Overval op het huis van Bewaring te Arnhem deel 1

 

Eerste poging op maandag 29 mei 1944:

Piet is bij de eerste poging niet aanwezig en spreekt als getuige, van hetgeen hij nadien heeft gehoord van Johannes, Geert en Harry.
Aldus Piet:
"Toen kwam het Huis van Bewaring aan de beurt in Arnhem. Drie keren is het mislukt, maar de vierde keer is het een groot succes. Ze zouden het ding van drie kanten aanvallen. Over hekken geklommen totdat de agenten (De binnenplaats werd bewaakt door twee agenten) vlak voor hen waren om zo te grijpen. Toen hoorden de agenten hen en begonnen te schieten. Onze jongens natuurlijk terugschieten. Toen trokken onze jongens terug. Ze hadden sokken over de schoenen aangetrokken om geen lawaai te maken. Tijdens de terugtocht kwam Johannes aan zijn jas aan een hek vast te zitten en bungelde zo tussen hemel en aarde. Maar dat was gauw verholpen. Zo gingen ze zo snel mogelijk naar de auto."
Dan het vervolg dat Piet achter de verkeerde overval had gehangen:


Chevrolet 33 bouwjaar 1933.

"Op de weg terug kregen ze de SD achter zich aan. Dat werd jagen 120...130 km. per uur. Maar plots sprong de achterband. Toen zijn ze nog enige kilometers doorgereden met een snelheid van 70 km per uur. Totdat ze een laan zagen en zijn daar in gereden. Toen ze goed en wel stilstonden, reed de SD hen voorbij. De band plakken ging ook heel moeilijk, want de krik zakte steeds in de grond weg. Maar uiteindelijk kwam alles toch klaar. Maar toen was het al zo laat geworden dat ze besloten om daar maar te overnachten. Om de beurt gingen ze waken. 's Morgens licht geworden, eten, sigaretje gerookt. Vlak voor hun vertrek komt daar een oude man aangefietst, hield bij hen stil en vroeg naar de papieren. Toen vroeg Johannes of hij daartoe gerechtigd was om naar de papieren te vragen. Hij (die oude man) werd erg kwaad en zei: "Ik ben van de Kriminal Polizei, lid van de SD en directeur van dat tehuis waar ze opgeleid worden voor Hitlerjugend!"
Op dat landgoed stonden zij dan ook, met hun wagen, zonder het zelf te weten. (Op het landgoed De Beele)

 

 Landgoed De Beele

Omdat de man lastig begon te worden en steeds maar weer naar hun papieren vroeg, zei Harry: "Johannes, zal ik ze maar laten zien?"
Hij stapte uit de wagen, haalde zijn pistool uit zijn zak en zei: "Handen omhoog!". Meteen greep die vent naar Harry zijn pistool. Harry schoot, maar miste. Hij maakte zijn handen vrij en wilde nogmaals schieten, maar hij kreeg geen kans, want Johannes schoot die man al door zijn heup. Daarop viel die man op de grond en kroop in de richting van zijn fiets.
Geert in actie. "Johannes, aan de kant!". Toen drukte hij johannes aan de kant en schoot. Het schot was prachtig. Hij raakte hem precies in zijn voorhoofd.
Tussen twee haakjes; Geert was scherpschutter. Hij schoot door een paal van 10 centimeter op een afstand van 80 meter. Hij was dan ook één uit duizenden.
Harry is hierbij gewond geraakt in zijn bovenbeen. Hoe is een raadsel. Wij kunnen het nog niet begrijpen.
De naam van die kerel weet ik niet meer, maar het was een hoge Piet. Toen hij begraven werd, kwam er een krans van Der Führer op en van Smit en Seijs Inquart en nog veel meer. Mussert en Van Geelkerken waren op zijn begravenis aanwezig. Daar hebben nog foto's van in de krant gestaan.

Toen hij dood was, zijn ze aan hun terugreis naar Enschede begonnen, wat allemaal goed afliep. Alleen was de motor totaal verbrand van het harde rijden."

Tot zover Piet.

Zoals Piet zegt dat ze nadien rechtstreeks naar huis zijn gereden, is niet helemaal volledig. Hieronder het vervolg:

Snel vertrekken ze van de plaats des onheils. Tweehonderd meter voor de kruising van de Zutphensestraat en de Deventerweg, slaat de auto rechtsaf naar het huis van de zuster van Harry. Later kregen de drie te horen dat, wanneer ze de kruising waren opgereden, zij geconfronteerd waren met een aldaar opgestelde mitrailleur. Harry wordt eerst bij zijn zuster in Apeldoorn verpleegd en later met de vrachtwagen van de bakkerij, die bestuurd wordt door Jan Bredewold, naar het hoofdkwartier van de KP Enschede, op de Holterhof gebracht. Onderweg daar naar toe verstopt hij zich achter de, in de vrachtauto meegevoerde balen meel.
Harry verblijft op het hoofdkwartier, voor verdere verpleging, tot medio juli 1944.


Na deze actie wordt het er voor Johannes, Geert en Harry niet gemakkelijker op. Harry is gewond en heeft verpleging nodig.    Zo naar een arts gaan, is onmogelijk, want de Duitsers zullen al wel weten dat er een gewonde is. Zij horen via hun eigen inlichtingen, dat hun signalementen bekend zijn evenals de door hen gebruikte auto.
Waarschijnlijk is hun signalement bekend geworden door een passerende boer, op het moment dat zij de band aan het wisselen waren. De boer waarschuwde hen, zonder verder vragen te stellen, dat zij op het terrein van de Duitse SD stonden. De boer zal ondervraagd zijn en de hem bekende informatie verder gegeven hebben. Als dit echt zo is, complimenten voor de kennis die de boer van Amerikaanse auto's had.


In het opsporingsbericht, staat het volgende te lezen:
"30-5-44. De Gew. P.P. Arnhem verzoekt namens de Gew. P.P. te Nijmegen o.a.v. (opsporing aanhouding en voorgeleiding) van drie personen, die op 30-5-44, te 07.30 uur, vanuit een auto een Rijks Duitscher, genaamd Richard Singenstreu, met revolverschoten hebben gedood. De auto met de drie inzittenden zijn vermoedelijk in de richting van Apeldoorn of Deventer weggereden.

Signalementen van de daders:

I.   Groot postuur, rossig haar, gekleed in een blauwe overal (Geert Schoonman)
II.  Klein postuur, gekleed in een donker kostuum, draagt grijze hoed. Ong. 30 jaar. (Johannes ter Horst)
III. Geen signalement, is vermoedelijk gewond en zal zich in verbinding stellen met een dokter:(Harry Saathof)

Sign. Auto: Chevrolet, type 32-33 donkerrood of bruin. Bagagedrager op de achterzijde met verm. een lek reservewiel er op.
Nauwkeurige recherche bij doktoren en garage's wordt verzocht. Posten uitzetten bij bruggen, overgangen en hoofdwegen.
Gew. P.P. Amsterdam

Het rode haar van Geert is dus als signalement omschreven, alsmede de auto. De signalering is ook bij de politie Enschede binnengekomen. Contacten binnen dit korps zorgen ervoor dat Geert gewaarschuwd wordt. Daarom besluit hij vanaf dat moment zijn haar donker te verven, terwijl zijn verloofde Bertha Kempers haar best doet om de "gesinaleerde auto" zo goed mogelijk, bij de boerderij, te verstoppen. Daartoe graaft zij een groot gat dat aan één zijde schuin afloopt, zodat de auto er in gereden kan worden. Het deel dat boven dit gat uit steekt, camoufleert ze met takken. De auto is daarna, vanaf de weg niet meer te zien.

Dat de dood van Singenstreu niet ongemerkt aan de pers voorbij is gegaan, blijkt uit het volgende  telexbericht dat verstuurd werd naar het ANP:

 

Mededeling voor de redacties
striktvertrouwelijk
´s Gravenhage, 2 juni.-dep.a. deelt mede: Onderstaand
bericht moet op de eerste pagina worden geplaatst,
niet voor publicatie--
Uit een hinderlaag neergeschoten,
´s Gravenhage, 2 juni, - in de ochtenduren van 30 mei
werd de beheerder van het kindertehuis de Beele in Voorst, provincie
Gelderland, de 60-jarige rijksduitscher Singenstreu, in het park
van het kindertehuis, uit een hinderlaag, doodgeschoten aangetrroffen.
Het onderzoek heeft uitgewezen, dat de moordenaars illegale
elementen zijn, die met een auto in het park van het kindertehuis
waren vastgereden en die op Singestreu uit een hinderlaag het
doodelijke schot hebben gelost toen deze een onderzoek naar het
verblijf van de auto in het park wilde instellen, naar de daders
wordt nog gezocht.- (3880 ho/cc/hv/14.39)

 

      

Links een kaartje uit het jaar 1953 van "De Beele" gelegen ten zuid-oosten van het plaatsje Voorst, aan de weg van Zutphen naar Apeldoorn.
Op de rechter foto een artikel in het Noord-Hollands Dagblad, over de ter aarde bestelling van Singenstreu.

 
 

Links een artikel over de toedracht en rechts de treurende begrafenisstoet, geescorteerd door de treurende "Hitlerjugend" van de tehuis "De Beele".
 

Hoe komt de Knokploeg Enschede aan zo'n auto?
Harry Saathof in een gesprek, hierover:
H. "Wij hadden eerst een Engelse auto, met een vliegende koppeling. Dat was een waardeloze auto. Toen op een keer, toen wij uit Arnhem kwamen, zagen we een auto staan met de sleutels er nog in. We zijn toen overgestapt van onze auto in die andere auto. Achteraf bleek dit een auto te zijn van de Sicherheitsdienst. Het was een Ford. Een achtcilinder. Wel wat anders dan de vorige. In Enschede, werd de auto naar familie van Bertha (verloofde van Geert Schoonman) gebracht, die woonde aan de Voortsweg. In de werkplaats is de auto zwart overgespoten. Je moet niet vragen hoe dat gedaan was. Het zag er niet uit, maar dat maakte niet uit. Ook werd aldaar bepantsering in de auto aangebracht. Met deze auto deden wij onze acties."

Opmerking: Waarschijnlijk is na deze actie de auto zwart overgespoten om herkenning te voorkomen of nadien is er een Ford gekomen, waarover Harry het heeft..

 

Naar boven

      <<<<                                                  >>>>