De moord op Pieter Kaay deel 1

 

Dit hoofdstuk gaat over de moord op een politie-officier, gepleegd door het verzet, op zaterdag 3 juli 1943 en tot op de dag van vandaag (24 februari 2015) is het nog niet honderd procent zeker wie deze moord gepleegd heeft.
Doordat deze moord al die jaren met geheimzinnigheid werd omhuld ontstonden verschillende theorieen over wie het gedaan zou kunnen hebben en waarom de moord gepleegd zou zijn. Verzetsmensen in Enschede en omgeving hebben er nooit over willen of durven praten. Wanneer u dit verhaal gelezen hebt, zult u ook begrijpen waarom. Deze moord had grote gevolgen voor politiemensen van het Enschedese Korps, alsmede hun familieleden.

Ik heb mijn best gedaan om zoveel mogelijk gegevens, uit verschillende bronnen, chronologisch op een rij te zetten. 



 Pieter Kaay


De N.S.B. Korpschef Berends, van de politie  Enschede, heeft goede contacten in Amsterdam. Zo kent hij de, op 13 maart 1904, in Almelo geboren, Pieter Kaay.
Kaay begon zijn loopbaan bij de Amsterdamse politie. Tijdens de Duitse bezetting toonde hij zich zeer Pro-Duits en ontpopte zich als een fanatiek jodenjager.     

Op 26 augustus 1940 treedt hij toe tot het N.S.B. Rechtsfront en op 1 augustus 1941, wordt hij lid van de N.S.B.
Hij maakt hierdoor, binnen dit korps, snel carriere. Zijn goede samenwerking met de Duitse Sicherheits Dienst wordt uiteindelijk beloond, met de rang van Opperluitenant van politie.

Heel slechte herinneringen had oud commissaris van politie te Enschede Prenger aan Kaay:
"Een grote schurk" en die woorden kwamen uit de grond van zijn hart. Hij vervolgt: "Kaay was ongeletterd en onbeschaafd, die het van niets tot iets had gebracht, door zijn harde optreden."

Dat Prenger hier gelijk in had, blijkt wel uit een stuk, waarin een getuige zijn verhaal doet. Dit stuk is afkomstig uit Amsterdam en heeft betrekking op de activiteiten van de Amsterdamse verzetsgroep, genaamd CS-6. De bron van dit stuk is mij niet bekend:

"Aanslag op opperluitenant der Staatspolitie Kaaij (Enschede)
Toen de daders van de brand in het bevolkingsregister (Amsterdam) waren gefussilleerd, was het zaak om te weten te komen wie de beloning van Fl. 10.000,- hadden geind. Uit het onderzoek bleek dat de kleermaker Sjoerd Bakker gearresteerd was geworden door de politieagent Kaaij. Deze had de zaak aan de S.D. overgegeven en de arrestant regelrecht naar de Euterpusstraat gebracht.

De S.D. Had de zaak uitgeplozen en de noodlottige gevolgen zijn bekend.
Kaaij had een gedeelte der beloning in ontvangst genomen en werd door de Duitsers gepromoveerd tot opperluitenant der Staatspolitie met de standplaats Enschede.
De beslissing over deze man was kort. Schadelijk voor verzetskringen, het aannemen van "bloedgeld" en aanvaarding van een benoeming van een officiersrang bij de Staatspolitie. De nieuw benoemde opperluitenant, had in deze kwaliteit de eed van trouw aan Hitler gezworen.
Op deze grond werd de executie van Kaaij bevolen. "Reina" en "Henri" werd de uitvoering opgedragen. Ik kan mij uit het rapport herinneren dat er sprake was van "een blinde muur" en  "een weiland", de juiste samenhang van het rapport kan ik mij niet herinneren. De uitvoering van de operatie K.E. had tot bekend gevolg dat op 3 juli 1943, de opperluitenant Kaaij, zijn tol betaalde voor zijn gepleegd verraad" Tot zover deze getuige in Amsterdam.

Is dit de reden van de moord?
In ieder geval staat vast dat door zijn fanatieke, pro Duitse optreden, waarbij hij op het laatst een gehele verzetsgroep in Amsterdam weet op te rollen, hij in het vizier bij de genoemde verzetsgroep CS-6 komt. Deze verzetsgroep staat er dan inmiddels om bekend, korte metten te maken met verraders, door ze één voor één te liquideren,

Meer over de CS-6 kunt u o.a. lezen op deze site:
http://www.afvn.nl/2004_4/afpag8_14.htm

Wanneer Kaay in de gaten krijgt dat de vizieren nu ook op hem gericht worden, en hij zijn leven in Amsterdam niet meer zeker is, stelt commissaris van politie te Enschede, Berends hem voor, om naar Enschede te komen, om daar zijn "goede" werk voort zetten.
Daarna wordt hij op 15 april 1943, bij het Enschedese politiekorps aangesteld als Opperluitenant van politie. De dan 39 jarige Pieter, krijgt een woning aangeboden en verhuist met zijn vrouw en twee kleine kinderen, naar de J.P. Sweelinckstraat 14 te Enschede.

De voorwaarschuwing:
Op het moment dat Pieter Kaay in Enschede bezig gaat met zijn "goede werk", zijn verschillende verzetsmensen reeds met de reputatie van Kaay op de hoogte.     
Op een dag zegt verzetsman Johannes ter Horst tegen de dan 21 jarige verzetsman Barteld Lassche, die op dat moment voornamelijk bezig is met het onderbrengen en verzorgen van onderduikers, het volgende:
"Verbaas je niet wanneer op een dag iets met die Kaay gebeurt. Het is een jodenjager. Hij heeft veel mensen in Amsterdam verraden en nu wil hij zijn werkzaamheden hier voortzetten. Wanneer hem op een zaterdag iets gebeurt, moet je zorgen dat je op de markt bent!"
Barteld hoort het verhaal aan, maar weet niet wat hij er mee moet. Wat heeft dat met hem te maken? Krijgt iedereen van de organisatie zo'n waarschuwing? Barteld vraagt niet verder door. Dat zou onvoorzichtig zijn. Hoe minder je weet, des te beter.......Hij denkt wel verder na: "Zou Johannes deze informatie uit Amsterdam hebben? Johannes was vanaf de zomer 1941, tot aan het voorjaar van 1942, in Amsterdam ondergedoken, omdat Enschede hem te heet onder de voeten werd. Daar zal hij waarschijnlijk zeer veel over deze Kaay gehoord hebben....Dan praat Johannes over "op een zaterdag". Het is dan markt, veel mensen onderweg dus veilig opgaan in de massa."

Het Joodse jongetje:
We gaan nu ongeveer een jaar terug in de tijd. Aan de illegale werkers Barteld Lassche en Willem Hoekveld is een Joods jongetje, dat geen ouders meer heeft, toevertrouwd. Waarschijnlijk zijn de ouders reeds gedeporteerd. Ze hebben een onderduikadres voor dit jongetje gevonden. Dit is de familie Weener, wonende aan de Broekheurnerweg 496 in Enschede. Zowel Barteld, die nog bij zijn ouders, aan de Dennenweg te Enschede woont, als Willem Hoekveld, die getrouwd is en aan de Zweringweg te Enschede woont, vertellen thuis niets over deze werkzaamheden. Ze willen het onderduikadres, dat aan hen is  toevertrouwd , alsmede hun eigen familieleden niet onnodig in gevaar brengen.

De familie Kaay krijgt bezoek:



 


J.P.Sweelinckstraat 14 te Enschede

Het is vrijdagavond, de 2e juli 1943, wanneer er aan de deur van de familie Kaay gebeld wordt. Mevrouw Kaay opent de deur en ziet een jongeman staan. Deze vraagt: "Is de heer Kaay thuis?" Mevrouw Kaay: "Ja, hoor, die is thuis". "Mag ik hem even spreken?", vraagt de jonge man. Mevrouw Kaay: "Komt u maar verder". Mevrouw Kaay gaat de jonge man voor, door de gang naar de woonkamer. In de woonkamer ziet de jongeman, Pieter Kaay, gekleed in zijn zwarte politie-uniform, op een stoel zitten. Hij heeft zijn tweejarige zoontje op op zijn knie. "U is bij de politie? Dan ben ik verkeerd. Ik moet Van der Kaay hebben, die bij Philips werkt".
Pieter Kaay, kent deze persoon en weet waar hij woont. Hij zegt dan: "Ah, dan bent u inderdaad verkeerd. Ik zal u het huis aanwijzen".
Pieter loopt dan met de jongeman via de voordeur de straat op en wijst hem daar het huis van Van der Kaay. Kaay ziet buiten ook nog een jonge vrouw wachten, die kennelijk bij de jongeman hoort.( Ontleend aan het boek "De Illegalen" van Coen Hilbrink en een krantenreportage door Pieter Bos d.d. 28-6-1988)

Omerking:
1.Moesten deze jonge mensen inderdaad bij Van der Kaay zijn? Of hebben zij met de zaak te maken......?
Woonde daar in de buurt een Van der Kaay die bij Philips werkte? Inderdaad staat in een telefoonboek uit het jaar 1950, dus 8 jaren nadien een persoon, genaamd: 
Kaay, J.H. van der Vertegenwoordiger bij Philips Gloeilampenfabriek, wonende  K. Onnestraat 18.
Het adres K. Onnestraat 18, bestond in die tijd reeds, maar is meer dan één kilometer in rechte lijn verwijderd van het huis van Kaay. Dus direct aanwijzen was niet mogelijk. Het aanwijzen was alleen mogelijk als Van der Kaay, pas na de tweede juli 1944 is verhuisd. 


2.Dat Pieter zijn uniform die avond nog aan heeft, is niet voor niets. Pieter wil die avond nog op pad om nog wat joden te vangen...

De arrestaties:
Pieter Kaay of politieman Van Limburg, die tevens als jodenjager bekend staat, heeft een tip gekregen dat er een joods jongetje ondergedoken zit bij de eerder genoemde familie Weener, aan de Broekheurnerweg 496, in Enschede.
Zo'n tip kan kennelijk niet tot morgen wachten, daarom moet er met spoed opgetreden worden:
Het is al tegen twaalven in de avond wanneer Kaay en van Limburg bij de woning aanbellen. Mevrouw Weener ligt al in bed. Ze gaat naar de voordeur en opent deze. Ze schrikt zich een hoedje, wanneer zij die twee mannen in zwarte uniformen ziet.
Kaay neemt het woord en zegt tegen mevrouw Weener: "Ik heb vernomen dat u een joods jongetje in huis verbergt. Klopt dat?" Ontkennen heeft geen zin meer, omdat zij wel weet dat de woning toch doorzocht zal worden. Het inmiddels slapende knulletje wordt uit bed gehaald en door de twee politiemensen afgevoerd. Ondanks het feit dat Kaay zelf vader is van twee jonge kinderen, heeft hij geen gevoelens bij het afvoeren van dit radelose half slaperige jongetje, dat niet weet wat hem te wachten staat.
De heer Weener is op dat moment niet thuis. Kaay vraagt aan mevrouw Weener:"Wie heeft dat jongetje hier gebracht?" "Ik weet het niet. Ik ken die personen niet", antwoordt zij. Bij het zien van het jongetje, dat afgevoerd gaat worden, kan mevrouw Weener haar emoties niet meer de baas en is zo kwaad op de politiemensen dat zij roept: "Jullie krijgen je verdiende loon nog wel!" Kaay is niet tevreden met het eerste antwoord en na de laatste opmerking van mevrouw Weener, zegt hij tegen haar, dat ze zich moet aankleden en mee moet naar het politiebureau.
Daar wordt ze diezelfde nacht, dus zaterdag 3 juli te omstreeks 01.00 uur, ingesloten.


Links op de foto het politiebureau (Foto van omstreeks het jaar 1960)

Het joodse jongetje verdwijnt via de de Duitse Sicherheits Dienst.

Het werk voor Kaay en Van Limburg zit er voorlopig op. Kaay komt thuis en gaat vervolgens tevreden slapen, want de volgende ochtend moet hij weer fit op het politiebureau present zijn.
Die nacht heeft de Duitse SD nog geen slaap en wil kosten wat het kost verder komen, om de personen die het jongetje bij mevrouw Weener gebracht hebben, op te sporen. Die nacht te omstreeks 01.40 uur, wordt de heer Weener aan het bureau gebracht en daar voor de SD ingesloten. Tevens geven ze de dienstdoende wachtcommandant de opdracht om mevrouw Weener vrij te laten. Mevrouw Weener die geheel overstuur is van het gebeurde, denkt nu naar huis te kunnen gaan, maar eenmaal buiten het bureau, wordt zij vriendelijk, doch dringend verzocht in een SD-auto te stappen, die haar vervolgens naar het hoofdkwartier van de SD, aan de Tromplaan te Enschede brengt.


Voormalig gebouw van de SD aan de Tromplaan te Enschede


In dit gebouw zal ze vervolgens weken lang verhoord worden.
Inmiddels is het bij het ondergrondse verzet al wel bekend geworden dat de familie Weener opgepakt is. Voor Barteld Lassche en Willem Hoekveld zal het helemaal een schok geweest zijn. Zij hadden toch de verantwoording....Hebben ze ergens een fout gemaakt?..... Waarschijnlijk niet, maar verraad was in die tijd orde van de dag.

Pieter Kaay wordt vermoord
Pieter heeft niets meegekregen wat de SD die nacht nog allemaal heeft uitgespook. Hij heeft een korte nachtrust van ongeveer 6 uur gehad. Om 07.00 uur staat hij op en neemt snel een ontbijt. Het is omstreeks 07.50 uur, van die zaterdagochtend, de 3e juli, wanneer hij op de fiets springt en daarmee in de richting van de Kuipersdijk rijdt. Daar aangekomen, slaat hij rechtsaf de Kuipersdijk op, in de richting het politiebureau. Bij het rechtsaf slaan hoort hij een fietser met hoge snelheid achterop komen. Wanneer deze fietser kort achter hem rijdt en Kaay denkt ingehaald te worden, hoort hij een knal en vervolgens voelt hij een stekende pijn in de borst. Hij valt van zijn fiets en blijft op straat liggen......Hij ligt ter hoogte van perceel Kuipersdijk 123 te Enschede, zijnde de woning waar de ouders van Johannes ter Horst wonen......Toeval?

Melding bij de wachtcommandant van politie te Enschede, de brigadier van politie Bootsma, op zaterdag 3 juli 1943.
Uit het dagrapport van politie:
08.00 uur:
Werd telefonisch kennisgegeven door een medewerker van garage Kokkeler van de Kuipersdijk te Enschede, dat aldaar op een N.S.B.'er was geschoten, die op straat was neergestort. Commissaris inspecteur Hermans en recherche medegedeeld, die er zich heenbegeven.
Even later werd kennis gegeven dat het een inspecteur van politie was, die was neergeschoten. Rechercheur Krake belt even later en vroeg om een dokter en deelde mede dat Dr. Oldeboom in de ziekenhuizen bereikbaar was. Brigadier Bootsma heeft daarop het R.K. ziekenhuis gebeld, waar dr. Oldeboom bleek te zijn, die er zich heen zou begeven.
08.15 uur.
Deelt inspecteur Hermans mede, dat inspecteur Kaay, waarop heden morgen omstreeks 08.00 uur, een revolveraanslag is gepleegd, is overleden.
10.20 uur.
Deelt inspecteur Hermans mede, dat er een ziekenauto aan de Kuipersdijk moet komen, om het lijk van inspecteur Kaay, naar het ziekenhuis over te brengen. Hoofd Ziekenvervoer is hierop gewaarschuwd.
11.00 uur.
Brigadier Bootsma geeft de dienst over aan brigadier De Lange met 21 ingesloten personen

Voordat de overleden Pieter Kaay wordt weggehaald worden eerst nog door de Technische Opsporings Dienst (T.O.D.) foto's gemaakt van de Plaats van het Delict:




Het rode kruisje is ongeveer de plaats van het delict. De kaart komt uit het jaar 1935.

Kort daarop worden de eerste getuigen gehoord.
Zo is er een winkeljuffrouw die enige zaken gezien heeft, die haar merkwaardig voorkwamen.

Verhoor winkeljuffrouw als getuige:
"Ik werk in de kruidenierszaak, gevestigd aan de Sumatrastraat te Enschede. Zelf woon ik aan de Hogelandsingel alhier. Ik verliet mijn woning hedenmorgen om 07.50 uur en liep in de richting van de Sumatrastraat.
Toen ik op de hoek van de J.P.Sweelinckstraat en de Varviksweg aangekomen was, zag ik een man, zittend op een fiets, stilstaan op de tegenliggende straathoek. De man was tenger van postuur en een leeftijd tussen de 30- en 35 jaar. Hij droeg hoge bruine schoenen, waarvan de kleur en het model mij opvielen. Hij had een licht kostuum aan en droeg een grijze slappe hoed. Toen ik op de kuipersdijk liep, in de richting van de stad, kwam ik ook iemand van de centrale keuken tegen, die op weg naar zijn werk was.
Op de Varviksweg gekomen, werd ik ingehaald door een politieman, die later werd neergeschoten. Kort daarop werd ik ook ingehaald, door de bewuste man op de fiets, die op de hoek had staan wachten. Hij fietste achter de politieman aan. Toen ik op de hoek van de Varviksweg en de Kuipersdijk was aangekomen, hoorde ik plotseling een scherpe knal. Ik keek rechts de Kuipersdijk in en zag dat de politieman omviel. De andere fietser reed snel door en verdween rechts de Madoerastraat in".



Reconstructiefoto. Links het winkelmeisje en rechts op de hoek de fietser.

Plaats waar Pieter Kaay dodelijk werd getroffen anno 2003.


Verhoor medewerker Centrale keuken als getuige:
"Toen ik op de Kuipersdijk, richting mijn werk liep, hoorde ik een knal en zag op ongeveer 15 meter afstand, rechts voor mij, de politieman neestorten. De andere fietser moest links uitwijken om te passeren. Hierna fietste hij snel de Madoerastraat in. Ik ben vervolgens snel naar de, op de grond liggende politieman gegaan en zag toen, dat deze gewond was en niet meer bewoog. Kennelijk door een kogel in de hartstreek getroffen.

Waar was Barteld Lassche tijdens deze moord?
Barteld:
"Omstreeks het tijdstip van de moord, liep ik op de Haaksbergerstraat te Enschede, richting binnenstad, waar de markt werd gehouden. Op de kruising met de singels, dus niet zo ver van de plaats vandaan waar Kaay werd vermoord. Daar kwam ik de politieman Van Gent tegen, die mij kende."
Barteld was in die tijd ook niet te overzien. Een grote sterke jonge man. Dus niet overeenkomende met het signalement van de dader.

Barteld vervolgt:
"Kort nadat Kaay vermoord was, kreeg ik een seintje, dat ik niet naar huis moest gaan, omdat de politie op mij zat te wachten. Mijn ouders woonden aan de Dennenweg 67 te Enschede en hadden daar een viswinkel. Ik heb me toen een paar huizen verderop verstopt en ben diezelfde nacht naar Groningen vertrokken en daar ben ik ondergedoken.
Na de oorlog zei een politieman, genaamd Kooy, het volgende tegen mij: "Man wat was ik bang dat je thuis zou komen. Gelukkig heb je dat niet gedaan!" De politie heeft vijf dagen bij ons thuis zitten wachten. Kun je nagaan wat een spanning dat bij ons thuis teweeg heeft gebracht!"

Arrestatie van mevrouw Hoekveld.
Ook heeft Willem Hoekveld waarschijnlijk een seintje gekregen om niet naar huis te gaan, omdat hij dan waarschijnlijk gearresteerd zou worden.
Inderdaad komt die zaterdagavond, te omstreeks 19.00 uur, de Duitse SD bij de woning van zowel Barteld Lassche aan de Dennenweg te Enschede, als bij de familie Hoekveld, aan de Zweringsweg eveneens te Enschede, om beide mannen te arresteren.
Beiden zijn, zoals gezegd, niet thuis. Het verschil tussen Barteld Lassche en Willem Hoekveld is, dat toen bleek dat Willem niet thuis was, mevrouw Hoekveld terstond werd gearresteerd en op last van de SD, op het politiebureau in Enschede werd ingesloten. Terwijl bij de ouders van Barteld, politie in de woning bleef om Barteld op te wachten. Zodra hij zou komen, zou hij gearresteerd worden.

Omdat mevrouw Hoekveld geen zinnig woord kon vertellen over wat haar man allemaal deed, werd zij vrijgelaten. Ook bleef daar politiepersoneel in de woning achter om haar man Willem, bij zijn verschijning, te arresteren.

Alarmeringsbericht:
Naar aanleiding van de verklaring van de winkeljuffrouw, wordt er een alarmeringsbericht verzonden. De inhoud van dit bericht luidt als volgt:

De hoofd-Centrale Almelo, laat op zaterdag, 3 juli 1943, om 20.30 uur, een opsporingsbevel uitgaan naar de korpsen Hengelo, Enschede en Haaksbergen, met de onderstaande tekst:

"1e bericht: In verband met het alarmeringsbericht van zaterdag 3 juli 1943, betreffende de moord te Enschede, moeten op last van de Sicherheits Polizei, alle personen met hoge bruine schoenen, aangehouden worden en op hun alibi onderzocht worden. Voorzichtig zijn met vuurwapens!"

Verzoek tot Opsporing, Aanhouding en Voorgeleiding van twee verdachten.
Dat de opsporingsambtenaren van de SD wel degelijk een verband zien tussen de moord op Pieter Kaay en Bartel Lassche en Willem Hoekveld, blijkt uit een Opsporingsbericht, dat 14 dagen later, dus zondag 14 juli 1943, wordt verstuurd, vanaf de hoofdcentrale in Almelo, met als volgende inhoud:

"In verband met de moord op luitenand Kaay te Enschede, maakt de S.D. te Arnhem bekend dat de navolgende personen worden verdacht:
1e. Willem Johannes Hoekveld, geboren te Zwolle, laatst gewoond hebbende aan de Zweringsweg 92 te Enschede.
2e. Barteld Lassche, kantoorbediende, geboren te Ambt Vollenhove, op 2 november 1922.
Opsporing, aanhouding en voorgeleiding wordt verzocht. Posten (in respectievelijke woningen) blijven gehandhaafd.
Ontvangen van Wachtmeester Wissman te Almelo en opgenomen door de Hoofdwachtmeester Julius. Doorgegeven aan Wachtmeester Cramer."


Onderzoek Sicherheitsdienst.
De Sicherheitspolizei neemt de zaak van de politie over, doch kan geen dader aanhouden. Uit zijn onderzoek resumeert de SD het volgende:
"De dader was goed op de hoogte met het woonadres van het slachtoffer. Hij had de situatie vooraf goed verkend en wist het tijdstip waarop Kaay zich per fiets naar het politiebureau begaf. Hij had zijn observatiepunt zo gekozen, dat hij, zittend op zijn fiets, welke in de rijrichting van het slachtoffer stond, zo snel mogelijk, al fietsend, Kaay kon bereiken. Vanuit zijn positie op de hoek van de J.P.Sweelinckstraat- Varviksweg, kon hij de woning van Kaay goed in de gaten houden. Op die bewuste morgen had hij zijn post al om 07.30 uur betrokken. Kaay werd neegeschoten met een 9 mm. automatische revolver."
(Zeer waarschijnlijk is een 9 mm automatisch pistool bedoeld)

Wie werkelijk het dodelijke schot heeft gelost, staat nog steeds niet met zekerheid vast. Volgens de Duitsers is het Louis Boissevan (leider CS-6) geweest, die na zijn arrestatie bekende, de aanslag tesamen met de eveneens gearresteerde Reina Prinsen Geerlings, in opdracht van Hans Katan en Maarten van Gilde, te hebben uitgevoerd.

Ook in Enschede zijn deze namen bij enige verzetsstrijders bekend. Ze laten hierover echter niets los. Verondersteld wordt dat er in ieder geval een vrouw bij betrokken is geweest. Dat blijkt uit het feit dat de man, die op de avond voor de moord bij de familie Kaay is geweest, werd opgewacht door een jonge vrouw van 20- à 22 jaar In dit geval worden de namen genoemd van Geertruida van Lier en Reina Prinsen Geerlings, beiden koerierster bij de Amsterdamse verzetsgroep CS-6.
Geertruida van Lier is na haar arrestatie, in het westen van het land, naar Enschede gebracht en door de SD aan de Tromplaan verhoord. Tijdens het verhoor zou ze geprobeerd hebben zich te bevrijden door een poging te doen haar ondervrager neer te schieten met een klein pistooltje, dat ze in haar beha verborgen had. De poging mislukte. Ze werd vervolgens op transport gesteld naar Duitsland. Beide koeriersters zijn in het concentratiekamp Sachsenhausen omgekomen. (Ontleend aan het boek: Enschede 1940-1945)

Belichting van de zaak in het boek "De Illegalen" van Coen Hilbrink.

.........B. Ph. de Beaufort, medewerker van de Amsterdamse verzetsgroep CS-6, reist op genoemde zomerdag (3 juli 1943) per trein naar Enschede, huurt een fiets bij het station, rijdt er op naar de Kuipersdijk, waar hij Kaay doodschiet en fietst weer terug naar het station, waar hij de trein richting Leeuwarden neemt. Daar wordt hij bij een razia gearresteerd, doch weer vrijgelaten, wanneer blijkt dat hij niet uit de Friese hoofdstad afkomstig blijkt te zijn. Zijn revolver heeft hij kort voor zijn aanhouding achter een kussen kunnen verstoppen.

De inspecteur van politie te Enschede, Wim Sanders, die ondergedoken is, in het westen des lands, krijgt via zijn Enschedese vriend en CID-medewerker Arend Rompelman bericht, dat commissaris Berends van hem verwacht dat hij voor den dag komt, omdat hij, Sanders, anders door de SD voor de moord op Kaay verantwoordelijk zal worden gesteld.

Tijdens een ontmoeting met de Enschedese commissaris, voor de veiligheid georganiseerd in een bos nabij Zenderen, deelt Sanders hem mede, dat hij aan deze zaak niet wil meewerken en voorgoed uit Twente verdwijnt. Hij draagt Berends op zijn collega Bergsma de leiding van de recherche te geven:
(Boek "De Illegalen")

Politieman Van Gent heeft een tip:

Na de aanslag op Kaay, beweert opperwachtmeester A.G. van Gent, dat het best mogelijk is dat deze moord door één van de agenten van het Enschedese korps gepleegd kon zijn. De door hem aangewezen agent wordt dan ook gearresteerd, maar na korte tijd weer vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs.

Vraagtekens tot nu toe:
Veel vraagtekens over deze zaak zijn er bij mij al gerezen:

Ten 1e. Kaay werd inderdaad op een zaterdag, zoals Johannes ter Horst dat tegen Barteld Lassche had gezegd, doodgeschoten.

Ten 2e. De persoon, of personen die de moordaanslag gepland hadden, bezaten een zeer goede plaatselijke bekendheid. Dat er nóg een Van der Kaay aan de J.P.Sweelinckstraat woonde en die bij Philips werkte, moet je eerst maar te weten zien te komen.
Of is het zo dat het jonge stel inderdaad bij de andere Van der Kaay op bezoek ging en niets met de zaak van doen had. Misschien wel uitgezocht maar door mij niet te achterhalen. Deze informatie komt van de dochter van Pieter Kaay. Het is een constatering, maar niet automatisch een verband. De dochter concludeert zelf dat het om dezelfde persoon gaat, maar dat kan zij niet weten, omdat zij bij de moordaanslag zelf, niet aanwezig is geweest.

Ten 3e. Waarom zou je het risico nemen, om in persoon naar je komende slachtoffer te gaan en hem de volgende ochtend  opwachten? Dat zal toch opvallen. Vooral een politieman zal hier op letten. Pieter Kaay is kennelijk deze man niet opgevallen.

Ten 4e. In een stuk geschreven n.a.v. een onderzoek, dat gedaan werd door twee politiemensen van het Enschedese politiekorps, Hans Jacobs en Gerrit van den Berg, ter nagedachtenis van de in de oorlog doodgeschoten politieman Antonie van Essen, het volgende relaas over de moord op Kaay:
"De volgende morgen, zaterdag 3 juli 1943, te omstreeks 08.00 uur, fietste Pieter Kaay over de Kuipersdijk naar het politiebureau aan de Haaksbergerstraat te Enschede.
Ter hoogte van perceel Kuipersdijk 123 klonk over de bijna verlaten straat een knal. Omstanders zagen dat de politieman van zijn fiets viel en roerloos op de grond bleef liggen. Een achter hem fietsende man keek naar de roerloze gestalte en zag dat deze man dood was.
Een onbekende schutter had Kaay neergeschoten!
In vele beschrijvingen van dit incident wordt de fietsende man als dader beschouwd. Deze man zou een pistool hebben getrokken en Kaay van achteren hebben neegeschoten. Andere versies van het gebeurde verklaren dat het verzet uit Amsterdam Kaay heeft omgelegd. Weer anderen komen met nog onwaarschijnlijker verhalen....
Feit is dat leden van van de Amsterdamse verzetsgroep CS-6 (Corellisstraat 6) de moord hebben bekend. Uit nauwgezet onderzoek weten we echter dat zij niet het fatale schot hebben gelost. De bewuste verzetslieden waren al ter dood veroordeeld voor andere liquidaties en bekenden deze moord om anderen te redden.
Een zwager van Pieter Kaay zat ook bij de politie, maar was een verzetsman. Met hem hebben we talrijke gesprekken gevoerd en na lang en moeizaam speurwerk hebben wij de man gevonden, die de bewuste zaterdagochtend het schot op Pieter Kaay heeft gelost. Niet met een pistool, maar met een geweer. Niet van achteren, maar vanuit een steegje tegenover perceel Kuipersdijk 123. Naast dit steegje was het huis waar destijd de moeder woonde van de verzetsstrijder Johannes ter Horst.
De dader van de aanslag op Pieter Kaay, heeft zijn relaas en "bekentenis" op papier gezet en in een verzegelde enveloppe op onze naam, bij een notaris in bewaring gegeven

Zijn naam en onthullingen mogen pas na zijn dood worden gepubliceerd. We hebben moeten zweren dat wij deze wens zouden eerbiedigen en derhalve kunnen we nu -anno 2003- de identiteit van de werkelijke dader nog steeds niet onthullen!"
Aldus Hans Jacobs en Gerrit van den Berg.
Tot zover hun relaas. Helaas is Hans Jacobs, op maandag 9 november 2009, te Ootmarsum, zelf overleden.

Mijn opmerking: Voor wat betreft het gebruik van een geweer. Uit het onderzoek van de Sicherheitsdienst, is vast komen te staan dat het moordwapen een "een automatische revolver" was.  Hoogst waarschijnlijk wordt hier een pistool bedoeld, met het caliber 9mm. Ik ken geen geweer met een caliber 9 mm. Ik denk dat de SD ook zeker wel het verschil wist tussen een revolver/pistoolkogel en een geweerkogel.

Ten 5e. Heel merkwaardig dat juist de twee mannen, die het joodse jongetje op het onderduikadres van de familie Weemer hadden gebracht, nu verdacht werden van de moord op Pieter Kaay.
Of is dit niet zo merkwaardig?
In een gesprek met Barteld lassche, op 8 juli 2003, kreeg ik geen echt duidelijke antwoorden op vragen waarom Hoekveld en hij, als verdachten in het opsporingbericht stonden vermeld. Op mijn vragen komt Barteld Lassche zelf met de volgende theorieen:

"Je vraagt mij, waarom ik als verdachte werd aangemerkt als zijnde de moordenaar van Pieter Kaay. Ik kan je zeggen dat ik zelf niets met de moord op Kaay te maken heb gehad. Ik kan wel vermoeden dat er wraak is genomen vanuit Amsterdam. Maar dat die mensen hulp gehad hebben van het verzet in Enschede, dus mogelijk Johannes ter Horst en / of één van zijn medewerkers, dat is wel duidelijk.
Ik heb dat stukje in dat blaadje gelezen en dat er geschoten zou zijn met een geweer.......Ik kan me daar geen voorstelling van maken hoe dat zou moeten."
( Barteld en ik filosoferen door of het mogelijk is om met een geweer, een snel van rechts naar links bewegend doel met zekerheid te kunnen treffen. Volgens ons moet het dan meer geluk als wijsheid geweest zijn. Eerst moet je het doel signaleren, dan het geweer, zonder op te vallen, pakken, dan richten, met de snelheid van het doel meegaan en dan schieten. Allemaal héél complex, maar het kan!)
Barteld vervolgt: "De ouders van Johannes woonden aan de Kuipersdijk, tegenover nummer 123 te Enschede. Het waren vrij oude mensen. Johannes zelf verbleef heel veel bij zijn zuster aan de Bloemendaalstraat te Enschede.
Ik weet waarom ik als verdachte werd aangemerkt. Dat heb ik volgens mij te danken aan de politieman Van Gent. Omstreeks de tijd van de moord liep ik namelijk op de Haaksbergerstraat, nabij de singel, dus niet zover van de plaats waar Kaay vermoord werd. Daar kwam ik Van Gent tegen. Dat heeft hij doorgegeven. Dus was ik verdacht."
(Ik heb Barteld Lassche niet gevraagd, waarom dan ook Hoekveld verdacht werd, die was niet op weg naar de markt....soms kun je niet alles vragen)

Op mijn vraag of mijnheer Lassche weet wie het dan wel heeft gedaan, krijg ik geen antwoord. Dus geen ja en geen nee................

Dat Willem Hoekveld en Barteld Lassche verdacht werden van de moord, kan mijns inziens alleen te maken hebben met het feit dat de Duitse SD mevrouw Weener in hun gebouw aan het verhoren zijn en dat zij uiteindelijk de namen Hoekveld en Lassche hoorden, waarna 12 uren na de moord de respectievelijk woonadressen reeds werden overvallen.
Dat heeft toch niets met Kaay te maken zou u zeggen? Het is mogelijk dat de SD hierin het motief van de moord zagen. Een motief dat mij heden ten dage ook nog steeds aanspreekt, wanneer je beseft hoe boos je al kunt worden tijdens het schrijven over de ontvoering van het kleine jongetje door Kaay en Van Limburg.

Ten 6e. In het boek: "In Losser is niets gebeurd", dat de geschiedenis van de gemeente Losser, gedurende de tweede Wereldoorlog beschrijft, staat o.a. dat de verzetsman Joan Gelderman, samen met Van Delden, tot twee maal toe een poging hadden ondernomen om Kaay te vermoorden. De derde keer lukte het hen.
Joan Gelderman zat in de inlichtingendienst en had ook plannen gemaakt op de voor de Duitsers werkende infiltrant, Karl Huschka, die o.a. het drama aan de Sumatrastraat te Enschede, mede op zijn geweten had, te liquideren.

Ten 7e. Naar aanleiding van het feit dat het 45 jaar geleden was dat 24 politiemensen van het Enschedese Korps naar een concentratiekamp afgevoerd werden, kwam er in 1988, een korpsbericht uit. Dat begon met de volgende woorden:
Zaterdag 3 juli 1943, werd de bekende "jodenjager" Pieter Kaay, op de Kuipersdijk (te Enschede) geliquideerd door het verzet, met instemming van een illegale rechtbank. De dag ervoor had hij nog 13 slachtoffers gemaakt....."
De instemming van een illegale rechtbank heb ik nadien niet meer gehoord en waar was die rechtbank dan? Ging het uit van de illegalitiet van Amsterdam of van Enschede? Weer een extra gegeven dat veel vraagtekens oproept.


Naar boven

                     <<<<<<<                                                                           >>>>>>>