Overval op het distributiekantoor te delden


 

 


Gepleegd, op 15 juni 1944.

"Blonde Piet" zelf schreef niets over deze overval. Toch was hij daarbij aanwezig. Aan de hand van het alarmeringsbericht en verdere gelezen informatie, heb ik van deze overval een reconstructie gemaakt.

Nauwelijks bekomen van de spanningen van de overval in Arnhem en voor Geert en Johannes tevens de overval op het Huis van Bewaring in Zutphen, in de avond van 11- op 12 juni 1944, is er al weer een overval gepland en wordt "Blonde Piet" in de periode tussen 12- en 14 juni 1944, door Johannes benaderd om mee te doen aan een overval op het distributiekantoor te Delden. Dit ter verkrijging van voedselbonnen en overige documenten, ten behoeve van de voedselvoorziening van onderduikers.
Aan deze overval zullen meedoen: Johannes ter Horst, Geert Schoonman, Dolf Fleer en Piet Alberts van de KP Enschede. Dolf was een inspecteur van politie uit Oldenzaal. Verder Jan Morsink. Jan is van een andere KP.

Op donderdag, 15 juni 1944, te omstreeks 13.00 uur, vertrekt dit vijftal met hun auto vanaf de Holterhof, in de richting van het gemeentehuis van Delden, alwaar een distributiekantoor is gevestigd.
Bij het gemeentehuis aangekomen, stappen de mannen uit de auto en gaan naar binnen. Aangekomen in de ruimte waar het distributiekantoor is gevestigd, trekken de mannen hun pistolen en nemen het personeel onder schot.
Eén van de overvallers roept: "Dit is een overval! We willen alle distributiebescheiden!". Eén van de ambtenaren maakt vervolgens de kluis open, waarna de bonkaarten en andere bescheiden door de overvallers daar uit worden gehaald. In de ruimte zien de overvallers nog een op slot zijnde kast en eisen dat deze ook open gemaakt wordt. Kennelijk heeft niemand een sleutel, of willen deze niet afgeven. Dan forceren de overvallers de kast.
Of daar nuttige bescheiden in zaten is niet bekend geworden.
Om de buit mee te kunnen nemen, wordt deze in een deken gewikkeld. Vervolgens verlaten de overvallers het gemeentehuis, stappen in de auto en rijden weg in de richting van Hengelo(O).

Deze overval is zo snel gegaan, dat geen van de getuigen van deze overval een signalement van de daders kan geven (of hebben willen geven).
Eén van de getuigen kan zich herinneren dat de auto was voorzien van een kenteken, beginnend met de letter "B". Het verdere nummer onbekend.
Een letter "B" betekende in die tijd dat de auto afkomstig moest zijn uit de provincie Friesland. Overijssel had als beginletter een "E". Waarschijnlijk zal er wel een vals kenteken gebruikt zijn.

Een onderwijzer uit Denekamp, genaamd de heer Dingeldein, (Het is zeker de moeite waard over deze man meer te weten, met name de bewoners van Twente. Zie deze link:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Hendrik_Dingeldein hield in de oorlogsjaren een dagboek bij. O.a. schreef hij in dit dagboek:

"15 juni, donderdag. Hedenavond loopt het gerucht, dat er vannacht in Denekamp iets zal gebeuren: Gijzelaars opgepakt, onderduikers opgespoord of andere dingen.
De heren van de landwacht lopen met een geweer op de nek en een rode band over de arm. Zo houden b.v. twee N.S.B.'ers post bij schoenmaker Mensink. Vele Denekampers maken zich erg ongerust en verdwijnen des avonds. Ik besluit maar thuis te blijven, maar ben niet op mijn gemak".
16 juni, vrijdag. De nacht is voorbij gegaan, zonder dat er iets bijzonders is gebeurd. Ik heb zeer onrustig geslapen en telkens wakker geschrokken.
De Duitsers zijn begonnen vliegtuigen zonder piloot te gebruiken voor aanvallen op Engeland. Vannacht moeten deze aanzienlijke schade en veel slachtoffers hebben veroorzaakt. Bijzonderheden ontbreken nog.
De onrust van gisteravond is blijkbaar veroorzaakt door een overval op het distributiebureau te Delden, die, naar men zegt, is uitgevoerd door personen in Duits uniform, in bezit van een auto van de Wehrmacht."


Annie Velthuis, een toen 20 jarige vrouw, werkzaam op het gemeentehuis in Ootmarsum, hield ook een dagboek bij met gebeurtenissen. Haar manier van schrijven is anders dan  Dingeldein. Zij is strijdbaar en schrijft soms zaken op, die voor haar, als de NSB´ers dit zouden lezen, levensgevaarlijk zouden kunnen zijn:
15 juni: Aan Delden is ook door een 8-tal overvallers een bezoek gebracht. Alle distributiebescheiden werden meegenomen, zo’n 8000 bonkaarten.


Een dag eerder schreef zij: 14 juni: Vannacht overval op Distributiekantoor van Weerselo. Jammer genoeg geen sleutels van de brandkast. Onverrichterzake moesten ze terugkeren.
Annie heeft het over de mislukte overval op het distributiekantoor in Weerselo, die werd uitgevoerd door leden van de KP Zenderen, KP Wierden en nog enige leden, te weten: Koos Michel, Cor Hilbrink, Jan Hillenaar, Gerrit Verbeek, Klaas van Harten en Dirk Ruiter. Van Cor Hilbrink, Klaas van Harten en Gerrit Verbeek kan nog gezegd worden dat zij pas twee dagen daarvoor terug kwamen van de geslaagde overval op het Huis van Bewaring in Zuthen. Er was dus erg weinig tijd om de zaak voor te bereiden.

Naar aanleiding van de overval in Delden, kwam er op deze donderdag de 15e juni 1944, te 15.20 uur, via de alarmeringscentrale te Hengelo (O), bij de politie te Enschede, het bericht van de overval binnen, waarin de o.a.v. van de daders werd verzocht. Kennelijk niet wetende dat één der daders een Oldenzaalse politieinspecteur was, opererende onder de schuilnaam Dolf van Limbeek.


 

Naar boven
 

<<<<<<                                                             >>>>>>>