, besloot de gezagsvoerder terug te keren naar Engeland, zonder dat de dropping had plaatsgevonden. 


Wat was de reden dat er geen vangploeg aanwezig was? Ik kan hier zelf niets over vinden. Alleen het feit dat de KP leiding van Zenderen het, twee dagen daarvoor (19e september), voor elkaar heeft gekregen om het Jedburrghteam bij hen in te laten trekken. Dit team werd met de auto van de KP´ers afgehaald en naar Zenderen gebracht. Daar vonden dan uiteraard de nodige werkzaamheden plaats, zoals de inrichting en besprekingen over de structuur. Wie gaat wat doen, binnen de organisatie en wat moet er nog gebeuren? Verder had de leider, Henk Brinkgreve, van dit Jedburghteam, er zijn handen vol aan om de neuzen van de verschillende verzetsbewegingen één richting op te krijgen. Had men door deze drukte deze dropping over het hoofd gezien?
 
Of was men te druk met de navolgende informatie bezig? (Heb ik uit betrouwbare bron vernomen)
Bij Borne zou in de maand september’44 ook gedropt zou worden.
Dat veld was door de Royal Air Force voor Special Operation Executive (wapendroppings) afgewezen, maar door Special Air Service (SAS) overgenomen.
Het plan was daar een SAS road-watching party (van maximaal 16 man) te droppen ter ondersteuning van Henk Brinkgreve.
Dit team moest dan alle belangrijke oost-west wegen en spoorlijnen in de gaten houden, om vast te stellen hoeveel reserves de Duitsers aan zouden voeren, t.b.v. de Slag om Arnhem.
De definitieve dropping zou plaats vinden in de nacht van vrijdag 22- op zaterdag 23 september 1944. ( De 22e werd Johannes ter Horst gearresteerd en de 23e werd het hoofdkwartier Lidwina overvallen.)
Wat als de SD daar op deze 16 zwaarbewapende SAS-soldaten waren gestoten???


Is wat de heer Dingeldein in zijn dagboek beschrijft, een soortgelijke dropping geweest? Aldus de heer Dingeldein:
Okotober 27, vrijdag:
"Nevelig weer: Gisteren tegen de avond zouden hier in de buurt een tiental parachutisten zijn neergekomen. Verscheidene Duitse patrouilles rukten naar alle zijden uit.
Vanmorgen werd het gebied van Singraven doorzocht. Niet alleen Singraven, maar ook de bossen van Borg Beuningen en Tilligte. Alles was streng afgezet. Er werden huiszoekingen gedaan. Gevolg: Twee jongens van Witteveen, die zich in de schuur van Dissel (opmerking: Waarschijnlijk in de Singraven bij de watermolen waar Dissel molenaar was) ophielden en een knecht van Bernard Borghuis (Kiekbos), die als student-onderduiker zich al 3 jaar bij hem hadden opgehouden, werden ingerekend. Of er piloten gevonden zijn, weet men niet."


Ook Annie Velthuis in Ootmarsum beschrijft, in haar dagboek, enorme onrust, kennelijk veroorzaakt door deze Duitse patrouilles:
26 oktober (1944): "Verschillende personen hebben vannacht in de bomen gezeten en in de bossen geslapen. Oom Antoon, Vos, Verhulst en nog meer van die oorlogszieke mensen liggen nog diep onder de wol."


Over het squadron 298:
Binnen het squadron 298, dat werd opgericht op 4 november 1943, werd gebruik gemaakt van Halifax bommenwerpers. Dit squadron werd tevens speciaal getraind om grote zweefvliegtuigen te slepen, zoals die ook gebruikt werden in "de slag om Arnhem". Maar vanaf februari 1944, bestond hun hoofdtaak toch uit het droppen van SOE agenten. Op 16 maart 1944 werd het 298 Squadron gesplitst en werd uit deze afsplitsing tevens het 644 squadron gevormd. (Ontleend aan wikipedia).


Rummy 1A
In de avond van vrijdag de 22e, op zaterdag de 23e september 1944, stond de uitgestelde dropping andermaal gepland onder dezelfde codenaam: "Rummy 1A"
Tussen 21:59–22:29 uur, vloog het toestel, een Halifax van het 298e squadron  LL 346 8a-U F/ met als gezagsvoerder, de sergeant F.A. Ouseley en zijn crew, verschillende malen boven veld, doch helaas werden geen lichten waargenomen, zodat de 15 containers en 1 pakket, aan boord bleven.



Waarom ging het weer mis?
Er waren op dat moment voldoende Kp´ers aanwezig, omdat zij weer een dropping verwachtten. Op de vaste tijden dat de slagzin verwacht werd, luisterden ze naar de radio. Vervolgens, te omstreeks 17.30 uur, verliet Johannes ter Horst, zijnde één van de KP-leiders, op zijn motor, Lidwina en reed naar Almelo. Over hoe dit verder afliep kunt u lezen op de page "Dood Johannes ter Horst 1 en 2", van deze site.
In ieder geval werd Johannes door de Duitsers, na aangeschoten te zijn, gearresteerd en niet veel later in de avond, kwam dit bericht ook op Lidwina binnen. Er werd niet meer naar de radio geluisterd, maar alles werd in gereedheid gebracht om tot ontruiming over te gaan. Derhalve was er ook niets geregeld voor deze dropping.
Zoals afgesproken, moest het hoofdkwartier binnen 2 X 24 uur ontruimd worden, als er iemand gearresteerd zou worden, die kennis droeg van de plaats van dit hoofdkwartier. Men ging er van uit dat de gearresteerde op een bepaald moment door zou slaan. In dit geval was Johannes ter Horst nog een veel groter risico, omdat hij bijna met alles op de hoogte was.


Rummy 1A
Kennelijk wisten ze in Engeland niet wat er allemaal gaande was binnen de verzetsbewegingen in Twente en werd er op de avond van zondag 24- op maandag 25 september 1944, andermaal een dropping gepland onder dezelfde codenaam: "Rummy 1A".
Toen de berichten over de toestand in Twente, in Engeland binnenkwamen, werd deze dropping gecanceld en werd dit veld als plaats voor verdere droppings tevens opgegeven.

Is dit nu het einde van de droppings in Twente? Zeer zeker niet!

Er was een ander veld aan Engeland doorgegeven en goedgekeurd. Dit veld had de naam: "Currant" en de eerste dropping zou onder de codenaam "Rummy 14" geschieden.
De coordinaten van dit veld zijn 52°23’02” NB   06°57’25” OL
De codeletter voor dit veld, dat met een wit licht geseind diende te worden was:   (. . -.)  dut dut daah dut
De markeringslichten op het veld dienden rood-wit-rood in lijn te zijn.
De slagzin die door de BBC afgegeven werd, zou luiden: "Vier of vijf gaat niet!".

 

Hierboven het terrein "Currant", (Rummy 14) aan de zuidkant van het kanaal Almelo Nordhorn.
 

Hierboven één van de opdrachten om op dit veld te droppen (Uit het archief van Huub van Sabben)

Op de dag dat de dropping op het terrein Acacia werd gecanceld, dus op de avond van zondag 24- op maandag 25 september 1944, vond een dropping plaats op dit nieuwe terrein met de droppingcode: "RUMMY 14"
Met een Halifax met het nummer: LL323 8T-V, van het 298e Squadron, met als gezagsvoerder W.F.Smith (RCAF) en zijn crew, werden te omstreeks 21.26 uur, 15 containers gedropt.

Onvoorstelbaar!:
Er moet vanuit gegaan worden dat deze dropping, ondanks dat een dag tevoren het hoofdkwartier, huize Lidwina, in Zenderen, door de SD werd overvallen, toch georganiseerd werd. Waarschijnlijk bemoeide Geert Schoonman zich hiermee, omdat hij bij de navolgende droppings ook de coordinatie had. Maar zeker is dit niet. Wel is zeker dat een grote groep "vangers", uit de omgeving van Tilligte, hierbij aanwezig waren en één of meerdere boeren, gelegenheid gaven om de gedropte spullen te verbergen. De KP´ers die er bij waren, zullen zeker van de mogelijkheid gebruik gemaakt hebben om daar ook ergens onder te duiken. Niet bekend was wat Johannes los zou laten. Zouden ze hem zo ver krijgen dat hij namen en adressen ging noemen?
Ook aan de zijde van het RVV heerste één en al onzekerheid, omdat ook de vriendin van de RVV-leider, (kaptein Lancker), door de SD, was opgepakt. Zij wist ook het één en ander te vertellen. Zou zij haar mond houden?
Onder deze spanning en met de enorme teleurstelling over het oprollen van het hoofdkwartier, werd dit werk gedaan. 

Op diezelfde avond en omstreeks dezelfde tijd, dat de "vangploeg" druk bezig is met het verzamelen, vervoeren en verbergen van het gedropte wapentuig, werd de KP-leider Johannes ter Horst, samen met Roelof Blokzijl, plaatselijk leider van de LO (Landelijke Onderduikersorganisatie), aan de Haaksbergerstraat nabij Usselo, door de SD doodgeschoten.



Rummy 14A
In de nacht van donderdag 28- op vrijdag 29 september1944, vond er weer een dropping plaats onder de code "RUMMY 14A". De dropping werd uitgevoerd door een Stirling met LJ971   X9-X, van het 299e Squadron, onder leiding van de gezagsvoerder W.T.Dillon en zijn crew
De geplande aankomsttijd was 01.20 uur, waarna 24 containers en 2 pakketten vanuit het toestel  werden gedropt
Het toestel arriveerde daar te omstreeks 01:20 uur.

Ook deze dropping ging goed. Er werd weinig ruchtbaarheid aan gegeven. En de "vangers"  kregen zo langzamerhand ook routine in hun werkzaamheden.

 
Rummy 14B
In de nacht van zaterdag 30 september, op zondag 1 oktober 1944, werd onder de codenaam "RUMMY 14B" weer op dit terrein gedropt. Dit werd uitgevoerd door een Stirlling, initialen niet bekend   E  van het 190e squadron, onder leiding van de gezagsvoerder N.W. Sutherland (RNZAF= Royal New Zealand Air Force) en en zijn crew
Het toestel, dat te omstreeks 20:55 uur ter plaatse was, wierp 24 containers en 2 pakketten af. 

Rummy 14C
De laatste dropping, bestemd voor dit veld, was in de avond van maandag 2- op dinsdag 3 oktober 1944, onder de codenaam: "RUMMY 14C", uitgevoerd door een Stirling LK280  V8-G, onder leiding van de gezagsvoerder R.W.F.Cleaver en zijn crew.
Er zouden 24 containers en twee pakketten afgeworpen worden. De geplande aankomsttijd van het toestel was te omstreeks 21:20 uur. Bij hun aankomst werden er geen receptielichten gezien en vloog het toestel, met zijn lading weer terug naar Engeland.

Dit was tevens de laatste maal dat er van dit veld gebruik werd gemaakt.

Dudley 02  
Daarna werd het nieuwe droppingveld nabij Hezingen in gebruik genomen, genaamd "De Paardenslenkte", zijnde een heideveld, ten oosten van Hezingen, grenzende aan de Duitse grens.
De codeletter die op dit veld geseind diende te worden was: G   (- - . Daah  Daah  dut) in een wit seinlicht.
De slagzin die via de BBC werd afgegeven was mogelijk “Ga zo door mijn jongen” (maar is niet zeker.)
De lichtenopstelling op het veld was:  rood – wit – rood in lijn.


 

Het veld Dudley 02, zijnde een codenaam van Henk Brinkgreve.
 

Hierboven een opdracht om boven dit terrein te droppen en alle informatie die de bemanning van het toetel nodig had. In dit geval werd de maximum belading in het toestel gedaan. (Uit het archief van Huub van Sabben)
 
Eerste dropping op dit terrein:
In de avond van zondag 1- op maandag 2 oktober 1944, te omstreeks 22.30 uur, dus precies tussen de droppings Rummy 14B en 14C in, werd er gedropt op het terrein Dudley 2, op de Paardenslenkte te Hezingen. Het was de eerste dropping op dit terrein.
Gedropt werd vanuit een Halifax van het 298e  Squadron LL294  8A-P. De gezagsvoerder was W.B.Taylor (Royal Canadian Air Force) met zijn crew.
In totaal werden er 15 containers en 2 pakketten afgeworpen.

Dit betekende dat drie nachten achter elkaar vliegtuigen boven Tilligte rondvlogen die wilden droppen. Eén poging mislukte zoals beschreven, maar ik kan me voorstellen dat de Duitsers en zeker de Landwachters, behoorlijk nerveus aan het worden waren, wetende dat er zoveel wapentuig naar beneden kwam, terwijl zij er nagenoeg niets van konden onderscheppen.

In het dagboek van Dingeldein is te lezen: 
“Oktober 3, dinsdag:
Men fluistert dat gisteren laat, een vliegtuig, dat wij laag hoorden vliegen, weer in ´t Lattropperveld of omgeving parachutes heeft afgeworpen. Men meent er 15 te hebben geteld. Met de volle maan was alles verbazend helder. Den geheelen dag hebben de Duitsche patrouilles kriskras door het veld afgezocht, boerenschuren, stroo- en roggehoopen, hooibergen en aardappelkuilen doorzocht en blijkbaar niets gevonden.

Het toestel van gezagvoerder Tayler (LL294) gecrashed.
In de nacht van zaterdag 14- op zondag 15 oktober 1944, om 0013 uur. werden containers gedropt voor het verzet, in de operatie Rummy 6, in het gebied van Emmen in Nederland. Bij hun terugvlucht werd het toestel bij Hoorn door Flak afweergeschut getroffen en moest het toestel op het IJsselmeer een noodlanding maken in de omgeving van Stavoren.
De gezagsvoerder William B. Taylor van de RCAF (Royal Canadian Airforce), bleef ongedeerd en wist uit de handen van de Duitsers te blijven, (evaded) evenals de navolgende leden van de Crew: John Campbell Fligt ingeneer, William McGechie van de RCAF als navigator, James A. Horwood RCAF, boordschutter en Alfed Springate wireless operator. De vijf wisten te ontsnappen middels een dinghy. (Een dinghy is een rubber reddingsboot)
Eén bemanningslid kwam om het leven. Dit was: Harold L. Ferguson RCAF, air bomber. Hij werd later begraven op de algemene begraafplaats in Staveren.

 

In het water van het IJsselmeer vond Harold L. Ferguson de dood. (15 oktober 1944)

Sergeant Springate bleef bij het verzet. (Hij kreeg daarvoor toestemming van de RAF) Hij was marconist en die konden ze binnen het verzet goed gebruiken voor de SOE missie Necking (Peter Tazelaar/Lykele Faber)

Drukte in het luchtruim boven Tilligte:
De volgende avond, dus van maandag 2- op dinsdag 3 oktober, was het druk in het luchtruim, want er ging een vliegtuig naar het veld Currant in Tilligte. Dit was een Stirling LK280  V8-G, onder leiding van gezagsvoerder R.W.F.Cleaver en zijn crew. Zij hebben daar tot 21.20 uur rondgevlogen, maar konden geen receptielichten waarnemen.
De 24 containers en twee pakketten zijn daarom ook niet afgeworpen.

Die avond, omstreeks dezelde tijd, vloog er boven het andere terrein, nabij Hezingen aan de "Paardenslenkte", eveneens een vliegtuig dat aldaar zijn lading wilde droppen. Dit vliegtuig was een Stirling van het 570e Squadron  LK156 V8-I  met als gezagsvoerder P.J. Shuter (Royal Air Force Volunteer Reserve) en zijn crew.
Uiteindelijk werden daar te omstreeks 21.30 uur, 24 containers en 2 pakketten gedropt.

Opmerking: De dubbele dropping is waarschijnlijk een misverstand geweest, want er kon wel zeker vanuit gegaan worden dat de "vangploeg" twee terreinen in één keer, zeker niet aankon en zeker niet als dit omstreeks dezelfde tijd gebeurde..


Gecancelde vlucht:
Een geplande dropping voor de avond van woensdag 4- op donderdag 5 oktober 1944, werd door Engeland gecanceled.
Volgens hetgeen de heer Dingeldein in zijn dagboek schreef, was er in de loop van de dag regen, dus kan dat de oorzaak zijn geweest dat deze dropping niet doorging. Deze vluchten hadden goed zicht nodig om op de juiste plaats te kunnen droppen.  


De dropping van 6- op 7 oktober 1944.
De dropping, die in de avond van vrijdag 6- op zaterdag 7 oktober 1944, plaats zou vinden, op het terrein van de "Paardenslenkte", nabij Hezingen, is niet doorgegaan omdat de crew van het vliegtuig de receptielichten op het terrein niet aangetroffen had.
De dropping zou geschieden met een Stirling  van het 299 Squadron  EF323  5G-F , met als gezagsvoerder E.J. Tovell, van de Royal Australian Air Force
In totaal zouden er 24 containers 3 pakketten afgeworpen worden.
 
Opmerking:
Deze dropping ging niet door omdat op die vrijdag de 6e oktober een inval werd gedaan bij boer Evers en daarmee de belangrijkste personen voor deze dropping werden gearresteerd, onder wie Geert Schoonman. Betreffende deze inval zie de pages betreffende "De dood van Geert Schoonman" op deze site.

 
Laatste poging om wapens te droppen in Noord Twente.
Kennelijk was deze informatie nog niet in Engeland bekend geworden, want een poging om de vracht te droppen werd nog een keer herhaald in de avond van zaterdag 7- op zondag 8 oktober 1944, te omstreeks 22.15 uur, met een Halifax van het  644e Squadron LL331  9U-K  met als gezagsvoerder V.A. Pope.
Er zouden andermaal 24 containers en 3 pakketten afgeworpen worden. Het terrein werd wel gevonden maar weer waren de receptielichten niet ontstoken.

 
Vanaf die dag droeg Engeland kennis van het feit dat de hele organisatie aan de grond, door arrestaties, niet meer kon functioneren, en zag men van verdere droppings af op de drie genoemde velden.
 
Wel gingen de Duitsers en de Landwachters door met zoeken naar wapens en munitie. Het moest een enorme hoeveelheid zijn en eigenlijk verbazingwekkend dat er maar zo weinig gevonden werd.
 
Ik weet dat het niet nauwkeurig is, maar als ik het vergelijk met de dropping in Eibergen, er vanuit gaande dat steeds ongeveer hetzelfde afgeworpen werd, dan kom ik in totaal op 114 afgeworpen containers en 11 afgeworpen pakketten.

Naar schatting gaat het dan om:
440 stenguns, 2000 magazijnen, 400 loaders voor magazijnen, 120.000 9mm patronen voor de stenguns, 8 brenguns (mitrailleurs) 70 magazijnen voor deze brenguns, 8000 stuks munitie .30 voor deze brenguns, 800 geweren .30, 20.000 stuks munitie voor deze geweren. 8 bazooka´s, 100 bazookarockets, 600 bazookabatterijen, 350 mills handgranaten, 250 Howkins handgranaten, 20 rookgranaten no.77, 80 rookgranaten no.82, 40 pistolen met 2000 stuks munitie, 2000 bandenvernielers, 100 fietsenbanden en 100 binnebanden…….verder veel kleding en etenswaar alsmede 10.000 sigaretten.


Hieronder enige berichtgevingen van de heer Dingeldein en Annie Velthuis, in hun respectievelijke dagboeken, omtrent de zoekactiviteiten,die plaatsvonden, na de laatste dropping, in dit gebied:
 
October 13.(vrijdag)Dingeldein:
"Men vertelt vanmorgen, dat er bij den boer Hunenbekker (bij den Hunenborg) een opslagplaats van munitie is ontdekt door de Duitsers.
Het blijkt, dat niet bij de “Hunenbekker” maar bij den boer Mollink jr. (Horsthuis in Tilligte), munitie in het land gevonden is. De boer is door de Grünen gearresteerd."

Velthuis:
Gisteren munitie gevonden bij Horsthuis in Tilligte. Ziet er slecht uit. Volgens geruchten Damhuis ook gegrepen. Paus (Evers) de veearts bevrijd uit de cel in Oldenzaal.

October 14. (zaterdag) Dingeldein:
"Het eerste nieuws is, dat er in Volthe 9 onderduikers zijn gesnapt. Meer en meer wint de overtuiging veld, dat er verraad moet schuilen in de kringen van de onderduikers en verzetsbeweging. Hierop is ook van regeringszijde gewezen………….verder..
De minitie (een wagen vol), die bij Mollink jr. werd gevonden, was gedeeltelijk in een schuur, gedeeltelijk buiten opgeslagen. De Grüne Polizei kwam, en gelastte de boer, de plaatsen aan te wijzen. Deze wist van niets. Daarop wezen de Grünen zelf de plaatsen aan. Dus er is verraad in ´t spel geweest. De boer werd meegenomen en komt stellig nooit meer terug. Hij is misschien al gefusilleerd. Ook twee knechts meegenomen."
 
October 20. (vrijdag) Dingeldein:
"Ander verrassend nieuws is, dat de boer Mollink uit Volthe en zijn knecht gisteravond terug zijn gekomen. Zij werden geboeid bij huis gebracht. Dus hebben zij ook geen schuld. Intussen zijn tal van varkens, schapen, kippen en ganzen van de boer doodgeschoten."
 
October 27 (vrijdag) Dingeldein:
"Gisteren tegen de avond zouden hier hier in de buurt een tiental parachutisten zijn neegekomen. Verscheidene Duitse patrouilles rukten naar alle zijden uit.
Vanmorgen werd het gebied van Singraven doorzocht. Niet alleen Singraven, maar ook de bossen van Borg Beuningen en Tilligte. Alles was streng afgezet. Er werden huiszoekingen gedaan. Gevolg: twee jongens van Witteveen, die zich in de schuur van Dissel ophielden en een knecht van Berhard Borghuis (Kiekbos), die als student- onderduiker zich al drie jaar bij hem hadden opgehouden, werden ingerekend. Of er piloten werden gevonden, weet men niet."

26 oktober (donderdag): Velthuis:
"Verschillende personen hebben vannacht in de bomen gezeten en in de bossen geslapen. Oom Antoon, Vos, Verhulst en nog meer van die oorlogszieke mensen liggen nog diep onder de wol."
 
28 oktober (Zaterdag) Velthuis:
"Vandaag niet veel bijzonders. Rustig op de stoel in verband met ontsteking aan de knie. Henke, Oberfeldwebel bij Verhulst heeft in vertrouwen verteld dat personen in Ootmarsum in verbinding staan met het nog altijd vliegende vliegtuig. Voor 90% hebben ze de schuldigen, weten ze zeker. Dan zal Ootmarsum verwoest worden. Alarm gemaakt. Alles is nu gelukkig in orde, jongenswerk."

Vanaf eind oktober is er alleen nog te lezen hoe de Duitsers zich te buiten gaan aan fietsendiefstallen, scheld en zuippartijen. Er begin nu echt chaos te ontstaan en niet ongevaarlijk voor de bewoners.


Krantrenartikel in het dabblad Tubantia over het droppingterrein "Dudley 02" op "de Paardenslenkte" (25 april 2014).
Na de oorlog over boer Evers (de Paus) in Tilligte, welke boerderij direct betrokken was bij de wapendroppings op het terrein "De Paardenslenkte" (Dudley 02) en waar de tragische overval door de Landwacht plaatsvond:
Uit het Archief van C.B. Cornelissen:

HEZINGEN - Uit Engeland en de Verenigde Staten kreeg verzetsman Teun Evers (Paus Teun) onderscheidingen. Nu wordt hij ook in eigen land geëerd.
Mogelijk dat zijn eigen bescheidenheid een rol heeft gespeeld.Verzetsman Teun Evers (1925-2011) liet zich niet op zijn daden voorstaan. Johan Steggink schetst: "Bij de dodenherdenkingen was hij steeds aanwezig. Nooit vooraan, altijd op de achterste rij." De voorzitter van de Historische Kring Vasse Mander Hezingen vindt dat Evers - lokaal bekend als Paus Teun - alle eer verdient. "Hij heeft een zo belangrijke rol gespeeld in het verzet."
Steggink weet dat Evers uit Engeland en de Verenigde Staten onderscheidingen heeft gekregen voor zijn verzetswerk. "Maar hier in Tubbergen niets, ook geen koninklijke onderscheiding." In oktober komt er zeventig jaar na dato alsnog een postuum eerbetoon. Dan zou in de buurt van de Paardenslenkte in Hezingen een monument onthuld worden dat herinnert aan de daadkracht van Evers.

 

De paardenslenkte (foto Jac Boon)
 
Het idee is afkomstig van Tubbergenaar Jelle Hooiveld. Die heeft zich intensief verdiept in geheime missies van de geallieerden in bezet Nederland. Onder de titel "Operatie Jedburgh". Geheime Geallieerde missies in Nederland 1944-1945 verschijnt vandaag een boek van zijn hand.
Evers heeft belangrijke hulp geboden bij omvangrijke wapendroppings voor de geheime Jedburgh-operaties. Het ging om grote hoeveelheden wapens voor het verzet die in najaar 1944 door geallieerden werden afgeworpen nabij de Paardenslenkte. Evers sprak pas vijftig jaar na de bevrijding over de gebeurtenissen. In "Onvergetelijk Verleden", een bundel verhalen van de Historische Kring, deed de oud-verzetsman uit de doeken hoe het ging met de wapenleveranties. 


Opmerking: Ik wil nogmaals opmerken, zoals ik dat ook gedaan heb op de page "Wildwestdropping", dat de kracht van het verzet in Noord-Twente was, de saamhorigheid, het "met z´n allen de klus klaren". Vangploegen, die geinstrueerd op de velden aanwezig waren, de wagens met paarden van de boeren, de bergplaatsen die bij de boeren geregeld waren. Het was geen werk van één man, maar van allen en ook de zwijgplicht van allen.
Je zou eigenlijk de namen van al die werkers op een gedenkplaat moeten plaatsen.

Ik vond een foto in het dagblad Tubantia, uit het jaar 1969, naar aanleiding van het feit dat het 25 jaar geleden was dat deze droppings plaats hebben gevonden.



Ik kreeg van Jelle Hooiveld namen van de personen op deze foto:
Van links naar rechts: Bernard Veer (Vasse), Loohuis (Tubbergen, had café bij de oude Melkfabriek), Gerard Wenneger, Haanstede (Hezingen, man met snor), Teun Evers (Hezingen), Eef Evers (Hezingen), Frans Evers (vader van Erwin Evers), Herman Evers (Hezingen), Jan Evers (Hezingen), Harry Buyvoets (Tubbergen). 
 
Wanneer je de foto goed bestudeert zie je op de achtergrond enige wapens opgestapeld liggen. Deze foto was natuurlijk zeer gewaagd om te nemen. Jonge mannen achter een berg, zojuist gedropte wapens. Deze foto moest natuurlijk ook ergens bij een fotograaf ontwikkeld worden.

Over het droppingterrein "Currant" ten zuiden van het Almelo Nordhornkanaal.
Bron: http://www.4en5mei.nl/  en Stichting Heemkunde Denekamp-

In het jaar 2002 werd aan de Kampstieweg te Tilligte, welke weg parallel loopt aan het kanaal Almelo-Nordhorn, in de buurt van het landgoed Singraven, als aandenken, een monument geplaatst. Dit  'Droppingmonument' is een zwerfkei met een bronzen plaquette. Op de gedenksteen zijn in het brons een wapendropping en twee kruizen afgebeeld. 

Het monument:  Foto: André van Aarsen

Tekst
De tekst op de plaquette luidt: 

'DAPPER, STRIJDVAARDIG IN MOEILIJKE TIJDEN 
WAREN VELEN VOOR DE VRIJHEID VAN HET VADERLAND. 
TER HERINNERING AAN DE WAPENDROPPINGEN 
IN SEPTEMBER 1944 ROND ERVE HOSTHOES. 
STICHTING HEEMKUNDE DENEKAMP, 
31.5.2002.' 

 
Symboliek
Het kruis is niet alleen een symbool van het christelijke geloof, maar herinnert tevens aan het offer dat de gefusilleerden brachten voor een leven in vrijheid.
Die tekst zal alsvolgt luiden:
  
Bewoner Jan Mollink sr. van Erve Hösthoes, buurtbewoners en leden van het verzet hadden de taak wapens en munitie veilig te stellen en te verstoppen. Daarna werden ze, verpakt onder een dikke laag mest, met paard en wagen vervoerd naar diverse plaatsen in Twente, waar er verzetsdaden mee werden uitgevoerd. Door vaderlandsliefde geleid werden grote risico’s genomen in de strijd tegen de bezetter, waarbij arrestatie niet uitbleef.
 
Jan Mollink sr. kreeg na de oorlog het Verzetsherdenkingskruis uitgereikt voor zijn moedig optreden.
De plaatsing van het monument kwam tot stand door de Dorpsraad Tilligte en de Stichting Heemkunde Denekamp. Het monument werd op 31 mei 2002 onthuld door schrijver Coen Hilbrink  samen met J. Mollink jr., in aanwezigheid van leden van het verzet en vertegenwoordigers van Dorpsraad Tilligte en Heemkunde Denekamp.


Opmerking: Ik meen begrepen te hebben dat de plaquette met de tekst vooralsnog niet is geplaatst.

Voor het tot stand komen van deze page, wil ik nogmaals, de navolgende personen bedanken voor hun medewerking. Dit zijn Jelle Hooiveld, Huub van Sabben en Jac Boon. Zonder hulp van derden is het bijna onmogelijk een dergelijke page te realiseren.



<<<<<<<<<<                                >>>>>>>>>