Enschede bevrijd

 

De bevrijding van Enschede gezien door de ogen van een aantal getuigen, met een vervolg wat de verraders deden na de moordpartij aan de Sumatrastraat. De glans van de bevrijding ging voor velen verloren, na de dood van een geliefde. Niet alleen bij de verzetsmensen, maar ook bij de families van de talloze geallieerde die binnen de gemeente Enschede kwamen te overlijden.

Zondag, 1 april, 1e paasdag, donker regenachtig weer, met een gure westen wind, dat is het begin van de dag, die voor Enschede de bevrijding in zal luiden.


Dr. Meyer moet in de nacht ook gevlucht zijn, al zal hij zelf het een overplaatsing noemen. Kennelijk heeft hij, ondanks de moordpartijen, de rust zelve en kan hij alles regelen, zonder zelf van slag te raken. Hij was in de bezettingsjaren bezig geweest met contraspionage en het oprollen van verzetsorganisaties. Het smerige werk deed hij niet. Daar had hij zijn mensen voor. O.a. zijn “V-mannen” zoals Izaks en Huschka. De vorige avond was hij dan toch bij de moordpartij aan de Sumatrastraat aanwezig. Ik kan me niet voorstellen dat hij op het kantoor van de SD in Enschede achter is gebleven en een afwachtende houding had aangenomen.

Hoe hij het voor elkaar heeft gekregen, weet ik niet, maar die volgende dag, zondag de 1e april 1945, had Dr. Meyer in het huis van een collaborateur in Baarn een bespreking. Dit was Tresfon, die er voor zorg zou dragen dat dat de Ausenstelle Uedem, met Schwartz en zijn mannen, een plaats van vestiging in Rotterdam zouden krijgen. Dat werd voor Schwartz geregeld op 3- of 4 april in een Kralingse villa aan de Oudorpweg te Rotterdam.
In ongeveer 30 uur, moorden plegen of laten plegen, een huis in brand steken of laten steken. Huiszoekingen doen alsmede een liquidatie. Dan nog ongeveer 130 kilometer rijden over wegen die door geallieerde vliegtuigen beschoten werden.
Het kan haast niet anders of Dr. Meyer, moet zijn kantoor reeds vóór de moordpartij aan de Sumatrastraat ontruimd hebben.

Schwartz had in Rotterdam natuurlijk agenten nodig. Daarom stuurde Dr. Meyer, op 5 april 1945 J.A.Izaks, Geelen en Abts die, die dag met de fiets vanuit Amsterdam, in Rotterdam aankwamen.
Izaks was na de moordpartij aan de Sumatrastraat kennelijk in Amsterdam beland en stond daar, vijf dagen na de moordpartij, alweer geheel ter beschikking van zijn chef Dr. Meyer. Kennelijk was er bij Izaks nog niet het gevoel ontstaan dat het een verloren zaak was, nu Zuid Nederland en het oosten van het land in geallieerde handen was gekomen het niet lang meer kon duren dat hij zich voor zijn daden zou moeten verantwoorden.

Rudy Blatt: In zijn boek: “Rudy, een strijdbare Jood”
"Een dag later (1 april 1945) ging ik naar Almelo, waar alles in gereedheid was”.

Uit het dagboek van Aureel ter Kuile. (Maria Aurelia Christine van Heek geb.1914- overl.1999)
"Zondag, 06.15 uur opgestaan. Zou het vandaag gebeuren? Geen idee waar de geallieerden zijn. Geen van de inlichters kon gisteren naar Haaksbergen komen vanwege de typhoon – aanval op de Haaksbergerstraat.
Tegen 09.00 uur komt Gerrit Hulleman zonder bericht. Plotseling enorm schieten uit de richting van het kanaal, we begrijpen er niet veel van, aanhoudend machinegeweervuur daartussen kanongedreun. Dan stormt Klaas binnen met het bericht dat de geallieerden in aantocht zijn. De Duitsers vluchten allen de stad uit. In middels horen we geweldige knallen, tankgeschut. Dan een enorme dreun, en de brug bij de Bruggenmorsweg over het Twentekanaal vliegt de lucht in, en daaropvolgend alle bruggen over dit kanaal. Het is geweldig zo'n lawaai. We vermoeden hierbuiten dat in middels de halve stad is opgeblazen."

De redacteur van het Parool schreef het relaas van een ooggetuige in het Parool, welke krant op 2e Paasdag uitkwam.
 "Ik zit aan de kant van de weg, ergens tussen Enschede en Boekelo. Het is een mistroostig gezicht, die dikke grauwe lucht en terwijl ik mijn laatste restje eigenbouw tot een sigaret verwerk, vraag ik mij af, wat mij eigenlijk deze richting heeft ingedreven. Het is toch eigenlijk wel dwaas om aan te nemen dat je over deze landelijke weg in Usselo de pantsers van Montgomery moet verwachten. Er klinken doffe dreunen in de verte. Waarschijnlijk artillerie, ergens in Duitsland, of zware tanks.
En dan beleven we het grootste moment van ons leven! Er klinkt geraas van rollend materiaal over de keien. Geraas, dat naderbij komt en dat zich laat ontleden tot het geluid, dat we al vaker van Duitse tanks hebben gehoord. Maar we weigeren kortweg te geloven, dat we hier plotseling op ons eentje de bevrijding zullen beleven. Daar schittert iets kleurigs door de bomen op de kromming. Iets van bonte lappen…en dan zien we ze. Kleine kaki kleurige tanks, bespannen met rood - wit -blauwe en oranje doeken, die recht op ons afkomen. Het lijkt onbestaanbaar. Na vijf lange jaren daar plotseling het rood, wit en blauw, ergens in Usselo, op je af te zien stormen. Daar zijn ze dan, onze bevrijders.
Geallieerde tanks in Usselo, wie zou dat in Enschede geloven?
Als de derde en vierde tank langs ons heen rollen, mindert de eerste vaart, blijkbaar om aan de hand van de kaart bij het kruispunt de juiste richting te bepalen. De man boven in de toren wenkt me om te vragen hoe hij het snelst in "Ienschidie" komt….
Dan komen ook de eerste bevrijden uit hun huizen. Boeren in hemdsmouwen en zonder boordje met een open mond, het wonder aanschouwen.
"Bin't moffen meneer….?" "Nee, Engelsen".
Engelsen van het 2e Britse leger onder generaal Dempsey. Bij dit leger zijn ook Canadezen ingedeeld.
Ze zijn vanmorgen opgerukt vanuit Haaksbergen en dringen nu met een kleine colonne binnendoor op naar Enschede….
De colonne rukt dan verder op via de Bruggertsteeg naar Enschede. In de Wethouder Nijhuisstraat aangekomen, stopt de colonne. Daar worden ze onmiddellijk omringd door een juichende menigte.
In Glanerbrug kon men terecht spreken van een triomfantelijke intocht der geallieerden. Tevoren kon men over de Zuid-Esmarkerrondweg al eindeloze colonnes tanks door de velden zien trekken. Vanuit het Aamsveen bereikten deze colonnes de kleine grensplaats.

 

Melding van de sectie Boekelo van de N.B.S.
07.50 uur: Donderen de eerste Engelse tanks Boekelo binnen. (In het boek “Stad en Land van Twente” staat, dat ze in Boekelo kennelijk het alarm C niet hadden doorgekregen door het sneuvelen van hun compagniescommandant Dr. Thiadens. (Dit zou betekenen dat Thiadens reeds voor 08.00 uur, doodgeschoten zou zijn.)
 
Dirk van de Meer: (geb.1906- overl. 1989)
"De volgende morgen (1 april 1945) was ik al vroeg op het stafbureau dat tijdelijk haar intrek had genomen in het kapitale pand van Lasonder aan de Marktstraat. Wat een bende! De daar aanwezige huisgenoten, N.S.B.’ers waren gearresteerd en weggevoerd, doch septemberartiesten en meikevers - maar ook verzetsmensen - waren al aan het plunderen.
Mijn laatste opdracht wilde ik nog uitvoeren, namelijk verkenning van de Duitse troepen".

Uit het dagboek van Hettie Meulink: (geb. 1922- overl. 2009)
"Ik was vroeg wakker. Vandaag ben ik jarig. Ik ben 23 jaar geworden. Zou ik mijn weddenschap, gisteren afgesloten, winnen? Vrij worden op mijn verjaardag?
Vader was al op. Ik hoorde hem beneden rondscharrelen. Hij had toch een Paaspreek gemaakt. Of hij hem houden zal? Er wordt gebeld. Gunst, wat vroeg. Ik hoor één van de onderduikers naar beneden gaan. Een poos later roept hij mijn zus op de gang. Ze laten mij alleen achter. Wat doen ze allemaal geheimzinnig! Dan komt mijn aanstaande zwager binnen met mijn zus, met heel ernstige gezichten. Mijn hart staat bijna stil…een vage angst komt in mij op. Roel mijn verloofde…er is wat met hem!…."Hettie", begint mijn zwager, "om te beginnen feliciteer ik je met je verjaardag". Ik denk: "Ga door, zeg nou maar het vreselijke!'. "Maar", ging hij verder, "het zal voor jou wel niet zo'n vreugdevolle, mooie dag worden". Er was maar één vreselijke gedachte in mij: Bericht van het Rode Kruis dat Roel in het kamp is overleden. Met een dun stemmetje zeg ik: "Zeg het maar. Liever direct ineens". "Ze hebben Frans (Piet Zantbergen) gevonden, doodgeschoten met 7 andere illegalen"
Er flitste én een bevrijdende gedachte door mij heen dat het niet mijn verloofde was, immers, die was mijn naaste? ( verloofde Roelof Jan Paize. Hij overleefde het concentratiekamp. (geb. 1922- overl. 2000))
Maar toen viel de volle zwaarte van dat vreselijke bericht op mij. Dus Frans had ik gisteren voor het laatst levend gezien met zo'n stralende snuit in zijn beste pak, ter gelegenheid van de bevrijding. Ik dacht aan de vele, vele vergaderingen die ik met hem heb gehad. De fijne gesprekken. De pret die we samen hadden, als we uitknobbelden hoe een voor ons gevaarlijk iemand uit de weg geruimd moest worden. Ik zag z'n glunderende gezicht nog voor me, toen ik hem een paar weken geleden vertelde waar de staf van "zes en een kwart" (Seyss-Inquart) zat en dat die nodig eens een bombardementje moesten hebben. "Hilde, gauw een seintje naar Engeland, voor dat het zootje weg is". Hoorde ik hem nog zeggen. (Inderdaad is op een avond een vliegtuig gekomen omdat er een groot feest van alle hoge omes gehouden werd in de Joodse synagoge aan de Prinsestraat. Het heeft er boven gecirkeld, maar er was geen zicht, te mistig. Te riskant voor de omliggende huizen).
Nu is Frans dood. Vermoord, verraden door Karel Huschka, één van onze medewerkers. Karel had Frans en Marcus (Wieger Mink) en nog verscheidene andere illegalen, die 31e maart om zeven uur ontboden in de Sumatrastraat, "want", had hij gezegd, "vanavond komen er heel belangrijke berichten door uit Engeland". Ze gingen allemaal. Ik niet, omdat ik voor het kleine kindje moest zorgen. Als ik gegaan was, was ik even laaghartig vermoord als de anderen. Ik zat in bed, ik was helemaal verstijfd van ellende. Waarom….waarom?"

Uit het gevechtsrapport van de NBS compagniescommandant Zuid.
Per fiets naar de verzamelplaats. Gelukkig niet gefouilleerd, anders zeker doodgeschoten. De wapens zagen er slecht uit.
12.15 uur, komt de eerste soldaat van de Vaste Verzetskern, die twee Duitsers met de vuist buiten gevecht stelde.
13.00 uur: hevig mitrailleurvuur.
13.30 uur: melden drie soldaten, dat de compagniescommandant Dr. Thiadens met twee man gevangen was genomen en waarschijnlijk doodgeschoten.
15.00 uur: koerier Gijs meldt het officiële bericht, dat Dr. Thiadens en adjudant Breugelmans waren doodgeschoten.

Dan vervolgt Dirk van der Meer.
"Bijna toch nog door een kogelregen tot zwijgen gebracht, kon ik tegen 12 uur mijn rapport uitbrengen. In het bijna geplunderde huis van Lasonder trof ik de koerierster uit Oldenzaal, Adri Dullaert, die mij huilend vertelde dat de S.D. tegen ongeveer 10.00 uur dr. Thiadens en nog iemand had gefusilleerd. Ik zei dat dit niet kon, omdat de Canadezen al praktisch in de stad waren. Van anderen kreeg ik echter de bevestiging. Ik vroeg of iemand dit had kunnen tegenhouden. Nee, dat kon niet, want de SD'ers waren met een auto en zwaar bewapend. Ik was razend en vroeg of er vrijwilligers waren die met mij het gebouw van de S.D. wilden platgooien. Er waren geen vrijwilligers. Daarop ging ik alleen, nam een stengun mee, patronen en mijn zakken vol met handgranaten en fietste naar het gebouw van de S.D. Er stond geen auto meer voor en door de ramen zag ik niets bewegen. Naar binnen geslopen trof ik niemand meer aan, het gehele gebouw was leeg.
Kort na twaalf uur was nergens een Duitser meer te bekennen. De stad was bevrijd! 1 april 1945."

De getuige uit het artikel in het Parool vervolgt.
"Vervolgens ging het verder richting centrum van de stad, waar Britse colonnes te omstreeks 15.00 uur aankwamen. De militaire commandant bevond zich onder hen en sedert gisteren heeft deze nu het geallieerde gezag in Enschede in handen. De chef der secretarie. Mr. J.W.A. van Hattum, was reeds in de ochtenduren op het stadhuis verschenen om daar het burgerlijk gezag over te nemen. De waarnemend. burgemeester W.R. Jager was daar aanwezig om zich met vrouw en kinderen vrijwillig te laten arresteren. De commissaris van politie A. Berends, had reeds daags tevoren een beter heenkomen, naar Groningen gezocht".
 
NBS gevechtsrapport C.C.Zuid:
16.00 uur: passeerden ons de Engelse tankspitsen, die door ons werden ingelicht omtrent weerstanden in het voor veld, welke gezamenlijk werden opgeruimd. Samen oprukkend naar het Stadhuis, bereikten we dit om 20.00 uur.

Dirk van der Meer.
“Canadezen, Engelsen en ik weet niet wat, stroomden de stad binnen. Tanks en ander materiaal denderden door de straten, de vijand achterna. Vlaggen werden uitgestoken en uit alle huizen vlogen de mensen de straat op, elkaar en de Tommy's omhelzend.
Ik peddelde naar de Marktstraat en liet me in een der crapauds zakken. Het was alsof een wervelstorm door het huis was gegaan. Waar was alles gebleven? Het kon me niets schelen.
De weg voor het burgemeesterschap van Van Hattum ligt nu open. Om half één zitten Ben en Nico ter Kuile reeds op het stadhuis te wachten op Matheus, alias Van Hattum. Die verschijnt in een blauwe overall, een zwart kalotje op het hoofd en een lange baard. Gewapend gaan ze naar de kamer van de  N.S.B. burgemeester die zich zonder meer overgeeft."

Aureel ter Kuile vervolgt in haar dagboek.
"We vullen gauw de legitimatiebewijzen in en dan begeven Ben, Klaas en Kees zich op weg naar de stad. Klaas heeft de stens achter op de fiets gebonden. Ze komen tot twee keer toe Duitse parachutisten tegen, die hun echter Goddank ongemoeid laten passeren. Harry en ik ruimen in de tussentijd zorgvuldig alle bescheiden op en gaan dan naar “De Broeierd”, waar de Duitsers nog liggen, en waar we kunnen zien, dat twee Engelse tanks over de brug zijn gekomen en in brand zijn geschoten, terwijl de derde met brug en al de lucht in ging. De aanval is kennelijk gestopt en de Engelsen zullen hun weg om het kanaal heen moeten zoeken. We gaan nu op de fiets door naar Enschede en brengen op verschillende commandoposten de berichten voor "Algemene Actie" rond. Iedereen natuurlijk wild van opwinding, de jongens zijn praktisch niet meer te houden. De order konden wij echter niet eerder uitgeven daar we daartoe geen bevel hadden ontvangen. De geallieerden stootten ook wel in zo'n bliksemtempo door! De jongens traden circa 12.30 uur in actie en voorkwamen daardoor erge plundering, die door de burgerbevolking reeds in volle gang waren en bedenkelijke afmetingen aannamen.
Ik ga naar het stadhuis, waar ik op geheimzinnige manier binnengelaten word, en waar Ben en Nico Herman reeds zitten te wachten op de dingen die komen zullen. We worden op koffie en cake getrakteerd door de familie Hardick, die op het stadhuis woont, en de eerste zending koek van Jan Lutje smaakt prima. Dan verschijnt Matheus (Van Hattum) ten tonele, hij is de moeite van het bekijken waard. Hij heeft een overall aan, een zwart kalotje op en hij heeft een lange baard. Schitterend! Om 14.00 uur gaan Ben en Matheus gewapend met stengun naar de kamer van de N.S.B. burgemeester Jager, die zonder tegenstand onder arrest wordt geplaatst. Dan gaan we op de toren om te zien wat er gaande is in de stad. Op verscheidene plaatsen brand het, onder andere bij Richtersbleek en Scholten. De Duitsers hebben daar hun opslagplaatsen in brand gestoken. Geschiet in de stad, de geallieerden, in hun opmars over de Lonnekerbrug gestuit, trekken nu langs de haven, via de singels, in de richting Oldenzaal. Lange tankcolonnes kun je vanaf de toren prachtig zien als ze de Hengelosestraat bij het Schuttersveld oversteken. Wat een fantastisch gezicht.We willen de vlag uitsteken. De mensen beneden vragen er ook om, doch het mag nog niet.

Dirk van der Meer vertelt verder.
"Ik ga naar het huis van Dr. Thiadens  ( Omstreeks 13.00 uur) waar zijn huishoudster nog aanwezig is. Ik condoleer haar met het verlies van dr. Thiadens die ook één van mijn beste vrienden was. Ze vertelt mij dat er tegen de middag twee mannen in blauwe overall met een band om de arm hier geweest waren, die verzocht hadden de kamer van de dokter even te mogen zien. Ze had gedacht dat het geen kwaad kon, omdat zij, volgens hun zeggen, officieren van de staf waren. Ik kreunde en vroeg haar, of ik samen met haar ook even die kamer mocht zien. Het was één chaos, alles opengemaakt en niets meer op orde. Ik vroeg aan de huishoudster of ze ook gezien had of er iets meegenomen was. Ze meende van wel, maar was nog teveel overstuur om er over na te denken. Hun signalement? Aan één van hen kreeg ik houvast. Maar wat kon ik bewijzen? Doch wat moesten ze in die kamer en waarvoor?"
 
-Van der Meer noemt niet de naam van de persoon, die mogelijk aan de beschrijving voldoet en stelt ook vraagtekens bij hetgeen die twee N.B.S.’ers op die kamer deden. Tussen de regels door kun je echter lezen, dat het volgens hem ging om "het zwartboek" dat  dr. Thiadens had aangelegd o.a. over Van Hattum. Thiadens had daar tijdens vergaderingen zo openlijk over gesproken, dat Van Hattum wel wist dat dit "zwartboek" er was. Na de dood van Thiadens was de mogelijkheid geschapen om dit te laten verdwijnen. Of moet het nog erger geweest zijn?-
Dirk van der Meer vervolgt.
''s Middags was er een stafbijeenkomst. Hoofdinspecteur Bosch van de invoerrechten zou oorspronkelijk commandant van de S.G. (Strijdend Gedeelte) worden, doch door diens dood werd dit tevens overgenomen door Ben ter Kuile. Het bewakingscommando kwam onder Frits Buitenbos."

Hettie Meulink in haar dagboek.
"Het bericht kwam binnen dat aan het eind van de straat, bij de klok, aan het begin van het Pathmos, zware landmijnen gelegd waren door de Duitsers en dat de spoorwegbrug van de Getfertsingel opgeblazen zou worden. We hebben toen alle gordijnen voor de ramen weggehaald en de ramen opengezet. Alles wat hoog stond hebben we plat op de grond gelegd. We waren bang. Die landmijnen, wat zouden ze aanrichten? Een enkele Duitse auto ging nog voorbij. Overal op straat lagen voorwerpen, door vluchtende Duitsers daar neergeworpen. Een uniformjas, een soldatenmuts, een deken. Toen werd het stil. Nog een Duitse auto…..nog één…..toen niets meer. Doodstil werd het. We bevonden ons in een soort niemandsland. Geen Duitser meer en nog geen Engelsen. Ergens aan de rand van de stad wordt nog gevochten. Over de Getfertsingel reden al de Engelse tanks. Wij holden naar boven. De vlag! Die lag al vanaf 10.00 uur, dwars door de slaapkamer. Om 12.00 uur hadden wij hem al eens uitgestoken toen men vertelde dat bij de Dennenweg al 3 Engelse tanks stonden. Toen wij de vlag net uitgestoken hadden, kwam iemand vertellen dat het Duitse tanks waren. Wat is die vlag weer vlug binnengehaald. Maar nu konden we hem echt uithangen. We stonden er bij te huilen. Na 5 jaar hing onze driekleur er weer.
Eindelijk tegen 3 uur, kwam er een motor aan met 2 jongens erop in blauwe overalls, mitrailleur onder de arm, witte armband om en daarop "Oranje S.G." (Strijdend Gedeelte). We juichten en riepen: "Komen de Tommies gauw?" "Ja, ze zijn in aantocht", was het antwoord. We tuurden en zagen in de verte Engelse tanks rijden. We drentelden weer naar beneden.
Kapelaans geven bomalarm aan bewoners Pathmos.
De kapelaans Pierik en Terra van de St.Jansparochie waarschuwen de bewoners in de omgeving van de kruising Haaksbergerstraat. - singels dat de Duitsers bezig zijn bommen te leggen op deze kruising. Uit ervaring weten de mensen dat de ramen opengezet dienden te worden en zoeken dan een schuilkelder of een andere heenkomen op. In totaal worden er 7 grote bommen neergelegd. Een tank, die de aftocht moet dekken stelt zich tezelfdertijd op nabij de Broekheurneweg bij de huizen, tussen de Getfertsingel  en de Zuiderstraat. Vier van de zeven bommen worden tot ontploffing gebracht, waardoor opnieuw grote schade wordt veroorzaakt.. (De buurt was al eerder getroffen door een bombardement) Korte tijd daarop wordt de brug over het emplacement Zuid gesprongen….

Vervolg Hetty Meulink.
“Plotseling was er een hevige, oorverdovende knal. Het was alsof de wereld uit elkaar spatte. Glasgerinkel bij ons. De brug was de lucht ingevlogen. Een poos later weer zo'n geweldige knal. De landmijnen waren tot ontploffing gebracht. Ik vloog naar mijn pleegkindje, maar die was al door een ander naar de schuilkelder gebracht. Ik was slap van de schrik. Na een poosje hoorden we gejuich. We renden de straat op. We staarden…..staarden….., we juichten schreeuwden, sprongen, we huilden ook. De Engelse tanks. Eindelijk, daar waren ze, na 5 jaren bittere onderdrukking. Zwaar en gigantisch kwamen ze aanrollen als reuzenbeesten. Ze rommelden en bonkten over de weg. Bovenop stoere kerels met koptelefoons en stofbrillen. We zwaaiden en jubelden. Bedaard zwaaiden ze terug met een glimlach. Sommigen met starre gezichten. Wij waren bevrijd, zij rolden verder. Misschien wel de dood tegemoet…
Om 4 uur kwamen de jongens terug. Bezweet en dodelijk vermoeid, maar ze leefden (De twee op de motor?) Er werd zwaar gevochten op de Buurserstraat - Hogelandsingel. De hele middag en avond was er granaatvuur.
Overweldigende blijdschap…….op 1 april bevrijd. Wat liggen verdriet en blijdschap toch dicht bij elkaar………

Aureel ter Kuile vervolgt in haar dagboek.
"De straatgevechten komen naderbij, de soldaten moeten nu ergens bij het politiebureau zijn. Harry en ik posteren ons nu op de zolder boven de ingang van het stadhuis, klaar om de vlaggen uit te steken bij nadering van de Engelsen. We kunnen het grote moment bijna niet afwachten. Eindelijk, om 15.30 uur komt er een motor over het H.J.van Heekplein rijden, ik meen dat het Gerben is, en achterop zit de Engelse commandant van de Goldstream Guards! Gejuich! Harry en ik smijten letterlijk de vlaggen naar buiten, racen naar beneden, en zien net de commandant met Ben de trap van het stadhuis opkomen. De tranen komen je haast in de ogen van emotie. Ze moeten enige formaliteiten gaan vervullen en verdwijnen in een kamer. Intussen gaan wij op het balkon en daar komen de eerste geallieerde auto's aanrijden. Wat een gezicht. Ze houden stil voor het stadhuis, een sergeant springt uit één van de wagens en brult over het plein: "Alle mensen van de straat af! Er wordt nog gevochten!" Allen trekken zich terug. We gaan naar beneden en presenteren Jan Lutjes's koek aan onze bevrijders. Ik steek mijn eerste Engelse sigaret op, zalig! Vervolgens ga ik op zoek naar Ben, de formaliteiten tussen de commandant en hem zijn juist vervuld. Ik word nu als "Guide" aangezocht om naar de Ortscommandantur te rijden.
Samen met de Hollandse sergeant, die Kaars Sypenstein blijkt te heten, gaan we naar het Walhofspark en wordt de Ortskommandantur doorzocht. Het is oppassen voor boobytraps, doch die blijken gelukkig niet aanwezig te zijn. Aan de wand in één van de kamers hangt het portret van Hitler, ik smijt het op de grond en boor mijn hak door zijn gelaat. Lekker! Drommen mensen staan vanaf de straat naar binnen te gapen, allen wild nieuwsgierig. Er zijn er een hele massa die vragen: "He juffrouw, kan ik ook niet zo'n armband krijgen, ik ben vroeger ook bij de ondergrondse geweest, doch ik heb er nooit meer iets van gehoord".
(Dergelijke beweringen hebben we in de dagen die volgden talloze keren gehoord. Iedereen was plotseling op de één of andere manier bij de ondergrondse betrokken geweest. (De helden, als het gevaar voorbij is durven ze wel.))
Nadat alle papieren in de Ortskommandantur onderzocht zijn, en er een wacht voor het gebouw is geplaatst, gaan we weer terug naar het stadhuis. Onderweg komen we langs de huishoudschool, gebruikt als Duits militair hospitaal. De gewonden verdringen zich voor de ramen om de geallieerde auto met de witte ster langs te zien komen. Wacht maar heren, jullie beurt komt zo meteen wel. Vervolgens moet ik als "Guide" mee naar de Floresstraat, waar nog een 88 tank afweergeschut staat op de hoek van de singel. De N.B.S.commandant kan het alleen niet aan en vraagt Engelse hulp. We komen in de Floresstraat, de 88 schiet voor gek en er wordt besloten nog meer Engelse hulp te halen. We komen terug met een "Staghound", een pantserwagen van een lichter soort, die niet op "tracks" rijdt, doch op heel grote luchtbanden. Er wordt nu flink geschoten van beide kanten, de kogels fluiten om het kleine autootje waarin ik zit te wachten, en je ziet de granaten vlak over de auto heen schieten. Het wordt inmiddels donker en het is beter, dat ik maar weer verdwijn, zodat de chauffeur mij op veiliger terrein brengt, vanwaar ik terugloop naar het stadhuis."

“Verbroken boeien”
Binnen een week na de bevrijding van Enschede had de, aan de Padangstraat 9 wonende, heer C. Redert zijn dagboek over dat historisch gebeuren op schrift gesteld, onder de Titel: “Verbroken boeien”. De toen 52 jarige had het in Hengelo laten stencilen. Zijn voorwoord eindigde hij aldus: ”Ik schreef dit geschriftje met blijdschap en in de prille vreugde over onze verbroken boeien”.
Passages uit dat dagboek, dat geheel in de “oude spelling” was geschreven, staan hierbij afgedrukt. De heer Redert is 29 juli 1952 te Enschede overleden.

“Paschen 1945. Alles dreunt van geweldige explosies. Wat er aan de hand is, weet niemand. Alleen weten we dat één der mooiste bruggen van Enschede door de Duitschers zinloos is opgeblazen. Op straat is bijna niemand te zien en de kerkdiensten gaan niet door.

Het is nu vier uur en tamelijk rustig. Mijn buurvrouw en ik bellen een paar doctoren op die in het hartje van de stad wonen. Zij vertellen ons dat de Engelsen in het stadhuis zijn. Het is niet om te gelooven, want wij zien nog steeds Duitschers. Zojuist zagen we nog een paar Duitsche tanks en kanonnen in de richting van de Engelsen gaan. Hier, op het Hoogeland is het dus nog niet pluis. Maar in elk geval de bevrijding nadert.

Het gaat tegen zes uur. Aan het eind van de Padangstraat komt een tank in 't zicht. Zou het een Engelsche zijn? Een poosje geleden was er ook eentje te zien, maar die is een zijstraat ingegaan. Wij wachten in spanning en turen door een kijker. Het zijn er drie! Het zijn Engelschen en komen met grote snelheid naderbij. De menschen vliegen de straat op en juichen en zwaaien met vlaggen. Vlak voor ons huis stoppen ze. Ineens is de straat vol menschen.

Ze juichen en zingen. De vlaggen gaan uit en het is mij een raadsel waar plotseling al dat oranje vandaan komt. Er zijn kinderen die helemaal in het oranje gestoken zijn. Het is niet te zeggen wat er in ons omgaat. Een zware last is plotseling van ons afgenomen en ik vind geen woorden om de stemming van dit ogenblik weer te geven. Er zijn vrouwen die schreien maar er zijn ook mannen die dat doen. Ik zou de Engelschen graag toejuichen, maar ik kan het niet want (ik schaam me om het te zeggen) ik heb een brok in mijn keel. Ik vind slechts één woord, dat ik bij al het gejuich stil voor mijzelf kan zeggen: “Goddank! Dit oogenblik van den eersten april 1945 is één van de schoonste van mijn leven. Om nooit te vergeten.
Al spoedig maken wij kennis met den commandant van de eerste tank. Het is een stevige kerel van 29 jaar, met een bruine kop en grote witte tanden. Hij heet Davies. Hij raadt de menschen die de vlag uitgestoken hebben aan om ze binnen te halen. Het is mogelijk dat hier of daar nog Duitschers zijn.
Dan, plotseling, (het zal ongeveer acht uur zijn geweest) wordt er fel geschoten. Davies rent naar zijn tank, doch zegt ons toe dat hij in elk geval terug komt. Wij duiken in den kelder. Het dreunt om ons heen en het is duidelijk te merken dat er een gevecht gaande is. Na een zware explosie hooren we het rinkelen van glasscherven.
 Ik ga naar mijn huis om te kijken wat er stuk is. De groote ruit van de voorkamer ligt aan scherven. De wind giert langs het kapotte raam en het regent. De gordijnen fladderen naar buiten. Het karton dat bij onze overbuur voor het raam heeft gezeten ligt te branden op straat en zet de tank, die op den hoek staat, in een luguber, roodachtig licht. Onder uit de tank slaan kleine vlammetjes.

Aureel ter Kuile vervolgt in haar dagboek.
Zij is inmiddels te voet terug gekeerd van de omgeving singel - Floresstraat (Padangstraat) en komt op het stadhuis aan:
"Op het stadhuis een grote drukte en chaos. Ik vind het enig en geniet intens. Alles loopt en raast en praat door elkaar, en dat alles bij een enkel kaarsje, daar er nog geen elektriciteit is. Om 21.00 uur komt Lt. Van der Kley, van de Staf van de Prins, die ons in een kort bestek veel interessants vertelt over de B.S., en hoe die gewerkt heeft in het zuiden des lands, over de Prins, over het Militair Gezag (waar hij overigens geen goed woord voor over had) en over vele andere dingen. De conferentie duurde tot 24.00 uur. Daarna besloten we, daar we toch ergens dienden te slapen, naar mijn zuster en zwager te gaan. Onder gewapende geleide, en zelf ook gewapend, togen we er heen en trommelden ze met moeite uit bed. We zaten nog lang en gezellig te praten onder het genot van een glas wijn. We sliepen allemachtig slecht vanwege de opwinding en het aanhoudende anti tank geschut in de stad. Erg veel lawaai. De verschillende weerstandsnesten moesten nog opgeruimd worden. Doch het stond als een paal boven water:
"We zijn bevrijd!"
Nadat zondagmiddag in het zuidelijk gedeelte van Enschede de laatste tegenstand werd gebroken, bleek zich ’s avonds in de omgeving van Gronau nog een stuk geschut te bevinden, dat in de loop van de avond en de nacht het vuur opende op Glanerbrug. Bij deze beschietingen kwamen op meerdere percelen voltreffers terecht, o.a. op het Duitse hospitaal.Maandagmiddag vernamen we dat er zich in de bossen van Driene nog een 200-tal Duitsers verscholen hielden, die met de geallieerden in gevecht waren.”
 
Verdriet…….
 
Uit het dagboek van C.Redert, Padangstraat 9 te Enschede.
Een trieste morgen (2 april 1945) "Er zijn al veel menschen op straat. In de tank, die op den Hoek van de Padangstraat staat, bevindt zich een soldaat, die doodelijk getroffen is. De menschen kijken ernstig en zijn begaan met dit vreemde eenzame sterven. De gesneuvelde heet Pope, Gisteravond hebben de menschen hem toegejuicht. Enkele oogenblikken, voor het doodelijke schot hem trof had hij nog bij de familie Molenaar op de piano gespeeld. Er komt een veldprediker die met een soldaat den doode uit de tank zal halen. Plotseling ontdek ik onzen vriend Davies. Hij zit op zijn tank en volgt alles met groote spanning. Hij is ontroerd doch probeert zich goed te houden. Eindelijk wordt het hem te machtig. De tranen lopen over zijn wangen doch hij veegt ze niet af. Even verder vlak bij het huis van de familie Peteri is nog een soldaat gesneuveld. Hij heet Phillips. Beiden worden weggedragen naar een voorlopig graf in den tuin van Pastoor Geertman. De veldprediker spreekt een kort woord.

Zo vielen er tijdens de bevrijding van Enschede vele geallieerden, die veelal eerst een tijdelijke begraafplaats kregen, meestal op de plaats waar ze gesneuveld waren en later werden ze begraven op de Oosterbegraafplaats te Enschede.


Albon, Maurice Brian nat. Eng. leeftijd 18 jr. 2-4-1945 Noordesmarkerrondweg/Zonnebloemweg
Berry, Albert, nat. Eng. leeftijd 30 jr. 2-4-1945 Noordermarkerrondweg/Zonnebloemweg.
Bradbury, Horace Thomas, Eng. leeftijd 29 jr. 1-4-1945, Bruggenmorsweg.
Butler, Harry Geoffrey, Eng.  leeftijd 24 jr. 3-4-1945 Hengelosestraat.
Callaghan, Hugh, Schotl. leeftijd 23 jr. 1-4-1945 emplacement zuid.
Carver, Clarence, Eng. leeftijd 32 jr. 3-4-1945 Hengelosestraat.
Caulfield, Roland, Eng. leeftijd 28 jr. 1-4-1945 Bruggenmorsweg.
Checkley, Thomas Howard, leeftijd 23 jr. 1-4-1945, Getfertsingel.
Donne, Edward Henry, Zuid Rhodesië, 1-4-1945, neergestort Lonneker, Nieuwendijk.
Hanson, Lesley, Eng. leeftijd 26 jr. 1-4-1945 Bruggenmorsweg.
Harrigan, James Patrick, leeftijd 36 jr. 2-4-1945 Noordesmarkerrondweg/Zonnebloemweg
Higgins, Frederic Lawrence, Zuid Rhodesië, 3-4-1945 neegestort nabij het vliegveld.
Jones, M.D. leeftijd 27 jaar, 1-4-1945, Weerseloseweg, nabij het vliegveld.
Knight, 1-4-1945, Vermist Bruggenmorsweg.
Mellish-Smith, Ian Dare, Eng. leeftijd 23 jr. 1-4-1945 Bruggenmorsweg.
Parkinson, Ivan George, Eng. leeftijd 19 jr. 3-4-1945, Hengelosestraat.
Plank, Alfred Ian, Eng. leeftijd 19 jr. 1-4-1945 Getfertsingel.
Pope William James, Schotland, leeftijd 20 jr. 1-4-1545, Hogelandsingel/Padangstraat.
Smith (“Cassin”), Robert Oliver, Ierl. Leeftijd 24 jr. 2-4-1942 te Usselo.
Tumel, Ales, Rusl. 6-4-1945 Enschede.
Turtai, Iwan, Rusl. 3-4-1945 Enschede.
Wilson, Richard John, Eng, leeftijd 23 jr. 1-4-1945 Bruggenmorsweg.
Wright, Frank James, Eng. leeftijd 25 jr. 1-4-1945 Bruggenmorsweg.

In de strijd voor de bevrijding van Enschede van 31 maart tot 2 april 1945 vielen er onder deverzetsmensen de volgende personen:

G.ter Borg;  G.E. ter Borg; J.H.Bosch; P.Breugelmans; J.Elfering; A.van Essen; J.H.Francoys; W.Mink; G.L.Rutgers; Dr. H.A.Thiadens;
De begrafenis van deze verzetslieden vond plaats op 4, 5 en 6 april onder militaire geleide. Een vuurpeloton bracht een laatste groet onder grote belangstelling van de burgerij. Het muziekkorps van het Leger des Heils, dat zijn instrumenten veilig door de oorlog heen gesleept had, begeleidde deze plechtige uittocht….(Boek: Stad en Land van Twente)
Vreugde…….
We hebben kunnen lezen over het verdriet dat veel mensen, na de bevrijding in hun ban hield. Toch overheerste de vreugde om eindelijk, na vijf jaren onderdrukking, weer vrij te zijn.
Vrij over straat lopen, geen angst voor arrestaties. Je leven weer oppakken net zoals vroeger.
Dit laatste zal moeilijk worden. Nederland is niet meer het Nederland van voor de oorlog. Er zijn veel haatgevoelens tegenover Duitsers en verraders. Er zijn veel teleurstellingen van verzetsmensen, die zich hun positie na de oorlog anders hadden voorgesteld en met lede ogen moesten toezien, hoe de “slimmeren” onder hen, zich op geraffineerde wijze, gebruikmakende van het oorlogsverleden, een vooraanstaande functie wisten te bemachtigen en van daaruit op de “echte” verzetsmensen eerkeken om na enige jaren tegen hen zeggen:

 

“Het moet een keer ophouden met dat gezeur. De oorlog is voorbij. Je moet naar de toekomst kijken!”
Veel verzetsmensen, zagen echter hun toekomst een leven lang vermengd worden met een onuitwisbaar verleden.