Een man van uitersten deel 1

Under contruction Last update 5-3-2016

Jan, werd in 1951 geboren, in het Noord-Hollandse dorp, Heilo. Zo kort na de oorlog heerst er daar nog steeds een anti Duitse stemming.
Ook Jan en zijn broer krijgen deze “anti-Duitse” houding van huis mee. Misschien nog wel extremer dan hun leeftijdsgenootjes in het dorp. Als voorbeeld:
Jan wilde bij de zeeverkenners, maar zijn vader was daar fel op tegen. Zijn vader zei tegen hem: “Zeeverkenners zijn hetzelfde als padvinders en dat zijn voortspruitingen van de Hitlerjugend!”

Ook kreeg Jan van zijn vader mee, dat onrecht iets was, dat je ver van je moest houden en dat oorlog iets verschrikkelijks was, en waar zijn ouders thuis niet over wilden praten. Ook werd hem en zijn broer verboden om met z.g. speelgoedpistooltjes te spelen. De Duitse taal bij Jan thuis was ook uit den boze.

Een voorbeeld: Er was in die tijd eens een Duitser in het dorp gekomen, die zijn vrouw wilde laten zien waar hij in de oorlog gelegerd was. Omdat hij het niet precies wist, ging hij bij bewoners navraag doen. Toen de vader van Jan dit hoorde, was hij hevig verontwaardigd geworden en uitte zich met de woorden: “Dat zo’n rot mof de ongevoeligheid heeft om zoiets te doen”.

Tijdens vakantiereizen met een schip, die Jan met zijn broer en ouders meerdere malen maakte, onder andere naar Hamburg en Bremen, bemerkte Jan dat zijn vader weigerde om Duits te spreken en zich voortdurend ergerde aan die, volgens zijn zeggen “rot moffen”.

Op een zekere dag, Jan is dan een jaar of zeven, beginnen vriendjes en buurjongens hem te pesten met woorden zoals: “Je vader is een N.S.B.’er. Jan wist al wel dat NSB’ers mensen waren die in de oorlog voor de Duitsers waren en veel slechte zaken hadden gedaan. Dus voor Jan was dit één van de ergste beledigingen die zijn vriendjes, hem en zijn vader aan konden doen. Jan, kan zich uiteindelijk van kwaadheid niet meer inhouden en geeft het vriendje die dat gezegd had een paar rake klappen. Thuisgekomen vertelt Jan, helemaal ontdaan, wat vriendjes tegen hem over zijn vader gezegd hadden en dat hij daarom één van hen een flink pak slaag had gegeven.

Later op de avond, wanneer Jan en zijn broer al in bed liggen, komt hun vader de slaapkamer binnen en vertelt dat het buurjongetje eigenlijk wel gelijk had omdat hij in de oorlog inderdaad “fout” was geweest. Op dat moment stort Jan zijn hele wereld in. Zijn vader, zijn held, want zo ziet een zevenjarige jongen zijn vader, zou samengewerkt hebben met die “Rot Moffen”, zoals Duitsers bij hem thuis genoemd werden. Zijn vader die zo anti Duits was, zo anti oorlog en voor eerlijkheid en oprechtheid opkwam, vertelt nu dit!…….

Nadien wordt er in het gezin niet meer over deze zaak gesproken…..

Wie is die vader over wie we het hier hebben?

Het gaat hier om, de veelvuldig door mij genoemde:
Willem Anne Johan DITMARS, geboren op 22 juni 1914 in Durgerdam. In de laatste anderhalf jaar van de oorlog door het leven gaande als Wim Wijtman of Weidmann.

Hoe komt het dat vader Wim zo van gedachten kon veranderen. Waarom is hij na de bezetting lid geworden van de N.S.B. en ook nog in Rusland gaan vechten bij het Legioen Nederland en daarvan terugkomende, zijn inzichten zo veranderde, dat hij zich bij het verzet aansloot?  In eerste instantie denk je: “Dat kan nooit! . Zou hij voor de Duitsers gewerkt hebben?” Dat daar gedurende de oorlog, binnen het verzet, ook verschillend over werd gedacht, kunt u kunt u verderop lezen.

Ik dank daarbij zoon Jan voor de informatie, die ik van hem heb gekregen. Deze informatie zou bij lange na niet genoeg zijn om het “hele verhaal” over hem te vertellen, maar inmiddels heb ik gebruik mogen maken van de archiefstukken en kan nu toch een redelijk beeld geven wat hem gedreven heeft om dergelijke beslissingen te nemen. Daarbij natuurlijk uitgaande van zijn verklaringen.
Omtrent de periode dat Wim in Enschede verblijft zal ik bijzondere aandacht schenken omdat daar de meeste vraagtekens overblijven. Waarom ik dit verhaal op mijn site kwijt wil? Ten eerste omdat mijn vader, "Blonde Piet", een blindelings vertrouwen in deze man had. Piet kende hem als Wim Weidmann en hij ondernam, ondanks waarschuwingen van mensen uit het verzet, acties met hem. Hij wist tevens dat Wim een ex SS´er was.


Hieronder volgt een korte biografie van Wim:

Wim gaat na, de school doorlopen te hebben, in het jaar 1932 naar de Rijkskweekschool voor onderwijzers (-essen) te Alkmaar. Gedurende de opleiding op de kweekschool leert hij een meisje, genaamd Iet kennen. Ze is een dochter van een tamelijk rijke familie. Uiteindelijk verliest Wim dit contact weer.
Uiteindelijk, in het jaar 1935, haalt hij zijn hoofdakte en verlooft zich met een meisje, genaamd Trijntje. Na het behalen van zijn acte gaat hij op zoek naar een baan als onderwijzer, alhoewel dit niet echt is wat hij had gewild. Zijn droom was en is op dat moment nog steeds, om stuurman en later kapitein op de grote vaart te worden, net zoals zijn oudere broer Jo dat ook gedaan had. Jo is inmiddels stuurman. Waarschijnlijk is dit voor Wim niet doorgegaan omdat zijn ogen reeds op jonge leeftijd te slecht waren voor een nautische carrière. Dus onderwijzer zijn is voor hem duidelijk een tweede keus.
Toch lukt het Wim niet om een aanstelling als onderwijzer te vinden, alhoewel hij als student goed stond aangeschreven. Er was in die tijd een groot aanbod en weinig vraag.


In die tijd, zo tussen 1930 en 1940, werd het hoofd der school, samen met de dokter, de burgemeester en wethouders nog als notabelen gezien (zeker in een klein dorpje als Wormer). De opa van Wim, was hoofd van de school, de vader van Wim eveneens, in “Oost” en met Wim als onderwijzer, zou dit de derde generatie onderwijzers zijn.

Veerdijk in Wormer.

Met name van de vader van Wim is in het dorp een graag gezien persoon. Wandelend door het dorp, vindt hij altijd de tijd om met dorpsgenoten een praatje te maken.
De moeder van Wim is een “krachtige vrouw” die zich in haar jonge jaren al actief gemaakt heeft voor het vrouwenkiesrecht en aanhangster was van de “Aletta Jacobs –beweging”.
Beide ouders zijn zeer politiek gemotiveerd met duidelijke meningen over vrijheid en democratie. ( Waarschijnlijk zouden ze heden ten dage aanhangers geweest zijn van de VVD.)
 

Het kan bijna niet anders dan dat ook Wim in politiek geïnteresseerd is geraakt en thuis het politieke gedachtengoed van zijn ouders heeft meegekregen, daarbij aangemoedigd om er toch vooral een eigen open politieke mening op na te houden.

Het is wel zeker dat de politiek bewuste Wim, vanaf het jaar 1939 mee krijgt, dat de Duitsers bezig zijn het ene land na het andere annexeren en later ook binnen vallen. De naam van Hitler zal geregeld in de huiskamer geklonken hebben en dan niet in positieve zin.

Nadat Duitsland, Nederland had bezet, komen er steeds meer meningsverschillen tussen hem en zijn verloofde Trijntje. Zij blijkt enorm pro-Duits te zijn. Om niet uit elkaar te raken, past Wim zich aan en doet alsof hij begrip voor haar heeft.

Aldus Wim: “Tijdens de Duitse inval was er bij mij geen enkele sprake dat ik pro Duitse sympathieën zou hebben. Integendeel. In genoemde meimaand zouden we trouwen. Maar door de oorlog mislukte dit en kwam ik zonder werk te zitten. Mijn verloofde ging na de bezetting als verpleegster in het marinelazaret werken. Ik kon dit wel begrijpen, maar ik kon het niet goedkeuren. Door haar omgang met Duitsers in het lazaret werden haar pro Duitse gevoelens alleen maar sterker. Ook omdat vele familieleden en kennissen ons links lieten liggen, omdat zij in Duitse dienst werkte. De kennissen, waarmee we nog mee omgingen, waren zelf pro Duits, waardoor onze meningen nog meer versterkt werden, of het waren zulke goede vrienden, dat we niet over politiek spraken. Ik verwachtte door de Duitse propaganda een betere sociale en economische verhouding in Europa, doordat we één Europees eenheidsblok zouden vormen.”

Omdat Wim niet als onderwijzer aan de bak komt, gaat hij in de wintermaanden van het jaar 1940/1941 als buschauffeur, op het vliegveld in Venlo werken. Dan komt er een vacature vrij op de school van de vader van Wim, waar hij op solliciteert.

Ondanks dat de vader van Wim hem voordroeg voor de genoemde functie als leraar op zijn school, ging de gemeenteraad van Wormer niet akkoord met deze aanstelling. Als reden werd “pro Duitsheid” genoemd. Als Wim dit hoort, word hij zo kwaad dat hij als het ware uit protest, zich op 18 mei 1941, aanmeldt als lid bij de N.S.B. Na een kort onderzoek, met de opmerking dat hij nogal laat is met zijn lidmaatschap, wordt hij als lid ingeschreven: W.A.J. Ditmars, Zandweg 17 te Wormer. Wim heeft tevens de hoop dat hij via de N.S.B. wel snel als leraar aan de slag kan gaan. Inderdaad krijgt hij in de maand september van het jaar 1941 een aanstelling als waarnemend hoofd der school te Groot Schermer, met de toezegging op een vaste aanstelling.
Ondanks dat hij nu bij de N.S.B. is, zal het nog tot 1 maart 1942 duren, voordat hij als hoofd der school, een vaste aanstelling krijgt.
 
Aldus Wim: “Ondanks mijn N.S.B. lidmaatschap gunde ik de anderen mijn mening niet en ging niet vaak in discussie over politiek. Na de toezegging op een vaste aanstelling, ben ik dan op 18 december 1941 getrouwd. Maar voor mij begonnen toen pas echt de moeilijkheden tussen mij en mijn vrouw. Ze vond mijn pro-Duitsheid en N.S.B. lidmaatschap niet echt.

Na vele discussies met haar, heb ik mij in juli 1942 opgegeven voor het Legioen Nederland. Ik moet daarbij opmerken dat het géén SS was, alhoewel het er later wel bij ingedeeld werd, tot mijn grote verontwaardiging!”
 

Wim zal ook de affiches die uitkomen gelezen hebben. Allemaal gericht op vaderlandsliefde, een nieuwe toekomst, jonge mannen zet je schouders er onder. Veel mensen wilden het vóór de Duitse inval al anders, of te wel beter hebben.

 

Wim noemt dan zijn vier argumenten waarom hij tot het legioen is bijgetreden:
 
1. Ik verwachtte dat Duitsland de oorlog zou winnen en dan zou Nederland bij Duitsland ingelijfd worden. Als wij dan als  Nederlanders ons steentje zouden bijdragen in de strijd tegen het communisme, konden wij dan misschien als beloning, Nederland voor de Nederlanders terug vragen.
2. Mijns inziens hadden de functionarissen van de N.S.B. (Ik was administrateur) de plicht, om het goede voorbeeld te geven.
3. Mijn angst voor het communisme.
4. De stille hoop dat dan de verstandhouding in mijn huwelijk volkomen goed zou zijn en mijn vrouw niet meer zou denken, dat ik het allemaal om haar gedaan had.
Nu de N.S.B. er met affiches zo op hamert stijgt het geslonken ledental van de N.S.B. tot boven de 100.000. Wat kan daar ook mis aan zijn. Deze partij zat voor de oorlog al in de tweede kamer en was normaal gekozen, zullen velen gedacht hebben. Nu in 1941, zijn de politieke partijen verboden. Alleen de N.S.B. mag als politieke partij blijven bestaan. Voor een 27 jarige allemaal heel verwarrend.
 
(In berichten van de 2e Wereldoorlog pag. 541 door prof. Dr. J. Presser is geschreven hoe geraffineerd het eerste bezettingsjaar met de jodenvervolging is omgegaan. Bijna onopvallend en in het begin als niet ernstig beschouwd.)
De Reichsführer-SS Heinrich Himmler droomde vóór de tweede wereldoorlog al van een enorm SS-leger. Aangezien de gewapende SS slechts recht had op 2% van de Duitse jeugd, zag hij dat zijn droom op deze wijze nooit in vervulling zou gaan. Toen kwam iemand binnen de SS op het idee om over de grenzen soldaten voor de SS te rekruteren. Inderdaad werd toestemming verkregen om deze werving te doen onder de z.g. “Volksduitsers”, woonachtig onder andere in Polen, Slovenië en Roemenië. Doch dit was bij lange na niet voldoende om aan de behoefte te voldoen. In het jaar 1940 werd vervolgens een nieuw reservoir aangeboord. Met de veroveringen van Denemarken, Noorwegen, Nederland, België en Luxemburg, verkreeg de Waffen-SS ruimte om zijn manschappen verder uit te breiden. In deze zogenaamde Germaanse bezette gebieden, hadden zij geen concurrentie te duchten van werving door de Wehrmacht. Alle vrijwilligers uit deze bezette gebieden kwamen in eerste instantie in aanmerking voor een dienstbetrekking bij de Waffen-SS.

 

De, in Duitse ogen, niet-Germaanse Franse en Waalse vrijwilligers, werden overwegend bij de Wehrmacht geplaatst. Voor de zogenaamde “Nordische” vrijwilligers, uit de eerder genoemde Germaanse landen had de Waffen-SS een speciale eenheid in gedachten.

De mannen uit de landen, die bondgenoot waren van Duitsland (Spanjaarden, Italianen, Hongaren, Roemenen en Kroaten,) werden eveneens uitgesloten voor een dienstbetrekking binnen de Waffen-SS.
De nieuw op te richten divisie, uit de Germaanse landen, zou uiteindelijk de naam Wiking (Viking) krijgen.
Deze 5e SS divisie "Viking" was aanvankelijk gemotoriseerd. De oprichting startte in juni 1940 en was uiteindelijk omstreeks april 1941 compleet en bestond uit regimenten van de SS "Nordland", "Westland", "Deutschland" en het vijfde artillerieregiment.
In het regiment Westland zaten veelal de Nederlandse SS-vrijwilligers.
Niet met zekerheid kan worden vastgesteld hoeveel Nederlandse vrijwilligers deelnamen. Velen vielen in Rusland en niemand kreeg hier bericht van. Je was bij de Russen toch slecht af, wanneer je als buitenlandse soldaat in dienst van Duitsland krijgsgevangen werd genomen.

                                  

Het Nederlands Vrijwilligers Legioen:
De mensen die zich bij de Waffen-SS vóór de aanval op Rusland in juni 1941 meldden, waren in principe bereid bij de komende invasie in Engeland tegen de Engelsen te vechten. Bij veel aanhangers van de NSB waren daar echter bezwaren tegen. Voor de strijd tegen de ‘bolsjewisten’ hoopten de Duitsers echter veel meer vrijwilligers te kunnen mobiliseren. Het antibolsjewisme had immers veel aanhang onder de Europese burgerij. Men hoopte via deze ‘gerechtvaardigde strijd’ toch nog de brede aanhang voor het nationaal-socialisme te vinden in de veroverde landen.
 
Voor dit doel werd het Nederlands Legioen opgericht. Voor een zo groot mogelijke werving probeerde men het Legioen wel zo Nederlands mogelijk voor te stellen. Men vond bijvoorbeeld voor de leiding de oud chef-staf van het Nederlandse leger, H.A. Seyffardt, bereid deze op zich te nemen. Met zijn naam en gezag hoopte men op duizenden vrijwilligers. Seyffardt’s reputatie trok echter geen nieuwe grote groepen, integendeel zijn reputatie ging aan deze collaboratie ten onder (in februari 1943 werd hij door het verzet omgebracht)
In de praktijk wilde de SS, de leiding niet daadwerkelijk aan Nederlanders overlaten, daarvoor vertrouwde men ze te weinig en had de SS zelf er te veel belang bij om de troep in te lijven. Mussert liet zich echter graag wijsmaken dat dit nu echt een Nederlands regiment zou zijn. Hij riep zijn aanhang op om zich te melden, wat velen ook deden. Zo had de NSB nog enige tijd de illusie het initiatief te kunnen houden in het Legioen maar in de praktijk (uitrusting & bevoorrading, logistiek, tactische inzet, etc) was dit natuurlijk volkomen op de Duitsers aangewezen. De enige concessie van de Duitsers was dat de commando’s in het Nederlands gegeven mochten worden en in de praktijk kwam ook daar niets van terecht.
Eenmaal in opleiding bleek de volkomen onverschilligheid van de Duitsers tegenover de vrijwilligers: ‘de ideëel gemotiveerde vrijwilliger had geopteerd voor een Nederlandse eenheid, broederlijk samen met de Duitsers strijdend tegen wat hij als het afschuwelijke bolsjewisme beschouwde. Hij kwam terecht in een volslagen Waffen-SS sfeer, waar hij door de Duitse SS-onderofficieren als minderwaardig vee werd behandeld.”
De selectie bij de rekrutering stelde in de praktijk niet zoveel voor, eigenlijk keurde men nagenoeg alles en iedereen goed: jongens van 16 jaar, mannen van 50, mensen met lichamelijke gebreken, avonturiers, carrièrezoekers, werklozen, oud-militairen die niet zonder kazerne konden leven; lieden met nog andere, diverse redenen om Nederland te ontvluchten: een mislukt huwelijk, moeilijkheden met justitie. Daartussen waren er natuurlijk ook de idealisten, die echter voor het overgrote deel door de Duitsers op één lijn gesteld werden met hun opportunistische kameraden.

De SS-leiding deed halverwege de oorlog pogingen om de diverse vrijwilligerseenheden uit de Germaanse landen onder te brengen in een SS legerkorps bestaande uit twee divisies. Dit had allerlei militaire en politiek-ideologische voordelen. Zo ontstond op papier het Germaans SS-Panzer-Korps waarin de Panzergrenadier-divisie Nordland, de Wiking-divisie, en nog wat kleinere eenheden die onder bevel van SS Generaal Steiner werden gebracht.

Dit idee werd eind juni 1941, om Duitse inmenging te verhullen, heimelijk omarmd door de SS en zo werd er - net als in andere landen met een zogenoemde Germaanse bevolking - een ogenschijnlijk nationale gevechtseenheid opgebouwd. De SS wist na verloop van tijd de voornaamste Nederlandse collaborerende beweging, de NSB enthousiast te maken door - zoals later zou blijken - herhaaldelijk een valse voorstelling van zaken te geven. Vele vrijwilligers werden onder valse voorwendselen geworven voor een eenheid die helemaal geen Nederlandse strijdformatie was. De steun van de NSB voor het Legioen was essentieel voor het succes bij de werving van Nederlandse vrijwilligers, maar de aanmeldingen kwamen niet alleen uit die hoek. Duizenden jonge Nederlandse mannen van verschillende afkomst trokken het soldatenuniform aan om een avontuur aan te gaan waarvan de uitkomst uiterst onzeker was.
 

Vertrek naar Duitsland...

Dan vertrekt Wim op 30 juli 1942 naar opleidingskamp in Sennheim in de Elzas.


Eerste militaire opleidingskamp.

Op dit moment heet dit plaatsje Cernay en ligt een aantal kilometers te westen van Mulhouse in Frankrijk. Daar eenmaal aangekomen, beleeft hij net als zo velen een enorme teleurstelling. Alhoewel Wim zelf niet in detail gaat over de toestanden, verklaarde hij later: “Al snel kreeg ik door dat ik achter een waanbeeld aan rende, maar er was geen weg meer terug.”

Elders is hier wel meer over te lezen: (bron: politicalmaskup boek in pdf “de foute sector” page 442)

“Het is menigeen bitter tegengevallen dat ons transport naar Sennheim in december 1941, voor ca. 40 % uit mannen bestond die niet tot de SS behoorden, maar zich voor een deel als ware bandieten ontpopten. Er is gestolen dat het meer dan beschamend was. Aan tafel gedroegen deze vrijwilligers zich als uitgehongerde roofdieren. De tonelen in de eetzaal tarten door hun grofheid elke beschrijving - zij tonen mensen, in wie de hebzucht elk gevoel van eigenwaarde heeft verstikt! Van kameraadschap is hier geen sprake”. Aldus een in december 1941 aldaar aanwezige NSB' er, lid van het Vrijwilligers Legioen, in een brief aan de propagandaleider van de NSB, Voorhoeve. Hij vervolgt: “Daarbij heerst hier tevens een mentaliteit die slechts gevangenen kunnen hebben. Dat komt van het groot aantal avonturiers en deels misdadigers en uitschot dat hier tussen zit, wat die heren hier heeft gebracht is mij nog een raadsel."

Een ander, een jaar later, dus omstreeks december 1942, (nadat diegenen met de langste strafregisters, uit het Legioen verwijderd waren) in een brief aan zijn vader:
'kijk eens, het is zo: door de Duitsers wordt hier vaak gezegd: “Och, jullie zijn alleen gekomen om te vreten en te slapen, maar werkelijk, voor het merendeel gaat dat ook op. Het gehalte van wat Holland aan rekruten stuurt is zó slecht, dat het mij ook absoluut geen plezier meer doet om in het Legioen te dienen. Ik mag geen namen noemen vanwege dienstgeheim en zo, maar als jullie die strafregisters eens konden zien van wat zich Legionair noemt, dan zouden de haren je te berge rijzen. Diefstal, mishandeling, zedenmisdrijven in een lange, bonte rij. Er zijn er die eenvoudig hier komen omdat de grond in Holland te heet onder hun voeten werd. Ik kan er niets aan doen, maar als de Duitse Unterführer hier schelden van Sauvolk, faule Bande, etc. etc., mijn hemel ze hebben gelijk.”

In de maand september 1942, zit de algemene opleiding voor Wim er op en vertrekt, voor een opleiding van 4 maanden naar de SS kazerne Wetselsdorf in Graz.

 


De Belgierjkazene anno 2015.

opmerking over deze kazerne:
Over de Belgierkazerne: De kazerne werd in de jaren 1939-1940 gebouwd. De eerste militairen die de kazerne betrokken was "Das II Ersatzbataillon van de Waffen SS, Regiment "Der Führer". Genoemd regiment nam ook deel aan de aanval op Nederland, nabij de Grebbeberg. Later werden hier ook andere eenheden van de SS ondergebracht, daarom kreeg het in de tweede wereldoorlog de naam: SS Kaserne Wetzelsdorf. Gedurende de tweede wereldoorlog vonden er verschillende fusillades op het terrein van deze kazerne plaats. Na de oorlog probeerden in samenwerking tussen de Oostenrijkers en de Russen, de op dat terrein aangetroffen lijken te identificeren. Men kwam op 142 lijken. Pas in 2010 stelde men vast, dat dit aantal te laag is en er minstend 219 slachtoffers moesten zijn..Het vermoeden bestaat dat de lijken begraven zijn in bomkraters, met name op het op dit terrein liggende voetbalveld. Inderdaad werden er meer stoffelijke overschotten gevonden, op de plaatsen van de kraters, toen deze foto´s in de Archieven vrij gegeven werden. Lang niet alle stoffelijke overschotten werden gevonden, zodat het vermoeden blijft bestaan, dat die nog steeds op het terrein liggen begraven (wikipedia Belgierkaserne Graz)

We vervolgen:
Aldus Wim: “Ik zou er pas uit kunnen als ik met mijn eerste verlof zou gaan en dat zou dan, na de opleiding in Graz, met de kerst in 1942 zijn. Ik schreef een aantal brieven hoe het er in werkelijkheid aan toeging. Het waren aanklachten, die per clandestiene gelegenheid naar Nederland gingen. Veel straf heb ik gehad, omdat ik mijn mond niet kon houden als er onrechtvaardigheden gebeurden. Uit de rapporten van de SS in ´s Hertogenbosch blijkt dat ik als zeer lastig en twistziek met meerderen vermeld sta.”

Vervolg onderzoek m.b.t. deze kazerne:
Over de geschiedenis van deze kazerne is in het jaar 2005 door Roland Pfeiffer een boek geschreven, waaruit nog de navolgende informatie, betrekking hebben op de Nederlanders in deze kazerne kan worden gehaald:
Over de Ersatz-Kompanie der Freiwilligen-Legion Niederlande:
01.12.1941 Om er zeker van te zijn dat er troepen klaar stonden, die de troepen aan het front konden vervangen, waren er vanaf het begin van de veldtocht tegen de Russen z.g. Ersatztroepen achter de hand. In genoemde kazerne in Graz waren dit troepen uit Finland, Denemarken, Vlaanderen en Nederland. Het bevel tot het plaatsen van deze troepen werd op 6 november 1941 gegeven.
Helaas is er van de Nederlandse compagnie, zoals opstelling, organisatie en voorgeschiedenis weinig bekend. 
Enige aanwijzingen kunnen gehaald worden uit een bericht van Kurt Mayer.
Kurt Mayer kwam in september 1942, dus in dezelfde maand dat Wim naar Graz ging, van de SS Junkerschule als treinmachinist, speciaal voor het Nederlandse Legioen, doch voor het vertrek naar het front werd Mayer al weer afgelost door een andere machinist.
Vanaf 24 september 1942, maakte deze kazerne ook deel uit als een lazaret, waar gewonde soldaten weer opgeknapt werden en als dat mogelijk was, weer naar het front werden gestuurd. Deze gewonden werden als een organieke compagnie gezien. Opmerkelijk bevel: “De commandant dient er op toe te zien dat het aantal mensen in deze compagnie zo laag mogelijk gehouden diende te worden.
Een overzicht van het aantal personen van de buitenlandse vrijwilligers compagnieën, die zich, op 6 februari 1943 in genoemde kazerne bevonden:
693 Nederlanders, waarvan 312 rekruten.
373 Vlamingen, waarvan 168 rekruten.

Bij deze telling was Wim Ditmars niet meer aanwezig, want hij vertrok op 15 januari richting oostfront en wel via Litouwen, Letland, Estland, richting Leningrad, het huidige St.Petersburg. Vanaf augustus 1942 was kort voor Leningrad een statisch front, dat geen stap verder kwam en deze situatie zou tot mei 1943 aanhouden. Dus Wim kwam daar in een situatie waar het hoofdzakelijk een leven in loopgraven was.

 


Aldus Wim Ditmars: “Ik raakte daar als het ware in een hel, maar na 16 dagen raakte ik aan mijn rug gewond en wel zodanig dat ik verlammingsverschijnselen in mijn linkerbeen kreeg. In totaal was ik met mijn verwondingen in 11 verschillende lazaretten. Steeds werd vervoer naar Nederland in het vooruitzicht gesteld, maar steeds ging dit niet door. Op een dag verloor ik daardoor mijn zelfbeheersing, met als gevolg 9 dagen donkere cel.
In een gesprek tussen Wim en zijn zoon, na de oorlog vertelde hij dat hij in Boedapest is geweest en dat deze stad voor hem veruit de mooiste stad van Europa was. Waarschijnlijk was dit bezoek in de tijd dat hij van het ene lazaret naar het andere ging.

In de maand april 1943, waarschijnlijk op het moment dat Wim was ingedeeld bij een revalidatiecompagnie, om te herstellen van zijn verwondingen, werd het Freiwilligen Legion Niederlande van het front terug getrokken en naar Truppenübungplatz Grafenwöhr in Noord-Beieren getransporteerd. Aldaar werd het Freiwilligen Legion Niederlände, net als de andere Germaanse legioenen gereorganiseerd en vervolgens officieel opgeheven. De voormalige Germaanse Legioenen zouden namelijk de kern gaan vormen van het nieuwe derde. (germanisches) SS-Panzerkorps. Het is waarschijnlijk dat Wim Ditmars na die reorganisatie verlof heeft gekregen.

Aldus Wim Ditmars: ”Toen kon ik eindelijk met verlof naar huis. Eerst werd me door de dokter medegedeeld dat ik voor de "Frontdienst" was afgekeurd en na mijn verlof, bij hem als helper was ingedeeld. Deze functie zou dan nog drie maanden duren, waarna ik definitief uit de dienst ontslagen zou worden.”
Door de reorganisatie is Wim dan tevens lid van de Waffen SS, zoals dat ook, na de oorlog, tijdens de rechtszitting contra Wim Ditmars wordt vermeld. Alhoewel ik er vanuit ga dat hij reeds in Graz bij de WaffenSS was ingedeeld.

De voormalige legionairs, versterkt met nieuwe Nederlandse vrijwilligers en Volksdeutsche rekruten uit onder meer Roemenië werden begin september 1943, als onderdeel van het III. (germanisches) SS-Panzerkorps, per trein naar Kroatië verplaatst waar het Korps voorbereid zou moeten worden op de inzet aan het Oostfront. De Brigade 'Nederland' werd rond Oroslavje en Donja Stubica net boven Agram (Zagreb) ingekwartierd. Eén van de eerste taken was de ontwapening van Italiaanse eenheden die na de oproep van Maarschalk Badoglio de wapens hadden neergelegd en zich aan geallieerde zijde hadden geschaard. Een andere belangrijke taak bestond uit het beveiligen en openhouden van belangrijke (spoor)wegen van en naar Agram. (Zagreb) In Kroatië woedde een hevige partizanenoorlog waarbij de Duitse strijdkrachten door hinderlagen, de vernietiging van infrastructuur, etc. gevoelige verliezen leden. Het was dan ook bijna vanzelfsprekend dat het aanwezige IIIe (germanisches) SS-Panzerkorps werd ingezet in de jacht op de lieden die hiervoor verantwoordelijk waren, de Sloveense partizanen en die van de Servische Tito. Deze guerrilla oorlog bracht de meest verschrikkelijke eigenschappen van de mens naar boven. In een niets ontziende strijd brachten beide partijen gevangengenomen vijanden vrijwel structureel om het leven. Het was onvermijdelijk dat ook de Nederlandse vrijwilligers in het plegen van deze gruwelijkheden werden meegezogen. Een naoorlogse uitspraak van een Nederlandse vrijwilliger illustreert dit treffend: 'als die partizanen werkelijk gesnapt werden ... dan konden ze rekenen op de hoogste boom' (Armando, De SS'ers, p.435.)
Wim heeft het hierboven genoemde, door zijn verwondingen, zeker niet meer meegemaakt.

 

Terug in Nederland en onderduiktijd tot augustus 1944

Aldus Wim: “Na met de trein via Arnhem, thuis aangekomen, het Duitse uniform dragende, bleef ik van mijn verlof genieten tot 2 dagen voor het einde van dit verlof. Omdat ik niet voornemens was om terug te keren, dook ik onder. Maar het valt niet mee om een onderduikadres te vinden. Een soldaat in Duitse dienst. Verraad? Mijn vrouw kreeg tijdens mijn desertie gewoon salaris doorbetaald omdat men kennelijk niet bewijzen kon dat ik gedeserteerd was. Zij had inmiddels mijn meest kritische brieven, die ik vanuit Graz geschreven had, verbrand. Toch raakte ik in paniek omdat er nog veel meer van dergelijke brieven moesten zijn. In mijn verloftijd probeerde ik met de ondergrondse in contact te komen. O.a. probeerde ik dat in de Kop van Noord Holland en in Eindhoven. Op desertie stond de doodstraf. Maar liever dat dan terug naar Duitsland.”
Ik ben in Brabant, bij verschillende boeren geweest, van begin september 1943 tot eind november 1943. Op zoek naar een onderduikadres vertelde ik in het begin de waarheid omtrent de redenen van mijn onderduiken, maar dan werd ik niet geholpen. Later, eenmaal ondergedoken, vertelde ik pas de echte reden waarom ik ondergedoken was. Ik werd echter nooit om die reden weggestuurd."

W.C. Pieterse, uit Koegras, over de tijd dat Wim ondergedoken zat:
Ditmars, die ik leerde kennen al Wijhtman, was in september 1943 ondergedoken bij de landbouwer D. de Graaf te Koegras. Hij verzocht onder te mogen duiken en deed dit onder de naam Wijtman. Deze boer vond het, begraven uniform, met daarop de SS tekens en op het jasje in witte letters op een zwart bandje “Legion Niederlande”.

Aldus Wim: “In november 1943 bezocht ik mijn ouders in Wormer, die mij eigenlijk steeds gesteund hadden. Ik was op dat moment, geestelijk gezien, een wrak. Noem me maar een zenuwpatient.”

Bij zijn thuiskomst blijkt voor hem het één en ander veranderd te zijn. Zijn dorp is zijn dorp niet meer. Door lid te worden van de NSB, waarvan eind 1943 inmiddels wel duidelijk was geworden, waartoe de leden van die club in staat kunnen zijn, met name door de jodenvervolging en de jacht op onderduikers, kunnen zij bij de meeste Nederlanders geen goed meer doen. En dan ook nog voor de Duitsers aan het oostfront gaan vechten! “Als dát geen landverraad meer is, dan weet ik het niet meer!”, Zullen velen gezegd of in ieder geval gedacht hebben.
Wim die de afgelopen winter genoeg had meegekregen van de gruweldaden van de oorlog, waar met name hele dorpen, alwaar zij doorheen trokken, waren vernietigd, door ze geheel af te branden, massa-executies, martelingen, mishandelingen en verkrachtingen orde van de dag waren. Dat was niet zoals Wim het zich had voorgesteld. Daarom doet hij zijn uiterste best om in Nederland voet aan de grond te krijgen. Het werken op het land bij boeren was voor hem niets. Lichamelijk veel te zwaar, terwijl hij zelf vond dat hij in het verzet meer kon betekenen voor Nederland.

Of zijn er nog meer of andere redenen voor zijn verblijf in Nederland?

Omdat het hoofdstuk zoals ik het genoemd heb “Een man van Uitersten” nu ook extreem wordt en ik behalve de gegevens uit de boeken, ook de verklaring van Wim, maar ook verklaringen van getuigen ga gebruiken, zal ik mij enorm moeten concentreren om zoveel mogelijk neutraal in het verhaal te blijven. Er zijn bijna nergens binnen de verzetsbeweging in Enschede, zoveel tegenstellingen over hem. De één sluit hem in zijn armen en vertrouwt hem volkomen, de ander heeft nooit iets met hem te maken willen hebben, uit angst door hem verraden te zullen worden.
 
Twijfelen tussen de navolgende woorden: spijt, overdreven dadendrang, zijn fouten herstellen, zich miskent voelende, dubbelrol? Verraad? Maar ook een grijs gebied, waar niemand iets van weet……
Alle woorden komen bij de verzetsmensen, met wie hij contact heeft naar voren…….

 


 

Naar boven

<<<<<<<                                                                     >>>>>>