Een man van uitersten deel 2

W.A.J. Ditmars, gaat in Enschede als Wim Wijtman door het leven. Opvallend op hoeveel verschillende wijzen deze naam wordt geschreven Wijtman, Weidman, Weidmann, Weitman, Wijthman en zelfs Krijgsman.

Aldus Wim: “Toen hoorde ik dat op het vliegveld in Enschede niet al te nauwkeurig gelet werd op onderduikers, als ze zich daar voor werk gingen aanmelden. Dus dat heb ik gedaan. Voor grondwerk werd ik aangenomen en kreeg een kosthuis. Dit was bij G. Stenvers, aan de Hoge Boekelerweg 140 te Enschede. Het werk was zwaar en ik was het niet gewend. Maar misschien bestond er de mogelijkheid inlichtingen over het vliegveld in te winnen.”

Opmerking: Aan de hand van een telefoongids uit het jaar 1950, kon ik opmaken dat op het adres aan de Hoge Boekelerwerweg 140: G. Stenvers, boekhouder Coöp te Enschede, U.a. woonde.
Dit adres heeft hij nimmer opgegeven. Heeft hij daar slechts kort gewoond? Of zijn er andere redenen dat hij dit adres niet opgeeft?
Was er inderdaad werk op het vliegveld en was de controle inderdaad niet zo streng? 
In ieder geval stond er op 18 september 1944 in de kranten de volgende mededeling te lezen:

Bekendmaking

De Hoehere SS- und Polizeifuehrer “Nordwest” deelt mede:
De Duitse SS- en Politieformaties met inbegrip van de Arbeidscontroledienst en de gehele Nederlandse Politie, hebben opdracht gekregen in steden en dorpen, op straten en pleinen 16- tot 50-jarige Nederlanders, die daar rondhangen, die kennelijk niets om handen hebben en hun tijd zoekbrengen met lantefanteren en lummelen, onverwijld te arresteren en naar het tewerkstellingskamp te Amersfoort over te brengen. Vandaar zullen zij ter beschikking gesteld worden van de arbeidsbureaus in Duitsland.

 
Toen deze dreigementen weinig uithaalden, kwamen er razzia´s in fabrieken om mannen te ronselen die moesten gaan werken aan de verdedigingswal van de IJssel. Zij werden gelegerd in een school in Zwolle.
 
Als ik de tijdlijn in zijn verklaring terug reken moet Wim omstreeks begin juli 1944 op het vliegveld begonnen zijn met werken en zal hij beslist de hieronder genoemde arbeiders uit Denekamp zijn tegen gekomen.

In het dagboek van de heer Dingeldein is het volgende te lezen:
"1 juli 1944, Zaterdag. De gehele dag regen. 25 personen in Denekamp zijn aangewezen op ´t vliegveld te werken,
3 juli 1944 Maandag. De 17 Denekampers, die bij ´t vliegveld moeten werken, nemen het niet al te tragisch op. Om 9 uur vertrekken zij met de autobus (als die tenminste loopt), om halfelf beginnen ze, om 12 uur krijgen ze een smakelijke soep uit de veldkeuken, om half 4 stop. Ze richten weinig uit en laten de Duitse oppasser maar foeteren.”
 
Dus aangewezen personen werkten inderdaad op het vliegveld voor herstelwerkzaamheden aan de start en landingsbanen en gebouwen, die waren beschadigd door geallieerden bombardementen. Dit waren met name aangewezen personen, die allen in het bezit waren van geldige persoonsbewijzen en ze zullen ook een document gekregen hebben, waarmee zij op het vliegveld konden komen en zich daar vrij konden bewegen.
Wim klopt bij het hek van het vliegveld aan onder de naam Wim Wijtman, zonder geldige papieren. Hij is een onderduiker. Voor de Duitsers zelfs een deserteur, die daarvoor de doodstraf zou krijgen en wel zonder enig vorm van proces. Hoe heeft hij zich aangemeld, waar en bij wie? Dit is allemaal heel onduidelijk gebleven. Er moet toch iemand zijn, die hem aangenomen heeft en ervoor gezorgd heeft dat hij bij Stenvers aan de Hoge Boekelerweg in Enschede onderdak kon krijgen. In die tijd was dat nog een boerderij, althans een huis dat ver buiten de bebouwde kom van Enschede stond. In ieder geval gaan er, op dat moment, in zijn de gedachten, al plannen door zijn hoofd om op het vliegveld aan spionage te doen.
 
Wim verklaart verder: “Hoe men mij opgemerkt heeft, weet ik niet, maar na ongeveer 5 weken vroeg iemand me (Die persoon was ong. 25 jaar oud, blond, met een witte regenjas, de naam is mij niet bekend) of ik hem geen schetstekening en inlichtingen over het vliegveld kon verstrekken. Dit was de kans, al bestond er de mogelijkheid dat hij door de Duitsers was gestuurd. Keuze had ik niet, vond ik, dus moest ik dat risico nemen en het bleek dat er geen risico aan zat. Naar mijn beste weten heb ik hem verschaft wat hij nodig had.”

Op deze wijze zou Wim dan in contact gekomen zijn met het verzet. Een persoon, die hij wel kon beschrijven, maar zijn naam niet kende. Na de vraagstelling door de verzetsman, zal er zeker ook een tweede contact geweest zijn, om zijn informatie door te geven en misschien wel vaker. Kende hij de naam van die man in de witte regenjas werkelijk niet, of wilde hij hem niet vermelden? Als het goed is kende de man in de witte jas, Wim dan ook niet. Waarom benaderde die man Wim en niet een ander?
 
Wim is er trots op dat er op 15 augustus 1944, dus nadat hij de informatie over het vliegveld had doorgegeven, een “gedoeld” bombardement op het vliegveld is geweest. Dat wat hij over het bombardement verklaarde, bleek inderdaad te kloppen.

De heer Dingeldein uit Denekamp in zijn dagboek:
”Augustus 15 (1944) Dinsdag. Tegen de middag veel bommenwerpers. Wij zagen 6 groepen van 12 tot 13. in de richting van het vliegveld klonk het gedreun van inslaande bommen. Vanaf de toren kon men de branden op het vliegveld zien…….Het vliegveld is goed geraakt. De montagehal en de keukens werden verwoest, startbanen ernstig beschadigd.”

Wim: “Op het vliegveld was ik intussen via Jan Tabak van de P.J.v.d.Hoekstraat in contact gekomen met Mej. Kuenenger, wonende aan de Molenstraat 34 te Enschede, die me misschien een toeslagkaart kon verschaffen. Toen zij hoorde dat ik eigenlijk onderwijzer was, heeft ze zich met de heer Hardick, toentertijd chef van de afdeling migratie, op de arbeidsbeurs, in verbinding gesteld, om ander werk voor me te krijgen.
Na een gesprek met hem en de heer Krudopp, kreeg ik daar een betrekking aangeboden, maar in de fabriek wilde ik niet, dus sprong dit af. Toen werd geprobeerd mij bij de politie en Brandwacht bij V&D in te schakelen. Via J. Lutje Woolderik en via de heer Storm (chef V&D) solliciteerde ik daar persoonlijk, maar het was te semi militair en te Duits, dan dat ik daar kon toestemmen. De commandant van de politie en de Brandwacht adviseerde me toen, te proberen bij de geheime Duitse afdeling bij V&D te komen. Na overleg met de heren Woolderik en Hardick wilde ik dat doen, omdat ik dan inlichtingen over dit werk kon verstrekken. Maar door het ontbreken van de nodige papieren kon ik dit niet doen, al wilden de Duitsers me graag aannemen.”

Onduidelijk blijft op welke wijze Wim met Jan Tabak in aanraking is gekomen en eveneens met Mej. Kuenenger. Op zoek naar een baantje voor hem, zonder geldige papieren, onder een valse naam, wel aangevende dat hij onderwijzer is, wil hij niet in de fabriek werken. Hem wordt aangeboden om bij een geheime Duitse afdeling te gaan werken. De Duitsers wilden hem “graag” aannemen. Dus hij heeft gesprekken met personen van die afdeling gehad. Ook kan ik op dit moment niet achterhalen waar het in deze om gaat. In 1950 woont aan de Lasondersingel 119 te Enschede de heer J.R.Storm. Is dit de man van V&D?
Wie was de commandant van de politie en brandwacht, die hem adviseerde om het bij de Duitsers te proberen? Voordat hij in Enschede was, dook hij nog bij boeren onder, hij zou voorzichtig op het vliegveld in Enschede kunnen vragen om werk, maar nu gaat hij, zonder de nodige papieren, bij politie en een geheime Duitse afdeling vragen om werk.
Is hem daar nooit gevraagd: “Wie bent u. Waar komt u vandaan. Laat me uw persoonsbewijs eens zien!” Als dit allemaal klopt, heeft hij wel heel erg veel geluk gehad. Opmerkelijk is wel hoe hij namen en adressen weet te onthouden.

Alhoewel Wim bij Stenvers aan de Hoge Boekelerweg onderdak had gekregen gaf hij zelf als personalia op:
Wim Wijtman, Janninksweg 157 te Enschede, terwijl er later ook verzetslieden mededeling doen dat hij aan de Molenstraat te Enschede zou verblijven. Is dit bij Mej. Kuenenger, die ook in deze straat woont?

Op genoemd adres aan de Janninksweg woonde, in het jaar 1950, Gerrit van de Riet. Na de oorlog werd aan hem een Engelse onderscheiding, (eigenlijk een certificaat, bestaande uit 6 gradaties), uitgereikt i.v.m. zijn medewerking aan de “escapelijn”. Het helpen onderbrengen en vervoeren van geallieerde piloten. Hij kreeg gradatie 5.  Een zelfde certificaat kregen o.a. Blonde Piet en postuum Geert Schoonman, Roelof Blokzijl en Henny Wennink uitgereikt. In Enschede kregen in totaal 62 personen dit certificaat.   
De zoon van Wim, genaamd Jan, heeft het waarschijnlijk over dezelfde van de Riet en deelde mij hierover het volgende mede:
“Als ik het goed weet, was hij (zijn vader Wim) zelfs ondergedoken, of woonachtig bij een familie Greet en Dinand van de Riet in Enschede. Ik herinner me die “tante” Greet nog omdat ze later wel eens kwamen logeren in Heiloo en “Tante Greet” rookte een pijp, iets wat voor mij als kind erg ongewoon was, een vrouw die een pijp rookte.”

Het kan natuurlijk dat het om een andere Van de Riet ging, maar dat is bijna té toevallig.

Aldus Wim: “Toen slaagde de heer Hardick er in mij een baan te bezorgen bij het buitengewoon lager onderwijs te Hengelo (O). Dit lukte me, door het grote gebrek aan leerkrachten. Hoe gek het ook mag klinken, zonder overlegging van papieren, werd ik, als tijdelijk onderwijzer, benoemd. Dit was fijn, maar nog had ik mijn doel niet bereikt, d.w.z. werken voor de ondergrondse. Ik had echter een vermoeden dat Mej. Kuenenger, meneer Hardick en Lutje Wooldrik iets hadden uit te staan met dat waar ik zo graag voor wilde werken.
Ondertussen had ik Mej. Kuenenger al verteld hoe de vork in de steel zat en tot mijn grote verbazing gooide ze me er niet uit. Ook meneer Hardick heb ik toen enige malen gevraagd of ik hem alles mocht vertellen, maar zijn antwoord was dat hij me vertrouwde en het hem niet hinderde, als ik hem niet meer vertelde. Daar mijn verhaal geen mooi verhaal is, heb ik toen gezwegen, omdat hij nadien mogelijk niet meer met me van doen wilde hebben. Later heb ik dat toch gedaan.”
Hem blijkt daarna dat zijn vroegere vriendin van de kweekschool, Iet, die inmiddels gehuwd is, in Hengelo woont.
Onder andere Greet en Dinand zullen waarschijnlijk de aanleiding voor deze wetenschap zijn geweest.

Aldus Wim: “Intussen was het begin september geworden (1944) en Enschede verwachtte dat de Tommy’s elk uur binnen konden trekken. Alles was in rep en roer. De ondergrondse was op alles voorbereid en blies verschillende dingen op. Toen ben ik weer naar meneer Hardick getogen en vandaar naar Jan Lutje, die me al vroeger beloofd had me te introduceren. Daar maakte ik kennis met Hennie Wennink, die me vroeg of ik mee wilde doen aan het opblazen van een viaduct en hij zou me introduceren. Met twee handen heb ik dat aangenomen en we gingen op weg en ik heb die nacht meegeholpen. Veel scheelde het niet of ze hadden me doodgeschoten, omdat niemand me kende. Henny had niets tegen die anderen gezegd. Zo ben ik ingeschakeld geworden.”

Dit is dus voor Wim het eerste echte contact met verzetsmensen die aan “het front” werkten.
 
Klaas Straatman over het eerste contact met Wim Wijtman: “Ik heb Wim Wijtman leren kennen tijdens Dolle Dinsdag in september 1944, tijdens het springen van het Bouwhuistunneltje. (Donderdag, 7 september 1944. Het verzamelpunt was bij H. Wennink, aan de Zaaierstraat te Enschede. Daar meldde zich ook Wim Wijtman. Hoe hij daar gekomen is, is mij onbekend. Hij deed vervolgens mee met het springen van genoemd spoortunneltje.”

Piet Alberts over het eerste contact met Wim Wijtman: ”Ik ben via Hennie Wennink en Jan Lutje Wooldrik in contact gekomen met Wim Wijtman. Nadat het Bouwtunneltje was gesprongen ben ik, samen met “Zwarte Piet” naar de woning van Wennink gegaan en vertelde hem dat er iemand bij was die erg geheimzinnig deed en die ik niet kende. Jan Lutje vertelde toen dat het om Wijtman ging, een ex SS´er en die hij voor 100% vertrouwde.”

Omdat Hennie Wennink niet door had gegeven dat een “nieuwe” mee zou doen bij het springen, ontstonden er binnen de actieploeg toch onzekerheden. Ook blijken weer de vele misverstanden. Klaas leerde Wim in de woning van Wennink kennen, maar gezien de verklaring van Piet was dit verzamelpunt er kennelijk niet voor iedereen. Wim heeft het er zelfs over dat het niet veel gescheeld had of hij was door de leden van de ploeg doodgeschoten.
De sabotageactie bij het Bouwhuistunneltje, kunt u op een page vinden op deze site. (Moet nog veranderen hoe de eerste ontmoeting met Wijtman is ontstaan)
In de maand september 1944 valt Wim dan onder het gezag van Blonde Piet en maakt deel uit van één van zijn verzetsgroepen. Niet iedereen is daar gecharmeerd van en er zijn er zeer velen die hem wantrouwen. Is dit wantrouwen terecht?
Aldus Wim: “De volgende dag bleek dat de Tommy’s er nog niet waren en dat het nog wel een hele poos kon duren, eer zij hier waren. Ten slotte hiervan werden de werkzaamheden zo goed als stil gelegd. Maar daar de school door de Duitsers was gevorderd, had ik niets om handen en heb ik Frits Buitenbos gevraagd om werk voor mij. Na een paar dagen moest ik inlichtingen geven over sommige dingen. Dit viel gelukkig goed uit, zodat hij me zelfs gezegd heeft dat er een goede kans bestond dat ik als koerier naar het zuiden zou gaan, maar dat ging niet door.”
Weer heel opmerkelijk hoe Wim in contact gekomen is met Frits Buitenbos en voor hem inlichtingen in gaat winnen. Tot nu toe is er over geen enkel detail iets te lezen waar Wim naar uit moet kijken. Waarom blijft hij niet bij de mensen bij wie hij is voorgesteld?

Een uitgebreidere beschrijving van Wim Wijtman geeft de heer Gerbens, van wie mij ook niet duidelijk is waar hij in de oorlog organisatorisch stond. Het enige wat ik kan vinden is, in het boek Stad en land van Twente pag. 732, dat hij tijdens de bevrijdingsdag, op zijn motor naar het stadhuis rijdt met de Engelse commandant, achterop. Verder een opmerking van één van de oud verzetslieden uit de groep van Blonde Piet: “Johan Gerbens zat bij ons in de groep. Hij onderhield volgens mij, goede banden met de kringcommandant Ben ter Kuile ”.
Toch opmerkelijk hoe Gerbens over Wijtman, als getuige verklaart: “Ik kwam op de volgende wijze in contact met Ditmars (Wijtman. Jan van Beek en Piet Alberts (Blonde Piet) brachten hem mee en nadien kwam hij herhaalde malen bij mij. Jan van Buurse (dit is Jan van Beek) en Blonde Piet, maakten nooit bezwaren dat Ditmars bij vertrouwelijke gesprekken aanwezig was.
Wantrouwen: Wanneer Ditmars de indruk had dat hij door anderen gewantrouwd werd, kwam hij zijn nood altijd bij mij klagen. Wat zijn kennis betrof heb ik Wijtman altijd steeds hoog aangeslagen. Hij vestigde bij mij de indruk, wat slimheid en speurderstalent betrof, de anderen verreweg de baas te zijn.
Ik ben Wim Wijtman zelf ook gaan wantrouwen. Hij was van mijn particulier adres op de hoogte, doch heeft hier nooit misbruik van gemaakt. Hij verklaarde mij steeds op erewoord, dat wanneer ik eventueel door de SD gearresteerd zou worden, dat indien hij tijdig bericht kreeg, hij zou zorgen dat ik uit handen van de SD zou worden ontslagen. Ik ben, juist door deze definitieve verklaringen wel voorzichtiger gebleven t.o.v. hem.”
Let ook eens op deze verklaring van de heer H.J.Rompelman: “Ik heb aan Wim een waardige medewerker gehad. Met zijn verleden op de hoogte zijnde, is het bij mij niet opgekomen om hem te wantrouwen, doch juist het tegenovergestelde.
Op het moment dat ik moest onderduiken, was Wim de schakel waarmee ik de contacten met anderen in stand hield.
Bij een omsingeling van mijn huis door de S.D., was Wim de eerste man die klaar stond, om mij te ontzetten.
Ik ben er daarom van overtuigd dat Wim, meer gedreven door de innerlijke strijd tot de fout van zijn verleden is overgegaan en deze fout inziende, met inzet van al zijn krachten, weer goed heeft willen maken.”

Het kan natuurlijk dat Wim zijn best heeft gedaan om de heer Rompelman uit de handen van de SD te houden. Maar hoe heeft hij dat dan gedaan? Wat voor mogelijkheden had hij? Na enig filosoferen kan ik er dan alleen vanuit gaan dat Wim op de hoogte was van de inval en ook invloed uit kon oefenen op de afloop van deze SD overval.
Om de twijfel nog groter te maken, gaan we even door met hetgeen de heer Gerbens te vertellen heeft over Wim Wijtman: ”In zijn ogen (van Wim Wijtman) was ik (Gerbens) de enige die hij als boezemvriend kon beschouwen. Hij heeft verschillende keren bij mij zitten huilen, omdat hij zo gewantrouwd werd. Hij hekelde de wantoestanden die door de verschillende leden gepleegd waren.
Ook het geval Borne, waar een inval door de SD was gedaan, tijdens een vergadering van prominente figuren van de illegaliteit uit Twente, (15 februari 1945, leden van de inlichtingendienst) hing een geheimzinnige sfeer. Direct na de inval werd ik door Wim op de hoogte gebracht. Verschillende van ons zochten een veilig heenkomen. Niemand wist in het begin wat de SD te weten was gekomen. Daardoor was de gehele illegaliteit in Twente in een onrustige en onzekere stemming.
Wim daarin tegen heeft volgens zijn zeggen “gewroet” en is te weten gekomen, dat er geen belangrijke papieren in handen van de SD waren gevallen. De toestand werd hierdoor iets rustiger. De gevangenen werden van Borne naar Enschede overgeplaatst, onder wie de koerierster Ans (Geringa) Men was van algemeen oordeel, dat wanneer Ans zou spreken, zij teveel zou vertellen, wat voor ons, eventueel funeste gevolgen kon hebben. In een bespreking met Klaas Straatman werd het plan geopperd om Ans uit de synagoge (SD gevangenis) te ontzetten.
Ik trof Wijtman op een donderdag, die mij verzekerde dat de toestand voor Ans een gunstige wending had genomen. Hij was met het plan om Ans te ontvoeren bekend en zei tegen mij, dat men niets zou ondernemen, omdat hij garandeerde dat Ans de volgende zaterdag absoluut ontslagen zou worden. Hij had dit gehele plan zelfstandig uitgevoerd, maar hij wou zich er dan ook alléén en alléén mee belasten, dat Ans direct na de invrijheidstelling naar een bepaald adres werd gevoerd, waar zij zou onderduiken en hij niemand, ook mij niet, met de schuilplaats in kennis wilde stellen. Hierdoor kreeg ik de indruk dat de figuur Wim Wijtman in een zeer geheimzinnige sfeer hing. Ik heb mij direct met Klaas Straatman in verbinding gesteld en die stelde ook onmiddellijk de vraag: “Waarom moet hij zich alleen belasten met het onderduiken van Ans!”
Prompt op de door Wijtman genoemde zaterdag werd Ans inderdaad in vrijheid gesteld. Enige dagen later kwam Wim weer geheel onder de indruk bij mij en zeer bewogen verklaarde hij mij, dat zij hem toch wantrouwden, ondanks dat hij zoveel had gedaan, vooral ook nu weer met het geval Ans, waardoor de stemming onder de illegalen toch weer rustig was geworden. Ik heb hem daarna weer verschillende keren bij mij op bezoek gehad, ofschoon ik dit contact nooit aanmoedigde.
Ik heb hem wel eens gevraagd hoe hij zo definitief kon verzekeren wat voor uitslag mijn eventuele arrestatie door de SD zou hebben, doch hij heeft mij steeds geweigerd, hierop een antwoord te geven.”


C. Nederhof in die tijd plaatsvervangend sectiecommandant van de BS over deze zaak: “Als plaatsvervangend sectiecommandant voor de B.S. ben ik medio september 1944 in contact gekomen met Wim Weitkamp (Wijtman), wonende aan de Molenstraat te Enschede. Wim was lid van de inlichtingendienst van de B.S. Van medio september tot en met december 1944, heb ik veel met hem gewerkt en verschillende waardevolle gegevens van hem gekregen.
In februari 1945, toen enige van ons voor een zwaar vergrijp in de gevangenis zaten, heeft hij prachtig werk verricht, door uitstekende gegevens en berichten over en naar de gevangenis te verstrekken. Omdat hij als inlichtingenman natuurlijk veel wist, bleek hij volledig betrouwbaar, daar de SD nooit iets definitiefs omtrent de inlichtingendienst gewaar geworden is. Hoewel ik wist dat deze Weitkamp een gewezen SSer was, hebben wij hem volledig vertrouwd.”
Nederhof  stelt geen vragen hoe Wim Wijtman aan de informatie gekomen is. Ook opvallend is dat bij hem het adres aan de Molenstraat te Enschede bekend is als zijnde het woonadres van Wim. Aan de Molenstraat woont tevens de eerder genoemde Mej. Kuenenger. 

We gaan weer even terug naar de maand september 1944 in de week van 7- tot 14 september 1944.
Dirk Kloos, die ook aanwezig was bij het springen van het Bouwhuistunneltje, is zelf leider van een verzetsgroep, die zich ophoudt in een zomerhuisje in het Lutterzand, ten noorden van Losser. Een dun bevolkt gebied tegen de Duitse grens aan. Hier en daar een zomerhuisje. Als je er niet bekend bent, in het daar moeilijk zoeken.
Dirk krijgt de opdracht om de spoorlijn Oldenzaal Bentheim (Dl) te springen. Deze spoorlijn is niet ver bij zijn locatie vandaan. De uitgebreide berichtgeving kunt u op deze site vinden “Inval in het Lutterzand”.

Enige belangrijke zaken met betrekking tot Wim Wijtman:
omdat Dirk te weinig mensen voor deze klus heeft, vraagt hij "Blonde Piet" om een paar van zijn mannen af te staan voor deze actie. Piet stuurt vervolgens Jaap Westra, Rinus Landman en Wim Krijgsman. De naam Krijgsman wordt genoemd door de vrouw van Dirk Kloos, die over het verzetsleven van haar man een boekje schreef.

Opmerking: In een gesprek met mevr. Vischers-Vreelink, de weduwe van Dirk Kloos, vroeg ik haar of de persoon Wim Krijgsman, niet Wim Wijtman heette. Zeer beslist antwoordde zij dat dit niet het geval is. Zij had nog nooit van een Wim Wijtman gehoord. Ze beschrijft Wim Krijgsman dan als iemand uit het westen afkomstig, die door velen binnen het verzet gewantrouwd werd...........Wim Wijtman kwam uit Wormer en werd door veel verzetslieden gewantrouwd.
Om toch meer zekerheid te krijgen besloot ik op 27 december 2003, andermaal naar mevrouw Vischers, zijnde de weduwe van Dirk Kloos, te gaan om van haar wat meer duidelijkheid over deze zogenaamde Krijgsman te verkrijgen.
Hieronder de woordelijke verklaring van haar:
"Ik heb deze man leren kennen als Wim Krijgsman, afkomstig uit Rotterdam, een praatjesmaker en niemand vertrouwde hem. Toen de arrestatie volgde, was Wim gekleed in een pyjama en is ook zo naar de cel gebracht. Hij heeft kennelijk gepraat, want de Duitsers wisten te vertellen, dat ik met mijn dochtertje, op de fiets was vertrokken.
Nadat hij was vrijgekomen, heeft het verzet hem aan de tand gevoeld over hetgeen hij aan de Duitsers heeft verteld."

Opmerking: De naam Wim Krijgsman bestaat inderdaad en komt ook voor in Rotterdam. Maar ik kan deze naam geen enkele maal in verbinding brengen met het verzet in Enschede of in Twente. Alleen mevrouw Visschers noemt deze naam. Dirk Kloos is ontvlucht, evenals Rinus Landman. Wim Krijgsman is vrij gelaten. Waarom?
Ik ga er zelf vanuit dat het hier toch om Wim Wijtman gaat, omdat er mijns inziens teveel overeenkomsten met Wim Wijtman zijn, terwijl van Krijgsman niets te vinden is. Dus weer een zaak met veel vraagtekens.

Omdat de groep moet wachten totdat de juiste springstof aanwezig is, overnachten de drie mannen van de groep van “Blonde Piet”, in een zomerhuisje, vlakbij dat van Dirk Kloos en zijn vrouw.

Op het moment dat de Landwacht, op 14 september 1944 een inval doet worden de navolgende personen gearresteerd:
1. Een ondergedoken piloot genaamd Wilfred.
2. Dirk Kloos
3. Jaap Westra
4. Rinus Landman
5. Wim Krijgsman (Wijtman)
De vrouw van Dirk Kloos weet met behulp van één der landwachters weg te komen.

De onderwijzer Dingeldein, die in Denekamp woont, schrijft in zijn dagboek:
september 14, donderdag: "Vijf kerels werden opgepakt en tegen de muur van het gemeentehuis gezet, met de handen omhoog. Wilden zij de handen laten zakken, dan werden zij met doodschieten bedreigd. Later werden er drie naar Ootmarsum gebracht; ze moesten op kousenvoeten lopen. Er wordt verteld dat het onderduikers zijn, die uit een zomerhuisje in 't Lutterzand zijn gehaald. Er zou een Amerikaanse piloot bij zijn".
 
Opmerking: Dingeldein schrijft over 3 personen op kousenvoeten. De piloot werd als krijgsgevangen beschouwd en overgebracht naar Enschede. Dirk (één van de drie) werd vanuit Hengelo naar het gebouw van de SD aan de Tromplaan overgebracht.
De vrouw van Dirk Kloos, schreef in haar boekje. "Mijn leven naast een verzetsman". Onder andere het volgende: "Dirk was de eerste van het groepje die wist te ontvluchten. Jaap Westra was in Denekamp al van het groepje gescheiden en is naar een kamp in Ommen gebracht. Waar hij het ook moeilijk heeft gehad."

Dus Jaap Westra viel ook af en het groepje dat overbleef, moest toen nog bestaan uit, Dirk Kloos, Rinus Landman en Wim Krijgsman (Wijtman). Dirk Kloos bleef vastzitten. Hij zat in de periode van ongeveer 18 september tot 20 september (1944), nabij de IJsselbrug, aan een boom geketend, onder erbarmelijke omstandigheden, maar wist later met behulp van een arts in Deventer te ontvluchten. Volgens de vrouw van Dirk Kloos kon kort daarop ook Rinus Landman ontvluchten.

Wim verklaarde aanvullend hierover: “Ik moest op een morgen in de Kalanderij komen, waar mij werd opgedragen, de achtergelaten wapens en papieren uit een zomerhuisje te halen (Geval Kloos) Tot beloning werk ik groepscommandant.”
Opmerking, weer een hoop vraagtekens. Wim heeft geen papieren of men moet hem inmiddels een vervalst persoonsbewijs hebben verstrekt. Onduidelijk is hoe zijn vrijlating is gegaan. Wat heeft hij de Duitsers verteld? Hij werd door het verzet, na zijn vrijlating, flink aan de tand gevoeld. Niets daarover in zijn verklaring. Had hij gehoopt dat anderen op zijn aanwijzing de wapens en papieren op gingen halen? Hij kreeg deze opdracht na 14 september 1944, dus na de inval in het Lutterzand. Kloos en Landman zaten toen nog vast en konden geen informatie daarover verstrekken. Wijtman is de enige die de wetenschap heeft dat er kennelijk in het zomerhuisje waar hij heeft geslapen nog papieren en wapens liggen, die door de Landwachters niet gevonden zouden zijn. Mevrouw Kloos was al op de fiets weg, voordat de Landwachters klaar waren met het onderzoek. Hoe zou Wim anders het zomerhuisje kunnen vinden. Deze opdracht heeft hij vervuld en volgens zijn zeggen werd hij daarna “bevorderd” tot groepscommandant.
Wim: “In oktober werd ik in contact gebracht met Hulleman, die me aan de inlichtingendienst verbond, waar ik erg blij mee was. Maar het meest blij was ik met het vertrouwen dat men in mij stelde. Dat vertrouwen heb ik nooit teleurgesteld, wat er ook gebeurd mag zijn. Aan de inlichtingendienst heb ik mijn beste kracht gegeven en ik weet zeker, dat er niemand is, die naar eer en geweten kan verklaren dat ik werkelijk reden tot wantrouwen heb gegeven. Al heeft men mijn zwijgen in bepaalde gevallen wel eens verkeerd begrepen.”

Hulleman over Wim in een verhoor door de POD: ”Ik ben in de maand augustus 1944 in contact gekomen met Wim Wijtman via bekende KP leden. Als inlichter en later Kring-inlichter wist ik veel namen. Wijtman trachtte op alle mogelijke manieren verbinding te krijgen met de top. Ik kende zijn verleden en heb dit daarom tegengewerkt. Ondanks dat hij tegen gewerkt werd, ging hij door. Hij deelde mij mede dat hij bij de N.S.B. is gegaan op aandringen van zijn vrouw. Ook deelde hij mede dat hij in opdracht van de ondergrondse aan het oostfront als spion heeft gewerkt”.
De bemoeienissen van Wim Wijtman in het onderzoek contra vader en zoon Nierkens, die van verraad verdacht werden, waarin de drang van Wim naar voren komt, om meer over de leiding van de BS te weten te komen.
Naar aanleiding van informatie dat vader en zoon Nierkens, met name vader Nierkens, binnen de verzetsgroep verraad zouden plegen, werd een onderzoek ingesteld. (Zie de pages over de Liquidatie op deze site)
“Blonde Piet” vindt de geruchtenstroom, die uit zijn groepen komt, over mogelijk verraad, zó belangrijk, dat hij besluit contact op te nemen met de plaatsvervangend – kringcommandant Klaas Straatman. In een gesprek tussen beiden, komen ze tot een besluit om meer te weten te komen van vader Nierkens. Is hij betrouwbaar? Of geeft hij daadwerkelijk informatie door via de NSB rechercheur De Groot van de politie te Enschede en de SD! Wanneer dit laatste het geval is, zal hij een bedreiging zijn voor de hele NBS in– en in de omgeving van Enschede. Gedacht wordt aan de mogelijkheid om Nierkens Sr. uit te horen. Het plan wordt als volgt uitgewerkt:                                                
iemand uit de NBS, die Nierkens niet kent, moet zich voordoen als een Gestapo-agent en hem dan proberen uit te horen. Wanneer hij wat zegt, is het foute boel. Wie moet dit gaan doen? De keus valt op een lid van de organisatie, genaamd Wim Wijtman. Het is omstreeks 11 november 1944, Wim is op dat moment reeds twee maanden in het verzet opgenomen, houdt zich bezig met inlichtingenwerk, is aangesteld als groepscommandant en heeft zelf zijn groep samengesteld.                        
We nemen het verhoor van Ditmars, dat na de bevrijding plaatsvond, in deze zaak. Hij gaf op te zijn genaamd:
Willem Wijtman, geboren te Wormerveer, op 22 juni 1914, hoofd der school, wonende te Enschede, Janninksweg 157.

“Ik moest voor de NBS inlichtingen inwinnen over vader en zoon Nierkens. Om er achter te komen of Nierkens inderdaad onbetrouwbaar was, heb ik Tiethof naar de woning van Nierkens gestuurd, om zijn betrouwbaarheid te testen. Tiethof moest van mij onder andere de vraag stellen of Nierkens het hoofdkwartier van de NBS op kon sporen. Ik heb Tiethof deze opdracht gegeven, omdat algemeen bekend was dat zijn vader N.S.B.´er was. Nierkens zou Tiethof eerder in vertrouwen nemen dan ik. In een gesprek tussen Tiethof en Nierkens in zijn woning, noemde hij toen onder andere het hoofdkwartier aan de Wierdensestraat te Almelo. Tevens liet Nierkens zich zeer pro-Duits uit. Nierkens vond het in Nederland een chaos en Nederland zou niets worden zonder een sterke buur als Duitsland.
De week erop, op woensdag, zou er weer een gesprek plaatsvinden tussen Nierkens en Tiethof. Dit is dus niet doorgegaan, omdat Nierkens op de korrel werd genomen en werd doodgeschoten.
Donderdag 15 november gaf Piet (“Blonde Piet”) aan mij door dat Nierkens bij de fabriek van Pley was ontboden en daar doodgeschoten zou worden. Ik had een 25 tal vragen opgesteld voor Nierkens die hij beantwoorden moest, om zo nog te bezien of hij echt onbetrouwbaar was. Toen we in de kelder van Pley bijeen waren stelde ik Nierkens vragen. Onder andere waarom hij bij de politie was ontslagen. Onder het stellen van de vragen, verwijderde Piet zich (In het PV door rechters onderstreept) Toen hij weer terug kwam zei hij dat verdere vragen niet nodig waren. De doodstraf zou worden voltrokken. Ik was niet geheel overtuigd van de schuld van Nierkens, daarom heb ik mij verwijderd, voordat de executie plaats zou vinden.
Het dossier in deze zaak werd op 21 juni 1945 afgesloten. Dus na de bevrijding maakte Wim nog steeds gebruik van zijn valse naam. Nederland is bevrijdt en hij hoeft daarom niet meer bang te zijn om als deserteur door de Duitsers opgepakt te worden. Merkwaardig is dat hij velen over zijn voorgeschiedenis bij de Waffen SS heeft verteld, maar gebruik blijft maken van deze naam.

Tevens werd als één van de verdachten in die zaak, de persoon gehoord die Nierkens had uitgehoord, genaamd:
Herman Tiethof, geboren te Borne, op 9 oktober 1919, chauffeur, wonende te Enschede, Binnenweg 36.
"Ik was in de maand november 1944 werkzaam bij de inlichtingendienst van de Ondergrondse Verzetsbeweging te Enschede. Voorheen was ik onderofficier in het Nederlandse leger en nu als sectie cdt. 10e Reg. Inf. 2e bat, 3e  compagnie oorlogsvrijwilligers.
In die dagen (november '44) was Wim Wijtman mijn chef van de inlichtingendienst. Van hem kreeg ik de opdracht te onderzoeken of Nierkens wel betrouwbaar was.
Mijn opdracht luidde als volgt: Nierkens bewegen tot het geven van inlichtingen over de verzetsbeweging en door moest laten schemeren dat ik bij de S.D. werkzaam was. Met name moest ik vragen naar de locaties van de verzetshoofdkwartieren.
De eerste keer dat ik bij Nierkens thuis was, werd ik te woord gestaan door een dame. Nierkens Sr. Was niet thuis. Ik gaf haar door dat ik de volgende ochtend terug zou komen. Haar man moest dan ook thuis zijn.
De volgende ochtend ging ik weer naar zijn woning en had een gesprek met Nierkens Sr. Ik zei tegen Nierkens dat dit bezoek in overleg was met De Groot en de S.D. en vroeg onder andere, in dat gesprek, waar het hoofdkwartier van de ondergrondse zich bevond. Nierkens vroeg direct hierop: "Welk hoofdkwartier bedoel je?" Op de gok zei ik tegen hem:" Beide ". Nierkens Sr. Noemde toen  een hoofdkwartier aan de Wierdensestraat te Almelo. De villa was genaamd "De Berkenhof" of iets dergelijks. Ik  zei tegen Nierkens Sr. Dat hij 4000 gulden kon verdienen voor elk geruimd hoofdkwartier.
Ik sprak met Nierkens over dat ik terug zou komen voor een nader gesprek.
Met de door mij bekomen informatie ben ik direct naar mijn chef Wijtman gegaan en vertelde hem hetgeen ik had gehoord".
Opmerking: Dat Het terugkomen voor een nader gesprek niet uit de koker komt van Tiethof, blijkt omdat Wijtman zelf hier ook over verklaarde. Het was de bedoeling om de onbetrouwbaarheid van Nierkens sr. aan te tonen, waarom dan nog eens een gesprek? Wilde Wijtman zelf meer weten over de locaties van hoofdkwartieren?

Inderdaad is dit het geval!

Uit een stukje (In het boek “Enschede 1940 – 1945”, geschreven door T. Wiegman), wat de toenmalige leider van de N.B.S. in Enschede, B.J. ter Kuile, geschreven heeft, over de CID, waar Wim Wijtman, via Hulleman, inmiddels ook deel van uit maakte:

”Grote moeilijkheden waren er in die tijd met de afdeling Inlichtingen N.B.S. in Enschede, die in handen was gelegd van een zekere Nauta (Onderweegs) een kennis van Bosch. Nauta werkte samen met Christerus en Kees Hoek (genaamde De Ruiter. Twee prima kerels, die voor gek fietsten om gegevens over de V1 en V2 te krijgen, maar die me toch niet voldoende konden inlichten over de sterkte der Duitse troepen in mijn Rayon, als bewapening, aantal auto’s, munitie, zenders, olie, benzine enz. Daarom werd contact gezocht met een bekwaam vriend van Klaas I (Klaas Straatman), de heer Hulleman, die op de spinnerij De Bamshoeve werkte en reeds veel ondergronds inlichtingenwerk deed. Jan en Kees wilden echter niet onder Hulleman werken en het kostte veel overredingskracht hen daartoe over te halen. Kees werd echter benoemd tot plaatsvervangend Chef Inlichtingen en vanaf die datum liep alles prima.
In de inlichtingendienst kwam, op mij onbegrijpelijke wijze, binnengeslopen Wim Weidmann, een voormalig SS-er, die zelfs aan het oostfront had gevochten.
Niemand vertrouwde hem eigenlijk, doch hij gaf prima inlichtingen en werd daardoor gehandhaafd. Kees en Jan weigerden echter opeens, wegens een voorval, dat ik later behandelen zal, om met hem (Wim Wijtman) samen te werken en het heeft heel veel moeite gekost om de vrede te herstellen. Weidmann werd op een zijspoor gezet.”

(Wat was dit voorval? Kennelijk gaat het over de vrijlating van de koerierster Ans Geringa, zoals hierboven omschreven in het verhoor van Gerbens.)
Kennelijk voelde Wim zich te kort gedaan, door alleen maar inlichtingen te mogen verschaffen en wilde hij kosten wat het kost, hogerop komen in de hiërarchie van de N.B.S. Inmiddels werd hem door zijn speurwerk, de schuilnaam “Lucas” in combinatie met de familienaam “Ter Kuile”, als zijnde de leider van de N.B.S. in Enschede bekend.

B.J,. Ter Kuile vervolgt: ”Weidmann was niet gerust voordat hij de top van de B.S. ontmaskerd had. Dit was tegen alle regels en alle wetten in en we vonden het geen prettig idee. Op een goede avond telefoneerde hij naar mijn huis en vroeg: “Is Lucas thuis?” “Oh ja”, zei m’n vrouw, denkende dat het Matheus was. Matheus belde wel eens op, tot groot misnoegen van ons, daar het één van de allereerste geboden was, nóóit de telefoon te gebruiken voor ondergrondse zaken. Vandaar dat mijn vrouw dacht dat het Matheus was, die naar Lucas vroeg. Alleen vond ze de stem wat raar en het bleek dan ook dat het Wim Weidmann was. Hij had eenvoudig alle Ter Kuiles opgebeld en naar Lucas gevraagd en bij ons had hij dan succes. Hij vroeg om een onderhoud en naar enige beraadslaging werd dit toegestaan. Het was niet fraai dat Weidmann, de vroegere SS-man, mijn naam wist en we vertrouwden het helemaal niet. Hij wilde dus in Driene komen voor een onderhoud. We waren bang dat het wel eens een valstrik kon zijn, en speurden de omtrek goed af bij zijn komst, vanwege eventuele handlangers. Alles ging echter goed en de bespreking vond plaats in een klein hutje, bij een kaarslichtje.
Wildromantisch maar doodgriezelig! Ik kreeg de indruk dat hij “goed” wilde worden en dat hij meende, ons goede diensten te kunnen bewijzen vanwege zijn oude relaties bij de SS. We handhaafden hem dus, maar isoleerden zijn positie. Hij kreeg een vast omschreven taak.”

Dit lezende krijg je van Wim toch een vreemd gevoel. Waarom onderneemt hij deze zaken? Het lijkt of hij inlichtingen verzamelt, met als doel deze eventueel door te geven aan de Duitse instanties. Kennelijk heeft hij dit laatste niet gedaan, anders was de fabrikant B.J. ter Kuile al lang opgepakt, het hoofdkwartier “Het Höfeke” in Driene al lang overvallen en rondom hem verschillende verzetslieden verraden. Ook Blonde Piet zou gearresteerd zijn. Tot op heden blijkt uit niets dat dit het geval is geweest. Wel vreemd dat hij precies weet wanneer de door de SD gearresteerde Ans Geringa, die in de synagoge in Enschede, die als SD gevangenis wordt gebruikt, vrij komt. Dat kan alleen een insider weten. Dat hij ook als eerste bericht doet van de arrestaties door de SD in Borne, alwaar Friso van Hoorn ternauwernood kon ontsnappen, maar Ans Geringa werd gearresteerd. Dat hij, toen Ans Geringa uit de SD gevangenis was ontslagen, precies op de dag dat hij voorspelt had, haar een onderduikadres wilde verschaffen en hier met niemand binnen het verzet over wilde praten, ondanks aandringen van diverse personen.
Dat hij als eerste bij het huis van Rompelman, dat door de SD was omsingeld, klaar stond om Rompelman te ontzetten.
Het kan natuurlijk anders zijn. De verhoudingen binnen de verzetsbeweging waren niet optimaal. Machtsstrijd, verdachtmakingen, afgunst en nog veel meer van die woorden zijn te bedenken. Ook zal Wim gehoord hebben van de plannen om Ans, na haar vrijlating, te liquideren of te deporteren. Heeft hij daarom eigen initiatief getoond en geen meldingen gemaakt van haar onderduiken? Het kan.
Maar als je bestudeert hoe de V-man Karl Gustaf Huschka te werk is gegaan om in het verzet binnen te dringen, door b.v. de eigenaar van café Monopole in Enschede, uit de gevangenis in Burg Steinfurt (Dl) op te halen en hem te voorzien van geldige papieren. Werd de caféhouder voor hem gearresteerd, zodat Huschka hem ook weer vrij kon laten? Ook hij deed veel dat er als “prima werk” uitzag binnen de Onderduikers organisatie. Hij haalde, kort voor de bevrijding, Ds. Overduin uit de SD synagoge in Enschede. (Dezelfde synagoge waar Wim op de één of andere manier betrokken was bij de vrijlating van Ans Geringa), om nog meer vertrouwen te winnen. Daarna  zijn alleen de mensen die Huschka wantrouwden en niets van hem van doen wilden hebben, er levend van afgekomen. O.a. heeft Huschka nooit voet aan de grond gekregen binnen de KP, later BS.
Kort samengevat. De gedragingen van V-man Karl Huschka lijken heel erg veel op de gedragingen van Wijtman. Als Huschka de zaak aan de Sumatrastraat niet aanhangig had gemaakt, was hij dan niet door de mand gevallen? Of zat het nog weer anders in elkaar? Veel vraagtekens zijn er nog..
Maar juist omdat niet is gebleken dat Wim ook maar iets verraden heeft, moet worden aangenomen dat hij zijn vreemde acties heeft ondernomen uit een dadendrang om meer te betekenen. Dat hij zich daardoor verdacht maakte en daardoor zelfs zijn leven op het spel zette, is waarschijnlijk niet in hem opgekomen.
Hij heeft een andere identiteit aangenomen, maar toch heeft hij verteld dat hij bij de SS heeft gezeten en aan het oostfront heeft gevochten tegen de Russen. Als hij infiltrant was geweest, zou hij deze “waarheid” nimmer over zichzelf hebben verteld, want daarmee maakte hij het werken binnen het verzet zeer moeilijk en alle ogen waren op hem gericht.

Direct na de bevrijding doet B.J. ter Kuile aangifte van de liquidatie van vader en zoon Nierkens. De betrokken leden van de N.B.S. worden gehoord. Ook Wim legt een getuigenverklaring af en nog steeds onder zijn valse (schuil) naam: Wim Wijtman, maar al snel wordt hij ontmaskerd en gearresteerd, als iemand die als Nederlandse SS’er, voor de Duitsers aan het oostfront heeft gevochten. De meeste Nederlandse SS’ers werden in die tijd op de harskamp gevangen gehouden. Of Wim hier ook terechtkwam is niet met zekerheid te zeggen. Er zijn aanwijzingen dat hij later in het kamp Vught werd ingesloten
Op 12 juni 1946, moet Wim Weidman, nu onder zijn eigen naam, zich verantwoorden in verband met in militaire dienst treden bij de Duitsers.

Op 12 juni 1946, moet Wim Weidman, nu onder zijn eigen naam, zich verantwoorden in verband met in militaire dienst treden bij de Duitsers. In het Hengelo’s dagblad d.d. 13 juni 1946. Staat het volgende artikel:

"Enschedesche knokploegleider was S.S.-er geweest."
Vijf jaar geeischt
Een der belangrijke mannen van de knokploeg uit Enschede, afkomstig uit Wormer, de 31 jarige onderwijzer W.A.J. Ditmars, die in Enschede onder de schuilnaam Wim Wijtman uitstekend en belangrijk illegaal werd heeft verzet in de laatste helft van 1944 stond gistermorgen voor het Amsterdamsch Bijzonder Gerechtshof terecht, onder beschuldiging in juli 1942 dienst genomen te hebben bij het legioen Nederland. Het bleek dat hij in 1941 lid was geworden van de N.S.B. en met het legioen Nederland, in de winter 1942 –‘43 daarmede naar het Oostfront was vertrokken.
De verdediger had als getuige a decharge een lange rij van Enschedesche illegale strijders opgeroepen, die allen zeer gunstige verklaringen over het illegale werk van de verdachte aflegden, hoewel zij natuurlijk dezen onderwijzer in den beginne met een groot wantrouwen hadden ontvangen.
De vraag deed zich voor om welke reden Ditmars zoo plotseling van politieke overtuiging was veranderd. Hij zelf zei slechts lid te zijn geworden van de N.S.B. omdat hij daardoor gemakkelijker een baantje kon krijgen. In Duitschland waren hem al zeer gauw de schellen van de ogen gevallen en toen hij met verlof, in de zomer van 1943 was teruggekomen in Nederland, wenste hij niet verder met de Duitsers samen te werken. Na enkele vergeefse pogingen was hij er toen in geslaagd met de ondergrondse beweging in contact te gekomen was tenslotte een der belangrijkste werkers van de knokploeg te Enschede geworden.
Met grote aarzeling benaderde de advocaat – fiscaal vervolgens de noodzaak tot het stellen van een eis, temeer daar de meningen over de mate waarin ………..weggevallen….tenslotte 5 jaar gevangenis straf met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en met de ontzetting voor het leven uit alle openbare ambten en de beide kiesrechten.
De president bepaalde de uitspraak op 26 juni a.s. (1946)

 



Op 26 juni 1946, wordt hij door het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam veroordeeld tot 3,5 jaar gevangenisstraf met aftrek. De eis was 5 jaren. Er van uit gaande dat Wim in de maand juni van het jaar 1945 werd gearresteerd, en hij zijn gehele straf volledig heeft uitgezeten, zal hij in de laatste maanden van het jaar 1948 weer op vrije voeten zijn geweest.

Wanneer de nieuwe contacten tussen Wim en zijn ex- vriendin, Iet, intensiever zijn geworden, is niet bekend. Wel is het zo dat Iet, in de zomer van het jaar 1948, ging scheiden van haar eerste man en aan het einde van dat jaar, waarschijnlijk, kort nadat Wim weer op vrije voeten is, zwanger van hem raakt.
Alhoewel de familie van Iet er eigenlijk op tegen is dat zij met Wim Ditmars zou trouwen, wordt er geen andere uitweg gezien en dat een huwelijk tussen beiden toch maar zou moeten plaatsvinden. In de maand juni 1949, trouwen zij en iets meer dan een maand later wordt hun eerste zoontje geboren. Het tweede zoontje, wordt twee jaren later geboren, in 1951. Dit is de Jan, waarmee ik mijn verhaal ben begonnen……

Hoe is het verder met Wim Ditmars gegaan?.
Toen alles achter de rug was en hij voorzichtig kon beginnen aan de opbouw van een nieuw leven, ging hij een steeds meer teruggetrokken leven leiden. Wel werkte hij, waar hij zijn leven lang al van gedroomd had bij de rederij KNSM (Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij), in Amsterdam. Niet op een boot zelf, maar bij het bedrijf. Het gezin Ditmars woonde inmiddels in Heilo. Dat betekende elke ochtend met de trein van 07.10 uur, naar Amsterdam en ’s avonds om 18.20 uur, weer terug.
Zijn zoon Jan ging regelmatig naar het station om zijn vader op te halen. De band tussen Jan en zijn vader was hecht en zijn broer voelde zich meer bij zijn moeder thuis. Dat dit zo is heeft een oorzaak in familieachtergronden, die te maken hebben met de acceptatie van Wim Ditmars, bij de beter gesitueerde familie van zijn vrouw. Waarbij zoon Jan al jong in de gaten kreeg dat hij bij de familie van zijn moeder minder geaccepteerd werd dan zijn broer.

Beide kinderen leefden thuis in een spanningsveld omdat het huwelijk tussen hun ouders verre van ideaal was.
Iet, nam deel aan het dorpse sociale leven, was lid van de Plattelandsvrouwen, was inval onderwijzeres, zat in de oudercommissie enz.
Wim ging alleen één keer per week naar de schaakclub. Hij las veel, luisterde graag naar klasieke muziek, Brückner, Moessorgski, Mahler (dus “zware muziek”) op de radio. Ook zijn zoon Jan raakte voor deze muziek geïnteresseerd.
Als Wim en zijn vrouw Iet eens ergens naar toe moesten, gingen ze nooit samen. Ze gingen gescheiden van elkaar naar hetzelfde feestje of bijeenkomst.
De avondmaaltijd werd altijd in stilte genoten. Om ruzies te voorkomen werd er nooit veel gepraat. Wim had er tevens grote moeite mee om zijn kinderen naar bed te brengen en toe te stoppen.
Jan, weet zich te herinneren: “Ik heb mijn vader eigenlijk nooit uitbundig zien lachen! Toen wij groter werden heeft hij ons altijd voorgehouden dat hij van onze moeder zou gaan scheiden zodra wij het huis zouden hebben verlaten en dat is ook precies zo gebeurd. Op de dag dat ik trouwde heeft hij ook mijn moeder verlaten. Hij vond dat hij zijn plicht gedaan had”.

Jan vervolgt: “In de periode tussen 1970 en 1978 werkte ik dikwijls in Zuid – Frankrijk en toen hij (zijn vader Wim) eenmaal met vervroegd pensioen was, ik denk zo vanaf 1972, vroeg ik hem soms om met mij samen te rijden. Ik heb toen vermoedelijk een liefde voor Frankrijk in hem los gemaakt, want hij is toen een aantal malen naar Normandie en Bretagne geweest.
We hebben dus eigenlijk uren in de auto samen gereden en nog niet alles besproken, wat besproken had moeten worden, zoals bijvoorbeeld zijn oorlogsverleden. Maar ook zijn filosofieën werden eigenlijk nooit besproken. Ik weet dat hij op de één of andere manier bij de Vrijmetselaars betrokken was, maar kan me niet herinneren dat hij regelmatig de loge’s bijwoonde. Hij moet ongelooflijk belezen geweest zijn, want hij las iedere dag in de trein en ’s avonds ook allerlei filosofische boeken, zoals Kant, Steiner en Jung.
Net als ik, rookte hij veel, maar hij zou zelden iets alcoholisch drinken. Er was een korte periode dat hij op zondagmiddag en CB’tje dronk. Dat is een citroen brandjenever. Maar daar stopte hij na korte tijd weer mee. Ik heb één keer gezien, toen het ontzettend warm was dat hij een biertje dronk. Kortom, mijn vader was een zeer ingetogen man.
Hij is gestorven aan kanker, na een lange periode waarin hij zich zelf op een streng Moerman-dieet had gezet. Hoewel de doktoren hem een levensverwachting van enkele maanden hadden gegeven, heeft hij nog meer dan twee jaren geleefd.
Ten slotte, maar misschien wel illustrerend, enkele uren voor zijn dood heeft hij gezegd dat hij persé niet met een Mercedes rouwauto vervoerd wilde worden, desnoods maar een Amerikaan, maar geen Duitse Mercedes.
Hij woonde toen in Blaricum bij een nicht van hem, die hem de laatste jaren van zijn leven verzorgd heeft.

Op 15 december 1978, overleed hij aan de gevolgen van zijn ziekte."



 

Naar boven

<<<<<<<<<<<                                                             >>>>>>>>>>