De laatste bezettingsdag en laatste gruweldaden van de “V-mannen” in Enschede.

-Om u als lezer deze laatste dag van de bezetting van Enschede, tot kort na de bevrijding realistischer te laten beleven, schrijf ik hieronder verder in de tegenwoordige tijd-.
De verzetsman Dirk van der Meer schreef:
"Op vrijdag 30 maart was ik in Hardenberg en ontving daar via een koerier de boodschap dat ik de volgende avond tegen acht uur mij moest melden bij de inspecteur Bruining, waar de militaire leiding zou zijn. Tevens zou er ten huize van de commissaris van politie een bijeenkomst zijn van groep drie met Ben ter Kuile als leider en groep 1 zou aan de Sumatrastraat vergaderen.

Dr. Meyer van de Marine Abwehrstelle in Hengelo staat die zaterdag, de 31e maart 1945, om 09.00 uur, te wachten op zijn “V-Man” Izaks. Meyer zegt tegen Izaks dat hij direct met hem mee moet naar de S.D. in Enschede. Een afstand van ongeveer 10 kilometer een minuut of twintig onder normale omstandigheden.
Foto Dienststelle SD.
Wanneer ze tegen 09.30 uur, op de Dienststelle van de S.D. aan de M.H.Tromplaan zijn aangekomen, zegt Meyer tegen hem:
"Moet je luisteren Izaks. Ik zal die dominee Overduin aan jouw toevertrouwen. Je moet ervoor zorgen dat deze man je bij de zender brengt, is dat begrepen?”
Izaks: "Natuurlijk, tot uw orders".
Meyer: "Wanneer je het niet voor elkaar krijgt, moet je Overduin terug brengen. Is dat begrepen?"
Izaks:"Tot uw orders".

 
Links:  De synagoge aan de Prinsenstraat te Enschede. Rechts Ds. Overduin

Izaks gaat dan te voet op pad naar de synagoge aan de Prinsesstraat, dat is enige minuten te voet.
Nadat Izaks, Ds. Overduin uit zijn cel in de synagoge heeft gehaald en met hem op straat staat zegt Izaks: "Ik zal u naar de mensen brengen, die zich voor uw vrijlating hebben ingezet."

Hierna neemt Izaks Ds. Overduin mee naar de woning van Ter Borg, aan de Sumatrastraat 3 te Enschede. Dit is te voet ongeveer 15 minuten. Dus hij zal tegen 10.00 uur, samen met ds. Overduin, aan de Sumatrastraat zijn aangekomen.
(Foto: Sumatrastraat 3 te Enschede)
(Foto Ds. Overduin)
Er heerst bij dominee Overduin een groot wantrouwen tegen Izaks. Het gaat volgens hem allemaal wat té gemakkelijk. In die woning zijn op dat moment, behalve Izaks en Overduin, aanwezig: Piet Zandbergen, Rutgers en Arend Jan van Veen. Deze laatste zit daar te wachten op Huschka, om hem wat te vragen over zijn zwager, die bij Huschka, in diens villa in Hengelo zit ondergedoken. Van Veen zegt op een gegeven ogenblik dat hij niet langer kan wachten en vertrekt.

 


Korte tijd daarop komt Huschka in de woning.
Izaks zegt tegen hem dat hij vanmiddag even bij Van Veen langs moet gaan omdat hij op zijn komst zit te wachten. Deze wilde hem wat vragen over zijn zwager.
Piet Zantbergen vraagt dan aan Huschka of er nog berichten over het front zijn.
Huschka: "Nee, maar ik zal daar wel voor zorgen. Dat hoor je vandaag nog. Zullen we voor vanavond voor allen hier een bespreking houden? De bevrijding is nabij. Ik zal dan de laatste berichten meenemen, die dan in Trouw opgenomen kunnen worden".
Zantbergen:"Oké dat lijkt me een uitstekend plan. Dominee, komt u ook?"
Overduin:"Nou, dat weet ik nog niet. Misschien wel. We zullen zien hoe het loopt".

-Door mogelijk even naar de WC te gaan, ziet Overduin kans de woning ongezien te verlaten. Via omwegen loopt hij naar een onderduikadres, om daar de bevrijding af te wachten.-

Aureel ter Kuile (de vrouw van Ben ter Kuile) schreef in haar dagboek
"31 maart 1945". Vanmorgen kregen we het bericht dat de geallieerden al in Winterswijk zijn. Ben belde onmiddellijk het stadhuis in Winterswijk en vroeg: "Zijn de Engelsen al bij jullie?". Ze schreeuwden terug: "Ja hoor, ze zijn er, ze staan hier op het marktplein, luister maar!" We konden door de telefoon, de vreugdekreten op straat horen. Aan de commandanten werd daarop direct een order uitgegeven, waarin de alarmtoestand werd afgekondigd. Dit hield in; algemene actie voor alle B.S.ers.
Ben en ik gingen direct naar de fabriek om Nico Herman ter Kuile in vliegende haast te helpen armbanden en legitimatiebewijzen te sorteren en vervolgens weg te brengen naar de adressen waar ze heen moesten. Dan gaan we naar huis, wachtend op de dingen die komen zullen.

Herr Koss, een Duitser, die vijf maanden zijn bureau in ons huis heeft gehad, is bezig te vertrekken. Grote vrachtauto's staan voor de deur en alles wordt erin gesmeten. Er heerst een uiterst zenuwachtige stemming en Koss neemt met een treurig gezicht afscheid. Wij blij! Koss was een beste vent, al was het een Duitser, we hadden het wel slechter kunnen treffen als je bedenkt wat er allemaal in ons huis werd uitgespookt: Binnenlandse Strijdkrachtenhoofdkwartier kring Enschede, I.S. zenderij, aftappen telefoon Raumungscommando. Nooit heeft hij iets gemerkt. Dankzij hem konden we in ons huis blijven."

 

Uit het dagboek van Hettie Meulink koerierster bij de L.O. en dochter van Ds. Meulink. Gezien vanuit de woning aan de Veldkampstraat.
Zaterdag 31 maart. "Ik ben vanmorgen maar vroeg opgestaan. Het gaat geloof ik, een rare dag worden. Zojuist zijn de troepen "schansers" langsgetrokken. Stakkers, opgejaagd door de moffen. Een poosje later kwam er een kreupele Duitse soldaat aanlopen. Het bloed sijpelde uit zijn broek. Hij liep zwaar leunend op een stok. Hij kwam uit Aalten, lopend naar Enschede op zoek naar het ziekenhuis. Is dat nu het glorieuze "Siegende" Duitse leger? Alle mensen drongen om hem heen en lachten schamper. Gek he? Ik die zo’n haat had, had nu toch medelijden en haalde hem bij ons in de tuin en gaf hem wat te drinken. Ach, hij was ook maar gestuurd. Onze twee onderduikers gingen zelfs de straat op en dat na een half jaar binnen gezeten te hebben. We hebben gewaarschuwd "Pas op, de moffen zijn nog niet weg. Bederf het nu niet op het laatste moment". Maar ze waren niet te houden.
Intussen werd het al drukker. Moffenauto's, karren en fietsers daverden langs ons huis. Het gerucht ging: "De Engelsen zitten al in Eibergen, gekomen vanuit Winterswijk". Veel geloop was er vanmorgen van "Jan", "Piet" en "Wim".


Te omstreeks 11.00 uur: zijn Huschka en Izaks samen met Rutgers, op de fiets op weg naar de Bolhaarslaan te Enschede. De afstand is ongeveer 4 kilometer en de reistijd ongeveer 15 minuten. Aankomst ongeveer 11.15 uur.
Daar woont de eerder genoemde Van Veen, die in zijn nopjes is met Huschka, omdat deze zijn zwager heeft helpen onderduiken. Van Veen had naar Huschka gevraagd, daarom gaan ze er nu even langs. In de woning gekomen biedt Van Veen het gezelschap een borrel aan. Van deze gelegenheid maakt Rutgers even gebruik om naar zijn "chef" te gaan, Jan Harm Bosch, die ook aan de Bolhaarslaan woont. Rutgers zegt tegen Bosch: "Kom even langs bij Van Veen. Huschka is er ook en die heeft iets belangrijks te vertellen.”
Bosch: ”Nee, ik heb daar geen zin in. Ga maar gauw terug!"

 

 

Voormalige woning van J.H.Bosch aan de Bolhaarslaan 72 te Enschede.

-J.H.Bosch, die toch samen met zijn medewerker Onderweegs, zaken met Huschka wilde doen, is kennelijk van gedachten veranderd en wil nu niets meer met Huschka te maken hebben.-
Omstreeks 12.30 uur, verlaten Huschka, Izaks en Rutgers de woning van Van Veen. Bij het voorbij fietsen van de woning van Bosch, neemt Rutgers uit beleefdheid voor zijn chef, zijn hoed af en fietst door. Daarna gaan Huschka en Izaks richting Hengelo, naar de Dienststelle van Dr. Meyer, om verslag uit te brengen en Rutgers gaat weer naar zijn huis.
Izaks en Huschka zullen omstreeks 13.00 uur, weer op het kantoor van Meyer geweest zijn. Een afstand van ongeveer 6 kilometer.

Kantoor van Dr. Meyer aan de Enschedesestraat 305 te Hengelo (O)


-We gaan er dan van uit dat Dr. Meyer nog op zijn post zit, maar het zou ook kunnen dat deze reeds aan het inpakken is of reeds vertrokken is en vanaf een andere plaats zijn bevelen geeft. Per slot waren de contraspionagediensten, toch wel één van de meest gevoelige instanties, die beslist niet in geallieerde handen moesten vallen.
Het bijzondere is wel dat Huschka nu aan Izaks zijn bevelen geeft en dan kennelijk op zijn eigen initiatief handelt. Zijn Huschka en Izaks alleen naar diens woning in Hengelo geweest, waar ook Van Veen ondergedoken zit? Wat is er met die Van Veen gebeurd?
-Om u deel te laten nemen aan mijn twijfels, maak ik in deze geschiedenis ook gebruik van gedeelte van het enorme verslag over de “Abwehr” en hun V-mannen, te vinden op de website:
www.nisa-intelligece.nl -

De door mij genoemde Dirk van der Meer, geeft in zijn boek.
“De strijd van verzetsman Dirk van der Meer”, wel op heel extreme wijze te kennen dat het op 31 maar allemaal heel anders is gelopen.
Ik ga van het geschrevene in het boek: “De illegalen” van Coen Hilbrink uit.
Toch blijven ook bij mij twijfels bestaan of het precies zo is gelopen zoals in dit laatste boek is omschreven-.
Izaks maakt de afspraak voor een vergadering om 19.00 uur.
Huschka wilde verslag uitbrengen aan zijn chef Dr. Meyer, maar of dit is gebeurd, daar ben ik dus niet zeker van. Daarna krijgt V-Man Izaks van V-Man Huschka de opdracht om weer naar de Sumatrastraat te gaan om Gerrit ter Borg op het hart te drukken dat er om 19.00 uur, zo veel mogelijk mensen moeten komen, omdat Huschka belangrijke berichten heeft, die hij persoonlijk wil mede delen.

 

Sumatrastraat 3 te Enswchede

Omstreeks 14.00 uur fietst Izaks vanuit Hengelo, terug naar Enschede, en gaat andermaal naar de woning van Ter Borg aan de Sumatrastraat in Enschede. Hij arriveert daar te omstreeks 14.30 uur en geeft het bericht van Huschka door.
Op verzoek van Ter Borg, waarschuwt Izaks, Gerard Rutgers. Dit doet Izaks en rijdt op zijn fiets naar de Oldenzaalsestraat 645 te Enschede (dit adres is in Lonneker) en komt daar te omstreeks 15.00 uur aan. Hij doet aldaar de mededeling voor de vergadering voor 19.00 uur.

Oldenzaalsestraat 645 te Enschede (Lonneker)

Ter Borg zelf gaat naar Piet Zantbergen. Aangenomen dat Terborg per fiets direct naar Piet Zantbergen is gegaan, zal hij daar te omstreeks 15.00 uur, zijn mededeling doen. Even later komt Wieger Mink bij Zantbergen. Mink zegt ook toe te komen. Daarna komt de buurman van Zantbergen, J.J.Francoys bij hem. Francoys deed stenografische werkzaamheden met betrekking tot de berichten uit Londen, die via de radio, voor de L.O. binnen kwamen. Francoys is ook geïnteresseerd wat Huschka te vertellen heeft. Op de terugweg (na 15.00 uur) komt Ter Borg, Antonie van Essen tegen. De politieman die bij de C.I.D. van de N.B.S. werkt. Deze zegt ook toe te komen. De genodigden voor de vergadering bij Gerard ter Borg zijn behalve de eerder genoemden: Piet Zantbergen, Wieger Mink, Hennie Wennink, Johannes Francoys, Tonny van Essen, Gerard Rutgers, Ook de navolgende personen: Gerrit Heddendorp, Wim Hop, J. Breunis, en de koerierster Hettie Meulink en nog enige anderen.
 

  

Dirk van de Meer, fietst die dag van Hardenberg naar Enschede. Hij schrijft.
“De heksenketel was los en overal waren gevechten tussen oprukkende Canadezen en Duitsers. Uit voorzorg had ik een geweer bij me, twee revolvers en een paar handgranaten.
En zo fietste ik op 31 maart langs binnenwegen en paadjes naar het mij opgegeven adres: Floraparkstraat 25 in Enschede. Het was niet eenvoudig, omdat ik niet alleen de terugtrekkende Duitsers moest ontwijken, maar tevens het vuur van de Canadezen. Het was dus zaak om met alle risico's achter de Duitsers te blijven en zo met een boog de stad te bereiken. De Canadese eenheden hadden reeds de haven bereikt en een oorverdovend geluid van mortieren, machinegeweren en kanonnen kwam mij tegemoet. Dan hierlangs, dan daarlangs, terug, achterom, soms rakelings langs Duitsers, bereikte ik eindelijk mijn schuiladres op de singel".

 

Diezelfde middag fietst Aureel ter Kuile, richting Haaksbergen om aan Barmen 't Loo een bericht door te geven. Uit haar dagboek.
"Vervolgens (vanuit huis, vermoedelijk in de vroege namiddag) moet ik een bericht naar Haaksbergen brengen, namelijk de order; “Algemene Actie.” We vermoedden dat Barmen 't Loo die zelf al wel uitgegeven zal hebben, daar de geallieerden daar zo langzamerhand dicht in de buurt moeten zijn. Doch desalniettemin ga ik op weg. Het is een griezelige tocht, geallieerde vliegtuigen zijn in massa's in de lucht en denderende explosies komen uit de richting Usselo. Verder dan Boekelo kom ik niet, (Ze is dan een half uur op weg) daar mijn fiets door een Duitse parachutist afgenomen wordt, ondanks al mijn protesten. De Duitsers zijn bezig te vluchten en gappen alles wat ze maar krijgen kunnen; fietsen, paarden en wagens.
Nu moet ik verder lopen. De weg Enschede-Haaksbergen wordt permanent bestookt, het is ontzettend, golf na golf vliegt over, duikt neer, en ratelend vliegen de rockets op hun doel af. Alles brandt op en langs de weg, geen muis kan er meer levend overheen komen. Ik zie wel dat het hopeloos is door dit moorddadige tyfoonvuur heen te komen, en als ik binnendoor naar Haaksbergen tracht te komen, ben ik voor de avond niet thuis, of misschien morgen pas, en dan wordt Ben vreselijk ongerust. Ik besluit dus maar weer naar huis te gaan en kom onverrichter zake weer in Driene terug." (Een voettocht van ongeveer anderhalf uur. Dus Aureel zal tegen het einde van de middag weer thuis geweest zijn)


Hettie Meulink schrijft in haar dagboek.
"Onze onderduikers hebben hun laatste instructies gekregen voor ze opkomen, voor het sein "U" gegeven wordt. "Frans" (Piet Zantbergen) kwam ook nog even aan. Z'n hele gezicht straalde, zo heerlijk vond hij het dat de bevrijding nabij was. Als ik één de vreugde van de vrijheid gunde, dan was hij het. Ik vond dat hij veel ouder geworden was. Hij ging nu op weg naar een vergadering. Hij had zijn beste pak aan, jarenlang zuinig bewaard. Hij had het al aangetrokken vanwege de aanstaande bevrijding. Hij wou dat ik meeging, maar wie moest de kleine baby dan verzorgen ’s avonds? Het was toch al zo'n geknoei om een flesje warm te maken op de kachel, gestookt met papier en takjes uit de tuin. Ik bleef maar thuis. Echt vergaderen was het toch niet meer. Het was alleen maar om naar de Engelse berichten te luisteren. Ik hoorde immers het gebulder al."
De geallieerden zijn dan reeds tot Groenlo, in de Achtrerhoek, opgetrokken.

 

"V-Mann"Izaks komt terug op de Deinststelle in Hengelo.
Vanuit Lonneker naar het kantoor van Meyer is het andermaal een half uur fietsen, dus zal hij te omstreeks 16.00 terug op de Dienststelle in Hengelo, aangekomen kunnen zijn alwaar hij Dr. Meyer, ontmoet.

-Gezien het geen hiervoor door getuigen op hun tochten per fiets werd ondervonden lijkt de fietstocht van Izaks naar Hengelo simpel te gaan, alsof er niets aan de hand is.
Wat er nu volgt is dan ook echt onduidelijk. Heeft Izaks aan Meyer mededeling gedaan? De geallieerden waren in aantocht en hadden Groenlo, dat op een afstand van iets meer dan 30 kilometer van Enschede ligt, reeds bevrijd. Geallieerde vliegtuigen schoten op alle militaire voertuigen die onderweg waren, het geratel van mitrailleurs was te horen. Op je fiets onderweg zijn betekende meestal, voor de luchtaanvallen, even schuilen in een bos of greppel, als dan niet alsnog je fiets door vluchtende Duitsers afgepikt zou worden.
Zeker is dat Izaks de opdracht tot het beleggen van een vergadering, met zoveel mogelijk personen, aan de Sumatrastraat 3 te Enschede, heeft vervuld.


Mocht dr. Meyer inderdaad nog aanwezig zijn geweest, dan is het als volgt gegaan:
In dit gesprek zegt Meyer tegen Izaks: "Jij gaat nu met mij mee naar Enschede!"
Izaks: "Wat gaan we daar doen?"
Meyer: "Ik ga die hele bende arresteren! Heb je vanmiddag de boodschap doorgegeven wat je van Huschka door hebt doorgekregen?"
Izaks: “Ja, ik ben twee keer in Enschede, aan de Sumatrastraat geweest. De keer dat ik er met Overduin was, is hij er tussenuit geknepen".
Meyer: "Ja ik heb gehoord dat je hem hebt laten lopen! Wat ben je toch een sukkel. Je snapt het ook helemaal niet! We gaan naar Enschede en halen bij de Sicherheitsdienst versterking en dan zul je eens zien wat er gebeurt!"
Waarschijnlijk zal dr. Meyer al wel contact hebben gehad met de chef van de Sicherheitsdienst in Enschede, Karl Schöber en zijn er dan nog steeds SD´ers op deze Dienststelle aanwezig, compleet met voertuigen.
Meyer rijdt vervolgens met Izaks naar de Tromplaan en zal daar ruim van tevoren aanwezig zijn geweest.
In drie auto´s vertrekken ze van daaruit, met twaalf man, naar de Sumatrastraat 3 te Enschede.
Het is omstreeks 19.00 uur…….

 

Drama aan de Sumatrastraat 3 te Enschede..

De vergadering aan de Sumatrastraat.
Tegen 19.00 uur zijn een aantal mensen op komen dagen voor de vergadering, waar Huschka nog belangrijke mededelingen zou doen. Niet iedereen is gekomen. Aanwezig zijn: G.E. ter Borg, J. Ter Borg -Elfering, G.ter Borg Sr., zijn vrouw G.E. ter Borg - Afink, het jongste kind van de familie Ter Borg en de L.O. mensen.
Op dat moment gieren drie overvalwagens van de S.D. de Sumatrastraat in. Onder leiding van de SD-chef Schöber, springen de SD'ers uit de auto´s, omsingelen de woning en dringen naar binnen. Oma ter Borg ziet de Duitsers en duikt onder de tafel. De anderen raken in paniek en vluchtten het hele huis door, op zoek naar een uitweg of een plaats om zich te verstoppen.
Een ieder, die door de Duitsers wordt ontdekt, wordt vervolgens ter plaatse doodgeschoten.
Wanneer een Duitser moeder Ter Borg met het kleine kind op de arm ziet en hij aanlegt om te schieten, smeekt zij de Duitser of hij haar kind wil sparen. De Duitser gaat hiermee akkoord en laat de vrouw het kind naar buiten brengen, daarbij haar onder schot houdend. Mevrouw ter Borg steekt vervolgens met het kind de straat over en drukt het kind in de armen van de vrouw van de slager Amelink, op de hoek van de Sumatrastraat met de Kuipersdijk. Mevrouw Ter Borg zegt tegen mevrouw Amelink: "Hier is mijn kind. Ik word zo doodgeschoten. Mijn man is al dood!" Zij steekt de straat weer over en gaat haar woning binnen. Nauwelijks binnengekomen wordt zij in de gang doodgeschoten……


De woning wordt daarna geplunderd en in brand gestoken.

Na de plundering en het in brand steken van het huis, zal het ruim na 20.00 uur geweest zijn, wanneer de S.D. met hun verraders Huschka en Izaks hun “klus hebben geklaard", en de overvalauto's naar de woning van Piet Zandbergen kunnen rijden om daar huiszoeking te doen, alwaar de voertuigen ongeveer 10 minuten later komen voorijden.

 

Egstraat 29 en 31 te Enschede

Kennelijk zijn de verraders Huschka en Izaks er nog steeds bij aanwezig, want als zij, na de zoeking, op het punt staan het huis te verlaten, loopt de typograaf Jan H. Wennink (Henny), die actief in de N.B.S., de Duitse S.D. in de armen. Hij wordt gefouilleerd, doch men vindt niets bijzonders. Dan wordt hij meegenomen naar zijn huis, dat op 100 meter van het huis van Zandbergen verwijderd is, alwaar ook een zoeking wordt gedaan.

 

Het huis van J.H.Wennink aan de Zaaierstraat 19 te Enschede.

Ook deze huiszoeking levert niets op. Maar omdat hij bij Huschka en Izaks een bekend is, is het voor de Duitsers genoeg. Hij moet weer in de auto stappen. De auto stopt vervolgens aan de Zweringsweg te Enschede, alwaar hij uit moet stappen. Dan wordt hij ter plaatse neergeschoten.
In het boek: "Stad en Land van Twente" staat over de dood van Wennink: “Henny Wennink werd enkele uren later (Na de inval aan de Sumatrastraat) achter een heg van het voetbalveld, nabij zijn woning, aan de Maaierstraat doodgeschoten”.
Daar alle huizen in deze woonwijk van voor de oorlog zijn, kan het voetbalveld aan de Maaierstraat alleen de plek zijn waar nu een kinderspeelplaats is tussen Maaierstraat-Egsstraat-Tomatenstraat en Zaaierstraat zijn.

Hierna rijdt het gezelschap weer naar het gebouw van de S.D.in Enschede. Dr. Meyer laat vervolgens één van de SD'ers de Bolhaarslaan op een kaart aanwijzen. Met drie auto's vertrekt de Marineofficier Dr. Meyer weer. Nu richting de woning van J.H.Bosch aan deze straat. Daar aangekomen wordt Bosch gearresteerd en meegenomen naar de Synagoge, aan de Tromplaan in Enschede en wordt daar ingesloten.
Hier is weer iets merkwaardigs aan de hand. Zowel Huschka als Izaks weten het adres van Bosch aan de Bolhaarslaan precies te vinden. Dat Meyer zich de straat op een plattegrond laat aanwijzen, is mijns inziens het teken dat nu zowel Izaks als Huschka er niet meer bij aanwezig zijn.
Gezien de omvangrijke arrestaties, huiszoekingen en liquidaties, zal dit een uur of twee a drie inbeslaggenomen hebben. Aangenomen mag dan ook worden dat het tussen 22.00 uur en 23.00 uur is geweest, toen de actie werd beëindigd. Als J.H. Bosch de laatste in deze rij was, en hij inderdaad in de synagoge werd ingesloten, moet het haast zijn dat Bosch pas de volgende dag werd doodgeschoten. Maar door wie? De afstand tussen het SD-gebouw en de synagoge is slechts twee minuten lopen. Was degene die hem geliquideerd heeft bang dat hij kon getuigen over de gruweldaden die zijn gepleegd? Er wordt vanuit gegaan dat Schöber dit gedaan heeft, maar voor hetzelfde kan dit gedaan zijn door Huschka of Izaks. Die hadden met zijn getuigenis ook enorm veel te verliezen.
Dus deze zo zinloze moord, kond in de gedachte van de dader “zinvol” zijn.
In ieder geval werd hij in de tuin van deze Synagoge doodgeschoten…
 
Order 17. Deze order afgegeven door de leiding van de N.B.S. hield in:
" Op 31 maart 1945, te 20.00 uur, moeten alle telefoon- en telegraafverbindingen in ons district worden gesaboteerd". Deze opdracht wordt uitgevoerd door de ploegen van de Vaste Verzets-Kern van de Compagniescommandant Centrum Enschede. (Compagnie van Piet Alberts. “Blonde Piet”.) Deze opdracht werd vervolgens na tevredenheid uitgevoerd. Ze begonnen daarmee, een uur na de moordpartij aan de Sumatrastraat.
 
Hettie Meulink vervolgt in haar dagboek.
"Nog even over zaterdagmiddag. Al om 2 uur begon het lawaai. Een Duitse colonne was op weg naar de Usseleres. Voort vluchtend. Toen kregen de Engelse jagers hen in de gaten. Ruim 2 uur, onafgebroken zijn ze aan het schieten geweest. Het was een verschrikkelijk strijdtoneel, vertelde men later. Kermende soldaten, dode paarden, kapotte wagens. En zonder genade doken de jagers uur na uur, tot alles kort en klein geschoten was. We zijn in het begin nog wel een paar keer de schuilkelder ingedoken met onze baby, maar we zagen al gauw dat het aldoor op een plek bleef, en op het laatst waren we helemaal niet bang meer, maar vonden het hoogst interessant en wreven in onze handen dat de moffen zo vernietigd werden. Vanmiddag heb ik voor het eerst in mijn koeriersloopbaan een opdracht geweigerd. Men kwam mij een stapel "Trouw" -kranten brengen. Of ik die wel even in Haaksbergen wilde brengen. De weg daar naar toe liep over de Usseleres, waar dood en verderf rondging. Het waren ook geen geheime berichten of waarschuwingen voor de illegale werkers, die gevaar liepen. Gewoon al de bevrijdingskrant…"

Vergadering in Driene: Aureel ter Kuile schrijft in haar dagboek.
''´s Avonds komen Klaas Straatman en Kees de Ruiter bij ons, plus een ploeg militaire politie onder leiding van Dirk Kloos, dit ter bescherming van het "hoofdkwartier". Ze hebben 11 stens bij zich en zijn op weg hierheen bijna gesnapt bij de ingang van de Bosweg. Dirk fietste vooruit. Hij was de enige die geen sten op de fiets had, daar hij eventuele gevaren opvangen moest. De ploeg, die zag dat Dirk aangehouden werd, maakte rechtsomkeert en verdween in het bos. Dirk moest met een schildwacht doorfietsen naar Hengelo. Om zich te verantwoorden wegens het na 20.00 uur op straat zijn. Bij De Tol wist hij echter te ontkomen aan zijn bewaker en liep, met achterlating van zijn fiets, dwars door een bos en een weide naar ons huis, waar inmiddels, de rest van de ploeg in grote spanning op hem wachtte. Klaas heeft een kleine wireless-set meegebracht, die een paar dagen geleden met de wapens gedropt werd in Eibergen, en ook enkele dozen boobytraps. Deze werden nu klaargemaakt. In de keuken werden de stens in elkaar gezet en van munitie voorzien."


Exact zo staat dit verhaal ook te lezen in het boekje “Mijn leven naast een verzetsman”, geschreven door Jo. H. Vreeling, de vrouw van Dirk Kloos. Het is zo exact gelijk, dat dit uit één bron afkomstig moet zijn.

-Een aantal opmerkingen van mijn zijde:
Uit hetgeen wat Aureel vertelt blijkt dat er geen enkele vorm van organisatie aanwezig is. Nu het bijna voorbij is komen Klaas Straatman en Kees de Ruiter op het hoofdkwartier. Klaas is de adjudant van Kringcommandant Ben ter kuile, dus hij kan daar aanwezig zijn. Kees de Ruiter slaan we verder maar over, want die heeft niets met het verzet te maken. De enige die in de boeken zijn naam noemt, is Aureel.
Koos wordt wel door zijn vrouw genoemd als degene die onderricht had gegeven in het bedienen van Stenguns.
Officieel is de inspecteur van politie Bergsma (“Jansen”) de commandant van de militaire politie. Het kan zijn dat hij vervangen is door Dirk, omdat Bergsma niet van zijn post kon.
De groep “militaire politie” is op weg met stens, die dan nog in elkaar gezet moeten worden! Dus niet schietklaar, terwijl de geallieerden ieder moment binnen kunnen trekken. Dat dit pas in de middag van de volgende dag was, konden ze op dat moment niet weten. Ze waren er ter bescherming van “het hoofdkwartier”, maar ze begonnen pas te “beschermen” toen ze reeds enige tijd op het hoofdkwartier waren. En wat moet die militaire politie direct op het hoofdkwartier doen? Geen posten innemen in de bossen rondom het hoofdkwartier?
Het is ook bijna niet te geloven dat de leider van de militaire politie Dirk Kloos, als “lokaas” vooruit fietst en dan gearresteerd word, terwijl zijn groep van tien mensen “het bos in duikt” en maar hoopt dat alles goed zal gaan! Wat is er over van de daadwerkelijke slagkracht van het verzet…..
Nog iets, waarom komt Klaas nu pas met een wirelesset naar het hoofdkwartier. Als je die daadwerkelijk wilt gebruiken, zal er er een instructie plaats moeten vinden hoe zo´n apparaat werkt. Was er een langere antenne nodig, dan moet die ook nog opgehangen worden. Welke frequentie en welke informatie moest worden doorgegeven?-

Vergadering Floraparkstraat 25 te Enschede Dirk van de meer schrijft.
"Vanaf mijn schuiladres aan de singel, waar ik mijn wapens achterliet, fietste ik, begeleid door het huilen van mortiergranaten en het knetteren en bonken van allerlei wapens en geschut, naar de Floraparkstraat. Precies een paar minuten voor acht belde ik aan. (Dat was een uur na het drama aan de Sumatrastraat) De inspecteur (Bruining) keek verbaasd op dat ik door de hel was komen fietsen. Maar ik moest toch op tijd zijn? Het grootste gedeelte van de genodigden had het af laten weten, want niemand durfde over straat.
We zaten met een klein groepje, waaronder de mij sympathieke luitenant Huizer. Plannen konden niet worden gemaakt en onder het "genot" van een kopje koffie? werd wat over en weer gepraat.
Na ongeveer een half uur (ong. 20.30 uur) ging de telefoon. Bruining nam aan en luisterde. Wij vingen zijn antwoorden ongeveer als volgt op:
"Met Bruining…..Ja…. Wat? …..Wat is er gebeurd? ….He? …..Nee, ik kan hier onmogelijk weg……Nee, dat kan niet…..Wat? …..Allemaal? …..Doe wat je doen kunt en help als het kan…..Ja, ja, neem een paar mannen mee….. Ja, doe wat je nog doen kunt, zodra mogelijk, kom ik, maar door die heksenketel kom ik niet heen."(Hoorn op de haak). Spierwit stond Bruining te trillen op zijn benen. Ik vroeg wat er gebeurd was. Hij antwoordde dat bij een overval de S.D. alle mensen, vergaderd bij de familie Ter Borg, had doodgeschoten, ook de man en de vrouw des huizes. We waren stil en Bruining liep als een gekooide leeuw door de kamer.
Ik kon het niet langer uithouden en zei dat ik vertrok. Bruining zei dat dit zelfmoord was, doch ik antwoordde dat als ze bij de familie Sijgers aan de singel zouden komen, ik die verdedigen wilde. En zo fietste ik naar de familie Sijgers, die in doodsangst bij elkaar in een kamer zaten. Ik zocht vanuit de slaapkamer boven een hoekje vanwaar ik vrij zicht had en legde mijn wapens bij de hand. De huisgenoten stelde ik zo goed mogelijk gerust, doch Jopie, mijn koerierster wilde persé bij me blijven. "Als we er aan gaan, gaan we samen", was haar antwoord.
Het geweld nam toe en het leek wel of de mortiergranaten door de straten gierden en soms haast de dakpannen raakten. Dan werd het minder, en ik had het gevoel dat de Canadezen - er bleken later ook Engelsen te zijn - ergens stand had gehouden, en een omtrekkende beweging maakten. Dat bleek later ook het geval te zijn, want ze stonden voor de Zuiderbrug met een uitzwaai naar links en rechts. Mooi was geweest als ze over die brug hadden gekund, doch daarachter stond nog een vrij sterke afdeling Duitsers met o.a. geschut. Toen naderhand geprobeerd werd de brug te nemen, werd deze door de Duitsers opgeblazen. Het was lang na middernacht dat we eindelijk doodmoe, even wat konden slapen. Mijn werk voor generaal Crerar was nu bijna afgelopen, en nieuwe taken wachtten."

-Opmerking: Dirk haalt waarschijnlijk een aantal gebeurtenissen in tijd door elkaar. Op de avond van de 31e maart waren de geallieerden nog niet in Enschede aangekomen. Natuurlijk trokken de geallieerden wel met luchtondersteuning verder dus dat kan Dirk bedoeld hebben. De brug over het Zuiderspoor werd pas op 1 april opgeblazen. Toch laat ik het staan, omdat de ontsteltenis van gebeuren wordt weergegeven.-
 
Aureel ter Kuile (vrouw van kringcommandant der BS Ben ter Kuile) schrijft in haar dagboek.
"Om 23.00 uur begeven wij ons op weg naar het golfterrein (Vanuit "Het Höveke"), van waaruit de boobytraps op de Hengelosestraat (te Enschede) zullen worden gelegd. Ik ga als laatste het huis uit en kijk nog even rond of we niets verdachts hebben laten liggen, en jawel, daar ligt nog een sten op het aanrecht. In de opwinding is het ding totaal vergeten en we verstoppen het alsnog haastig onder het hout achter in de tuin. Inmiddels is iedereen weg, behalve Kees, Harry en ik. Wij gaan zo vlug mogelijk achter hen aan, maar kunnen hen echter niet meer vinden. We gaan in dekking liggen en plotseling duiken er allerlei geheimzinnige en gewapende figuren voor ons op. Duitsers? Gelukkig niet, het is onze eigen ploeg. Die is echter als de dood dat wij Duitsers zijn en is zeer gealarmeerd door onze aanwezigheid. We ontdekken gelukkig tijdig dat we tot dezelfde partij behoren, zodat ongelukken uitblijven.
Na een poosje wordt ons wachten beloond en horen we hoe een colonne paarden en wagens verongelukt. Grote consternatie en "Halt….Halt" geroep langs de hele Hengelosestraat. De rest van de colonne vliegt bijna op hol, wij gaan er gauw vandoor, om niet betrapt te worden. Naar huis lopende komen we langs een parachutist, die zich onder een struik heeft verstopt, schijnbaar een deserteur. We denken dat hij dood is en bekijken hem nader. Doch hij is spring levend en zegt: "Weiter, gehen Sie nur weiter, ist schon gut". Merkwaardig dat hij geen alarm slaat, want ik ben er haast wel zeker van dat hij de stens heeft gezien. Doch hij blijft rustig liggen, een verstandig man, want onze jongens hadden hem anders zeker een kogel door het lijf gejaagd. Stel je voor, dat hij ons gevolgd was en gezien had, dat wij het "Hoveke" binnen gingen. Dat zou een ontijdig einde van het "Hoofdkwartier" betekend hebben! Puur geluk!"

Hettie Meulink vervolgt in haar dagboek.
Het liep tegen tienen. Oh, wat was ik verward en onzeker. Ik stond in de keuken met de batterijlamp en vulde het flesje voor mijn "poppetje", mijn pleegkindje. Een Duitse auto hield stil in de Veldkampstraat en zware laarzenstappen kwamen het pad op. Ik schrok geweldig en knipte gauw het licht uit. Een bons tegen het raam, een zenuwachtige stem die riep: "Der Weg nach dem Lazarett". Ik schreeuwde terug: "Alle Deutsche Soldaten sind schon fort. Das Lazarett ist nicht mehr da, aber das Römisch Katholische Krankenhaus ist 3e strasse links!"  Ik dacht:“Die dreun zal ik je nog even geven!” "Danke schön". Weg was de Duitser. Zou het mijn laatste gesprek met de mof zijn? Mijn pleegkind verschoond en gevoed in het wiegje gelegd. Ik houd mijn dagboek dapper bij, ondanks alle toestanden. Je vergeet zoveel en als ik het overleef en mijn verloofde komt terug uit het concentratiekamp, dan kan hij alles nog eens nalezen en misschien later onze kinderen. Maar laat ik niet aan kinderen denken. Ik ga naar bed. Mijn zusje ligt al in bed, maar ik, eenmaal boven gekomen, ben niet eens aan uitkleden toegekomen.
Die nacht heb ik iets aanschouwd wat me keer op keer een koude rilling bezorgde. Ik lag op mijn knieën voor de balkondeuren van onze slaapkamer. Met mijn ogen boven de rand uit, loerde ik naar buiten. Het was een heerlijk gezicht. Die nacht gingen stromen, stromen vluchtende Duitsers voorbij. Tientallen, honderden, duizenden! Allemaal boeren karren, kruiwagens, paarden en koeien met zich meevoerend. Het stroomde en ratelde maar door. De meeste waren lopend. Ze schreeuwden, vloekten raasden en scholden. Ze vochten zelfs met elkaar. Opeens rinkelde het van scherven. Ze vlogen tegen elkaar op. Ik riep: "Zus, kom er toch uit, je ziet iets wat maar eenmalig is. Dit zie je nooit weer in je hele leven!". Maar ze sliep door. De hele familie sliep en ik zat rillend in mijn pyjama het wonderschone schouwspel gade te slaan. Een auto ging richting Haaksbergen en de Duitser die er in zat riep: "Ist dies der Weg nach Haaksbergen?" Schorre wanhopige stemmen riepen: "Zurück, zurück, die Engländer kommen!'.
Met razende snelheid keerde de mof zijn wagentje en ging mee in de eindeloze stroom van vluchtelingen. De aftocht der Duitsers. Weg gingen ze, weg! Mijn God, dank dat ik dit gezien heb. Ik stond daar maar voor het raam, nu niet meer voorzichtig neergeknield. Ik rilde en klappertandde van opwinding. Ik kon wel schreeuwen van geluk. Langzamerhand werd de stoet dunner. Hier en daar hoorde je nog gerinkel van helmen die weggesmeten werden. Toen werd het stiller…. stiller.

 

Huschka onder voor hem betere omstandigheden.
 

Huschka vlucht.

Na de moordpartij aan de Sumatrastraat, is het voor V-Mann Huschka duidelijk. Zijn rol is uitgespeeld. Hij moet vertrekken uit Enschede, omdat hij daar, na de bevrijding, zijn leven niet meer zeker zal zijn. In de nacht van 31 maart, op 1 april vlucht hij naar het noorden van het land, waarschijnlijk naar de “Abwehrstelle” in Groningen. Daar zijn de Duitsers nog de baas en kan hij zich veilig voelen. Later bleek dat de korpschef van Enschede, Antonie Berends ook zijn toevlucht in de stad Groningen had gezocht. Huschka gaat via Almelo en kan het dan niet laten om nog een paar streken uit te halen. In de nacht klopt hij aan de deur van de familie Elfering. Hun dochter is gehuwd met Gerard ter Borg die enige uren tevoren door de SD’ers was doodgeschoten.

Huschka komt echter met een ander verhaal:

"Hallo, jullie schoonzoon, Gerard, is door de S.D. gearresteerd en naar Zwolle gebracht. Ik zal mijn best doen om hem weer vrij te krijgen. Dat lukt meestal wel met tabak, hebt u dat in huis?"
Vader Elfering: "Nee, dat hebben wij niet. Wij hebben nog wel een liter jenever. Zou dat ook helpen?
Huschka: "Nou ja, tabak was beter geweest, maar ik denk dat ik het met jenever ook wel kan regelen."
Mevr. Elfering: "Wacht even. Kunt u misschien deze pannenkoeken voor Gerard meenemen. Hij kan die misschien wel gebruiken".
Huschka: "Oké, geef maar mee. Goed of slecht bericht, jullie horen van mij".
Hierna verdwijnt Huschka in de duisternis, op zoek naar een voor hem veilig heenkomen……

De rode wolk boven de stad simboliseert het bloed dat aan de handen van Huschka kleeft en het grote verdriet dat hij velen heeft aangedaan.

< naar boven >