De liquidatie deel 3
 

Het recherche-onderzoek:
Wanneer vader en zoon Nierkens die nacht niet thuiskomen, meldt mevrouw Nierkens dit bij de haar bekende rechercheur Keimpke de Groot en vraagt of hij iets bijzonders heeft gehoord. Zij deelt Keimpke mede dat het wel normaal is dat haar zoon zo af en toe een nacht weg blijft, maar voor haar man is dat abnormaal. Hij had de nacht altijd thuis doorgebracht. De Groot stelt haar gerust en zegt dat ze wel terug zullen komen.

Vrijdag de 17e november 1944, te omstreeks 14.00 uur, is Hein Varvik, de zoon van boer Varvik weer bij eerder genoemd weiland aan de Holterhofweg. Hij heeft van zijn vader gehoord van het gegraven gat. Uit nieuwsgierigheid gaat hij even een kijkje in de schuur nemen. Hij ziet dan, dat op de plaats, waar eerst een gat zou zijn geweest, nu een bult aarde was, afgedekt met wat stro. Het komt hem voor alsof daar iets, of iemand begraven is. Hein gaat die dag gewoon door met zijn werkzaamheden.
Wanneer hij te omstreeks 15.30 uur thuis komt, doet hij aan zijn moeder mededeling van het inmiddels gedempte gat in de schuur.

Boer Varvik komt die avond wat later thuis. Het is inmiddels 19.30 uur. Zijn vrouw vertelt hetgeen hun zoon in de schuur had waargenomen en dat hij het vermoeden had dat er iets of iemand begraven zou liggen.

Boer Varvik vindt deze informatie zo belangrijk, dat hij vindt dat de politie dit moet weten en stelt vervolgens politieman Spit andermaal in kennis met dit voorval. Deze komt dan samen met zijn collega Morlay, naar de boerderij. Samen besluiten ze naar de schuur te gaan om te kijken wat daar begraven ligt. Bij hun aankomst bij de schuur is het omstreeks 20.30 uur en al donker. Boer Varvik en zijn zoon graven dan het grat uit. Korte tijd later wordt het levenloze lichaam van een tot dan, voor hen onbekende jongeman, naar boven gehaald.

Om geen sporen uit te wissen, wordt alles zo gelaten zoals het is en politieman Spit waarschuwt vervolgens de inspecteur van dienst.
Korte tijd later verschijnt de chef van de recherche Bergsma, samen met de rechercheur A.C. van Gendt. Deze laatste zorgt voor de dactiloscopie en het maken van foto's op de plaats van het delict.

De plaats van het delict wordt vervolgens als volgt vastgelegd:
"Het weiland wordt begrensd; ten westen door de Haverkampweg; ten noorden door een stuk bosgrond; ten oosten door een onbenaamde openbare zandweg; ten zuiden door de Holterhofweg.
In de noordoosthoek van dit weiland staat een schuur met een lengte/breedte/hoogte van respectievelijk 10 bij 5 bij 5 meter.

Wanneer alle werkzaamheden gedaan zijn, wordt het lijk vervoerd naar de rouwkapel van het ziekenhuis Ziekenzorg.

Waarschijnlijk zal het zo geweest zijn dat tijdens het onderzoek naar de identiteit van het slachtoffer, rechercheur De Groot terug gedacht zal hebben aan de vermissing van vader en zoon Nierkens. Bij het zien van het lijk identificeert hij het als dat van de hem bekende Wim Nierkens.

Jan. "Hij was woensdagavond weggegaan en donderdagmiddag brachten twee rechercheurs het bericht aan de deur. Het werd zeer bot gebracht.
Hoe wist de recherche dat het Wim was?”
Moeder was bezorgd dat vader weg was, dat was abnormaal. Dat Wim eens weg was, was redelijk normaal.

(Opmerking: Hieruit blijkt dat moeder Nierkens dan geen melding van vermissing bij de politie heeft gedaan. Dan moet de informatie over het vinden van het lijk via het verzet bij de politie zijn gekomen. Of rechercheur De Groot herkende het lijk, als dat van Wim Nierkens)

Rechercheur Krake, gaat de volgende dag, dus zaterdag de 18e, naar de woning van mevrouw Nierkens en doet mededeling dat haar zoon Wim dood aangetroffen is. Door het hoofd van mevrouw Nierkens gaat dan van alles. Op dat moment kan ze de rechercheur ook niet goed meer verstaan. Nadat rechercheur Krake is vertrokken weet ze niet of haar zoon is doodgeschoten/geslagen of op andere wijze om het leven is gebracht. Tevens wordt ze later op de dag met het lijk van haar zoon geconfronteerd. Daarna kan met zekerheid worden vastgesteld dat het hier om Wim Nierkens gaat.

Jan: "Ik ben mee geweest ter confrontatie van het lijk."

Nadat obductie op het lichaam is verricht, wordt Wim Nierkens begraven op de Rooms Katholieke begraafplaats te Enschede.


In eerste instantie hebben rechercheur Krake en de buitenagent Spit het onderzoek van deze moordzaak in handen. Op 6 december hoort Krake nog een jongetje, dat bij Nierkens in de straat woont. Dit jongetje had, bij het zoeken naar de bal van zijn vriendje, die tijdens het spelen, op een platje boven de voordeur was getrapt, aldaar een doosje munitie aangetroffen en dit op straat gegooid. Hierna was Wim Nierkens naar buiten gekomen en verzamelde, zonder iets te zeggen, de munitie en ging daarna weer de woning binnen. Dit was ongeveer eind oktober 1944.

Daarna is er veel drukte bij de woning van de familie Nierkens. Hier volgt het verslag, zoals dit door de toen 18 jarige Jan Nierkens werd waargenomen:

Jan:
"Vanaf dat moment kregen we van alles op ons dak: de SD, Nederlandse recherche (NSB-leden), de ondergrondse.
Ik ging ’s avonds naar bed in de slaapkamer aan de straatkant van het huis. Er kwam een fiets met snerpend geluid voorbij. Even later weer en daarna weer. De fietser ging telkens een blokje om. Ik keek uit het raam, de fietser keek in mijn richting en reed daarna verder.

De volgende dag kwam de SD weer. Ze wisten alles. Ook Wim’s betrokkenheid bij het verzet, zelfs dat hij een overall en schoenen van het verzet had gekregen. Er is sprake geweest van infiltratie of verraad.

De SD had steeds dezelfde vragen. Zij wilden bevestiging dat alles zo was als zij dachten, dat ze echt bij het verzet zaten. Ze dreigden met het concentratiekamp.


’s Middags kwamen de NSB -rechercheurs weer.

’s Avonds weer dezelfde fiets. Na enkele keren voorbij gereden te zijn, stapte hij af en belde aan. Dat was na twaalven. We besloten de deur niet te openen en vroegen de volgende dag politiebescherming aan, die bescherming kregen we van een politieman, die bij ons in de straat woonde.

Het verzet kwam nog een keer over de poort op het platje aan de achterkant van het huis."


Ook rechercheur De Groot komt regelmatig langs. Tijdens één van de gesprekken, niet bekend of dit met de SD of met de politie is, laat dochter Nierkens de naam van Jonnie Boer ontvallen. Kort daarop moeten mevrouw Nierkens en haar dochter, in opdracht van de NSB Korpschef Berends, mee naar het politiebureau, alwaar zij door hem en rechercheur De Groot worden gehoord. Krake heeft inmiddels de zaak moeten overdragen aan De Groot.


Jan: "Bij het gebouw van het Dagblad Tubantia, tegenover het stadhuis werd een aanslag gedaan op mijn zuster Gerda door een auto, die op haar en haar vriend inreed. Deze vriend werd daarbij doodgereden.
Ik zelf was bang dat ik naar Duitsland afgevoerd zou worden. Daarom dook ik een dag of drie onder bij Dinie Heskamp, aan de Violenstraat in Enschede.
Toen ik uiteindelijk weer naar huis ging, werd ik direct al achtervolgd door twee rechercheurs, die mij bij de achterpoort mededeelden dat dit voor mij echt de laatste kans was om alles te vertellen, anders zou ik naar een concentratiekamp gebracht worden. Verder werd medegedeeld dat ze mijn moeder en zuster Gerda al te pakken hadden. Toen begon het vragen weer: “Is jou broer bij het verzet geweest?”

Ik werd op een gegeven ogenblik zo lelijk in de kop, dat ik een crapaud pakte (zitmeubelstuk) en verpletterde hen hier bijna mee. Natuurlijk werd ik daarna ook gearresteerd. Ik maakte hen duidelijk dat ik niet tussen twee NSB’ers naar het politiebureau zou gaan. Ik wilde alleen gaan. Zo liep ik naar het politiebureau, op een afstandje gevolgd door die NSB-rechercheurs.
Op het politiebureau volgden weer dreigementen. Daar hoorde ik ook, dat mijn moeder en zuster inderdaad ook op het politiebureau aanwezig waren. Moeder in een klein kamertje boven de verwarming. Het was er smoorheet en alleen een bankje van 30 à 40 centimeter breed. Zij had mij voordien al duidelijk gemaakt absoluut mijn mond te houden.


Ondanks het feit dat Berends en De Groot er op zinspelen dat de dood van Wim en de verdwijning van vader Nierkens te maken kan hebben met de eigen mensen van de ondergrondse, kan mevrouw Nierkens geen mededelingen doen. Zij zegt dan: "Als dát zo is, dan zijn ze onschuldig vermoord".
Met het recherche-onderzoek dat De Groot verricht, komt hij geen stap verder. Zelf denkt hij dat de liquidatie van Wim Nierkens ook te maken kan hebben met de politieke verschillen tussen vader en zoon Nierkens. Vader Nierkens liet zich vaak uit voorstander te zijn van een groot en sterk Duitsland.
De zoon had daar andere gedachten over. Ook sluit De Groot niet uit dat de één of andere "Dienststelle" achter de liquidatie kan zitten.

Omdat de verhorende instanties, met Moeder Nierkens, haar dochter Gerda en zoon Jan niet verder komen, waarbij onder andere moeder Nierkens op een gegeven ogenblik zegt: “Ik weet van niets, schiet me maar dood, mijn leven is toch niets meer waard”, wordt uiteindelijk geconcludeerd dat zij van niets weten en worden vervolgens vrij gelaten.


In januari 1945, raakte Jan zwaar gewond, door een granaat, niet duidelijk is of dit een bom of handgranaat was. Hij werd op een handkar naar het ziekenhuis gebracht. Als gevolg van de scherven kreeg hij ook nog een bloedvergiftiging.


Wanneer ook De Groot, na verloop van tijd, niet verder komt, moet hij het onderzoek naar deze moord staken. Daardoor krijgt hij nog meer het vermoeden dat de Duitsers achter deze moord zitten. De Groot is niet zo ver gekomen dat hij daders kon arresteren..........

Hij werd direct na de bevrijding zelf gearresteerd voor zijn wandaden en opgesloten.


Jan: "Wat voor onze familie een hele steun was, dat wij door niemand er op aan werden gekeken, dat wij mogelijk iets met verraad of iets dergelijks van doen hadden. We konden gewoon in de straat blijven wonen."


Na de bevrijding van Enschede, op 1 april 1945, besluit Ben ter Kuile niet lang te wachten om deze zaak bij de politie te melden. Hij zit vol van deze zaak en wil z'n hart luchten. Hij gaat naar het politiebureau en doet aangifte van deze zaak. Dit doet hij wanneer alle drukte een beetje achter de rug is, nadat de N.B.S. op 10 mei 1945 ontbonden werd.
Hij schrijft omstreeks 28 mei 1945 een brief naar het bureau van politie te Enschede, waarin hij vermelding van deze zaak doet, voor zover dit hem bekend is. De hele brief staat in mijn digitale boek. Als belangrijkste het volgende citaat van Ben ter Kuile:

"Naar mijn weten heb ik aan Piet Alberts toen persoonlijk het bevel gegeven om vader en zoon Nierkens dood te doen schieten".


Hoe het ook precies verlopen is. Ben ter Kuile neemt de verantwoordelijkheid voor deze daad volledig op zich......


Jan: "Na de oorlog werd ik gevraagd weer bij de verkenners te gaan. Daar was ik voor de oorlog ook bij. Uiteindelijk na lang aandringen, ging ik akkoord.

”Maar ik had het gevoel dat iedereen bevrijd was, behalve ik!”.

Ik ging als verkenner ordonnansdiensten verrichten voor de NBS, vanuit een herenhuis aan de Oude Markt naar Hotel de Graaf aan de Haverstraat, aan de linker kant. De commandant was Ter kuile.

Ik kwam toen op het idee, nu ik zo dicht bij deze commandant werkte, om mijn moeder op Ter Kuile af te sturen, om hem vragen te stellen over de verdwijning van mijn vader. Dit heeft zij inderdaad gedaan. Na de nodige vragen te hebben gesteld, kreeg zij als antwoord, dat zij geen illusies moest hebben. Haar man was dood en zij zou daar nog wel achter komen. Haar laatste beetje hoop, dat haar man mogelijk nog in leven zou zijn, ging daarmee verloren."


Na de verklaring van Ben ter Kuile, worden alle betrokken personen gehoord en op aanwijzingen van de gehoorden, die bij de liquidatie van Bernardus Nierkens betrokken waren, werd zijn begraven lichaam  gevonden, dat al in een verregaande staat van ontbinding verkeerde.

Jan: "Een paar dagen later kwamen er weer twee rechercheurs achterom. Ze vroegen of één van de familie mee wilde komen. “jullie vader, uw man staat op het kerkhof en moet worden begraven, maar moet eerst geidentificeerd worden. Ik ben toen meegegaan. De kist stond bij het graf van mijn broer Wim. Ik mocht alleen zijn kleding zien en niet het gezicht. Ik herkende mijn vader aan zijn jas.
Ik stond er daarna op dat mijn vader kerkelijk begraven zou worden. Pastoor Geertman zorgde nadien voor deze begravenis."


Daarna wordt het stoffelijk overschot van Bernardus Nierkens eveneens begraven op de Katholieke begraafplaats te Enschede.

Uiteindelijk wordt het onderzoek dat in hoofdzaak werd verricht door rerchercheur van politie Jan Drost, afgerond en het dossier wordt afgesloten op 21 juni 1945.


Jan, (die nog steeds, evenals zijn moeder en zussen, naar een antwoord zoeken), besluit een brief naar zijn oom Willem, zijnde een broer van zijn vader, te sturen. Daar heeft Willem zich nadien dan ook behoorlijk voor ingezet.

In antwoord op een brief aan de commandant van de NBS, in augustus 1945, waarin Willem verzoekt zo spoedig mogelijk een onderzoek in te stellen naar de Liquidaties, krijgt hij het antwoord dat de zaak in handen is gegeven van de recherche te Enschede.

Als antwoord op de brief, die Willem diezelfde maand nog stuurt naar de Commissaris van polite te Enschede, verneemt hij dat de zaak is overgedragen aan de Auditeur Militair te Arnhem.

Na een brief te hebben geschreven naar deze Auditeur Militair, krijgt Willem in december antwoord, waarin de Auditeur bevestigt dat de zaak is overgedragen aan de Krijgsraad te Velde, die de zaak in behandeling zal nemen.

Van de  laatste brief die Willem ontvangt, doet hij op 15 januari 1946, schriftelijk verslag aan zijn familie met als volgende inhoud:

Beste fam.

Verleden week donderdag ontving ik al antwoord op mijn schrijven aan Prins Berhard, dat ik zaterdag de 12e dezer, dus verleden zaterdag, 10 uur op zijn hoofdkwartier te Bussum moest wezen om de zaak van B en W (Nierkens) nader toe te lichten. Daar ben ik natuurlijk op afgetogen.
Jammer, toen ik daar was, kwam er een brief van hem, dat hij wegens dringende ambtelijke bezigheden, verhindert was zelf aanwezig te zijn, maar dat hij in zijn plaats stelde, majoor…..die ook zitting heeft in de Krijgsraad, die de zaak behandelt. Indien ik hem toch zelf wilde spreken, moest ik op een, nader door hem te bepalen dag  terug te komen.

Ik heb met die majoor de gehele zaak besproken, doch hij kon mij ook direct geen beslissing geven, het komt voor de Krijgsraad, dat is zeker en hij gaf mij de raad, aan de voorzitter van die Krijgsraad te verzoeken, bij die zitting tegenwoordig te mogen zijn.

Hij vermoedde wel dat B of W misschien, zonder de gevolgen daarvan te overzien, iets gedaan of gezegd zouden hebben, waardoor ze hun niet meer vertrouwden en daarom die mijn heer Tijfhof op hem afgestuurd te hebben met de vraag of hij genegen was de C.G. te verraden. Misschien heeft hij een antwoord gegeven, dat voor hun aanleiding is geworden tot datgene wat gebeurd is. Er zijn meer van die gevallen.

In elk geval de zaak wordt nu grondig onderzocht en meer kan ik nu voorlopig ook niet doen. Wanneer u een oproep krijgt, moet u ook gaan. U kunt tenminste nog iets vertellen. Ik weet niet anders dan dat ik ook van u gehoord heb.

Alles wat ik vertelde is opgeschreven en alle correspodentie, die ik gevoerd heb, heeft hij daar gehouden.
Verder is hier alles nog goed en eindig ik nu maar weer met de hartelijke groeten, namen allen


                                                                             Willem


Op dinsdag 30 juli 1946, houdt de Krijgsraad te Velde de hele dag zitting, in het gerechtsgebouw te Almelo, om deze zaak te behandelen. Alle betrokken personen werden opgeroepen om te verschijnen.
Uiteindelijk komt de president van de Krijgsraad, de majoor Mr. G.H.L.Ariens tot een uitspraak.
Hij spreekt allen vrij voor hetgeen hen in deze zaak ten laste werd gelegd.


Jan: "De rechtzaak, waar wij zolang op gewacht hadden, ging in het geheel aan de familie voorbij. De werkgever van mij, vroeg op een dag, of Nierkens familie van mij was. Toen ik dit beaamde, zei deze werkgever, dat hij zojuist het verslag van de zitting in Almelo voor de radio had gehoord…………" 

Heel veel vragen blijven nog onbeantwoord. Veel heb ik in mijn boek geprobeerd te analyseren, maar dat is lang niet volledig.

Waarom ik dit zo uitgebreid heb behandeld? Ik weet (bijna) zeker dat Piet Alberts, alias "Blonde Piet", en ook vele andere betrokkenen, deze zaak hun hele leven, als een last met zich mee hebben gedragen. Met vragen als: "Waren vader en zoon Nierkens schuldig? En zo ja, was dit de straf die zij verdienden? Had het niet op een andere manier opgelost kunnen worden? Allemaal vragen achteraf, maar je zult die last maar een leven lang op je schouders moeten dragen..............
Stel je eens voor wat er met "Blonde Piet", na de oorlog zou zijn gebeurd, wanneer Ben ter Kuile veklaard had geen toestemming te hebben gegeven. Hij alleen! zou dan verantwoordelijk geweest zijn voor zijn daden. Ach laat ik er maar een punt achter zetten!

Ook niet te vergeten mevrouw Nierkens, en haar vier overgebleven kinderen alsmede de overige familie, die met veel vragen bleven zitten. De broer van vader Nierkens, Willem, heeft zoals u hierboven een gedeelte kon lezen, nadien een aantal keren schriftelijke vragen gesteld, maar kennelijk nooit een antwoord gekregen.
Al met al is deze zaak dus één grote tragiek voor alle betrokkenen geworden en gebleven.......... 

Inmiddels heb ik, naar aanleiding van deze zaak, contacten gehad met een kleindochter van Bernardus Nierkens, dus haar opa en Wim was haar oom.
De familie heeft na de liquidatie niet stil gezetzen en heeft ook geprobeerd op alle vragen een antwoord te krijgen. Dit is slechts in mindere mate gelukt en ik ben blij dat ik, middels deze site, er aan bij kan dragen, meer duidelijkheid te verschaffen. Ik moet daarbij opmerken dat de contacten tussen haar en mij, bijzonder prettig zijn verlopen, geen wrok, geen haatgevoelens. Ik dank haar daarvoor.

Vaak krijg je een negatief  beeld van iemand, bij een bepaald woord. "Verrader", dat klinkt bijna net zo erg als "moordenaar". Je bent een verrader is zo snel gezegd, maar is dat dan ook waar? Je bent een moordenaar. Dan moet er ook een lijk zijn. Dat is duidelijk. Maar verraad aantonen is veel moeilijker.  
Na het lezen van hoofdstuk IV zult u tot de conclusie komen dat de familie Nierkens een doorsnee familie was, zoals je die overal tegen kunt komen.

Mijn persoonlijke mening wil ik hieronder nog wel aan u meegeven:

Wim Nierkens, is helemaal onschuldig geexecuteerd. Dat had hij zeker niet verdiend. Ik had hem graag gegund de bevrijding van Nederland mee te maken. Daar had hij recht op! Waarschijnlijk is hij toch slachtoffer geworden van zijn vader, die zijn mening nooit onder stoelen en banken stak en daarmede onrust veroorzaakte.
Bernardus heeft zoals gezegd, zichzelf in moeilijkheden gebracht door zijn (soms pro- Duitse) uitlatingen. Hij lokte daarmee uit dat mensen een (verkeerd) beeld van hem kregen. Tevens lokte hij mensen, die mogelijk misbruik van hem wilden maken naar zich toe, die hem voor geld zaken wilden laten verraden:

Een hele grote vraag voor mij: Wist Bernardus wel waar de hoofdkwartieren waren? Ik geloof het niet en denk dat er meer achter zat, dat in de richting van Wim Wijtman gezocht moet worden. Piet kende die hoofdkwartieren niet en Klaas Straatman, die toch in de top van de NBS zat, zei dat het mogelijk waar kon zijn.

In mijn boek kunt u lezen dat Wim Wijtman een kampioen speurder naar hoofdkwartieren was. Hij was daar volgens mij bijna ziekelijk nieuwsgierig naar en nam alle risico's. In zijn eentje ontmantelde hij voor zichzelf, de leider van de NBS, Ben ter Kuile. Deze functie was een groot geheim, maar Wim Wijtman kreeg het voor elkaar. Zelfs Tiethof kreeg van Wijtman de speciale opdracht om Bernardus naar hoofdkwartieren te vragen. Wim Wijtman wist überhaupt niet of Bernardus die wel kende.

Om de onbetrouwbaarheid van Wim Wijtman aan te tonen nog dit laatste.
Hij werd op 26 juni 1946, veroordeeld tot 3,5 jaren gevangenisstraf met aftrek, wegens het deelnemen in vreemde krijgsdienst (hij vocht voor de Duitsers aan het Oostfront tegen de Russen)
Zijn getuigenverklaring bij de politie, na de bevrijding, legde hij nog af onder zijn valse naam.
Bij zijn veroordeling werd zijn echte naamd genoemd:
W.A.J. Ditmars.
En 4 dagen later, op 30 juni 1946, legde hij als gevangene, onder deze echte naam, nogmaals een getuigenverklaring af. Over betrouwbare getuige gesproken.

Ik heb via het NIOD geprobeerd hulp te krijgen om inzage te krijgen in de proces-stukken van Ditmars, die in de krant nog een leider van het verzet in Enschede werd genoemd. Ditmars had veel verzetslieden die hem vertrouwden, maar ook velen, die absoluut niets van hem moesten hebben. Helaas is dit dossier nog niet openbaar. Jammer want dan zou er nog veel meer duidelijkheid komen voor de na-oorlogse generatie, dus kinderen van de verzetslieden en slachtoffers, die inmiddels ook al weer tussen de 60- en 65 jaar oud zijn.

 

Johan Letteboer en Hendrikus Lette, een aantal jaren geleden staande aan het graf van een overleden verzetsman:
Johan: "Ik ben er nog steeds van overtuigd, dat het niet nodig
               was om Nierkens dood te schieten....."
 
Hendrikus: "Ik ook niet!"......   

               

Hebt u nog suggesties, aanvullngen of wilt u uw mening kwijt, dan kunt u dit in het gastenboek plaatsen of mij een mail sturen. gejoalberts@gmail.com

 

Naar boven

<<<<<                                                                          >>>>>