De dood van Johannes ter Horst deel 2

Verhoor Johannes ter Horst:
Johannes was in het bezit van een pistool. Dat valt door hem niet meer te ontkennen. Het persoonsbewijs dat Johannes bij zich had, is vals of vervalst, maar de S.D. heeft dat niet in de gaten. Het staat op naam van:

Johannes ter Horst, Bloemendaalstraat 36 te Enschede, van beroep: grenscommies.

Johannes had meer vervalste legitimatiebewijzen. Hieronder eentje van hem, die door mij in de administratie van "Blonde Piet" werd aangetroffen:



Ik ga er van uit dat het verhoor is gegaan, zoals dat gebruikelijk was door mensen van de S.D. die een onwillige verdachte hebben en in dit geval nog wel een terrorist, die één van hun mensen heeft neergeschoten en hun ook heeft beschoten tijdens zijn vlucht. De toenmalige chef S.D. de heer Schöber, doet in zijn verhoor, na de oorlog, voorkomen alsof Johannes vanzelf is gaan praten. Dit zal zeker niet het geval geweest zijn en het zal meer als volgt zijn gegaan:

"Sigaretje?" Er wordt eerst rustig op Johannes ingepraat. Even uittesten of dat een goede methode is. Soms lukt dat......Vragen worden gesteld: "Wie ben je en wat doe je. Bij welke organisatie hoor je en waar is die gevestigd?"
Johannes weet op dat moment eigenlijk al dat het voor hem voorbij is. Misschien hoopt hij nog op een bevrijdingsactie van zijn jongens. Maar hij ziet ook wel in dat, gezien de strenge bewaking, dit bijna onmogelijk zal zijn. Hij weet dat hij in ieder geval de 2 X 24 uur, moet zien door te komen zonder iets te zeggen. Dan kunnen zijn mannen het hoofdkwartier ontruimen en onderduiken....
Maar ook de mensen van de S.D. weten uit ervaring, dat hoe langer het duurt voordat ze iets uit een arrestant krijgen, des te lager de kansen worden om hier profijt uit te kunnen slaan.


Verder wordt in genoemd verhoor, van de voormalige S.D. chef Schöber, gesuggereerd dat Johannes in het bezit was van tientallen getypte berichten, bestemd voor het hoofdkwartier met daarop de namen, waarmee zij vervolgens aan de slag konden gaan. Of dit waar is betwijvel ik ten zeerste. Volgens mij wilde hij met zijn verklaring verbloemen, dat de informatie op een heel andere manier werd verkregen, namelijk door marteling!.
Onwaarschijnlijk lijkt het mij ook, dat de leider van de KP zelf! berichten wegbrengt naar..., ja waar naar toe?. Hij komt van het hoofdkwartier en de berichten zouden bestemd zijn voor het hoofdkwartier. Op het hoofdkwartier is het Jedburghteam, onder leiding van majoor Brinkgreve aanwezig. Zij onderhouden met hun radio contacten met de gealieerden en mogelijk ook met Londen.
Verder worden de berichten, na opgedane slechte ervaringen, uitsluitend verstuurd, via koeriersters, onopvallende jonge vrouwen, op hun fiets. Ook de vrouw van Johannes, Hermina Schreurs, vervulde deze taak.


Wanneer de mensen van de S.D., die het verhoor doen, niet verder komen met hun arrestant, besluiten ze het op een andere manier te proberen.
"Wanneer je niet luisteren wilt, en niet wilt vertellen, wie je bent en tot welke groep je behoort, moeten wij methoden gaan gebruiken die zeer pijnlijk zijn. Het zal je zoveel pijn gaan doen, dat je vanzelf begint te praten!", zegt een S.D. man tegen Johannes.
Johannes houdt zijn mond. Dan beginnen de vreselijke mishandelingen. Eén van de medewerkers pakt een tang en anderen houden Johannes in bedwang. Met een ruk wordt de eerste nagel, uit één van zijn vingers getrokken. Johannes gilt van de pijn, huilt het uit, maar houdt zijn mond. Dan is de volgende nagel aan de beurt. Af en toe krijgt hij vuistslagen op zijn gezicht, waarbij de tanden door zijn lippen worden geslagen. Op het laatst heeft Johannes geen benul van tijd meer. Hij probeert met alle macht zij situatie op een rij te krijgen en denkt terug aan wat afgesproken is. Wanneer de 2 maal 24 uur, niet vol zijn te houden, onjuiste informatie geven, of informatie geven die moeilijk na te trekken is.


Waarschijnlijk zijn aan hem ook al wel namen voorgehouden van personen, die door de S.D. werden gezocht, onder andere die van Lancker en Blokzijl.

Johannes denkt: "Ik houd dit zo niet langer vol. Ik moet een oplossing zoeken om de Duitsers tevreden te stellen. Koortsachtig laat hij zijn gedachten gaan. Wat kan ik zeggen? en wat beslist niet!  "Eh... Blokzijl, die is ondergedoken. Hij is beslist niet op zijn huisadres, omdat hij ondergedoken is....Wanneer de Duitsers daar een inval doen en hem niet aantreffen, is iedereen binnen de L.O. en K.P. gewaarschuwd. Verder noem ik het adres van Lancker in Hellendoorn. Ook hij is daar niet omdat hij ondergedoken zit op het Hoge Hexel.....Zo doe ik het! Met mij is het toch gedaan......"

Zo zal het ongeveer gegaan zijn en niet zoals de verhoren van Schöber deden voorkomen dat Johannes direct is begonnen met praten, omdat hij door de mand was gevallen. Johannes houdt ook vol dat zijn beroep grenscommies is. Waarom zou hij dit simpele detail niet aan de Duitsers vertellen, dat hij in plaats van grenscommies, een bakker is? Mogelijk ook om weer vragen te moeten beantwoorden, hoe hij aan het valse persoonsbewijs komt. De Duitsers weten dat niet, dus hij zegt het ook niet. Dit geeft mij te denken dat Johannes bewust bezig is geweest tijdens het verhoor om de Duitsers op een verkeerd spoor te zetten om zo tijd te rekken. 

Op de vraag hoe Johannes aan het pistool komt, antwoordt hij dat hij dit wapen van Blokzijl heeft gekregen. Johannes doet dus voorkomen dat hij werkt voor deze Blokzijl. Uiteindelijk geeft hij ook toe dat de verzetsgroep waar hij deel vanuit maakt, een duiker bij Usselo heeft opgeblazen, maar ontkent dat hij, of Blokzijl daarbij aanwezig zijn geweest.

Blokzijl was werkzaam bij de L.O. (Landelijke Onderduikers Organisatie) en had niets te maken met sabotageacties. Deze Blokzijl, die toch al ondergedoken zat, kreeg door Johannes nog meer op zijn dak geschoven, kennelijk om niet meer namen te hoeven noemen.

De S.D. Enschede krijgt bericht.
Tot nu toe werd het verhoor van Johannes in Almelo gedaan, door het z.g. Kronenberger Kommando. Laat in de avond, wordt door iemand van dit Kommando naar de S.D. Posten Führer Karl Schöber, gebeld, waarbij Schöber geinformeerd wordt over de "vangst" die ze in Almelo hebben gedaan.
Dan vertrekken Schöber en zijn Kriminal-Assistent Adolf Becker, vanuit Enschede, naar Almelo, om het fijne van de zaak te horen. Becker is door de Hauptsturmführer Thomsen, leider van de Aussenstelle van de Sicherheits Polizei te Arnhem, speciaal voor onderzoeken, aangaande de illegaliteit van Arnhem, naar Enschede overgeplaatst..

In Almelo gekomen, wordt afgesproken, om de volgende ochtend, invallen te doen bij Lancker, aan de Ommerweg te Hellendoorn, welke inval gedaan zal worden door de S.D. Almelo en bij Blokzijl te Enschede, uitgevoerd door de S.D. van Enschede.
Becker, die in Johannes een zeer interessant persoon ziet om een onderzoek op te starten, is er zeker van dat hij via Johannes véél meer te weten kan komen over de illegaliteit in Twente. Daarom probeert hij Johannes mee naar Enschede te krijgen, maar dit wordt hem door Kronenberger geweigerd.
Dan wil Becker in ieder geval de processen-verbaal van verhoor inzien om zich een beeld te kunnen vormen. Ook dit wordt hem geweigerd.
Daarna vertrekken Schöber en Becker, ietwat ontevreden terug naar Enschede. In Almelo hebben ze een Enschedeer te pakken en komen er niet verder mee. Nu zijn ze afhankelijk van Almelo.


Arrestatie Roelof Blokzijl.
De volgende ochtend, zaterdag 23 september 1944, te omstreeks 07.00 uur, wordt het huis van Roelof Blokzijl, aan de Lipperkerkstraat 263 te Enschede, door een SD-Kommando, onder leiding van Karl Schöber, omsingeld en wordt de 56 jarige manufacturier Roelof Blokzijl, bijgenaamd "MAX", zijnde één van de leiders van de LO, gearresteerd en naar de Dienststelle van de S.D. aan de Tromplaan nummer 8 te Enschede gebracht.

 

Voormalig gebouw van de S.D. te Enschede, Tromplaan 8

Blokzijl, die in de loop der tijd een steeds belangrijkere rol in de onderduikers-organisatie vervulde en die in de zomer van 1944, samen met Wicher Mink, leider werd van deze organisatie, moest in die zomer noodgedwongen onderduiken. Dit duurde tot "Dolle Dinsdag" 5 september 1944. Hij kreeg het gevoel dat de bevrijding niet lang meer uit kon blijven, daarom besloot hij niet langer onder te duiken en gewoon weer naar zijn woning aan de Lipperkerkstraat in Enschede te gaan. Deze beslissing werd hem nu fataal....

Verhoor Roelof Blokzijl.
In een eerste verhoor dat Karl Schöber met Blokzijl doet, vraagt hij, of hij een zekere Johannes ter Horst kent. Blokzijl ontkent dit en zegt dat hij niets met illegaliteit te maken heeft. 
Schöber: "Maar in het notitieboekje dat u bij zich had, staat toch wel iets over een betaling aan de KP. Wat is dat dan?"
Blokzijl blijft ontkennen en zegt: "Ik weet niet waar u het over hebt!".

De actie in Hellendoorn.
Zoals afgesproken wordt ter zelfder tijd een inval gedaan aan de Ommerweg 24 te Hellendoorn. (zie foto)

Wat al door Johannes werd verwacht, is "Evert", zijnde kapitein Lancker, niet thuis. Helaas is zijn verloofde Ria Hermans wel aanwezig.

Ik ga nu over op wat de ex-verloofde van Lancker, genaamd Ria Hermans, hierover heeft verklaard tegen de journalist Jan Haverkate (publ. Tubantia 6 mei 1995)

Ria: "En toen kwam de inval. Ze kwamen voor "Ab" (Albert Lancker). Er waren nog anderen in huis. Mijn broer Rudolf onder andere en een joodse onderduiker, maar die hebben ze niet meegenomen. Omdat Ab er niet was, moest ik mee.
Ik moest me aankleden en werd weggevoerd naar een auto. Onderweg zeiden ze tegen mij dat ze me zouden doodschieten op een kruispunt in het dorp, om een voorbeeld te stellen. Ze zijn ook ergens gestopt, maar uiteindelijk reden ze toch weer door en brachten me naar hun kantoor, waar ze me in een kamertje opsloten."


Waarom juist Ria werd meegenomen en de S.D. mensen de twee andere aanwezigen in de woning ongemoeid lieten, kan misschien afgeleid worden uit het feit dat er een briefje werd aangetroffen waaruit de S.D. mannen op konden maken, dat Ria de vriendin van Lancker was. Waarschijnlijk door de bedreigingen in de S.D. auto onderweg, waarover zij het zelf ook heeft, vertelde ze al informatie over het hoofdkwartier in Zenderen, want goed en wel terug in het gebouw van de S.D. aan de Bornsestraat, wordt ad hoc een team samengesteld dat, na het vinden van het hoofdkwartier, de overval zal plegen.
Op het moment dat Ria op een kamertje wordt ingesloten, is Johannes ter Horst ook nog in dit gebouw....


Ria vervolgt: "Ik was doodsbang. In het kamertje, waar ik werd opgesloten, vond ik een scheermes, dat waarschijnlijk achtergelaten was door iemand die voordien in het kamertje opgesloten was. Ik weet nog dat ik het mes verstopt heb en bij mezelf dacht; "wanneer ze me wat doen en ik kan ik er niet meer tegen, maak ik er een eind aan!". In het kamertje hebben ze me een paar uur laten zitten en later op de dag opgehaald voor een eerste verhoor.

Verhoor van Ria Hermans.
Ria over dit verhoor: "Daar herinner ik me niet veel meer van. Ik weet alleen nog dat de Duitsers tegen het middaguur terug kwamen en onderling een geweldige ruzie kregen. Daarna begonnen de verdere verhoren. Alhoewel zoveel verhoren zijn dit niet geweest. Ik had weinig te vertellen, omdat ik ook maar weinig wist. Dat wat ik wist, hoorde ik niet van Ab, maar van mijn broer Jaap. In ieder geval ben ik níet bij de inval in Zenderen geweest!


Wist Ria helemaal niets van een hoofdkwartier van de KP? Zeker wel!

Ria: "Een paar weken daarvoor (vóór haar arrestatie) ben ik met Ab wel een keer in Zenderen geweest. We werden toen door de mannen van de KP opgehaald met de auto. Ik herinner mij nog dat hij (Lancker) daarover boos werd. Als ze ons bezochten, kwamen ze (KP) altijd met auto's voorrijden. Ab vond dat gevaarlijk, want met auto's viel je op. Die ene keer dat ze ons ophaalden, hebben ze ons via allerlei binnenweggetjes naar het huis gebracht. Dat het huis in Zenderen stond, wist ik zelfs niet. Ze hadden het in de auto alleen over Lidwina, maar ik dacht eerst nog dat het een vrouw was, die ook in het verzet zat. Dat het een huis was, merkte ik pas toen Ab, na de bespreking terugkwam bij de auto. "En, was ze leuk gekleed?" vroeg ik hem. Hij keek me aan of hij het in Keulen hoorde donderen. Tijdens de bespreking mocht ik niet mee naar binnen. Ik moest in de auto wachten. Die hadden ze ergens in de buurt op een bospad geparkeerd. Iets van een huis, een hek, of een tuin heb ik niet gezien. Ik weet alleen dat het verschrikkelijk lang duurde."

Ria kende dus de combinatie Zenderen - Lidwina. Van alles kon ze zich in detail herinneren, alleen van haar verhoor kon ze zich maar weinig herinneren. Kan ze die plaatsnaam en de naam van het huis genoemd hebben? In Zenderen is Lidwina al snel te vinden wanneer je in het dorp informatie hierover inwint.
In ieder geval staat haar verklaring lijnrecht tegenover hetgeen wordt vermeld in het boek "De Illegalen".
Daarin de navolgende versie:


Inval op het hoofdkwartier van de KP, huize Lidwina te Zenderen.
Te omstreeks 10.30 uur komt Ria aan op de Dienststelle van de S.D. aan de Bornsestraat te Almelo. Uit alle macht wordt daar personeel gemobiliseerd en drie auto's geregeld. Het zal een uurtje later geweest zijn, wanneer een 12 man sterke groep Duitsers, op aanwijzing van Ria Hermans richting KP-hoofdkwartier rijden.
Niet direct wordt Lidwina gevonden. Een aantal keren rijdt de kolonne auto's verkeerd.
Uiteindelijk, het zal tegen 11.00 uur, geweest zijn, wanner Ria zegt: "Ik geloof dat het hier is!", daarbij wijzend op het toegangshek van Lidwina. De Duitsers zijn zo gebrand op succes, dat zij geen planning maken hoe zij de zaak aan zullen pakken. Ook weten ze niet hoeveel mensen daar aangetroffen kunnen worden, of ze bewapend zijn en hoe de plaatselijke situatie daar is. Ze hebben bloed geroken en gaan door...!

 

     Op op bovenste foto het pad richting Lidwina en daaronder het toegangshek


Op dat moment op het KP hoofdkwartier.
Niet alle zaken konden die vorige avond meegenomen worden. Daarom zijn er een aantal KP'ers aanwezig. Ze zijn die ochtend, te omstreeks 08.00 uur, teruggekomen, of hebben daar de nacht doorgebracht en zijn weer bezig gegaan om de ontruiming af te ronden en wanneer dat in de loop van de ochtend gedaan is, nog één maal goed rondkijken of er geen sporen achter gebleven zijn.
De aanwezigen zijn: Daan Hillenaar, Koos Michel, Dirk de Ruiter, Chiel Ploeger, Coen Hilbrink en de vader van Coen, genaamd Sietze. Hier is dus niemand van de KP Twente bij aanwezig.
Op het moment dat de auto's van de S.D. het hoofdkwartier naderen, is op Lidwina alles verzameld. Chiel Ploeger zegt dat hij de auto gaat halen, zodat alles ingeladen kan worden. Juist op dat moment gaat de bel bij Lidwina, ten teken dat er een auto de poort binnen komt rijden. Het is dan nog ongeveer 100 meter tot de villa. De weg gaat door een bosperceel.

 


Een oude roestige pijp, met oude stroomdraden, aan de rechterzijde van de toegangspoort. Is dit nog een overblijfsel van de alarmering?

Op dat moment is iedereen gealarmeerd en bij het zien van aankomst van de Duitse auto's, schiet Daan Hillenaar, zijn pistool leeg. Ze hebben niet meer de beschikking over de "stenguns", want die zijn allemaal, of reeds vervoerd, of ingepakt. 
Chiel Ploeger, die de auto op wil halen en op dat moment in het bos loopt, wordt over het hoofd gezien. De Duitsers lopen hem voorbij en komen steeds dichter bij de villa. Dan werpt Daan een handgranaat in de richting van deze Duitsers, waardoor zij genoodzaakt zijn om dekking te zoeken. Hier maakt Daan dankbaar gebruik om in de richting van het weiland te rennen en springt vervolgens in een sloot. Koos Michel, die zevens in dezelfde richting vlucht, rent over de, vlakbij gelegen, spoorbaan. Chiel blijft waar hij is, in het bos aan de voorzijde en blijft roerloos liggen.
Een andere vluchtende wordt door de Duitsers dodelijk geraakt. Dit is Coen Hilbrink. Op het moment dat hij wordt neergeschoten, heeft hij zijn pistool met twee patronen en een handgranaat bij zich.
Een andere vluchtende is Dirk Ruiter. Hij wordt aangeschoten, doch niet dodelijk gewond, waarna hij wordt overmeesterd.
Sietze Hilbrink, de vader van Coen, die zich in de tuin, achter een paar bosjes had verstopt, wordt ook ontdekt. Voordat hij zijn handen in de lucht steekt, ziet hij nog kans "iets" in de vijver te gooien.
Verder zijn er nog twee vrouwen aanwezig, die de afgelopen nacht gekomen waren om te helpen met ontruimen. Dit zijn Hermina ter Horst - Schreurs, de vrouw van Johannes ter Horst, bijgenaamd "Minie" en Jo Krabbenbos. Beide vrouwen zijn als koeriersters werkzaam voor de K.P.
Ze worden door de Duitsers gearresteerd en ter plaatse gehoord. Dit gaat niet zachtzinnig. Beiden worden hevig mishandeld, maar zij blijven bij hun verklaring dat ze nog maar net waren aangekomen. De één zou dienstdoen als "dienstmeisje" en de ander als "wasvrouw", die zojuist de was op wilde halen.

De Duitsers treffen automatische geweren, Amerikaanse uniformen, munitie en handgranaten aan.....
Het is inmiddels 13.00 uur geworden en de Duitsers hebben alles onder controle. Een van hen krijgt de opdracht om naar Almelo te rijden en aan de commandant verslag te doen van het grote succes. De Commandant Kronenberger, laat zich, nadat hij het verhaal heeft aangehoord, naar Zenderen rijden.
Na zelf een kort verhoor te hebben gedaan, geeft hij het bevel, de vrouwen vrij te laten, kennelijk gelovend wat beide vrouwen hem verteld hebben.


Toch wel een heel snelle beslissing, in vergelijking met Ria Hermans,

Met de twee andere mannen, die nog in leven zijn, heeft hij geen enkel medelijden en geeft opdracht beide mannen dood te schieten.

Wanneer Jo en Minie tegen 14.00 uur, vertrokken zijn, wordt Dirk Ruiter naar buiten geleid en voor de Wachtman, genaamd Buro geplaatst. Dirk staat met het gezicht richting Buro, op een afstand van ongeveer 4 à 5 meter. Buro richt zijn geweer op de borst van Dirk en vuurt. Dirk valt dan dodelijk gewond op de grond.

Herman Schrader heeft medelijden met de oude Hilbrink, wiens zoon zojuist ook is doodgeschoten en vraagt aan Sietze: "Hebt u iets te zeggen? Ik zorg er dan voor dat u niet wordt doodgeschoten!" Sietze kijkt Schrader aan. Schrader ziet dat Sietze aan zijn hoofd gewond is. Dan zegt Sietze: "Ik heb u niets te vertellen!" Hierna wordt ook hij naar buiten gebracht en tegenover Buro geplaatst. ook deze keer heeft Buro er kennelijk geen enkele moeite mee, om een mens, van zo dichtbij dood te schieten.
Zijn chef vindt Buro een dappere man, daarom wordt hij voor zijn gepleegde fusillades, beloond met het horloge van de oude man.
Nadat de lijken in de villa worden neegelegd, wordt met behulp van springstof de hele villa opgeblazen.

 

  


De mannen van het Jedburghteam hebben de overval op een afstand gadegeslagen en keren terug naar de boerderij, waar ze de nacht hebben doorgebracht. 

S.D. te Enschede hoort van de inval op Lidwina.
Te omstreeks 14.30 uur, waarschijnlijk pas na de inval op Lidwina, belt Becker naar Konenberger in Almelo en vraagt hoe de zaken ervoor staan.
Kronerberger zegt dat ze "een groot succes" gehad hebben in de terrroristenbestrijding. Als Becker er meer van wil horen, moet hij maar naar Almelo komen. Becker stapt in de auto en komt tegen 15.00 uur, bij het gebouw van de S.D. in Almelo aan. Daar vertelt Kronenberger hem uitvoerig en vol trots wat er allemaal is voorgevallen. Becker probeert, nu Kronenberger zo opgetogen is, over te halen om Johannes aan Becker over te dragen.


Gezien de ervaring, die Becker heeft opgedaan, in het opsporen van illegalen, weet hij dat dit alleen met succes gedaan kan worden, wanneer gebruik gemaakt wordt van verklaringen van arrestanten en het infiltreren in deze kringen. Kronenberger heeft alle mogelijkheden om zeep geholpen. De arrestanten werden ter plaatse doodgeschoten en de twee vrouwen, na een kort verhoor heengezonden. Becker zal Kronenberger duidelijk hebben gemaakt dat die twee vrouwen, ook al is dat maar personeel, waardevolle informatie hadden kunnen verstrekken over, het aantal leden, die op Lidwina aanwezig waren, hun namen, voornamen, bij/schuilnamen en wat zij zoal meegkregen hadden. Dit is nu dus niet meer mogelijk. Waarschijnlijk krijgt Becker daarom Johannes ter Horst mee naar Enschede.

Johannes ter Horst wordt naar Enschede overgebracht.
Dan neemt Becker de gewonde en mishandelde Johannes in zijn auto mee naar het gebouw van de S.D. te Enschede. Het is tegen 16.00 uur, dat zij daar aankomen.
Eerst laat Becker de schotwond van Johannes opnieuw verbinden en dan brengt hij hem naar de kamer, waar Blokzijl opgesloten zit. Deze confrontatie brengt Becker niet verder. De verklaringen die Ter Horst en Blokzijl afgeven, maken hem wanhopig.
Blokzijl, die ook ziet dat Johannes zwaar mishandeld is, denkt bij zich zelf, dat wat "die beesten" in Almelo gedaan hebben, zullen ze zeker in Enschede niet doen. Blokzijl is tot op dat moment netjes behandeld. Becker heeft al veel verhoren meegemaakt, maar hij kan uit Blokzijl niet de gewenste informatie krijgen. De hele dag heeft hij moeten luisteren naar zijn geloof en geloofsovertuiging. Als laatste poging laat hij twee N.S.B.'ers, onder wie Mensink, bij Blokzijl in de cel, om hem te ontmaskeren.
Mensink maakt Blokzijl duidelijk dat hij zich niet langer hoeft te verschuilen. "We weten wie je bent! Ik ken jou en weet wat je doet!"
Blokzijl: "Dan hoef je ook niet meer te vragen als je het al weet. Ik weet ook wat jij doet en je straf zul je ervoor krijgen!"

Na deze laatste poging, moet Becker zijn chef Schöber wel in kennis stellen met het feit dat hij met die twee mannen niet verder komt. Hierna belt Schöber persoonlijk met zijn chef Thomsen in Arnhem en deelt hem de resultaten mede.
Het gesprek zal ongeveer als volgt gegaan zijn:

Schöber: We hebben hier twee vooraanstaande figuren van het verzet te pakken, alleen krijgen we niet de juiste informatie om het verzet in Enschede op te rollen. Kunt u het e ens proberen? Misschien hebt u meer mogelijkheden".
Thomsen, die de gealieerde troepen, bij hem in Arnhem als het ware op de stoep ziet staan, antwoordt: 
"Luister eens. Ik heb op dit moment genoeg aan mijn hoofd. De vijand dreigt Arnhem in te nemen en dan kom jij met zoiets! Ik beveel om die twee nog vanavond dood te schieten! Is dat begrepen?"
Schöber:"Tot uw orders!"

Dat is dus het doodsoordeel voor zowel Johannes ter Horst, als voor Roelof Blokzijl. Andere mogelijkheden zijn er niet meer. Hopen ze nog steeds op een bevrijdingsactie van hun kameraden? Waarschijnlijk wel. Johannes heeft zelf al zo vaak de kolen uit het vuur gehaald en schijnbaar onmogelijke zaken tot een goed einde weten te brengen.........


Het doodsoordeel.
Schöber gaat dan persoonlijk naar Ter Horst en Blokzijl en zegt hun aan, dat ze nog dezelfde avond de kogel zullen krijgen. Johannes reageert gelaten. Hij heeft er al rekening meegehouden dat zijn aardse leven nu ten einde loopt.
Blokzijl, die er nog niet vanuit is gegaan, dat hij zijn arrestatie met de dood moet bekopen, zegt tegen Schöber:
"Mijn God, dat doen jullie Duitsers toch niet?"


Johannes ter Horst en Roelof Blokzijl gefusilleerd.
Het is 22.00 uur, wanneer Schöber en Becker, Johannes en Roelof, uit hun cel halen.
"Het is tijd. Jullie weten wat jullie te wachten staat!" zegt Schöber.
Inderdaad begrijpen beiden dat ze nog maar kort te leven hebben. Het enige waarin beiden nu nog hun verwachten hebben, is hun gezamenlijke God. Beiden geloven ze dat deze God een doel heeft met hun dood. Onderweg doen zij een gebed en verder rijden de vijf mannen zwijgzaam in twee auto´s richting Haaksbergen. Voorbij de kerk aan de Haaksbergerstraat, waar Johannes zijn hele leven naar toe is gegaan......Verder rijdende, tot ongeveer 20 meter voor de tweede duiker in de Haaksbergerstraat, (nabij de afslag van het crematorium) alwaar de auto stopt. Johannes kent deze plaats. Hij en zijn KP jongens hadden geprobeerd deze duiker te springen, zodat verkeer over de Haaksbergerstraat onmogelijk zou worden. Deze sabotageactie was maar ten dele gelukt...
Johannes en Roelof moeten uitstappen en vervolgens op deze duiker, rechts van de weg, in de berm, naast elkaar gaan staan.
Vervolgens neemt Schöber plaats tegenover Ter Horst en Becker tegenover Blokzijl halen hun pistolen tevoorschijn en richten die op de mannen.
Er valt niet veel meer te zeggen. In een flits gaan hun gedachten terug naar hun geliefden, die ze nu achter moeten laten. Er is nu geen hoop meer en geen redding.
Johannes, die Schöber aankijkt, terwijl deze het pistool op hem heeft gericht, hoort een knal en ziet een flits uit dat wapen komen. Een hevige stekende pijn in zijn borst voelende, bemerkt hij dat de krachten uit hem wegvloeien, terwijl hij vervolgens nog door enkele afgevuurde kogels wordt getroffen, op de grond valt. Alles wordt wazig om hem heen. "Lieve God, help me!" denkt hij nog en verliest dan het bewust zijn, om korte tijd later in de berm van de weg te sterven. Ook Roelof, die Johannes op de grond ziet vallen, ondergaat kort daarop ditzelfde lot........ 

Johannes Gerhardus Huls, die als "Polizeihilfe" bij de Sicherheitsstelle Enschede dienst deed, was ook mee, maar moest in de auto blijven zitten Na het horen van de schoten wist hij dat de excecutie zujuist voltrokken was. Het duurde nog even voordat Schöber en Becker weer bij de auto´s kwamen, omdat hij er zeker van wilden zijn dat de dood was ingetreden.

De lichamen worden gevonden.
Het is zondag, de 24e september, tegen  09.00 uur, wanneer Lambertus Borske, wonende aan de Spoordijkstraat 80 te Enschede, bij de polite kennis geeft, dat aan de Haaksbergerstraat, nabij de eerste beek, twee lijken liggen. Volgens hem zijn dit Nederlanders.
De wachtcommandant geeft deze mededeling door de aan hoofdinspecteur Van der Wal. Deze geeft opdracht, dat de rechercheurs Van Veen en Van Gendt ter plaatse gaan. Ook de kapitein Korpschef Berends krijgt bericht en zegt dat ook hij er ook heen zal gaan.

 



Over de juiste vindplaats lopen de meningen uiteen. Blonde Piet hield het na de oorlog op de duiker verder halverwege Haaksbergen in de S-bocht. Terwijl de vindplaats op de duiker over de Rutbeek, kort na Usselo ook genoemd wordt (zie foto). Wanneer je de woorden van Lambertus Borske woordelijk neemt, kom je bij de duiker van de Boswinkelbeek, komende vanuit Enschede, kort voor de kruising van de Haaksbergerstraat met de Usselerrondweg uit. Waarschijnlijk is deze laatste locatie de meest juiste alwaar de lijken van Johannes en Roelof werden aangetroffen


Te omstreeks 09.30 uur, is de politie ter plaatse. Onder hen is ook Korpschef Berends. Na het zien van de lijken, neemt hij telefonisch contact op met de S.D. te Enschede, om aan hen te vragen of zij meer weten van deze lijken. Berends krijgt te horen dat het in deze gaat om terroristen, die afgelopen nacht door de S.D. zijn doodgeschoten. Onder meer omdat zij enige dagen tevoren, de duiker, waarop zij nu liggen, gepoogd hadden op te blazen. De S.D. geeft vervolgens de namen van deze twee personen aan Berends door:

Roelof BLOKZIJL, geboren te Ambt Hardenberg, 13 juli 1888, winkelier in manufacturen, wonende te Enschede, Lipperkerkstraat 265.

Johannes ter HORST, geboren te Enschede, 1 april 1913, grenscommies, wonende te Enschede, Bloemendaalstraat 36.

Na dit gehoord hebbende, laat Berends geen verder onderzoek meer doen en laat de lijken overbrengen naar het mortuarium van ziekenhuis te Enschede.
Het wordt door de S.D. verboden om de lijken te tonen aan familie en/of andere personen. Te meer omdat Johannes uiterlijke tekenen van zware mishandeling vertoont.
Het is inmiddels 10.00 uur. Voor de vermelding in het dagrapport, krijgt de wachtcommandant, van de korpschef Berends, nog de volgende informatie door:
"Beiden zijn ter plaatse van vinding "standrechtelijk berecht". De lijken zijn vrijgegeven en naar Ziekenzorg overgebracht. Slothouder heeft de families in kennis gesteld. De meldingen zijn verricht door de telexiste.

De familie's krijgen bericht.
Het is omstreeks 09.15 uur, wanneer de ouders van Johannes naar de Gereformeerde kerk aan de Haaksbergerstraat lopen. Moeder geeft aan vader te kennen, dat de mensen nogal vreemd doen en legt direct een verband met Johannes. "Er zal toch niet iets met hem zijn?" Vader wordt boos op haar en wil van haar opmerkingen niets weten.

Tegen 11.00 uur, zijn de ouders van Johannes weer thuis, in hun woning aan de Kuipersdijk 123 te Enschede. Dan komt dokter Kok, bij hen aan de deur. "Ik moet u mededelen dat uw zoon Johannes, afgelopen nacht om het leven is gekomen. De details ken ik ook niet. Ik kan u alleen dit bericht overbrengen". zegt de dokter.

Zo vaak zijn de ouders al bang geweest dat er iets met Johannes zou gebeuren. Nu is het dan zover. Groot verdriet heerst er in de familie Ter Horst.
"Mogen we Johannes zien?" vraagt moeder. De dokter antwoordt dat dat door de S.D. is verboden en dat er niemand bij mag. Tevens deelt hij mede dat Johannes in het mortuarium van ziekenhuis Ziekenzorg ligt."

Diezelfde zondagmorgen lopende uit de kerk, zegt de dochter van Roelof Blokzijl, wiens man tevens, bij de inval in hun woning aan de Lipperkerkstraat, werd gearresteerd, tegen haar moeder:
"Ik wil uitvinden waar "ze" (Haar man en haar vader) zijn. Als ze niet in Enschede zijn, dan ga ik naar Almelo enzovoorts, tot ik weet waar ze zijn en dan moet de K.P. zien dat ze hen verlossen kunnen".
Wanneer ze weer thuis zijn, laat de dochter andermaal weten, dat wat er ook gebeurt, zij op onderzoek uit zal gaan. Haar schoonvader, die op dat moment ook in de woonkamer is zegt dan: "Dan ga ik met je mee!"
En zo gaat de dochter, met haar schoonvader naar het politiebureau in Enschede. Daar aangekomen, zegt ze tegen een politieman:
"Wij komen voor mijn man en voor mijn vader Roelof Blokzijl. Wij willen weten wat er met hen gebeurt en waar ze zijn!" "Gaat u maar even zitten", zegt de politieman. Dan komt er een andere politieman, die hen te woord staat:
De politieman: "Wat kan ik voor u doen?" "Gisteren heeft de Sicherheits Dienst een inval in ons huis gedaan en mijn vader en mijn man meegenomen. Ik wil weten waar ze zijn. Waar zijn mijn vader en mijn man?" zegt ze vrouw.
De politieman: "Je man is hier, maar je vader is hier niet geweest.... die is dood!"
" Wat?....dan hebben ze hem doodgemaakt, want gisteren was hij nog okay!", antoordt de vrouw. De politieman: "Ja, maar het was zijn eigen schuld. Dan had hij die jongens maar geen opdracht moeten geven om bruggen enzovoorts op te blazen!"

Korte tijd hierop worden de twee, in het politiebureau, ingesloten familieleden van Blokzijl weer vrijgelaten.

Blonde Piet bekijkt het lichaam van Johannes.
Piet Alberts, die twee dagen daarvoor, na het ontruimen van Lidwina, naar Enschede was vertrokken en direct met zijn vrouw Annie onderdook, heeft inmiddels ook vernomen dat Johannes en Roelof zijn doodgeschoten en hun lichamen naar het mortuarium van het ziekenhuis Ziekenzorg werden gebracht. Ook gaan er reeds geruchten dat Johannes ernstig mishandeld was en dat daarom niemand hem mocht zien.
Piet kan er zich geen voorstelling van maken wat hij zich bij deze "mishandelingen" voor moet stellen en zijn drang om duidelijkheid te krijgen wordt zo sterk, dat hij besluit om zelf te gaan kijken. In het ziekenhuis, gaat hij op weg naar het Mortuarium en wil daar naar binnen gaan. "Hallo, waar gaat u naar toe?", hoort hij een verpleegster zeggen. "Ik wil het lichaam bekijken van Johannes ter Horst, dat hier binnen is gebracht", anwoordt Piet.
De verpleegster: "Ik mag u daar niet bij laten. Dat is opdracht van de Sicherheitsdienst! Ze zeiden, wanneer wij dat toch zouden doen, wij dezelfde behandeling zouden krijgen als deze mannen. Dus het gaat mooi niet door!"
Piet: "O jawel hoor. Ik ga nu naar binnen en jullie houden mij niet tegen. Ga maar weg en doe alsof je mij niet hebt gezien. Dan heb je ook geen verantwoording af te leggen!"
Zonder het antwoord af te wachten, loopt Piet naar binnen en bekijkt daarna het lichaan van Johannes. Hij ziet de verwondingen. Volledig kapot geslagen gezicht en van verschillende vingers waren er nagels uitgetrokken. Ook zijn er vingers gebroken.

Geheel overstuur en vol woede, verlaat hij het ziekenhuis......In zijn latere leven wilde Piet hierover nooit meer spreken........

Begravenis van Johannes en Roelof.
Op woensdag 27 september 1944, wordt Johannes ter Horst begraven. Alleen de ouders, broertjes, zuster en wat familie, zijn daarbij aanwezig. Geen verzetsvrienden. Het is te gevaarlijk. Bij deze begravenis zijn ook mensen van de S.D. aanwezig, die eventuele verdachte personen direct zullen arresteren. Ook een aantal verraders, zijn er, die bij herkenning, deze personen direct aan de S.D. mannen door zullen geven.

 

Het is ook de dag dat de Duitsers een overwinning boeken, door de gealieerde troepen, die ten noorden van de Rijn, bij Arnhem waren geland, te verslaan. De bevrijding lijkt weer héél ver weg.

Op vrijdag 29 september 1944, komt het illegale krantje "Trouw" uit. Daarin staat o.a. het volgende te lezen:
Woensdag werd Johannes ter Horst, oud 31 jaar en Roelof Blokzijl, oud 56 jaar, ten grave gedragen. Geen vlag dekte de baren. Geen saluutschoten werden gelost, toen de kisten in het graf daalden. Zij vielen voor de zaak van God".

 

 

Naar boven

<<<<<                                                   >>>>>