Overval op het huis van bewaring te Almelo

 

Gepleegd op 22 maart 1944.

Na een overval op het distributiekantoor in Markelo, op 4 februari 1944, waarbij de distributie van de bonkaarten nadien niet goed was verlopen en de poging tot bevrijding van Piet Fleurke, welke actie, door verkeerde informatie, ook al geen succes was geworden. Wordt het de leiding van de L.O. in Enschede duidelijk dat zij een eigen knokploeg moeten hebben, met mannen die met wapens om kunnen gaan en nergens voor terugdeinsen. Ze zijn dan voor wat betreft de bonkaarten niet meer afhankelijk van de bereidwilligheid van anderen om bonnen aan hen af te staan.

Op 24 februari 1944, vindt dan de oprichtingsvergadering van de Knokploeg Enschede plaats.
Zeven personen melden zich vrijwillig aan. Op de vergadering blijven er, na gesprekken met deze zeven, maar twee over die geschikt worden geacht. Dit zijn Johannes ter Horst en de 27 jarige grenscommies Geert Schoonman. De overige vijf worden niet geschikt bevonden.
Afgewezen werden onder andere gehuwden, omdat die te kwetsbaar zouden zijn bij een eventuele arrestatie. Johannes, die zijn sporen in het illegale werk inmiddels al wel verdiend heeft, krijgt vervolgens de opdracht een knokploeg te formeren. Hij maakt direct voor "Blonde Piet", van wege het gehuwd zijn, een uitzondering. Piet, die al langer met Johannes samenwerkt heeft het vertrouwen van Johannes en omgekeerd is dit eveneens het geval. Piet wordt genoemd als de vertrouwensman van Johannes. 
Om wapens te verkrijgen moet Johannes zich in verbinding stellen met de Landelijke Knokploeg coördinator voor Oost-nederland, genaamd Liepke Scheepstra. Uiteindelijk krijgt Johannes de wapens die hij nodig heeft om als Knokploeg te kunnen functioneren.

De KP-Enschede bestaat uiteindelijk uit de navolgende leden:
Leider: Johannes ter Horst. (van beroep:bakker) Verder Geert Schoonman ("Rooie Geert")(van beroep: ex-beroepsmilitair /douaneambtnaar),  Harry Saathof (van beroep: Douaneambtenaar), Piet Alberts ("Blonde Piet")(van beroep: wever), Dolf Fleer ("Dolf van Limbeek") (van beroep: inspecteur van politie) en Joop van Amerongen.

Dan moet de eerste klus als KP geklaard worden:

We laten "Blonde Piet" zelf, in zijn eigen bewoordingen aan het woord:

"Het is zaterdagmiddag. Ik word gebeld door Johannes. "Piet, kom even bij mij". (Daar wij alle illegale werkers waren, stonden wij in nauw contact met elkaar, het verzorgen van onderduikers, Joden enzovoort.) Ik vlug de fiets bij de kop en dat naar Johannes. (Het is een feit als Johannes roept of belt is er altijd iets bijzonders)
"Piet", zei hij, "Zou jij vananvond mee willen doen aan een kraakje?"
Ik vroeg: " Wat is dat een kraak?"
"Nou een overval op het huis van Bewaring in Almelo. Wij moeten daar twee mensen uithalen", antwoordde hij.
Daar was ik natuurlijk direct voor te vinden, maar na een poosje nagedacht te hebben, begon mijn maag toch wat leeg te worden, dus inwendig een beetje bang.
Na een kwartier kwam er nog één waar Johannes mee afgesproken had, toen kennis gemaakt. Zijn naam was Geert. Wat opvallend bij hem was, dat hij heel groot was, rood haar had en altijd lachte en een ontzettend liefhebber van roken was.
Johannes was het tegendeel. Die was rustig, nadenkend en rookte niet veel. Maar wat op durf aankwam stonden zij gelijk, wat zij dan ook hebben bewezen. In één woord het waren "prachtkerels"
Johannes zei tegen Geert:
"Geert, er zitten twee ter dood veroordeelden in de gevangenis te Almelo". "Nou, dan moeten wij ze er even uithalen, dat kan een pracht ding worden, jammer dat er niet meer inzitten, het was een meenemen!". was het antwoord van Geert.

Wij op weg, de pistolen in de zak en dat naar Almelo. Er werd lol gemaakt in de trein, dus de reis ging betrekkelijk vlug. De afspraak werd gemaakt in het gebouw van Christelijke Belangen aan de Grotestraat. Daar gekomen waren er een man of 5 à 6 reeds aanwezig. Nou, dat kon dus wat worden.

 

Grotestraat te Almelo anno 1965.


Na de tekening gezien en besproken te hebben moesten wij nog een anderhalf uur wachten.
Na het eten:
Plotseling komt er iemand binnen: "Jongens, het kan niet doorgaan. Ik zou meedoen en nam mijn baas zijn pistool (Die NSB'er is) en hij heeft het ontdekt. Wat nu?" "Jongens, het gaat door!" roept Johannes. "Niet over een uur, maar direct!" We zouden er met 7 à 8 man heengaan, toen we nu met z'n vijven overbleven. Twee jongens uit Rotterdam, Utrecht of den Haag, die wij dan later ook nooit meer hebben ontmoet.

 

Ingang van het voormalige Huis van Bewaring in Almelo.


Voor de gevangenis, het was zeven uur, half acht in de avond, toen het ging gebeuren. Het was erg stil op straat. Je kreeg het er werkelijk een beetje benauwd van, maar het moest gebeuren.
Johannes en Geert voorop, ze belden aan....de portier deed open en zij stapten binnen. "Handen omhoog en maak geen beweging!". Overal was het duister op straat. Ik stond aan de overkant. Toen zij binnen waren, vergaten zij de deur dicht te doen. Het gevolg was dat ze in het volle licht waargenomen konden worden. Ik vlug de straat over en ook naar binnen en deed de deur dicht. Ieder had zijn taak. Geert zou de deur van de directeur afzetten. Die kon misschien binnenkomen. Johannes met de Rotterdammer moesten alle bewakers opvangen. Ik zou met de andere Rotterdammer de twee gevangenen ophalen. Dus iedereen had zo zijn taak.
Toen ik binnen was, de andere twee (Rotterdammers) volgden toen ook (bij binnenkomst van Piet), liep ik direct naar het inwendige van de gevangenis. Daar liep meteen een bewaker, die ik onder bedreiging van mijn pistool hield, maar toen liep hij weg. Vlug greep ik hem in zijn kraag. Johannes zorgde ervoor dat ze in een cel kwamen.
Toen ging ik vlug naar boven en stuurde alle bewakers naar beneden, die werden opgesloten in het magazijn. Toen de twee gevangenen er uit en toen naar beneden. Wij zouden net weggaan, toen hoorden wij gestommel boven ons. Even gewacht en jawel hoor, een hele dikke bewaker kwam de trap af.
"Handen omhoog!"
Hij begreep er niets van, maar toen er een paar harde woorden vielen, gingen zijn handen omhoog. We hebben werkelijk met die kraak wel gelachen. Die heren keken allen zo beteuterd op hun neus, toen zij werden overvallen. De twee Rotterdammers met de twee bevrijden gingen met de auto weg en wij moesten twee en een half uur op de trein wachten, om weer naar huis te gaan.

Melding in het politieblad:
In het Nederlands Algemeen Politieblad, no. 13 van 1 april 1944, staat behalve het relaas van de overval, nog het volgende:

Toen bleek dat uit de inrichting waren meegenomen de arrestanten:

Hubert Alphonsus GERARD, geboren te Hengelo (O), 16-8-1919, administrateur, wonende te Hengelo (O) en
Petrus Nicolaas August van DIJK, geboren te 's Gravenhage, 16-4-1916, ambtenaar der secretarie, wonende te Borne.


Eén van de bewakers verklaarde een auto te hebben gehoord. Van de daders kon slechts een vaag signalement worden gegeven:
"Allen waren naar schatting tussen de 25- en 30 jaar. Twee van hen waren gekleed in een lichte regenjas. Eén van hen had een dik pafferig gezicht, was kort en gedrongen van postuur. De ander was naar schatting 1,85m lang. De derde persoon was gekleed in een kort bruine lederen jas, grijze rijbroek en grijze sportkousen. Verder is bekend dat één van de daders een alpinomuts droeg. Deze had vermoedelijk een donkere overjas aan."

Deze overval had in een catastrofe kunnen eindigen doordat ook reeds een combinatie van een verzetsgroep uit Almelo en Zenderen op weg was om de bevrijding te doen. Gelukkig werden zij onderweg gewaarschuwd dat dit inmiddels geregeld was. Stel je voor dat deze groep aan de deur van de gevangenis was gekomen alwaar de SD`ers op dat moment een nader onderzoek aan het instellen waren.


 

Naar boven

<<<<<<<<<<                                                                                     >>>>>>>>>