Het Enschedese politiekorps tijdens de tweede wereldoorlog. (Under construction 30-1-2017)

De stad Enschede had in het jaar 1940 bijna 93.000 inwoners en was een echte textielstad met veel inwoners afkomstig uit Drenthe en noord- west Overijssel. In de Drentse veenkoloniën was geen droog brood meer te verdienen en het leven in Noord- west Overijssel was in het begin van de 20e eeuw ook geen pretje. Velen vonden in Enschede, in de textiel, werk als wever, spinner, verver e.d. Over huisvesting hoefden, de nieuwe bewoners, ze zich ook geen zorgen te maken. De fabrikanten bouwden complete dorpen tegen de stadsrand. Een gedeelte van het verdiende loon stroomde zo weer terug in de zakken van de fabrikanten.
Veertig jaar daarvoor, dus in het jaar 1900 had Enschede slechts 40.000 inwoners.

Inmiddels had Nederland in de oorlog met Duitsland gecapituleerd. Het kleine landje, met z´n ietwat verouderd leger, was niet opgewassen tegen de overmacht van de moderne oorlogsmachine.

 

Foto Enschede textielstad  Bron: www.achteruitkijkspiegel.nl (bron onbekend)
 

Inmiddels had Nederland in de oorlog met Duitsland gecapituleerd. Het kleine landje, met z´n ietwat verouderd leger, was niet opgewassen tegen de overmacht van de moderne oorlogsmachine.
 

Foto politiebureau: Bron: www.achteruitkijkspiegel.nl

-En daar zit je dan als politieman in de agentenwacht. De macht is overgenomen door een vreemde mogendheid. Wat gaat er bij de politie veranderen? Blijft alles zoals het is? Maar goed, je bent er ter bescherming van de burger bevolking, maar ook om repressief tegen overtredingen en misdrijven op te treden. Is onze commissaris V. d. Wal nog steeds de baas en blijft dat zo? Of moet ik straks naar een Duitser luisteren, die met zijn hoge laarzen de wacht binnen komt en in de Duitse taal zijn bevelen geeft?

Daar zal in de wacht veel over gesproken zijn maar niemand heeft er een antwoord op. Toch zullen er al wel verschillen van opvatting naar voren gekomen zijn. Zoals: “Ik luister niet na de bevelen van die Duitsers!” Of de opmerking: “We moeten er het beste maar van maken. We hebben de plicht om voor de veiligheid te zorgen!” Maar er zijn ook politiemannen, al zijn ze gelukkig in de minderheid, die zeggen: “Goed dat er eindelijk eens doorgepakt wordt in Nederland en dat er wat veranderd. Het was toch maar een chaos!”

Daar beginnen meteen al problemen te rijzen. Er waren politiemensen die echt niet voor de bezetter wilden werken en het liefst ontslag zouden nemen. -Dat is beter dan samenwerken met de vijand!- In het bezettingsjaar 1940 namen slechts twee politiemensen ontslag. Eén om gezondheidsredenen en de ander om mij onbekende redenen. In het jaar 1940, het eerste jaar van de bezetting was het inderdaad maar afwachten hoe het verder zou lopen-

Besluit verordening gemeentepolitie.
Na de bezetting, kwam er op 26 augustus 1940 een Raadsbesluit, waarin een wijziging op de “Verordening Gemeentepolitie”, werd toegepast, inhoudende, dat de reeds lang bestaande behoefte om meer politiepersoneel, zal worden vervuld. De uitbreiding zal bestaan uit 1 adjunct inspecteur van politie, 1 brigadier en 29 agenten.

 -Deze extra politiemensen zouden bijna allemaal voort komen uit het, na de bezetting, ontbonden Korps Militaire Politietroepen, dat gedurende de eerste wereldoorlog, in het jaar 1919, werd opgericht. (Nederland was in deze oorlog neutraal) Naar buiten toe beweerden de bewindslieden dat dit Korps Militaire Politietroepen strikt bedoeld was om de orde in het leger te handhaven. Het korps was bedoeld als een tijdelijke instelling en zou de politie slechts ondersteunen zolang die niet voldoende personeel kon beschikken om hun taak naar behoren te vervullen. Maar na de mobilisatie van het leger na de 1e wereldoorlog, bleef dit, eigenlijk bij het leger behorende, korps voortbestaan, terwijl het leger reeds was gedemobiliseerd en naar huis gestuurd. Er waren voor de leden van het korps politietroepen geen militaire politietaken meer te verrichten!  
Om toch een nuttige invulling aan dit korps te geven werd het bij de grensbewaking van ons land ingezet. Daarna werd door het departement dit Korps, in plaats te ontbinden, fors uitgebreid. Het korps groeide van 1.200- in1919 naar 2.200 personen in 1922. In het land werden bij deze uitbreiding vraagtekens geplaatst omdat de militaire politie bijna net zo sterk was geworden als de Koninklijke Marechaussee en de Rijksveldwacht samen. Daar kwam nog bij dat leden van de Koninklijke Marechaussee met grote jaloezie keken naar dit nieuwe Korps. Binnen de top van de Koninklijke Marechaussee was men dan ook uiterst boos, omdat er door dit beleid een rivaal geschapen was die nu de oude Koninklijke Marechaussee van haar bestaansrecht zou kunnen beroven. De chaos in de Nederlandse politieorganisatie was bijna niet meer te overzien.

Om van verder gemor binnen de organisaties van Marechaussee, Veldpolitie en gemeentepolitie af te zijn, werd in 1922, door het Ministerie van Oorlog, besloten de politietroepen in de vredesorganisatie van het leger op te nemen. De politietroepen waren daarmee een permanent korps geworden en de politieorganisatie bleek hierna nog verder verdeeld.

Politie Enschede
Bedenkende dat vanaf mei 1940 de bezetting invloed had op de politieorganisatie en zijn werkzaamheden.
Heel merkwaardig is dat op het moment dat het besluit “Verordening Gemeentepolitie” van kracht zou worden, dat was vanaf 26 augustus 1940, de politie Enschede al druk aan het werven was van nieuw personeel.

Hieronder volgen de mutaties:
Op 15 mei 1940, werd tot Hoofdinspecteur van politie aangesteld: W. Faber.
Merkwaardig is het dat op de dag van zijn aanstelling in Enschede, de Duitse troepen Utrecht binnentrokken. De stad waar hij voordien zijn werkzaamheden had verricht

In de maand mei 1940 waren de inspecteur De Klerk en de inspecteurs 2e klas, J. Oosting en A.A.G. Hermans uit de militaire dienst teruggekomen en vervulden hun dienst weer zoals voorheen. Zij hadden in het leger de rang van reserve 1e luitenant.

Verordening Duitsers t.a.v. officieren.
Gezien de verordening die de Duitsers hadden opgesteld, dat de officieren, alvorens zij uit krijgsgevangenschap werden ontslagen, voordien een verklaring moesten ondertekenen, dat zij niet mee zouden werken aan enig verzet tegen de Duitsers, op welke wijze dan ook, zullen zij deze verklaring wel ondertekend hebben. Na de oorlog zijn hierover nog hevige discussies geweest of de officieren, die dit ondertekend hadden en later toch illegaal bezig waren geweest, wel juist gehandeld hadden.

Op 1 augustus 1940, werd tot adjunct-inspecteur van politie benoemd: L.A.D. Kranenburg, dienst gedaan hebbende als 2e luitenant bij de Nederlandse Landmacht, als adjudant bataljonscommandant van het III 8 RI, zijnde het bataljon dat in het voorterrein, aan de oostflank van de Grebbenberg lag en dus de eerste klappen op moest vangen en de volle laag te verduren kreeg. -In mijn boek “Blonde Piet” doe ik hiervan uitvoerig verslag.- Kranenburg is na de oorlog weer teruggekeerd in militaire dienst en werd uiteindelijk Generaal-majoor, territoriaal bevelhebber-Oost en komt als zodanig in politiek conflict, wanneer hij zijn mening geeft over bepaalde beschuldigingen uit linkse hoek t.a.v. het leger. -U kunt hier op googelen.-

Verordening Duitsers t.a.v. onderofficieren en manschappen.
Om van de gelegenheid als militair (soldaten en onderofficieren) gebruik te maken om uit de krijgsgevangenschap die in Duitsland werd ondergaan, ontslagen te worden, moest je aan kunnen tonen dat je zelf in Nederland in de levensbehoefte kon voorzien. Voor dienstplichtigen was dat meestal geen probleem omdat zij weer hun oude beroepswerkzaamheden konden hervatten. Voor veel beroepspersoneel van de Militaire Politietroepen (MP) zat er bijna niets anders op om ergens als politieman te gaan werken.

Op 12 augustus 1940 maakte van die gelegenheid om als brigadier van politie in Enschede aangesteld te worden, gebruik: E. Kronenburg. Hij was sergeant-majoor-instructeur van de militaire politietroepen.

Verder werden op 12 augustus 1940 de navolgende 26 personen, afkomstig uit het Korps Politietroepen, als agent van politie aangesteld:
D. Bergsma, C. A. v. d. Bolt, (gezien de rang als wachtmeester, afkomstig van de Kon. Marechaussee),N.W. Cramer (was korporaal) J. Driezes, (was sergeant), P. van Dijk, (was korporaal) Antonie van Essen,
H.A. Fikken, ( was korporaal) A. W. Flapper, B. Th. J. Fros, (was sergeant), W. A. Geelen (was korporaal), C. G. van der GraafPh. A. van Haastrecht (zou korporaal zijn geweest. Geen gegevens bekend), F. Haen ( korporaal),B. W. ten Hake ( korporaal), J. H. J. Hamer, R. Hengstman, J.W. Jacobs, B. van der Kamp, A. Keijzer (Korporaal), H. Kiekebelt, J.G.L. Krabbe, H. de Lange (sergeant), W.J. Langenhof (sergeant), H. Leeuw (sergeant), J. van de Meer, J. D. Mos (sergeant).
 

 

                                                           A. Keijzer                                           D. Doornewaard

                                                                                                   Bron foto: www.krijgsgevangenen.nl

Op 14 augustus 1940, kwam daar D. Doornewaard nog bij. Hij was, net als de voorgaande personen, werkzaam bij het Korps Militaire Politietroepen en wel in de rang van sergeant.

-Persoonlijk denk ik dat er enkelen van de nieuw aangestelden bij geweest zijn, die als gewezen sergeant, de rang van agent als een achteruitgang hebben ondervonden. Pas de rang van sergeant –majoor werd binnen het politiekorps beloond met de rang “brigadier”.-

Op 1 december 1940 werden nog de navolgende 5 personen als agent aangesteld:
M. Berkhouwer (was adspirant officier bij de politietroepen), J. H. G. ter Braak, Hendrik VerbruggenJ. Chr. G. van der Velden en B. Visser (sergeant politietroepen)

-Op een enkele uitzondering na, zal binnen de hierboven genoemde groep personen niet bijzonder positief over de Duitsers gesproken zijn. Ze waren immers als militair verslagen en krijgsgevangen genomen.-

Het eerste jaar nam eigenlijk niemand van het bestaande personeel ontslag. Slechts één agent om gezondheidsredenen en nog iemand om een, voor mij, onbekende redenen.

Zoals gezegd, bleven de meeste politiemensen uit plichtsbesef, maar ook om een standaard inkomen te hebben om hun families te kunnen voeden. Er waren helaas ook een aantal die nieuwe kansen zagen. Door mee te werken, toonden ze hun loyaliteit aan de Duitsers, zo hopende op een hogere rang of een beter aanzien. Gelukkig was deze laatste groep, binnen Enschede, niet zo groot.
Maar toch liepen er een aantal zeer gevaarlijke personen in uniform rond en dat maakte de sfeer, binnen het korps, er niet beter op.

 

Samenvatting Jaarverslagen.
Om u een indruk te geven wat de werkzaamheden van politie Enschede, in bezettingstijd waren en wat het vervolg was gedurende deze bezettingstijd, heb ik hieronder uittreksels uit de jaarverslagen gemaakt.

Gemeentepolitie Enschede over het jaar 1940.
Dit jaarverslag was dus tot aan mei 1940, gebaseerd op een vrij Nederland. Daarna, tot 31 december 1940, ging de bezetting een rol spelen.
Al met al waren er grote veranderingen voor de Korpsleden gaande. Veel nieuwe gezichten, meestal nieuwe agenten met enkel een militaire achtergrond. Anderen die hun oorlogstrauma´s nog niet verwerkt hadden en de vaste groep, die waarschijnlijk gemopperd zal hebben, omdat zij door de grote toestroom, carrièrekansen in rook zagen opgaan.

Na mei 1940, veranderden ook de werkzaamheden. Er waren ineens distributiemaatregelen en de bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen. Verder een enorme toename van (door de Duitsers) opgelegde verordeningen, die gehandhaafd dienden te worden.

In dit jaar werden in totaal 796 personen in bewaring genomen, waarvan de belangrijkste groep met 380 personen, als verdacht van het plegen van een misdrijf of die gesignaleerd stonden in het Algemeen Politieblad. 152 personen werden ter ontnuchtering ingesloten en 131 voor onderdak. Opgemaakte misdrijfprocessen-verbaal 1076 en opgemaakte overtredingsprocessen-verbaal 3152

In dit jaar kwamen er veel buitengewone verordeningen bij, maar die waren niet van dien aard dat een Enschedese politieman, hiervan gewetensbezwaren zou krijgen en deze daardoor niet zou kunnen voeren dan wel handhaven.
Het meeste hadden zij van doen met de handhaving. Onder andere werden processenverbalen opgemaakt betreffende: 27 maal Ter zake overtreding der verordeningen 8 en 9, betrekking hebbende op het beperken van werk. 16 maal Ter zake overtredingen betreffende maatregelen op het gebied van berichtgeving, fotograferen en filmen (w.o. het houden van duiven)4 maal Ter zake overtreding van de Verordening betreffende het beheer van motorbrandstof. 74 maal Ter zake overtreding der verordening betreffende het verduisteren van gebouwen. 129 maal Ter zake overtreding der Verordening betreffende het verduisteren van verkeersmiddelen. (rijwielen en voertuigen) 36 maal betreffende de verordening verkeersbeperkingen en 80 personen werden bekeurd betreffende de identificatieplicht.

Deze identificatieplicht werd in de maand september 1940, verplicht voor elke Nederlander van 15 jaar en ouder. Veel van deze beperkingen en verboden heb ik reeds beschreven op de page “Een begin van verzet”. (link invoegen)

Gemeentepolitie Enschede over het jaar 1941.
Per 1 januari 1941 werd eervol ontslag verleend aan de hoofdinspecteur van politie
H. Boerrigter. Dit waarschijnlijk door ziekte.
Met ingang van 1 april 1941 werden J. Oosting en H.A.G. Hermans van inspecteur 2e klasse bevorderd tot inspecteur 1e klasse.
Met ingang van 7 juli 1941 werden De Klerk en W.D. de Jong bevorderd tot adjunct-inspecteur.
Met ingang van 14 augustus 1941 werd K. E. Prenger tot klerk benoemd

Aldus het jaarverslag 1941: “Buitengewone omstandigheden”:
“ De buitengewone omstandigheden, waarin ons land in 1941, ten gevolge door de bezetting door Duitsland, verkeerde, de uitvoering van de talrijke voorschriften, inzake distributie, prijsbeheersing e.d., van maatregelen ter bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen en verschillende andere bepalingen, bracht voor de politie zeer veel werk mee. Het toezicht op de naleving van de voorschriften rakende het economisch leven, maakte het nodig een afzonderlijke afdeling “economische politie” in het leven te roepen. Bij deze afdeling zijn thans 6 agenten werkzaam, onder leiding van een inspecteur.

In het politiebureau werden 1507 personen in bewaring genomen en wel 895 personen die werden verdacht van misdrijf of die gesignaleerd stonden in het “Algemeen politieblad” of wier aanhouding was verzocht.
(Dit laatste had zeker betrekking op de Duitse instanties zoals de Sicherheits Dienst/Polizei.)
195 personen Ter zake het zich in verboden tijd in de open lucht te bevinden. 62 personen ter ontnuchtering. 229 personen voor onderdak. Opgemaakte misdrijfprocessen-verbaal 2641 (Dit waren er in het jaar 1940: 1076) Opgemaakte overtredingsprocessen-verbaal 2195 (Dit waren er in het jaar 1940: 3152)

Mijn opmerkingen.
Wat opvalt, is het verschil in het aantal in bewaring genomen personen. Van 796, in het jaar 1940 naar 1507 in het jaar 1941. Duidelijk is te zien dat de werkzaamheden bij de politie in Enschede zich, na de bezetting, hebben veranderd. Minder bekeuringen voor overtredingen en meer voor misdrijven.

In de rubriek “ II Andere wetten” gespecificeerde misdrijven waren in het jaar 1940 de navolgende wetten of verordeningen te vinden:
-Distributiewet en beschikkingen: 93 processen-verbaal.
-Prijsopdrijving en hamsterwet: 22 processen-verbaal.
-Prijzenbeschikking: 8 processen-verbaal.
-Prijzenbeschikking (huurverhoging): 1 proces-verbaal.
In totaal zijn dat 124 processen-verbaal.

Dezelfde rubriek komt ook voor in het jaarverslag van 1941. Daarin zijn de navolgende wetten en beschikkingen te vinden; Distributiewet en- beschikkingen; Prijsopdrijvings- en Hamsterwet; Prijzenbeschikking; Verboden uitvoer; Terugkeer in het bewakingsgebied na ontzegging; Wet betreffende bescherming tegen luchtaanvallen.
In totaal waren dit 637 processen-verbaal.
Verder: Commissaris en de Secretaris generaal: 2 processen-verbaal en andere wetten, besluiten enz.: 3 processen-verbaal.
In totaal zijn dat 642 processen-verbaal. Dat is in één jaar vijf maal zoveel processen-verbaal in deze Rubriek.
Om er even een overtreding uit te lichten: 87 maal werd er bekeurd voor niet- of onvoldoende afgeschermde rijwiellantaarns.
Nog iets in het jaarverslag, waaruit bleek dat nu niet alles zomaar geschreven kon worden, zoals men dat vroeger gewend was. De politieman, verantwoordelijk voor de verkeersregeling binnen de stad had geschreven:

Regeling van het verkeer: “In verband met de oorlogsomstandigheden zijn de contactdrempels van het automatisch verkeerssein op het kruispunt “De Klomp” nog steeds niet vervangen kunnen worden door richting gevoelige pneumatisch drempels.”
Dit stukje tekst werd doorgehaald. De tekst is nog goed leesbaar, maar toch werd dit schrijven, met de woorden “oorlogsomstandigheden” als een negatieve uiting gezien en daarom moest de tekst als niet geschreven worden beschouwd.

Nog een algemene opmerking.
Dat er aan de lopende band Joden, ter deportatie, van huis werden gehaald, kon de politiemensen niet ontgaan zijn. Een nog grotere kloof ontstond er tussen politiemensen die dit beslist afkeurden, de groep, die de andere kant op keek en de groep die spontaan met de Duitsers mee werkte en misschien nog wel fanatieker waren dan de Duitsers zelf.

Omdat de burgerbevolking dit ook zag gebeuren, werd je als politieman ineens heel anders bekeken. Te vaak had de burgerij gezien dat politiemensen meewerkten bij het uit huis halen van Joden en andere personen die als lastig of staatsgevaarlijk werden beschouwd.

Het voelde als het ware als een risico voor je vrijheid wanneer je een ontmoeting met een politieman op straat had. Het lopen in het andere bijna zwarte uniform, droeg ook al niet bij aan een gevoel dat de politie als “beschermers” zouden worden gezien.

Gemeenteraad opgeheven.
Doordat binnen de gemeenteraad heel afkeurend op de deportaties werd gereageerd, en zij onder dwang toch door moesten gaan met hun werkzaamheden, vonden de Duitsers het uiteindelijk genoeg en hieven in de maand september 1941 de gehele gemeenteraad op.

Gemeentepolitie te Enschede over het jaar 1942.
Alvorens over te gaan tot dit verslag even in vogelvlucht een aantal verordeningen en bevelen die in dit jaar door de bezetter werden opgelegd:
April 1942: Bevel om de Nederlandse beroepsofficieren in krijgsgevangenschap terug te laten keren. Dit naar aanleiding van het verzet dat uit deze groep kwam tegen Duitse maatregelen. Veel officieren doken vervolgens onder of probeerden alsnog naar Engeland te vluchten. Officieren, werkzaam bij de politie bleven verschoond van hernieuwde krijgsgevangenschap.
3 mei 1942: Op die dag werd het door de Duitsers verplicht gesteld dat Joden, op hun kleding een z.g. Jodenster droegen.
20 juni 1942: Alle Joden in Enschede kregen de opdracht hun rijwielen in te leveren aan de Hengelosestraat 52 te Enschede. Eventuele mankementen, moesten zij voordien op eigen laten repareren.
Begin november 1942: Verzamelen van kerkklokken die t.b.v. de munitieproductie werden omgesmolten.
20 november 1942: Nadat de SDAP wethouder Haantjes was gefusilleerd werd de N.S.B´er J.H.J.Wevers, leider van de Nederlandse Volksdienst en Winterhulp Nederland, als wethouder benoemd.

Haantjes was SDAP-wethouder in Enschede en hield lezingen over het socialisme. Hij werd als een communist gezien en daarvoor door de Duitsers opgepakt. Na eerst elders vastgezeten te hebben, werd hij uiteindelijk op 15 oktober 1942 naar het concentratiekamp Amersfoort gebracht. De volgende dag werd hij met veertien anderen doodgeschoten. Waarschijnlijk moest hij en de anderen boeten voor aanslagen van het verzet op spoorwegen in Twente.

Door al deze gebeurtenissen werden ook bij het goedwillende politiepersoneel de geplaatste vraagtekens steeds groter. En de vraagtekens zullen nog groter geworden zijn, als hen de mogelijkheid werd geboden om het jaarverslag 1942 door te lezen.

Daar is onder “Mutaties in het personeel” onder andere het volgende te lezen:
“Op 11 december 1942 werden door de Sicherheitspolizei te Arnhem in hechtenis genomen: Tj. v.d. Wal, commissaris van politie en W.E. Sanders, inspecteur van politie 1e klasse.”
 


Inspecteur W.E. Sanders
 

In het jaarverslag staat niet de reden waarom zij gearresteerd werden. Doch dit was hoogstwaarschijnlijk omdat zij openlijk geweigerd hadden, hun medewerking te verlenen bij de arrestatie van arbeiders, die in Duitsland te werk zouden worden gesteld.
Op 24 december 1942, werden beiden uit hun hechtenis ontslagen, doch bleven voor hun functie geschorst.

                                                                              Korpschef Berends.

Korpschef Antonie Berends

Met ingang van 16 december 1942 werd tot waarnemend Commissaris van Politie en waarnemend Grenscommissaris van Rijkspolitie benoemd, de heer A. Berends, inspecteur van politie te Amsterdam, gedetacheerd in Arnhem. Berends was lid van de NSB. U kunt meer over hem lezen op een page op deze website.

 In het jaarverslag staan vele mutaties vermeld. Twee wil ik hier in het bijzonder vermelden:
“-Met ingang van 8 juni 1942, werd gedetacheerd aan het bureau van de gevolmachtigde voor reorganisatie der Nederlandse politie, te den Haag, de rechercheur van politie
K. de Groot ( Keimpke de Groot )
- Aan de agent van politie H. Verbruggen die als vrijwilliger bij het Duitse leger dienst heeft genomen, is daarvoor het gehele jaar buitengewoon verlof verleend.”

Dit waren dus twee politiemensen die kennelijk `gelukkig´ waren met de komst van de Duitsers in ons land.

In bewaring genomen personen in het bureau van politie te Enschede: In totaal 2240. Daarvan 1510 personen, verdacht van een strafbaar feit, die gesignaleerd stonden in het “Algemeen Politieblad” of wier aanhouding was verzocht. 105 personen wegens het zich in verboden tijd in de open lucht te bevinden. 6 Personen ter ontnuchtering. (In twee jaar een zeer sterke afname! Waarschijnlijk veroorzaakt door plaatsgebrek en niet omdat er minder gedronken werd.) 565 Personen voor onderdak. 54 minderjarigen die onder het ouderlijk gezag moesten worden gesteld.
In totaal werden er 4036 misdrijfprocessen-verbaal opgemaakt. (In 1941 waren dit 2641).
In totaal werden er 3117 overtredingsprocessen-verbaal opgemaakt.(In 1941 waren dit 2195)
Uitschieters misdrijven: 2351 voor diefstal en stroperij.
Andere wetten: Distributiewet, prijsopdrijvings- en Hamsterwet, wet ter bescherming van luchtaanvallen, besluiten enz.:
1316
In het jaar 1942 werden van 429 verdachten foto´s gemaakt en van 316 personen werd een dactyloscopisch signalement vervaardigd.

Telexdienst.
In september 1942 werd door de gevolmachtigde voor de regionalisatie van de Nederlandse politie overgegaan tot de plaatsing van een telextoestel. Op 15 september 1942 werd door de gevolmachtigde aan alle bij het telexnet van de Nederlandse politie aangeslotenen (22 stuks), mede gedeeld, dat het Commissariaat van de politie te Enschede voortaan per telex te bereiken was, waarbij de wens werd uitgesproken, dat deze aansluiting zich in de toekomst zou ontwikkelen tot een belangrijke schakel in de politieberichtgeving. Gedurende de periode van 15 september 1942 tot en met 31 december 1942 zijn in totaal 169 berichten ontvangen, terwijl er 208 berichten werden verzonden.

Politieradio.
Ook van de politieradio werd in het afgelopen jaar, in voorkomende gevallen, van dit middel gebruik gemaakt en leidde het per radio rondgezonden bericht in één geval tot de aanhouding van een persoon, die zich hier ter stede had schuldig gemaakt aan diefstal van een rijwiel.

Zeker zal er omstreeks de jaarwisseling een telexbericht ontvangen zijn, over de spoorwegsabotage gepleegd op de spoorlijn Oldenzaal – Bentheim, ter hoogte van de Lutte. Tijdelijk was er een stagnatie van transport naar Duitsland o.a. van Joden.

Enschede en Glanerbrug over het jaar 1943.
De personele bezetting van de post Glanerbrug bestond aan het einde van het jaar 1943 uit zes personen. Van 1 januari tot 1 oktober waren dit slechts 3 personen.

De kopie die ik ter beschikking heb over de personele organisatie van de politie in Enschede is zeer slecht leesbaar. Maar toch wel duidelijk is dat veel politiemensen in dit jaar, uit gewetensbezwaren, het bijltje er bij neergooiden, ontslag namen en als dat niet kon, onderdoken.

Bijvoorbeeld de agent van politie (wachtmeester) J.G.L. Krabbe, die in Glanerbrug dienst deed. Hij meldde zich op 10 maart 1943 ziek en bij een controle op 11 maart bleek hij spoorloos verdwenen te zijn. Als opmerking staat geschreven dat hij waarschijnlijk ten gevolge van gemoedsbezwaren, zich aan de dienst had onttrokken. De hoofdwachtmeester J. Leidekker had op 30 december 1943 een gesprek met de vrouw van Krabbe en deed aan haar mededeling dat Krabbe, zonder strafoplegging of rancune vóór 7 januari 1943 wederom in dienst kon begeven.

In het jaar 1943 werden uit het Enschedese politiekorps ontslagen:
Tj. van der Wal (commissaris) op 15 januari 1943, Sanders (inspecteur 1e klas) op 15 januari 1943, Th. van Dellen, (opperwachtmeester) 16 februari 1943, A. Boeijenga (opperwachtmeester) op 5 maart 1943, B. v.d. Kamp (wachtmeester) op 5 maart 1943,
J. Koopmans (hoofdwachtmeester) op 15 maart 1943, B. ter Braack (hoofdwachtmeester) op 15 maart 1943, J. G. L. Krabbe (wachtmeester) op 15 maart 1943, Tj. E. Takes (klerk) op17 maart 1943 en?. Elzinga (conciërge) op 1 oktober 1943.

Op 17 mei 1943 keerde de rechercheur Keimpke de Groot terug van zijn detachering bij het Directoraat-generaal van politie in den Haag. Waarna hij met ingang van 1 juni 1943 werd bevorderd tot onderluitenant rechercheur.
De wachtmeester Verbruggen had het hele jaar buitengewoon verlof genoten, omdat hij in het Duitse leger dienst deed.

In de dagbladen van donderdag 29 april 1943 stond het nieuws dat de leden van het voormalige Nederlandse leger terstond opnieuw in krijgsgevangenschap zullen worden gevoerd. Volgens de Wehrmachtsbefehlhaber Christiansen hebben de Nederlanders deze maatregel uitsluitend te danken aan ´ophitsers´die op misdadige wijze leden van het voormalige Nederlandse leger tot vijandig gedrag hebben aangezet.. Daarmee hebben zij het door de Führer in hen gestelde vertrouwen schandelijk beschaamd. Volgens Christiansen had de Führer zich buitengewoon grootmoedig betoond door al in juni 1940 alle krijgsgevangenen naar hun haarsteden terug te laten keren. Van deze maatregel bleven onder andere politiemannen verschoond, doch op 6 juli 1943 werden toch nog de volgende politiemensen in krijgsgevangenschap teruggevoerd:

H.A.Hermans, inspecteur 2e klas. Militair: Reserve 1e luitenant. Kr.gev.no: 96409
W. D. de Jong, adjunct-inspecteur. Mil: Reserve 1e luitenant. Kr.gev.no:    96410
H. A. Fikken, agent van politie. Mil: Korporaal, krijgsgevangen nummer:    96411
B. Visser, agent van politie. Militair: Sergeant, krijgsgevangen nummer:     96412
W. J. Langehof, agent van politie. Militair: Sergeant, krijgsgevangen nr.:    96413
W. A. van Geelen, agent van politie. Militair: Korporaal, kr.gev.nummer:    96414
M. J. Berhouwer, agent van politie. Militair: adspirant officier, kr.gev.no:    96415
B. ten Hake, agent van politie. Militair: Korporaal, krijgsgevangennummer:96416
P. A. van Haastricht, agent van politie. Militair: Wachtmeester. Kr.gev.no: 96417
C. A. van den Bolt, agent van politie. Militair: Wachtmeester, kr. gev.no.:   96418
J. Driezes, agent van politie. Militair: Militair: Sergeant, krijgsgevangen no:96419
K. E. Prenger, klerk. Militair: Sergeant, krijgsgevangen nummer:                96420
F. Haen, agent van politie. Militair: Korporaal, krijgsgevangen nummer:     96421
J. D. Mos, agent van politie. Militair: Sergeant, krijgsgevangen nummer:    96422
D. H. Bongers, administrateur. Militair: Sergeant, krijgsgevangen nummer:96423
D. Morren, agent van politie. Militair: Sergeant, krijgsgevangen nummer:   96424
N. W. Cramer, agent van politie. Militair: Korporaal. Krijgsgev. nummer:    96425
P. van Dijk, agent van politie. Militair: Korporaal. Krijgsgevangen nummer:96426
A. Keijzer, agent van politie. Militair: Korporaal. Krijgsgevangen nummer:  96427
H. Kragt, agent van politie. Militair: Sergeant. Krijgsgevangen nummer:     96428
B. Fros, agent van politie. Militair: Sergeant. Krijgsgevangen nummer:       96429
H. Leeuw, agent van politie. Militair: Sergeant. Krijgsgevangen nummer:   96430
G. Doornewaard, agent van politie. Militair: Sergeant. Krijgsgevangen no: 96431
H. de Lange, agent van politie. Militair: Sergeant. Krijgsgevangen no.:       96432

Onder de Enschedese politiemannen werd bij deze maatregel, als argument aangevoerd dat dit een strafmaatregel was die te maken had met de, op 3 juli 1943, gepleegde moord op opperluitenant van politie te Enschede Pieter Kaay. De SD ging er vanuit dat er politiemensen moesten zijn die informatie konden verschaffen over de dader(s) van deze moord. (u kunt het verslag op deze site lezen).
Zie de lijst met alle teruggevoerde krijgsgevangen op:
www.krijgsgevangenen.nl

 De razzia onder de politiemensen bij het politiebureau te Enschede vond plaats onder toezicht van de Duitse Sicherheitsdienst, die de administrateur Van de Brink van het bureau liet komen, die de namen voorlas van de in aanmerking komende personen.
Dan valt er al direct iets op. Hoogstwaarschijnlijk werden de namen reeds van tevoren uitgezocht en wel in samenspraak met de Korpschef Berends. Anders kan ik niet verklaren waarom bepaalde personen wél of niet aangewezen werden.

Zonder direct conclusies te trekken, valt het op dat van de 35 agenten die zich van 12 augustus 1940 t/m 1 december 1940, bij de gemeentepolitie in Enschede, hadden aangemeld, er juist uit die groep 18 terug in krijgsgevangenschap werden gevoerd. Dat is dus meer dan de helft!
Ik kan het nog meer filteren door mutaties van de 35 personen na te gaan.17 personen hoefden dus niet aan te treden voor terugkeer in krijgsgevangenschap. Van deze 17 personen zijn mij van 9 personen de redenen bekend. Dit zijn:
E. Kronenburg, vertrok naar de Marechaussee.
D. Bergsma, vertrok naar de politie te Nijmegen.
J. H. J. Hamer, per eervol ontslag, om als onderwijzer te gaan werken.
R. Hengstman, wegens overplaatsing naar de politie te Utrecht.
J. van de Meer, wegens overplaatsing naar de Marechaussee.
P. H. Kessels, wegens overplaatsing naar de politie Geleen.
Hendrik Verbruggen, had dienst genomen in het Duitse leger.
B. van der Kamp, ontslag…
J. G. L. Krabbe, na ziekmelding, ondergedoken en op 15 maart 1943 ontslag.

Allereerst wil ik ervan uitgaan dat je jaarverslagen juist zijn opgemaakt. Over de bovengenoemde aanstellingen staat letterlijk in het jaarverslag geschreven:
“Allen behoord hebbende tot de politietroepen dan wel tot het actief dienende onder-officierskader van de Ned. Landmacht”.

Over blijven nog 8 personen die eigenlijk ook in aanmerking moesten komen voor de terugkeer in krijgsgevangenschap. Maar dit gebeurde niet. Was daar een bepaalde reden voor? Voor sommige personen wel! Daar kan ik zeker van zijn.

De 8 overgebleven personen zijn:
Antonie van Essen, A. W. Flapper, C. G. van der Graaf, J. W. Jacobs, H. Kiekebelt,
J. H. J. Hekkert,
J. H. G. ter Braak en J.C.G. van der Velden.

In 1943 werden in totaal 2156 personen in het politiebureau in bewaring genomen. Specificatie: 279 personen voor het ondergaan van een vonnis. 561 personen verdacht van misdrijven 406 personen n.a.v. een overtreding, 16 voor dronkenschap.
910 Overige. (Daar ik geen overige zaken in het verslag zie, zal het in deze gaan om personen die voor de Duitse instanties werden ingesloten)
In het voorgaande jaar waren dit er 2240. Dus voor het eerst tijdens de bezettingsjaren een afname.

Eerste transactie mogelijkheden.
Er was per 15e mei 1943 een nieuwe verordening bijgekomen. Dit was de Verordening 99/1942 van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied, betreffende strafbeschikkingen en aan kosten onderworpen politionele waarschuwingen.
Gedurende het tijdvak van 15 mei- t/m 31 december werden 135 strafbeschikkingen uitgevaardigd en 590 politionele waarschuwingen uitgereikt, gespecificeerd ter zake van overtredingen betreffende verkeersregelingen, Motorrijwielreglement, Verduisteren, Uitgaansverbod en Luchtbeschermingsverordening.
In totaal werd er voor waarschuwingen bijna 4000 gulden geïncasseerd. Je zou deze waarschuwingen kunnen vergelijken, met de transacties die na de oorlog door politiemensen werden uitgeschreven.
Opmerking: Het lijkt me dat dit laatste ingevoerd werd om minder papierwerk te hebben. Geen proces-verbaal, maar een betaalde waarschuwing.

Door de vele ontslagen in dit jaar, moest er andermaal gezocht worden naar nieuw personeel. Dit keer had Korpschef Berends een dikke vinger in de pap bij de aanstellingen. Hij zocht mensen uit waarvan hij dacht dat hij daar op een betrouwbare wijze mee samen kon werken, zonder elke keer tegen protesten aan te lopen. Met velen zal hij voordien een persoonlijk gesprek hebben gehad. Het was voor hem dé kans, om de meerderheid van het korps op zijn hand te krijgen. Vele “lastpakken” waren immers verdwenen.
Ondertussen had hij reeds één vertrouweling gevonden, waarvan hij dacht dat deze politieman voor 100% loyaal was. Dat was de agent Antonie van Essen. Ik weet dat ik hier een gevoelig punt aanspreek. Toch wil ik dit niet onvermeld laten en kunt u de gegevens die ik van hem heb vinden op de page van Antonie Berends, de NSB-korpschef van Enschede.

Dat er in het jaar 1943 zoveel politiemensen werden ontslagen, heeft alles te maken met het optreden van z.g. Jodenjagers en de deportatie van Joden, alsmede het oppakken van studenten en arbeiders, die in Duitsland te werk werden gesteld, als mede politiek anders denkenden.

Voordat we het gebeuren in dit jaar belichten, ga ik u eerst voorstellen aan de belangrijkste z.g. Jodenjagers van het politiekorps, die natuurlijk, als zij de mogelijkheid hadden, ook verzetsmensen te grazen zouden nemen.
In Enschede verleenden de navolgende politiemannen medewerking aan het opsporen van Joden en andere onderduikers, dan wel deden deze werkzaamheden, op eigen initiatief, uit persoonlijke inzichten of uit persoonlijk belang. Dus zonder dat dit aan hen werd opgedragen.

Over deze vier zal ik op aparte pages op deze site, informatie verstrekken. Natuurlijk voor zover de gegevens, die mij ter beschikking staan.

1.    Korpschef Antonie Berends.

2.    Jan van Limburg (Jan met de Kappen)

3.    Keimpke de Groot

4.    Jan van Gendt

5.    Pieter Kaay. Over hem is op de pages “Moord op Pieter Kaay” veel te lezen

Er zullen beslist meer meelopers geweest zijn, maar daar heb ik geen informatie over.

Op 16 oktober 1943 werden 17 personen als wachtmeester aangesteld. Dit was wel de grootste groep in één keer. In totaal aan politiemensen kwamen er in 1943, 38 bij.

Op deze groep van 17, kom ik later terug.

Krijgsgevangenkampen:
Op de hieronder aangetoonde kaart heb ik de krijgsgevangenkampen, betrekking hebbende op de politiemensen uit Enschede
weergegeven:

Terug komende bij de, in krijgsgevangenschap teruggevoerde, politiemensen. Waar gingen zij naar toe? Bleven ze bij elkaar? Gelukkig waren de Duitsers in hun administratie tamelijk “Gründlich und Genau” om één en ander in detail uit te kunnen zoeken.

De informatie kun je in een zoekmachine op de website www.krijgsgevangenen.nl vinden.

De navolgende personen verbleven vanaf 12 juli 1943, verder hun hele krijgsgevangenschap in Stalag IV B Mühlberg: (Stalag betekent: “Stammlager”)
K.E. Prenger, J. Driezes, P. van Dijk, B. Fros, W.A. van Geelen, F. Haen, B. ten Hake, H. de Lange, W. J. Langenhof, W. Leeuw, J. D. Mos, G. Doornewaard, M. J. Berkhouwer, H. Kracht, D. Morren en P. A. van Haastrecht.

 

Op de luchtfoto gemaakt vanuit een gallieerd in de omvang van dit Lager goed te zien. Heden is er nog maar weinig van over. De wegen zijn nog te zien, gelegen in een groot bosperceel. De coördinaten komen overeen met die op de Luchtopname staan.

Op de foto links, de ingang van het Stalag in Mühlberg en rechts een luchtopname van het gebied waar thans een monument is geplaatst. Mühlberg ligt nog in het huidige Duitsland, iets ten noorden van de stad Dresden.

De navolgende 3 personen werden op 16 juli 1943 overgeplaatst naar het Stalag 371 in Stanislau (het huidige: Iwano Frankiwsk in de Oekraine)

W. D. de Jong (was sergeant), H. A. Fikken (was korporaal), H. A. Hermans (was 1e luitenant) https://nl.wikipedia.org/wiki/Kamp_Stanislau

C. A. van de Bolt (was in het leger wachtmeester der marechaussee) werd overgeplaatst naar Stalag 4 C in Wistritz. Wistritz lag in het zogenaamde Sudetenland. Heden ten dage heet deze plaats: “Bystrice”. In het kamp zaten voornamelijk Fransen. Waarom v.d. Bolt daar als enige naar toe moest, is voor mij een raadsel gebleven. Om als tolk te fungeren? Vanuit dit kamp werd in de ijzerertsmijnen gewerkt, alsmede in de aldaar aanwezige benzine raffinaderij.

Op 13 april 1944 ging hij weer terug naar de Stalag in Mühlberg. https://en.wikipedia.org/wiki/Stalag_IV-C
 

Veruit de meest reis lustigste personen waren:
W. D. de Jong (was als militair sergeant) en H. A. Hermans ( was als militair reserve 1e luitenant).
De Jong werd op 11 oktober 1943 overgeplaatst naar Stalag 369 in Kobierzyn, gelegen iets ten zuidwesten van de stad Krakau in het huidige Polen. Een dag later, op 12 oktober 1943, verhuisde hij alweer naar Offlag XX1 C/H Schildberg,



Een boerderij in de omgeving van Schildberg.

Foto genomen binnen het Lager Stalag XXIC

Daarna ging het naar Offlag C/Z Grüne bei Lisa: Oflag XXI-C was een krijgsgevangen kamp voor officieren gelegen in Warthegau, een westelijke provincie van het huidige Polen. Er zaten voornamelijk officieren uit Noorwegen, die gearresteerd waren in de jaren 1942 en 1943. In juni 1942 nabij Schokken (nu Skoki), dat is 30 km ten noorden van Poznan, was een lager in het begin bedoeld voor Poolse krijgsgevangen officieren. Dit kamp was genaamd: Oflag XXI-A, en werd geopend in de maand september 1940. In maart 1943 werd het kamp verplaatst naar Schildberg (nu genaamd: Ostrzeszów) 29 km ten zuiden van Ostrów.

Daarna ging het op 26 januari 1945, andermaal naar een ander kamp, genaamd: Stalag Luft III Sagan.
Het Stalag Luft III kamp ( Stalag betekent: Stammlager in dit geval voor luchtmacht krijgsgevangenen.) werd in mei 1942 in een in een bos, in de buurt van de stad Sagan (tegenwoordig pools: Å»agaÅ�) gebouwd en eveneens het aldaar aanwezige Krijgsgevangenkamp van het leger Stalag VIII C in Niederschlesien – ongeveer 160 km zuidoostelijk van Berlin gevestigd. Het was één van de 6 Duitse Krijgsgevangenkampen, die speciaal voor het toenemende aantal bemanningen van gecrashte geallieerde vliegtuigen werd gereserveerd. In het begin hoofdzakelijk Engelsen en Amerikanen. Later kwamen daar ook bemanningen van andere nationaliteiten bij.
In juni 1944 zaten er 10.494 luchtmacht officieren en onderofficieren.
Stalag III werd voornamelijk door zijn uitbraken bekend. Tijdens de grootste vluchtactie vonden zo tijdelijk 80 soldaten hun weg naar de vrijheid. Deze uitbraak werd 1963 onder de Titel „
Gesprengte Ketten“ verfilmd.

Tegen het eind van de de oorlog werden 2000 gevangen officieren van Stalag Luft III in het Stammlager VII A in Moosburg an der Isar (Oberbayern) over gebracht.
Maar dat gelde niet voor V. d. Bolt. Hij werd op 6 maart 1945 naar het Offlag 67 in Neubrandenburg gebracht. Kamp Neubrandenburg (Oflag 67) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een krijgsgevangenenkamp op het voormalige landgoed Fünfeichen in Mecklenburg, Duitsland. Het lag bij Berlijn, niet ver van de Poolse grens. Fünfeichen was tot 1938 in bezit van de joodse Olga von Maltzahn.

Monument Offlag 67 in Neubrandenburg.
Op 28 april1945 werden de gevangenen van Neubrandenburg ten slotte bevrijd door het Rode Leger. Hauptmann Menzel droeg het kamp over de Russische commandant.
Van april 1945 tot oktober 1948 gebruikten de Russen het kamp voor geïnterneerden. In die periode werden ongeveer 15.000 personen aldaar gevangen gehouden. Tussen juli en september 1948 werden 5181 personen in vrijheid gesteld. De resterende 2800 werden naar andere kampen overgebracht. In november 1948 werd Kamp Neubrandenburg gesloten.
N.W. Kramer (In militaire dienst korporaal) was van Mühlberg naar Stalag IV in Torgau overgeplaatst. Dat ligt een paar kilometer ten noorden van Mühlberg. Daar wist hij op 28 augustus 1944, de vlucht te nemen.
Nog een bekende van de politie Enschede wist te ontvluchten. Dat was de adjunct-inspecteur L.A.D. Kranenburg, die op 1 augustus 1940 bij het Enschedese politie korps was gekomen, doch vertrok later naar de marechaussee, waar hij 2e luitenant werd. Hij was voordien 2e luitenant in het leger.
Op 11 januari 1944 ontsnapte hij uit de trein die uit Stanislau vertrok. Via Boedapest kwam hij uiteindelijk weer terug in Nederland.
Hieronder zijn persoonlijke herinneringen:

 

Tot slot hebben we nog H. A. Hermans, die via de kampen genoemd bij de Jong onderweg was en op het laatst net als de Jong, op 28 april 1945 door de Russen werd bevrijd, vanuit het kamp in Neubrandenburg.
 


Acties van het verzet en van de Duitse Sicherheitsdiensten, waarvan de politie in Enschede kennis zou moeten dragen.
Dat vanaf het midden van het jaar 1943 steeds meer informatie bij de politie binnen kwam over gewelddadigheden, zoals liquidaties en overvallen, moet de politiemensen toch aan het denken hebben gezet. Er zijn politiemensen die eigenlijk precies op de hoogte zijn van bepaalde zaken die het verzet gepleegd werden. Ook zijn er politiemensen die zeker weten dat de SD er een hand in heeft. Er zijn waarschijnlijk ook politiemensen die het liever niet willen weten. In het bureau hing dan ook een sfeer van achterdocht. Wie kon je vertrouwen en wie niet?
Enige zaken noem ik hier:
-Bij een NSB politieman werd de lijst met de namen van Joden korte tijd uit zijn bureaulade ontvreemd. De lijst werd overgeschreven en direct doorgegeven aan verzetslieden. De lijst werd onopvallend terug gelegd in de lade van de collega.
-Door rechercheur Van Gent, werd al snel na de moord op Pieter Kaay, agent Th. van Dellen, die ontslaggenomen had of werd ontslagen, aangewezen als zijnde de mogelijke dader.
-Een politieman die het juist vond dat Roelolof Blokzijl door de SD was geliquideerd. “Had hij maar geen duiker in de Haaksbergerstraat op moeten blazen”.
Verder dat rechercheur Van Gent zijn chef Berends tipte over de illegale praktijken die inspecteur Bruining en de burgemeester Van Hattum deden, die te maken hadden met de organisatie na de bevrijding van Enschede.
Enige zaken die rechtstreeks of per Telex bij de politie in Enschede binnen kwamen:
13 maart 1944 Een bevrijding uit het huis van bewaring te Almelo. (telex)
22 april 1944 Mislukte overval op het distributiekantoor in Diepenheim. (telex)
11 juni 1944 Bevrijding van 54 gevangen uit de gevangenis in Arnhem. (telex)
12 juni 1944 Overval op het huis van bewaring te Zutphen (telex)
15 juni 1944 Overval op het distributiekantoor in Delden. (telex)
11 juli 1944 Overval op het distributiekantoor in Weerselo.(telex)
17 juli 1944 Overval op het distributiekantoor in Zwolle (telex)
1 september 1944 Overval op het politiebureau in Enschede. (directe informatie)
7 september 1944. 23.15 u. Door de Sipo aan het bureau ingesloten H. Hartgers (direct)
7 september 1944 23.30 u. Spoorwegsabotage (telefonisch)
11 september 1944 17.00 u. De SD haalt Hartgers uit de cel en neemt hem mee. (direct)
11 september 1944 21.40 u. Hartgers door de SD aangeschoten. (telefonisch)
11 september 1944 22.15 u. SD belt. dat Fam. H. te waarschuwen. Gaat slecht met hem.
12 september 1944 Hartgers komt te overlijden.(telefonisch)
13 september 1944 Autokraak aan de Borstelweg in Enschede. (vermoedelijk info via de SD)
14 september 1944 22.10 u. Schöber belt w.cdt. Mededeling over 2 lijken. (telefonisch)
14 september 1944 Opdr. Mannen tussen 16 en 50 jaar, die rondhangen oppakken. (telex)
22 september 1944 Razzia voor mannen tussen de 18- en 50 jaar. (directe informatie SD)
24 september 1944. Mededeling aantreffen lijken van J. ter Horst en R. Blokzijl. (mondeling)
18 oktober 1944 11.15 u. Sich.pol belt dat er 2 lijken afgehaald moeten worden (telefonisch)
24 oktober 1944. Kolthof van café Monopole door de SD gearresteerd (directe informatie.)
24 oktober 1944 15.50 u. Achter de voormalige marechausseekazerne doorgeschoten (tel)
24 oktober 1944 21.15 u. Aangetroffen lijk hoek Hofstraat – Langestraat (telefonisch).
1 november 1944 09.00 SD wil dat politie een dood meisje van het Ziekenhuis ophaalt (tel)
9 november 1944 18.00 u. Op verzoek van de Sipo ingesloten: A. L. Beltman (mondeling)
17 november 1944 21.00 u. Opdracht om een lijk af te halen aan de Holterhofweg (tel.)

De “aangetroffen lijken” waren bijna altijd toe te schrijven aan vergrijpen, die door de SD, onder leiding van Schöber, werden gepleegd. Als er “iets” zonder al te veel geruchten weggeruimd moest worden, regelde de SD dat met korpschef Berends, die er op zijn beurt voor zorgdroeg dat er verder geen ruchtbaarheid aan werd gegeven. Vragen, gesteld door politiemannen zoals: “Wie heeft dat gedaan of waar is dat goed voor?, werden door collega´s direct afgedaan met: “Bemoei je er niet mee. Je haalt jezelf moeilijkheden op de hals!”

Een voorbeeld: Op het moment dat de twee lijken van Johannes ter Horst en Roelof Blokzijl, op een duiker aan de Haaksbergerstraat te Enschede werden aangetroffen, was één telefoontje van Berends naar Schöber voldoende om de zaak geruisloos af te handelen en geen verder onderzoek in te laten stellen.
Een ander voorbeeld: Inspecteur Sanders van de Enschedese politie, die het voor elkaar had gekregen dat dominee Overduin, na zijn eerste arrestatie, in verband met het bij zich hebben van blanco documenten, die voor onderduikers bestemd waren, in vrijheid werd gesteld.
Na zijn vrijlating maakte Sanders, in een gesprek met ds. Overduin, hem duidelijk dat hij verder af moest zien van zijn illegale werkzaamheden. Sanders was van zijn werkzaamheden op de hoogte en stond ook volledig achter deze praktijken, maar wist ook dat hij verder niets voor Overduin kon betekenen als hij voor een 2e keer opgepakt zou worden.
Inderdaad zaten er ook een aantal lijken en zaken bij waar het verzet verantwoordelijk voor was. Dit was dan ook direct te merken aan de uiterst fanatieke wijze waarop de SD begon te handelen, als de politie er niet snel genoeg uitkwam, namen zij de zaak over.
Als voorbeeld: De spoorwegsabotage bij het Bouwhuistunneltje te Enschede. Deze zaak werd, ondanks dat er veel Nederlandse politiemensen ter ondersteuning bij waren, onder wie 3 inspecteurs van politie en rechercheur van Gent, direct overgenomen door de SD. De politie Enschede hoefde zich er verder niet mee te bemoeien. Het was voor de Duitsers duidelijk een terroristische aanslag. Daders hebben zij nooit kunnen arresteren. Er waren binnen het Enschedese politiekorps zeker één of mogelijk meer politiemensen die kennis droegen van daderschap.
Al met al was de politie tamelijk machteloos tegen de vele misdrijven tegen het leven die in het jaar 1944 werden gepleegd. Hoe meer verzet er werd geboden, des te “Rücksichtloser” ging de SD te werk.
Na de bevrijding werden, behalve zuiveringen onder de burgerbevolking, ook zuiveringen gedaan onder het politie- en Marechausseepersoneel. In Enschede werden op 22 mei 1945 geschorst:
A. W. Flapper, J. W. Jacobs, Hendrik Verbruggen, Antonie Berend, Keimpke de Groot,
J. Leeuw, J. W. Berends, Frederik Lassche, Jan van Limburg, A. G. van Gent,
J. H. J. Hokkert, Jan Laan, Jan Bults, Gerrit Eckelboom, Stoffer G. Hensens, Jan Kamps,
Jan Jacob Koppenol, Alb. Bijenbanning, L. J. van de Veen en A. Onsman.
Onsman en Verbruggen werden op een iets later tijdstip geschorst.
Van de meeste ken ik de redenen van hun schorsing niet, maar deze schorsingen zullen zeker mede gedaan zijn op voordracht van collega´s uit het korps. Tegen de belangrijkste personen zijn strafzaken gevoerd.

Ook heeft Blonde Piet, na de oorlog in de periode 1946/1947 nog een tijdje bij het Enschedese politiekorps gediend. Maar dat was niets voor hem. Hij wilde graag bij de recherche, maar hij kon het geduld niet opbrengen om verder te studeren en af te wachten of hem deze mogelijkheid werd geboden.
Na een korte periode waarin het gezin Alberts in Emmen had gewoond, keerden zij terug naar Enschede. Annie schreef in een dagboek:
“Ondanks dat Piet ziek is, doet hij toch weer veel kennissen van vroeger op. Onder andere gaat hij wel eens koffie drinken in de agentenwacht van het politiebureau, als hij daar toch moet zijn om zijn wapenvergunning te verlengen. Vele oudgedienden, uit de tijd dat Piet nog bij de politie was, kennen hem nog. Die dingen doet Piet goed. Hij leeft weer een beetje op.
Heb ik daar in mijn politietijd bij het korps in Enschede wat van gemerkt? Achteraf gezien wel, alleen begreep ik dat in die tijd niet.
Zoals gezegd, werd bij mijn sollicitatie, aan mij de vraag gesteld of ik mij voor politiek interesseerde. Door deze vraagstelling begreep ik dat een “ja” als positief werd beoordeeld door de drietallige sollicitatiecommissie. Nadat ik dit beaamd had, werd mij prompt de vraag gesteld: “Wie is onze minister president?” Dat wist ik niet en als excuses voerde ik aan dat ik op het moment van de verkiezingen met een marineschip op zee was. Dit klopte niet wat ik was toen reeds overgeplaatst van een schip naar een kazerne in Den Helder.
Ik hoorde toen een persoon, die voor mij aan de linker zijde aan de tafel zat, zeggen: “Dat klopt, Alberts is bij de marine en zat op zee”. Verder waren hierover geen vragen meer.
Natuurlijk heb ik hier vaak over nagedacht en toen ik eenmaal op het politiebureau, als agent aan het werk was, zag ik de man, die voor mij dit leugentje heeft verdedigd, terug. Het was hoofdinspecteur Fleer, die zelf deel uitmaakte van de verzetsorganisatie en met mijn vader samen had gewerkt.


-Tijdens een verkeerscontrole, onder leiding van een oude hoofdagent, vroeg deze mij: “Alberts? Ben jij de zoon van “Blonde Piet?”. In die tijd hield ik mij daar zo niet mee bezig, maar wist wel dat dit de schuilnaam van mijn vader, in de oorlog was. Ik zei: Ja, dat is mijn vader”. “Aha” zei de oude hoofdagent. Dat was alles. Ik wist niet of “Aha” positief of negatief werd bedoeld.
-We hadden een wachtcommandant, de brigadier Nijenbrink. Als mijn naam op de lijst genoemd werd en hij mij aankeek, dacht ik altijd: “Wilt u wat zeggen of hebt u juist iets te verbergen?” Later kwam ik er achter dat hij een broer was van Klaas Nijenbrink, een lid van de BS genoemd op de pages “zo maar een BS´er.” , “de liquidatie deel 1 t/m 4” en “De dropping”. Toch werd ik door wachtcommandant Nijenbrink nooit hierover aangesproken.
Zoals gezegd, had ik er toen ook geen interesse aan, omdat er bij ons thuis ook nooit over de oorlog werd gesproken. Er hing over die zaken bij ons thuis een sfeer van geheimzinnigheid. Of beter gezegd een taboe.
Hoe is het toch mogelijk dat ik van geen enkel geval waar vader een onderscheiding kreeg, iets wist. Hij had ook enthousiast kunnen vertellen waarom hij da onderscheiding had gekregen. Nu ben ik daar niet boos over. Op mijn site kunt u lezen dat het niet alles “geweldig” was, wat het verzet in de oorlog had gedaan. Ik heb alles beschreven wat ik te weten ben gekomen, dus ook de negatieve dingen en de fouten die er gemaakt werden. Volgens mij ontstaat er zo een reaal beeld van de doorsnee verzetsman. Geen held, maar ook niet bang. Veel goede zaken gedaan, maar ook fouten gemaakt.

 
<<<<<<<<< terug<<<<<<<<                          >>>>>>>>naar volgende page>>>>