De dood van Johannes ter Horst deel 1

 

 

De laatste dagen van Johannes ter Horst.

 

Over de arrestatie van Johannes ter Horst is veel te lezen in mijn online te lezen digitale boek en op de website over Johannes ter Horst. Toch voel ik mij, gezien de nieuwe informatie die ik gekregen heb, genoodzaakt dieper op deze zaak in te gaan. Niet alleen omdat het een tragisch gebeuren is dat het aan deze verzetsheld niet werd vergund om de bevrijding mee te maken, maar in belangrijke mate ook om de woorden "doorslaan" en "verraad". Twee woorden die zo héél verschillend lijken, maar in werkelijkheid héél dicht bij elkaar liggen en voor een mens in belangerijke mate zijn hele levensloop kan uitmaken.

Verhuizing naar Zenderen.
Na de mislukte overval op het politiebureau in Enschede, werd het hoofdkwartier "De Holterhof", zo dicht bij de stad Enschede gelegen, te gevaarlijk. Korte tijd daarop verhuist de KP Enschede definitief naar het hoofdkwartier van de KP Zenderen, dat al snel een bolwerk wordt van verschillende Knokploegen. Die van Zenderen zelf, van Enschede en later ook van de Achterhoek. De Knokploeg van Almelo blijft op zijn plaats, maar krijgt van daaruit wel zijn opdrachten.


Op de foto links boven het voormalige landhuis "Lidwina", rechts daarvan een googlefoto van het gebied heden te dage (ong. 2006) en daaronder de situatie in de veertiger jaren van de vorige eeuw.

Knokploegen / RVV.
In Salland is hoofdzakelijk de Raad van Verzet actief (RVV) onder leiding van de Kapitein Lancker. Het botert niet tussen de KP's en de RVV. Er heerst rivaliteit, afgunst en er zijn misverstanden.
Het onstaan van deze organisaties zijn ook heel anders. De RVV gaat er prat op, vanuit Londen opgericht te zijn. Dit is ook inderdaad het geval en de RVV, bestaande uit vele kleine verzetsgroepen, beschikt over radioverbindingen met Engeland. Zij conentreren zich voornamelijk op het moment dat de invasie plaats zal vinden. Dan zullen zij hun opdrachten vervullen om het de Duitsers zo moeilijk mogelijk te maken en die voorzorgsmaatregelen nemen dat b.v. bruggen niet door de Duitsers gesprongen zullen worden. Natuurlijk doen ze ook ander werk zoals onderduikers helpen, pilotenhulp en dergelijke zaken. Het ontbreekt hen in de maand augustus 1944, nog aan wapens en ze wachten met smart op een zending vanuit Engeland.

De KP is ontstaan uit de behoefte van de Landelijke Onderduikers Organisatie (LOO) om mannen te hebben die het wagen om distributiekantoren te overvallen om zodoende bonkaarten voor de onderduikers te bemachtigen, al snel gevolgd door de activiteiten, waarover op deze site te lezen is.

Kapitein Lancker verafschuwt het doldrieste optreden van de KP, die met hun auto met ingebouwde mitrailleur dag en nacht door het Twentse land razen en menige wegcontrole al schietende met deze mitrailleur passeren. Ook ergert hem dat de KP-jongens bij hem voor de deur stoppen met een auto. Hij vindt dat levensgevaarlijk en waarschijnlijk heeft hij daar dan ook wel gelijk in.                      
Tevens zijn de KP-jongens in leeftijd gemiddeld veel jonger dan de RVV mensen.

De KP- jongens op hun beurt, vinden het optreden van Lancker, in hun ogen, maar slap en hij is als officier te autoritair. En dan gaat hij ook nog om met zo'n "Haagse Kakmadam".  (Hiermee wordt zijn vriendin Ria Hermans bedoeld.)

De bakker Johannes ter Horst moet dus niets hebben van kapitein Lancker en omgekeerd kan Lancker het niet accepteren dat een "bakkertje" de leiding heeft over zo'n inmiddels grote organisatie, die zonder "sturing" vanuit Londen aan het opereren is.

Gesprek tussen Johannes ter Horst en kapitien Lancker.
Veel mensen binnen het verzet, schudden hun hoofden over deze onderlinge tweestrijd. Onder andere de leider van de Pilotenhulp-oraganisatie, de in Hengelo wonende Fransman Jules Haeck, dringt er zowel bij Lancker als Ter Horst op aan, om samen te werken. Alleen zo kan de vijand bestreden- en goede hulp geboden worden. Kort daarop vindt er in het hoofdkwartier van de RVV, in een huisje aan de Ommerweg te Hellendoorn, een gesprek plaats tussen Johannes en Albert Lancker, die de schuilnaam "Evert" heeft. Bij binnenkomst is het al direct mis, omdat Johannes vindt dat er te veel mensen bij aanwezig zijn.

 

Huis aan de Ommerweg te Hellendoorn, Albert Lancker en Johannes ter Horst.


Uiteindelijk praten Johannes en Albert onder vier ogen met elkaar. Na het gesprek en terugkomst op Lidwina deelt Johannes mede dat hij van verdere samenwerking met Lancker afziet omdat dit volgens hem te gevaarlijk zou zijn.

De KP-leden op Lidwina.
De verzetsgroep op Lidwina bestaat op dat moment uit de navolgende personen:

 

 

De leiders:  Johannes ter Horst (leider KP Enschede) en Cor Hilbrink (leider KP Zenderen) beiden op de foto. Verder:
Geert Schoonman, Jan Hillenaar, Gerrit Verbeek, Dirk Ruiter, Frans Kleinbrinke, Dirk van Harten, Koos Michel, Dolf Fleer, Piet Alberts, Henk Visser, A. Bakker, Jan Morsink, Jan Ekkel, Harry Saathof en Chiel Ploeger.

Eerste wapendropping voor de KP Twente.
Na de mislukte overval op het politiebureau in Enschede, op donderdag 31 augustus 1944, (op de verjaardag van de koningin), waar bijna de voltallige groep aan meewerkte, is het de dag daarop een drukte van belang, wanneer via de radio het bericht binnen komt dat er voor de komende nacht een dropping plaats zal vinden op het afwerpterrein in Tilligte. In de nacht van zaterdag 2-, op zondag 3 september 1944, komen er 24 containers naar beneden, die verwerkt worden door de plaatselijke verzetsgroep uit Tilligte, waarna de wapens worden getransporteerd naar het hoofdkwartier Lidwina. Daar worden ze schoongemaakt en direct voor verschillende acties ingezet. 

Noodlottig ongeval.
Dat er bij het schoonmaken ook wel eens wat misgaat, blijkt uit tragische ongeval:

 

Henk Heerdink met daarnaast een soortgelijk wapen dat hem fataal werd.

Op woensdag 6 september 1944, in het hoofdkwartier Lidwina, blijft iemand bij het schoonmaken van één van de stenguns, met zijn kleding achter een wapen hangen en valt waarschijnlijk op de grond. Hierna vliegen de kogels in het rond. Eén van deze kogels treft, de daar aanwezige verzetsman Henk Heerding (Visser) dodelijk. 
Hij wordt in het doek van een parachute in het bos, nabij het hoofdkwartier begraven.
Als voorwaarde voor deze, in Engeland geproduceerde, wapens golden de volgende regels: Goedkoop, robust, eenvoudig te bedienen, weinig storingsgevoelig. Aan alle voorwaarden voldeed dit wapen. Alleen één belangrijk aspect was niet meegenomen. "De veiligheid". Ik heb persoonlijk gezien hoe zo'n wapen, niet gespannen, maar met gevulde patroonhouder, met de kolf op de grond werd geslagen, waarna het wapen zich zelf laadde en patronen werden afgevuurd.

Huwelijk Johannes ter Horst en Hermina Schreurs.
Johannes ter Horst was bij dit ongeval niet aanwezig, omdat hij in Enschede, op die dag in het huwelijk trad met Hermina Schreurs. De kerkelijke inzegening, die in het geheim plaats vond, werd voltrokken door Ds. H. Vogel, in de pastorie van de Gereformeerde kerk aan de Wilhelminastraat in Enschede.

Zo liggen vreugde en verdriet wel héél dicht bij elkaar.........

Landing Jedburghteam.
Op dinsdag 12 september om 00.20 uur, landt een z.g. Jedburghteam, met hun parachutes, achter de Duitse linies, op het afwerpterrein in het buurtschap "de Piksen", tussen Daarle en Nijverdal. Dit zijn, de Nederlandse majoor Henk Brinkgreve, de marconist John Olmsted en John Austin. Deze laatsten zijn Engelsen. Met de, door hen meegebrachte zendapparatuur, gaan ze verbindingen onderhouden met Londen of met andere gealieerde radiostations.
Verdere taken die zij hebben; achter de linies aan de vijand zoveel mogelijk schade toebrengen en troepenbewegingen in kaart brengen. Tevens worden die nacht nog 12 containers met wapens en springstoffen afgeworpen. 
Het team wordt ondergebracht bij Kapitein Lancker en zijn RVV-groep.
In een gesprek dat georganiseerd is in een bos op het Hoge Hexel, tussen Henk Brinkreven, Johannes en Horst Cor Hilbrink, doen deze twee laatsten hun uiterste best, Brinkgreve over te halen om naar Lidwina te komen.
Dit gesprek levert echter niet veel op. Alleen dat Brinkgreve zo langzamerhand wel in de gaten krijgt dat het niet botert tussen Lancker en zijn RVV aan de ene kant en Ter Horst met zij KP aan de andere kant. Hij vindt dat dit zo niet verder kan en denkt na over een eventuele oplossingen.

Luchtlanding "Market Garden".
Op zondag 17 september 1944, wordt de gealieerde luchtlanding ten westen van Arnhem in gang gezet, onder de naam "Operatie Market Garden". Al snel gaat dit nieuws door het nog bezette gedeelte van Nederland en komt ook binnen bij het hoofdkwartier Lidwina. De mannen zijn dolgelukkig. Het zal nu niet lang meer duren, dan wordt hun inzet beloond met de vrijheid van Nederland!

Majoor Brinkgreve van het Jedburghteam pakt door!
Majoor Henk Brinkgreve, wil nu ook snel handelen en uit de slechte verhoudingen tussen het RVV en de KP, één goed georganiseerde organistie te maken. Daarom maakt hij aan Johanns duidelijk dat hij de leiding zal nemen over de RVV én de KP. Johannes gaat hier mee accoord, waarna Brinkgreve besluit, intrek te nemen in het hoofdkwartier Lidwina te Zenderen. Die avond wordt het team afgehaald met een auto van de KP. Alhoewel Kapitein Lancker hierin schikt, zal hij wel diep teleurgesteld zijn en dit als een nederlaag aanvaard hebben. Tevens ergert hij zich weer aan dat het feit dat het Jedburgteam, in zo'n opvallende auto, vervoerd wordt. Hij blijft dit riskant vinden. Maar voor de jongens op het hoofdkwartier Lidwina kan het niet meer stuk. De sabotageacties waren tot nog toe een succes en ze hebben nu verbindingen met de gealieerden en zijn dus op de hoogte van alle zaken die te gebeuren staan.


Majoor Henk Brinkgreve, met de schuilnaam "Dudley".

Johannes vertrekt op zijn motor.
Het is vijdag, 22 september 1944, te omstreeks 17.30 uur. Verschillende verzetslieden, zijn op "Huize Lidwina", het hoofdkwartier van de KP Twente, aanwezig. Zo ook Harry Saathof en Piet Alberts uit Enschede. Verschillende verzetslieden halen hier bij het coördinatieteam hun opdrachten en vernemen tevens de laatste nieuwtjes in de vorderingen van de geallieerden. Ook wordt op regelmatige tijden naar de radio geluisterd, of er nog droppingen voor Twente in aantocht zijn.
Dan staat Johannes op en verlaat de villa. Hij stapt op zijn motor, een DKW, die kort tevoren geroofd werd aan de Borstel weg te Enschede en vertrekt. Het is niet duidelijk waar hij naar toe gaat. Er wordt gezegd dat hij naar een vergadering gaat en verder ondermeer om een medewerker in Almelo,te bezoeken, die gewond is geraakt tijdens een spoorwegsabotage. Kennelijk wordt aan Johannes wel de opmerking gemaakt dat het nu veel te gevaarlijk is om op stap te gaan. Door al die sabotagesacties, zijn er veel controles. Toch doet Johannes het.
Johannes rijdt de poort uit en slaat rechtsaf richting Zenderen, om vervolgens via de Bornsestraat, richting Almelo te rijden.

 

Foto links de Bornseweg in vroegere tijden, Rechts (gele pijl), plaats van arrestatie.


Controle.
Een kwartiertje later rijdt Johannes ter hoogte van het gebouw van de SD, aan de Bornsestraat te Almelo. (iets beneden de kleine rode  "X" op het kaartje) Daar houdt de Feldgendarmerie een controle op motorvoertuigen. Wanneer Johannes dit ziet, is het te laat. Omkeren zou argwaan wekken, dus hij vertrouwt op zijn overtuigingskracht, die hem al zo vaak goede diensten had bewezen. Waarom zou het deze keer niet goed gaan?.

 
Voormalige gebouw van de SD, aan de Bornsestraat nummer 98 te Almelo.

Eén van de soldaten van de Feldgendarmerie, geeft Johannes een stopteken., waaraan hij ook voldoet. De Duitser vraagt dan naar zijn "Ausweiss" en papieren voor de motor. Johannes overhandigt zijn "Ausweiss", en zegt erbij dat hij de papieren van de motor vergeten heeft. "Dann können Sie nicht weiter fahren!  Der Motor wirdt beschlagnahmt!" krijgt Johannes te horen. Johannes protesteert hevig en wil de motor niet afgeven. Hij probeert de soldaat te overtuigen van zijn gelijk. Dan zegt deze tegen Johannes:
"Wenn Sie nicht einverstanden sind dann gehen Sie zu den Chef!" daarbij wijzend op het gebouw van de SD.......
Tot zover is er voor Johannes eigenlijk niets aan de hand. Hij heeft zijn (vervalste) persoonsbewijs teruggekregen en kan zo te voet verder gaan. Alleen de motor is hij kwijt. Maar zo zit Johannes niet in elkaar. Hij zoekt graag de confrontatie, wanneer het echt moeilijk wordt.
De verzetsman Bartel Lassche: "Johannes was in zijn optreden zeer brutaal. Ging zo, bijvoorbeeld, bij de S.D. naar binnen wanneer hij het ergens niet mee eens was. Hij zocht vaak de confrontatie."  
Geprikkeld als hij is, omdat zijn motor inbeslaggenomen werd, stapt hij op het gebouw van de S.D. af, om binnen zijn ongenoegen te uiten. 

Gebeuren in het gebouw.
Wat zich precies in het gebouw afspeelt, is niet duidelijk. Er zijn hierover verschillende verhalen. Ik houd het op één van deze versies. Het kan dus zijn dat deze versie niet geheel juist is.
In het gebouw wordt hij door een schildwacht aangesproken die vraagt: "Hallo wo wollen Sie hin?" "Ich will den Kommandant sprechen!" antwoordt Johannes en loopt gewoon door. Dan wordt hij door deze schildwacht beetgepakt en tegen de muur gezet. Op dat moment bemerkt Johannes dat hij in een benarde situatie komt en alles niet zo loopt als hij zich voorgesteld had. Hij heeft een pistool bij zich en staat op het punt om gefouilleerd te worden. Als laatste redmiddel pakt Johannes zijn pistool en schiet op de man die voor hem staat. (Niet zeker of het hier om een officier of een gewone soldaat gaat, die hij heeft neergeschoten.)
Tot zover deze invulling.....

De vlucht.
Om aan een arrestatie te ontkomen, rent hij het gebouw uit. De soldaten op straat, hoorden ook het schot en zien Johannes wegrennen. Hij springt over een heg, de straat op. Op dat moment komt er juist een fietser voorbij. Johannes duwt deze persoon van zijn fiets en springt er zelf op. Vanaf de Bornsestraat gaat hij linksaf de Windslaan in en fietst deze door tot het einde.


Windslaan vanaf de Bornsestraat te Almelo.


De arrestatie.

Johannes die bemerkt dat de Duitsers zowel met een motor als met een auto achter hem aan zitten, gooit zijn fiets aan de kant en rent verder. In die tijd was in dit gebied nog geen bebouwing. Af een toe een kogel afvurend in de richting van de Duitsers, wordt hij, zelf door een kogel in zijn been getroffen.
Opmerking: In het jaar 1955 heette het natuurgebied, dat zeer dicht bij hem in de buurt was "Het Paradijs". Thans zijn in dit gebied de Rijn- Waal- en Maasstraat te vinden.
Hij schiet zijn pistool leeg, maar moet zich uiteindelijk gewonnen geven. De Duitsers, natuurlijk hevig geemotioneerd, omdat een "terrorist" iemand van hen had neergeschoten, trappen Johannes letterlijk en figuurlijk de auto in, waarna hij wordt vervoerd naar het gebouw van de S.D. van waar uit hij zojuist gevlucht was....                   

Behandeling in het ziekenhuis.
Vóórdat een verhoor plaats kan vinden, moet Johannes eerst naar het ziekenhuis voor het behandelen van zijn verwondingen. De autoriteiten van de S.D. hebben het vermoeden dat zij een "grote vis" van het verzet te pakken hebben. Om te voorkomen dat er een eventuele bevrijdingsactie plaats zal vinden, wordt de weg, van het S.D. gebouw naar het ziekenhuis geheel afgeschermd door mensen van de Grüne Polizei en van de S.D.. Tegen 19.00 uur wagen ze het er op om Johannes naar het ziekenhuis te brengen en tegen 20.00 uur zijn ze weer terug in het S.D. gebouw.

Informatie binnen het verzet.
Een politieman, die goede contacten onderhoudt met de Almelose Knokploeg en die de arrestatie van een voor hem onbekende man door de SD had zien plaatsvinden, gaat informeren wie de arrestant kan zijn. Daartoe neemt hij contact op met zijn contactpersoon, Herman Hoften van de KP Almelo. Herman zegt toe de zaak verder uit te zoeken.

Poging tot bevrijding.
Herman belt naar het hoofdkwartier Lidwina en vraagt wie de arrestant kan zijn, op een motor, lange lederen jas........Wat Herman al vermoedde, blijkt waarheid te zijn. Johannes ter Horst is door de S.D. gearresteerd!
Waar de Duitse S.D. bang voor is, een bevrijdingspoging, blijkt ook gegrond, want de verzetsmensen zijn ervan overtuigd dat Johannes bevrijd móet worden. Johannes, die zo vaak anderen had bevrijd, met gevaar voor eigen leven, is zeker een bevrijdingsactie waard. Maar wat het allerbelangrijkste is; Johannes weet alles van het verzet. De namen, de adressen, de structuren. Als hij door zou slaan, kon dat wel eens het einde van de organisatie betekenen.
Diezelfde nacht gaan er mannen onderweg om de zaak te verkennen. Ze weten waar Johannes verblijft. In het gebouw van de Sicherheits Dienst, aan de Bornsestraat te Almelo. Dus dat is geen probleem. Toch komen zij diep teleurgesteld terug met de mededeling dat een poging tot bevrijding zelfmoord zou zijn. De hele stad zit vol S.D., Grüne Polizei, Paratroepen enz. Dus absoluut onmogelijk!

Maatregelen.
De mannen beraden zich nu hoe verder te handelen. In ieder geval zijn ze al begonnen de standaard maatregelen te nemen, zoals die afgesproken zijn, wanneer een lid in handen van de Duitsers zou vallen.
De verzetsman Harry Saathof:
"Wij hadden bij de oprichting van de KP Enschede afgesproken, dat de eventueel gearresteerde, in ieder geval 2 X 24 uur, zijn mond moest houden. Als dat niet zou lukken, moest hij informatie geven die niet klopte, die of niet, danwel moeilijk na te trekken was. In die 2 X 24 uur, moesten de overige KP-leden zich verkassen. Dit om arrestatie te voorkomen, wanneer de arrestant toch door zou slaan"

Alle aanwezigen op Lidwina, onder wie ook Harry Saathof, Piet Alberts en zeer waarschijnlijk ook Geert Schoonman, zijn druk doende om alle spullen in auto's te laden en een eind verderop bij verschillende boeren te verstoppen. Het is een hele vracht. Wanneer ze bijna klaar zijn, besluiten Piet en Harry naar Enschede te vertrekken en daar af te wachten op de dingen die komen gaan. Ze voelen zich zeer onzeker. Hun grote voorbeeld. De rots in de branding is opgepakt. Wat zal er gebeuren? 
Johannes kent hun adressen en zou hij het houden in een verhoor? Niemand weet het. Men ging er in ieder geval al vanuit dat de gearresteerde op een bepaald moment door zou slaan!.

Piet gaat naar de Kottendijk 80 in Enschede, alwaar zijn schoonouders wonen. Daar wonen Annie en Piet in het voorkamertje. Piet voelde zich op dat adres toch al niet zo zeker en sliep 's nachts altijd met zijn pistool onder het kussen. Nu neemt hij Annie mee en vetrekken ze naar een onderduikadres.

 

Het zomerhuisje anno 2003, is nog steeds hetzelfde, alleen werd het geheel gerenoveerd. De vijver is ook uit die tijd.


Omdat Piet op het landgoed "Hoge Boekel" een zomerhuisje in gebruik heeft voor één van zijn verzetsgroepen, kent hij de textielfabrikant Nico Herman ter Kuile, wonende aan de Slaghekkeweg te Enschede.


Voormalige villa van Nico Herman ter Kuile, het onderduikadres van Piet en Annie.

Citaat uit het boek Enschede 1940-1945, waarin een stuk staat dat de fabrikant Ben ter Kuile, Kringcommandant van de N.B.S. (Nederlandse Binnenlanse Strijdkrachten) heeft geschreven:
"De verzetslieden hadden van Engeland de opdracht ontvangen om zich gereed te houden voor de strijd. Alhoewel dit toen niet bekend was, lijkt het wel zeker, dat dit met de hangende luchtlandingen bij Arnhem afgekondigd werd.
Verschillende groepen hadden zich daartoe gevormd, die hun kwartieren hadden opgeslagen in de omgeving van Enschede, onder andere in Buurse, onder Jan van Beek, in de Lutte onder Dirk Kloos en bij het Hoge Boekel onder Piet Alberts, bijgenaamd "Blonde Piet".
Dit laatste groepje hield zich schuil in het huisje van mevrouw Van Dam en in een hutje van de heer Schutte, beide in de omgeving van De Hoge Boekel.
Hierin zaten onder andere: Letteboer, Nierkens en Nijenbrink. Na met grote schrik de zware bewapening van deze heren in ogenschouw te hebben genomen, had de heer Schutte rust nog duur, voordat dit gevaarlijke gezelschap weer vertrokken was. De jongens weigerden echter pertinent heen te gaan en beriepen zich op neef Nico Herman ter Kuile, die deze plek toegewezen had. Op het laatst liepen de meningsverschillen zo hoog op, dat de jongens, om Schutte te pesten, de karpers uit de vijver visten en lekker opaten en zij stoorden zich verder niet meer aan hem.....".

Bij deze Nico Herman ter Kuile, die woonde aan de Slaghekkeweg op het Hoge Boekel, te Enschede, doken zowel Piet, als zijn vrouw Annie voorlopig onder.

Het is in Enschede zowiezo onrustug, omdat op de dag van de arrestatie van Johannes onder andere in Enschede 300 mannen, in de leeftijd tussen 18- en 50 jaar, uit de febrieken werden gehaald. Zij moesten meewerken aan de opbouw van de verdedigingswal langs de IJssel.


 

Naar boven

        <<<<<                             >>>>>