De “vijanden” van het verzet.   (under construction 26-1-2017)

 

Het woord “vijand” wordt op veel verschillende wijzen uitgelegd en hoeft niet persé iets met oorlog van doen te hebben. Omdat ik een hele lijst van virtuele vijanden noem, komt de uitleg genoemd in de encyclopedie op de site www.complete-encyclopedie.nl tot z´n recht: bestrijder, opponent, opposant, tegenpartij, tegenstander, tegenstrever,

Verder nog gevonden: het tegendeel van vriend, kwalijk gezinde, zij haten elkander vinnig.

“Vijand” is een term die gebruikt wordt om een persoon of groep van personen aan te geven die de eigen denkbeelden meestal met behulp van geweld tegenstreven. De term wordt vaak gebruikt in de context van oorlog, maar soms ook in sport of spel, al is de geweldsfactor hier in het algemeen niet of veel minder van toepassing.

Hier kunt u zien dat al heel snel tot het woord “vijand” kan worden over gegaan.
Soms is het woord “vijand” extreem te noemen als het gaat om iemand die onbewust het verzet in gevaar bracht.

 

Anno 2017 zou je veel daden, gepleegd in de bezettingstijd, door de Knokploegen en leden van het Strijdend gedeelte van de Binnenlandse Strijdkrachten, terroristendaden kunnen noemen. Veel acties stuitten toch op onbegrip bij de burgerbevolking. Na de oorlog was er dan ook veel kritiek, met soms publicaties over de zin en onzin van deze daden. Zoals een trein laten ontsporen, met alle ellende van dien. Geen verbindingen meer per trein, terwijl ander vervoer, zoals per auto, als je die al had, werd bemoeilijkt door brandstofgebrek en het risico dat die onderweg zomaar in beslag genomen kon worden. De post kwam daardoor ook later dan gewoon.

 

De moord op de politieman Pieter Kaay. Ik denk dat velen binnen de stad Enschede niet geweten hebben wat deze man allemaal uitspookte. De gewone burger was van veel zaken niet op de hoogte. Waarschijnlijk is dit laatste er ook de oorzaak van dat, bij de moord op Kaay, gebaseerd op werkelijk harde feiten, nooit een dader werd genoemd.

Roofovervallen op distributiekantoren, kon nog wel gewaardeerd worden, want niemand had daar last van en je zat die “rot moffen” toch even dwars. Veel, voor de Duitsers, negatieve zaken werden niet in de pers gepubliceerd. Zelfs weggelaten in bijvoorbeeld het dagrapport van de wachtcommandant van politie en in jaarverslagen van de politie. Er helemaal omheen kon men ook niet, dus werd er dan een draai aangegeven.

Na de grote bankroof in Almelo, waar miljoenen werden buitgemaakt, moeten er bij de burgers toch vragen gekomen zijn: “Waar is dat nu voor nodig. Waarom hebben die mensen zoveel geld nodig!” Al snel kan dit worden gezien als een verrijking in eigen belang. Men hoeft dat niet openlijk te zeggen, maar ik weet zeker dat die gedachten er waren.

 

En als de Duitsers dan represaillemaatregelen namen, waren de burgers, die dit ondergingen, zeker niet blij. Zij wilden zo goed en zo kwaad als het kon, heel door die oorlog komen. Zo ook de familie van Blonde Piet. Op een enkele uitzondering na, bemoeide niemand zich met het geen Blonde Piet deed. Hij zal daar beslist ook geen mededelingen over hebben gedaan.
 

 

Ter illustratie hieronder een artikel uit de Twentse Courant van 31 maart 1947, geschreven door Captain B.H.Liddell Hart:

Bron foto: Wikipedia.
 

Het gewapend verzet

Was het de moeite waard?

 

In dit grote artikel van Captain B.H.Lidell Hart, die toen der tijd in Engeland, als de meest gezaghebbende militaire commentator gold, komt hij aan de hand van recente en vroegere feiten, tot de conclusie, dat de onmiddellijke voordelen niet hebben opgewogen tegen de nadelen achteraf. Hij prefereerde, onder citering van Franse verzetsleiders, het passieve verzet van een geheel volk boven het actieve verzet van een kleine keurtroep. Hoewel de auteur bij het schrijven, speciaal het Franse verzet voor ogen heeft gehad, is zijn betoog ook voor andere, eens bezette landen belangwekkend.

Samengevat komt hij tot de conclusie dat actief verzet alleen werkzaam kan zijn, als dit deel uitmaakt van een grotere macht die de vijand op dat moment aanvalt. Was dit niet het geval, dan waren guerrillagevechten minder vruchtbaar dan wijdverspreide passieve tegenwerking en deden de bevolking van het eigen land meer kwaad dan de Duitsers. Zij lokten represailles uit, die ernstiger waren dan de schade, die aan de vijand was toe gebracht. Ze gaven diens troepen de gelegenheid om hard op te treden, wat voor een garnizoen in een vijandig gezind land altijd een opluchting betekent. De materiele schade, die de guerrillastrijders direct- en via represailles indirect- veroorzaakten, bracht veel ellende over hun eigen landgenoten en was uiteindelijk een handicap bij de naoorlogse wederopbouw.

Maar de ernstige en langstdurende handicap van alle was van morele aard. De gewapende verzetsbeweging trok vele “rotte appelen” aan. Zij gaf hun een vrijbrief om onder de dekmantel der vaderlandsliefde hun misdaden, de vrije loop te laten en hun wrokgevoelens uit te vieren- aldus nieuwe stof leverend voor dr. Johnson´s hystorische opmerking, dat “patriotisme de laatste toevlucht voor een schurk is”. Nog erger was het morele effect op de jongere generatie in haar geheel. Het leerde haar het gezag te trotseren en de voorschriften van de burgerlijke moraal met de voeten te treden in een strijd tegen de bezettingstroepen. Dit liet een minachting voor wet en orde na, die onvermijdelijk voortduurde na dat de indringers weer waren vertrokken. De gewoonte van geweldpleging, slaat haar wortels veel dieper dan in een geregelde oorlog.

Deze lessen der historie werden te lichtvaardig over het hoofd gezien door hen die het plan ontwierpen om gewelddadige oproeren te stimuleren als onderdeel van Groot Brittannië´s oorlogspolitiek. Het is maar al te waarschijnlijk, dat de weergalm zal doorklinken, zowel in Europa als in het Midden-Oosten. Het is veelzeggend dat enkele van de dapperste leden van de Franse “Resistance” nu toegeven, dat het militair effect van de Marquis, geheel in de schaduw komt te staan naast de opeenstapeling van nadelen en dat zij wensten, dat de ondergrondse zich had beperkt tot het organiseren van ongewapend verzet.

Deze laatste vorm, zoals toegepast in Noorwegen, Denemarken en Nederland, blijkt meer en meer onweerlegbare waarde, terwijl steeds duidelijker wordt, hoe de Duitsers er onmogelijk raad mee wisten. De Duitsers waren experts in gewelddaden en wisten hoe zij deze moesten aanpakken. Maar subtiele vormen van tegenstand, sloegen hen met verbijstering.

 

Mijn opmerking: Toen ik dit artikel, ongeveer 15 jaar geleden las, heb ik het verontwaardigd terzijde geschoven, met de gedachte: “Weer zo iemand die alleen af wil kraken wat het verzet heeft gedaan!” Maar nu, na al die jaren en meer kennis van zaken hebbende, kan ik er wel inkomen dat er zo gedacht werd. Situaties genoeg zijn op mijn site te vinden, waar Duitsers alleen maar de gelegenheid zochten om geweld (moord) als excuses aan te wenden. Met een passieve opstelling, zoals de politie in Enschede had, ten aanzien van hun medewerking verlenen bij het ophalen van studenten en andere personen, die in Duitsland moesten werken, bracht de SD in eerste instantie in de problemen, maar men ging naarstig op zoek naar wraak en als het kon, werd er dan ook hard toegeslagen.”

 

 

Wie waren dan die “vijanden” van het verzet? Ik noem er hier een aantal:

De politie, de Sicherheits, Dienst/Polizei, de Landwachters, de NSB`ers (maar niet allen, de infiltranten /V-Mannen, de verraders, de loslippige, de nieuwsgierige, de gearresteerde, de afgunstige, de gearresteerde.

Er zullen beslist meer te noemen zijn. Eigenlijk kun je zeggen dat iedereen die kennis van je daden droeg, een vijand kon worden. Niet een ieder, die toevallig iets van je illegale bezigheden had gezien, liep er mee naar de politie. Maar kon het dan toch niet laten om er met een vriend over te spreken met de belofte dat die vriend het niet door zou vertellen. Er zat tijdens dat gesprek nog iemand in de buurt, die nieuwsgierig mee luisterde, deze vond de informatie zo belangrijk dat hij er mee naar de politie liep. Niet elke politieman was voornemens om met de gebrachte informatie iets te ondernemen.
Waarom zou de die Duitsers helpen bij het arresteren van landgenoten? Maar er was ook een politieman bij dat gesprek aanwezig, die graag een wit voetje bij de SD wilde halen en daarom direct naar deze instantie ging om daar zijn informatie door te geven. De illegale werker werd gearresteerd en na lang verhoor en mishandelingen alsmede bedreigingen dat zijn familie ook opgepakt zou worden, als hij niet zou bekennen, toe gaf en zaken en namen noemde. Om de organisatie bloot te leggen, werd de illegale vrij gelaten op die voorwaarde dat hij zou infiltreren om nog meer informatie te verkrijgen, die hij zou verstrekken aan de SD.

 

Ik zal eens heel simpel de situatie van Blonde Piet analyseren.

Blonde Piet had te maken met twee families. Zijn eigen en die van zijn vrouw Annie. Veel broers en zussen, schoonzussen en zwagers. Zijn schoonvader, Steven Kroes, was op zijn hand, op de hoogte van zijn illegale praktijken en ondersteunde Piet in alles. In zijn ouderlijk huis, liet hij niets los wat hij allemaal in de illegaliteit deed. Hij bracht daar ook niet tijdelijk piloten onder, die later voor een definitieve plaatsing verder gingen. Bij zijn eigen familie deed hij dat niet, omdat hij wist dat er broers en/ of zussen bij waren die hun mond niet konden houden. Na de oorlog wisten slechts weinig familieleden, iets over de praktijken van Piet te vertellen.

In de familie van zijn vrouw, liet hij eens een schoonzus als koerierster werken. Dit ging bijna mis. Ze raakte onderweg helemaal in paniek. Ze bleek er niet geschikt voor te zijn en als ze gepakt zou zijn, zou Piet zeker gearresteerd zijn. De schoonzuster kon dit dan niet kwalijk genomen worden. De keuze was niet weloverwogen gemaakt en er was voordien niet uitgetest of zij wel voor dit werk geschikt was.

Zijn vrouw Annie, was één en al zenuwen en ook niet bestand tegen deze druk. Toch kon zij op straat, tijdens een wandeling met Piet, haar mond niet houden door een NSB familie die schuin tegenover hen woonde aan de Kottendijk te Enschede woonde en die ook op straat liep, openlijk uit te schelden als “vuile rot NSB´ers”. Ze richtte daarmee de aandacht op haar en haar familie. Al was het maar uit wraak, kon deze familie één en ander doorgeven dat op dat adres iets illegaals werd gedaan.

Een gearresteerde verzetsvriend, die verhoord werd, zoals Johannes ter Horst, was opeens, in plaats van een verzetsvriend, een bedreiging geworden omdat Blonde Piet niet wist of hij door zou slaan.

Zelf bracht hij zichzelf en daarmee ook de organisatie in gevaar, door bewust op zijn fiets naar een controlepunt, aan de Haaksbergerstraat te Enschede, te fietsen. Hij had ook een omweg kunnen maken. “Het was tevens een test of ik al of niet gezocht werd!” was zijn argument. Daarbij dacht hij even alleen aan zichzelf en maakte de organisatie daaraan ondergeschikt. Het leek dapper en onverschrokken wat hij deed, maar het was een foute risicovolle handeling.
 

 

 

Klik hier voor groot formaat.

 

 

In de grafiek is beter duidelijk te maken dat voor hem de risico´s eigenlijk van elk contact uitgingen. Daarbij is hij, zoals gezegd, ook weer een risico voor anderen. De vraagtekens betekenen dat, als er al eens iets doorverteld werd, dit daarna niet meer te controleren was, op welke wijze en door wie iets naar buiten werd gebracht.

De verzetsvrienden hadden zelf code´s afgesproken om de risico´s zo veel mogelijk te beperken. Maar verzetsmensen maakten zelf ook fouten en weken van deze code´s af. Verder moet je ervan uitgaan dat V-mannen druk bezig waren om te infiltreren in de organisatie(s). Niet wetende wat er dan reeds over Blonde Piet bekend was geworden. Onderduikers die opgepakt werden konden misschien geen namen geven van hun hulpverleners, maar wel signalementen. De bewoners op de onderduikadressen hoefden de namen van de hulpverleners niet te kennen, maar meestal was er wel een naam of schuilnaam en natuurlijk het signalement bekend. Buren zagen natuurlijk, uit nieuwsgierigheid geboren, veel ongewone bewegingen bij de adressen waar verzetslieden zich ophielden, maar ook de ongewone bewegingen bij de adressen waar onderduikers zaten, vielen bij de buren op. Niet een ieder zal hier misbruik van hebben gemaakt, maar dit kon je van tevoren niet weten. Pas als het te laat was wist je dat.

Je kunt hierbij dus stellen dat de verzetsman, buiten zijn eigen organisatie om, een heel beperkt sociaal leven zal hebben gehad. Continue op de hoede zijn geweest met het besef dat ieder moment het huis door de SD omsingeld kon worden en een arrestatie niet uit kon blijven.

Daarom sliep Piet ook met het pistool onder zijn kussen, wetende dat het bij een arrestatie voor hem afgelopen zou zijn. Wat voor plan hij voor ogen had als dit toch zou gebeuren, is mij niet bekend geworden. Zou hij al schietende ten onder gaan, of zou hij zich, ter bescherming van de rest van de familie, overgeven? Persoonlijk denk ik dat de eerste situatie op hem van toepassing was.

In de pages hier opvolgend behandel ik de genoemde gevaren in detail.

                                                                    >>>>>>>>naar boven>>>>>