Pilotenhulp deel 4


Uit het vliegtuig gesprongen piloot

Martin moet de man wel vertrouwen en gaat met hem mee. Na zich twee dagen bij deze boer in de omgeving van Ommen verstopt te hebben, komt er iemand van de KP Ommen, en haalt Martin af. De KP Ommen is op dat moment nog niet officieel een KP, die zou pas in juni 1944 opgericht worden, zelfstandig opererend, maar wel onder de leiding van Johannes ter Horst van de KP Twente. Toch hebben de mannen nu al niet te klagen over het werkaanbod.
Jan Seigers van genoemde KP belt Johannes ter Horst en zegt dat ze weer "iets hebben ontvangen". Johannes begrijpt het en gaat onmiddelijk op pad om Martin bij Jan af te halen. Martin, die inmiddels echte Nederlandse kleding heeft gekregen,  maakt dan kennis met Johannes, hij krijgt onmiddelijk een goede indrukk van Johannes. "Een zelfverzekerde slimme man, die er als een "gentlemen" uitziet" zegt martin later. Dat geeft de jonge Martin natuurlijk vertrouwen in een goede afloop.
In eerste instantie neemt Johannes hem mee naar het huis van zijn zuster, aan de Bloemendaalstraat 36 te Enschede. Martin kan daar niet lang blijven, omdat Johannes en zijn mannen een steeds grotere stroom piloten te verwerken krijgen, die ook weer snel onderdak moeten vinden. Tevens moet voor Martin ook nog een vervalst persoonsbewijs worden gemaakt. Pasfoto en dan rustig afwachten totdat de vervalser er een perfect document van heeft gemaakt.

Johannes, belt vervolgens als zo vaak, zijn rechter hand en vertrouwensman Piet.
"Piet wil je even bij me'n zus komen?" Piet pakt de fiets en vertrekt naar de Bloemndaalstraat. Daar maakt Piet kennis met Martin. Dat gaat met een hand. "Nice to meet you", zegt martin "Ja, ja", antwoordt Piet. Hij verstaat geen Engels.
Johannes vraagt Piet om Martin tijdelijk op te nemen, in afwachting van een definitieve plaats. Piet zegt dat dit in orde is en gaat te voet met de fiets aan de hand, met Martin van de Bloemendaalstraat naar de Kottendijk. Piet kan het niet laten even met martin langs een gedeelte van de stad te gaan die 14 dagen daarvoor door de geallieerden werd gebombardeerd. Dat dit een vergissingsbombardement was, weet Piet niet. Hij ziet in ieder geval de zin van dit bombardement niet in. Even stoppend bij de ruines, kijkt Piet martin aan en zegt met een Drents accent: "Waar is dat nou goed voor!" Martin weet niet wat hij zeggen moet en haalt z'n schouders op. Hij zag de bombardementen tot voor kort alleen van boven en dan lijkt het allemaal niet zo verschrikkelijk.

Martin wordt daarna gastvrij opgenomen bij de familie Kroes. De communicatie met de familie gaat met gebaren en "blokletter- Nederlands" in de hoop dat Martin dat zal verstaan. Uit beleefdheid knikt Martin als teken dat hij alles begrijpt. Het enige wat hij moet begrijpen en dat ook doet is, wanneer er eens mensen komen en hij toevallig in de kamer wordt aangetroffen, hij niet moet praten. Hij is zogenaamd doof/stom.
Dit zal ook tegen de eventuele bezoekers die hem toevallig zien, worden medegedeeld. Ook al is het eigen familie. Martin is dan een verre neef die langs is gekomen en doofstom is.
Zo houdt Martin het een aantal dagen vol aan de Kottendijk. Daarna moet Piet, Martin naar Glanerbrug brengen, waar hij bij Gerrit Hulsink, aan de Jacob van Heemskerkstraat, onderdak krijgt. Piet kent deze man niet en noemt ook niet zijn naam. Er zijn zoveel mensen en adressen bij betrokken, dat het soms beter is niet alle namen en adressen te kennen en ook niet altijd zijn naam te noemen. Ook niet "Blonde Piet". (Waarschijnlijk heeft Piet het hieraan te danken dat hij uit handen van de Duitsers is gebleven, terwijl de SD koortsachtig op zoek was naar een "Blonde Piet" in Enschede. Hij heeft zelfs onder die naam in het opsporingsregister gestaan)  Martin blijft een dag of 9 op dit adres.

Hierna verlaat Martin de stad en vindt onderdak bij de familie Hartsman, in Eibergen. Martin zegt: "Ik was daar bij twee ouders, een baby, genaamd Bertha, een zoon van 12 jaar en 2 dochters. Martin verblijft daar tot 1 mei 1944.                

Dan komt Martin terug in Enschede en verblijft o.a. bij de familie Blokzijl, aan de Lipperkerkstraat 265, te Enschede. Hij beschrijft Roelof Blokzijl: "Hij is een verzekeringsagent, 50 jaar 5'10'' lang, weinig haar.

In de maand juni wordt Martin overgebracht naar het landelijke gebied ten noorden van Almelo. G. Niezing neemt Martin over en brengt hem in deze maand naar Johan Rutgers in Den Ham. Een dag later haalt Niezink hem weer op en brengt hem naar Geert Salomons in  Bergentheim. Martin verblijft daar de rest van de maand juni, tot dat G, Niezink hem weer ophaalt.

Dan komt er eindelijk voor Martin een beetje rust, wanneer hij onderdak vindt bij de familie A. de Bruin, te Marienberg. Hij krijgt daar kleren, eten en onderdak. Martin is extreem onder de indruk van de gastvrijheid van deze mensen. Volgens hem hebben deze mensen, na de oorlog de maximum eer verdiend, die er te geven is! Er is nog een extra rapport in de archieven aanwezig, over de beschrijving van deze familie, die mij helaas niet ter beschikking staat.

Ook is Martin in de zomer een paar dagen bij de heer L.F. Horvath, te Almelo. Hij krijgt daar onderdak en eten. Martin: "De heer Horvath is een onderwijzer Engels, mager, eerlijk, 27 jaar, Oostenrijker van geboorte".

Verder is hij in de zomermaanden een paar dagen bij de familie Scholten te Almelo: Martin: "De heer scholten is een student medicijnen, 5'11'', gemiddeld postuur.

Ook heeft Martin contact gehad met Kaptein Everts in Hellendoorn. Daarvan zegt hij: "Was behulpzaam bij het verplaatsen van onderduikers en piloten en arrangeerde vluchtwegen. Leider van de nederlandse ondergrondse, 55 jaar, Militaire opleiding."

In Marienberg verblijft Martin, gedurende de wintermaanden 1944/1945 behalve bij de familie de Bruin, ook bij de familie Smeek en Jan Leiseker met familie. Deze laatsten woonden 5 km ten noord-oosten van Almelo. De Bruin, Smeek en Leisekker stonden in nauw contact met elkaar.


 


Martin Cech, derde van links, met meerdere onderduikers, voor de boerderij van de familie de Bruin in Marienberg.
(Bron:  http://www.teunispats.net/2015-wwii-support.htm)


Op 3 maart 1945 wordt het schuiladres van Annie en Piet, aan de Broekheurneweg te Enschede, door vliegtuigbommen verwoest. Gelukkig zijn ze op dat moment niet thuis. Er vielen veel slachtoffers.
Kort daarop krijgen Annie en Piet een andere woning, aan de Schouwinkstraat 42 te Enschede. Het kan bijna niet anders of het is door toedoen van verzetsmensen, die binnen de gemeente Enschede, vooraanstaande functies vervulden, dat Annie en Piet deze woning kregen. Voordien was dit mogelijk de woning van Friso van Hoorn, die omstreeks diezelfde tijd moest onderduiken. Op 12 maart 1945 werden Annie en Piet officieel op dit adres ingeschreven.

Gerrit Hullemen: "In het voorjaar van 1945, haalden Piet Alberts en ik, Martin Cech op van een plaats in Nijverdal en brachten hem naar een onbekende plaats."

Dat dit in het voorjaar moet zijn concludeer ik uit het feit dat Gerrit Hullenman, werkend bij de CID van de NBS en Piet Alberts, als afdelingscommandant van de NBS te Enschede elkaar kennen via deze organisatie
Gerrit doet dus geen mededeling waar Martin naar toegebracht wordt. Maar omdat twee Enschedeers hem ophalen, zal hij hoogstwaarschijnlijk ook wel naar Enschede gebracht zijn. Over zijn verblijf in het voorjaar doet Martin Cech zef ook geen mededelingen. Waarschijnlijk is hij naar Enschede gebracht om hem zo snel mogelijk aan de Geallieerde troepen over te dragen, wanneer die Enschede bereikt hebben.

Waarschijlijk is het dat Martin toen 14 dagen aan de Schouwinkstraat 42 te Enschede is geweest.
Opmerking: Veertien dagen taalproblemen. Piet die veel onderweg was. Geen woord engels kunnen spreken en ook niet verstaan. Dus zeer weinig communicatie en waarschijnlijk is dat ook de reden dat Martin maar weinig weet.
Ik kan mij herinneren dat onze moeder Annie een aantal keren gezegd heeft: "We hebben 14 dagen een piloot in huis gehad". Zij noemde ook eens een voornaam, maar die kan ik mij niet meer herinneren.

Martin weet zich te herinneren dat hij verbleef bij een persoon in Enschede, die tegen de Duitsers vocht. Berschrijving: Mager, licht haar. De beschrijving past bij het postuur en de haarkleur van "Blonde Piet". Maar met zekerheid is dit nooit meer te zeggen, daar alle betrokkenen inmiddels zijn overleden.

Na een ongeveer 14 dagen verblijf wordt Martin van Enschede, opnieuw naar Marienberg gebracht.

Uiteindelijk, in de avond van de 5e april 1945, vertrekken de verzetslieden uit de omgeving van Marienberg, samen met Martin en nog een ondergedoken sergeant, genaamd Bouley, en sluipen via weilanden en akkers in de richting van de dicht genaderde Cadadezen, waar Martin Cech en Bouley werden overgedragen.

Dat Martin geen gebruik heeft gemaakt van de pilotenlijn en meer dan een jaar ondergedoken bleef, heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat hij mitraillist was. Bestuurders van de vliegtuigen, piloten, co-piloten en
verbindingsmensen, hadden de prioriteit, omdat er daar niet genoeg van waren.

 

Naar boven

 


                                                               <<<<<<<<<                                             >>>>>>>