De dropping



(N.a.v. deze page kreeg ik gedetailleerde informatie m.b.t. de actie die vanuit Engeland werd ondernomen van: Huub van Sabben / Droppingsarchief te Deventer, welke informatie als aanvullingen dan wel verbeteringen op deze pagina werden doorgevoerd (9-2-2010))

"De sigarettenkoker is leeg!"
Het was de planning dat dit bericht, op zondag 25 maart 1945, zou worden gesproken door een omroeper, van de geallieerde radiozender, "Radio Oranje".
De codezin, zal dan het teken zijn voor de komende wapendropping, op het terrein met de codenaam "Karel", zijnde een weiland, nabij boer Veldkamp, in het buurtschap Lankheet, tussen Haaksbergen en Eibergen.

 

Het is gelegen op de geo.positie 52°07’02” NB en 06°40’52” OL.                          

Dit veld, dat door een controleur goedgekeurd was, werd middels morsesignalen via een zender aan de geallieerden doorgegeven. Hieronder het bericht dat als telegram werd verzonden op 18 maart 1945:  

 
Van Eduard (=Hotz) via Erme.
Nieuw veld Karel – stop
kerk Eibergen richting 53 afstand 2,8 km – stop
kerk Rietmolen richting 154 afstand 2,7 – stop
kerk haaksbergen richting 228 afstand 5,9 –stop
slagzin BBC: De cigarettenkoker is leeg, (codeletter) L-Love
Dit veld werd vanuit Engeland goedgekeurd op 19 maart 1945 onder de codenaam KAREL.


De droppingsoperatie voor dit veld kreeg de codenaam Eduard 1. (Eduard was de codenaam voor Hotz.) Bij boer Veldkamp zal het, wanneer de slagzin komt, in- en om zijn boerderij een drukte van belang worden.

Kringcommandant der N.B.S. te Enschede, Ben ter Kuile, gaat na het horen van de voorwaarschuwing, welk bericht middels morsesignalen was binnengekomen, met als inhoud dat mogelijk vandaag de slagzin af zal komen, per fiets onderweg naar De Lankheet en dat na de vermoeiende fietstocht naar Noord Nederland, die hij nog in zijn benen heeft zitten. Hij schrijft hierover:


Het was een heldere nacht. Over de straat zag ik eindeloze collones "Volkssturm", aankomen uit het Roergebied, die in ganzenmars afdropen naar veiliger oorden. Ze liepen in groepen van 10 en waren met stokken gewapend. Nu eens 10 aan de ene kant van de weg, dan weer 10 aan de andere kant. Opdat ik mijn fiets niet zou kwijtraken, was ik binnendoor naar Haaksbergen getrapt.
Daar waren veel ontevreden, scheldende Duitsers in wagens en te voet.
"Geschnautz" van SS-ers er om heen en overal herrie.

Onze manschappen zaten in de schuur van boer Veldkamp te roken. We waren met ongeveer 20 man.
Het afwerpterrein was uitgezet. Het was bijna 20.15 uur, en we luisterden naar de radio, die even tevoorschijn werd gehaald en op tafel gezet, met de hele familie er om heen, grootmoeder, grootvader, de jonge boer met zijn vrouw en kinderen en verder de B.S.-ers.

Vol spanning wachtte ieder op de slagzin, echter de slagzin kwam niet. Ook niet om 20.30 uur, via de Belgische radio.
Gevolg: Diepe verslagenheid onder de jongens. Mogelijk hadden de verkenningsvliegtuigen de Volkssturm opgemerkt en werd het tijdstip te gevaarlijk geacht. In ieder geval, er kwam niets.
Aangezien niemand na 20.00 uur op straat mocht, moest iedereen naar huis sluipen of op de deel slapen. Ik fietste als een gearresteerde mee met de veldwachter naar Buurse. We kwamen doodmoe aan. Geheimzinnig moest ik binnengelaten worden op "De Horst".               

's Morgens vielen er bommen vlakbij "De Horst" en werd de Volkssturm op de Buurserstraat beschoten.
De dropping was dus niet doorgegaan........."


Twee dagen later, de 27e maart, komt voor de tweede maal telegrafisch, bij de staf van de B.S. te Enschede, de oproep binnen: "De sigarettenkoker is leeg".

De B.S.-mannen zitten die avond weer bij elkaar in de schuur bij boer Veldkamp en wachten op het bericht. Alles is in gereedheid gebracht. Toch is alles niet meer zo vriendelijk in de "subtop". Daarover laat ik de heer Bennink aan het woord, die ook als B.S.-er bij de dropping aanwezig was.

"'s Avonds waren we weer bijeen en wachtten af op de dingen die gebeuren gingen: Veel van de personen die aanwezig waren, kende ik niet. Een aantal wel. Deze bekenden waren, Jan Beugelink, die later ook bij de politie was, Johan Letteboer. Johan Letteboer was een geweldige vent. Die had alles goed op een rij. Verder was aanwezig. Jan van Beek, die de bijnaam "Jan van Buurse" had. Dit was een politieman uit Brabant. Even later kwam "Blonde Piet" binnen. Jan van Beek tegen Piet: "Wat doe jij hier?", waarop Piet antwoordde: Dat zie je toch wel?"
De controverse was toen al aan het licht......Ja, toen begon het reeds......De jongens van het eerste uur, van wie er toen ook al een aantal niet meer leefden, waren een bedreiging voor de mensen, die na de oorlog het heft in handen wilden nemen. 
Piet was voor deze mensen een bedreiging.......
Niemand van de "Top" was verder bij de wapendropping aanwezig.
Maar het mooiste was dat de ook aanwezige Barmen 't Loo, tegen Piet zei:
"Ik wil even met jou praten Piet. Jij hebt al eens zo'n dropping meegemaakt en weet dus hoe één en ander gaat".
Barmen en Piet hebben toen in een andere kamer afzonderlijk met elkaar gesproken. Wat zij daar bespraken, weet ik niet.
Er werd samengewerkt met de mensen van het verzet uit de Achterhoek. Zo'n 10 mensen waren, voor- en tijdens de dropping belast met de afscherming.
Nabij de droppingplaats was een boerderij waar Duitsers waren. Op een gegeven ogenblik liepen die ook buiten. Ik en nog iemand van de groep, kregen de opdracht om die boerderij onder schot te houden.
We kropen door een greppel in de richting van die boerderij.


Links het kaartje met het droppingterrein. Rechts, blik vanaf droppingterrein naar de watertoren.

Hierboven het kaartje met de vlucht "Eduard 1" van Rivenhall naar Eibergen.

           Een bemanning van het 570 Squadron gestationeerd op Rivenhall, kort voor hun vertrek.


Een formatie Stirlings op weg naar bezet gebied.


Op de grond moesten de "opvangers" het z.g. C-systeem van lichten opstellen: Rood - Wit - Rood, in lijn met honderd meter tussenruimte tussen de lichten, 15 meter naast het rode licht, een wit seinlicht dat bij nadering van het vliegtuig de codeletter "X" in morse moest seinen. Dit is streep punt punt streep. Of beter gezegd: daah dit dit daah.
De dropping zal worden uitgevoerd door een Stirling IV, de LK150, met rompcode V8-H van het 570e Squadron RAF, van de basis Rivenhall. Ze wordt gevlogen door S/Ldr A.Hudson. De Stirling vertrekt om 21.04 uur en ongevee 2,5 uur later, komen ze boven de droppingplaats aan. De lichten en de code zijn OK, dus kleppen open en lading lossen. Dan snel weer terug naar de thuisbasis in Engeland alwaar ze om 01.45 uur veilig landen. (In die periode liep de Britse en  Nederlandse tijd gelijk.)


Bennink: "Toen uiteindelijk het vliegtuig laag overvloog en de containers afwierp, was het een drukte van belang. Alles moest zo snel mogelijk vervoerd worden. Eén container met munitie of granaten ontplofte. Toch is alles goedgegaan."

 


Dropping door gealieerd vliegtuig.

Overigens dit;  wanneer de engelen ons niet beschermd hadden, was het misgelopen. We zaten rondom in de Duitsers. Op het moment van de dropping trok er een laaghangende mist, of wolk over de watertoren van Eibergen, die op een afstand van ongeveer 1 km. van het afwerpterrein staat. Hierin bevond zich een waarnemingspost van de Wehrmacht.
Maar dat zijn dingen, die hoorden we later allemaal.
Wie God bewaakt, is welbewaakt. Maar dat vertrouwen en die zekerheid gold destijds, maar geldt ook nu en in de komende jaren........."
De heer Bennink is inmiddels, zoals zoveel mensen uit die tijd, overleden.....


Voormalig afwerpterrein "James"

Nadat de lading met een gewicht van enige tonnen aan hun parachutes in het weiland is geland, worden deze zo snel mogelijk verzameld en tijdelijk in een schuur van boer Veldkamp ondergebracht. Daarna wordt het terrein nogmaals nagekeken, zodat vooral niets achter zal blijven dat kan duiden op een plaatsgevonden dropping. De Duitsers zouden direct op onderzoek uitgaan, wanneer iets gevonden zou worden. 
Vervolgens wordt de hele lading naar een bergplaats in de omgeving van St.Isedorushoeve, nabij Haaksbergen gebracht. Dit gaat op platte wagens en onder hooi vertopt.

Daarna begint het moeilijkste gedeelte. De wapens, munitie en springstof voor de Kring Enschede moeten daar naar toe getransporteerd worden. Dit gebeurt de volgende dag, de 28e maart, vroeg in de ochtend,

 

De heer Bennink:" Ik had een stengun bij mij. Op weg naar Boekelo, dus achterlangs naar Enschede, werd ik gecontroleerd door een Duitser. Hij vroeg mij wat ik zo vroeg op straat deed. Ik zei hem in de Twentse taal: 
"Ik mot werk'n be'j de boer".
"Na schnell, mach das du da hin kommst!", antwoordde de Duitser en ik mocht verder rijden."

In totaal zijn er ongeveer 20 mannen bij dit transport betrokken. De meesten per fiets, de fietstassen vol, cementzakken achterop. De rest wordt op een boeren wagen geladen.
Johan Letteboer, Piet Alberts en Anton Verbeek, zitten op deze, met paard bespannen wagen. Daarop is hooi geladen. Onder dit hooi liggen de wapens en munitie. Het transport gaat goed tot nabij de brug, over de beek, vlak voor Boekelo. Aldaar worden zij gestopt door een Duitse controlepost. De wagen wordt vervolgens gecontroleerd, vragen worden gesteld. Een Duitser steekt met zijn geweer met bajonet in het hooi op de wagen en dreigt, met deze bezigheden, de wapens te ontdekken.
Johan Letteboer, die het paard met wagen bestuurt, had voordien, in de punt van zijn schoen een klein spijkertje gemonteerd. Nu de Duitsers zo moeilijk beginnen te doen, ziet hij toch kans om ongemerkt, het paard met dit spijkertje een schop geven. Het paard schrikt daar hevig van en begint te steigeren en is nauwelijks nog onder controle te houden. De Duitsers hebben al snel genoeg van die domme boeren pummels met dat vervelende paard en manen hen door te rijden.


Plaats waar de controle plaatsvond, nabij het bruggetje, vlak voor Boekelo.

Alle mannen, die het trasport op de fiets doen, komen eveneens veilig in Enschede aan..
De, voor Enschede bestemde wapens, worden vervolgens in een kelder van de fabriek van Pley ondergebracht, verder nog in een graf op een kerkhof. Mij is nog een verhaal ten hore gekomen, maar ik weet niet meer wie mij dat verteld heeft:                                        
"Tijdens het verstoppen van de wapens in een leeg graf, was er een jongetje op de begraafplaats gekomen en nieuwsgierig toekeek wat daar gebeurde. De mannen raakten daardoor in paniek en er gingen stemmen op het jongetje uit de weg te ruimen. Toch is dit (gelukkig) niet gebeurd en nadien bleek alles ook goed te zijn gegaan. Op welk kerkhof dit is gebeurd, is mij niet duidelijk geworden."        

Hierna wordt alles gecontroleerd en geinventariseerd, alvorens de wapens verder verdeeld zullen worden. O.a. gaat het om de navolgende gedropte zaken:
De linker 2 kolommen, de opgave van de afzender en de twee rechter de opgave van de ontvanger:

110  Stenguns  107  Stenguns onbeschadigd/versch.beschadigd. 
550  Magazijnen voor Stenguns  492  Stengunhouders 
110 Laders voor Stenguns     
33.000 munitie voor Stenguns   20160  Munitie v.stenguns + 10 zakjes ongeteld. 
2 Brenguns  Brenguns /beschadigd. 
16 magazijnen voor  Brenguns   16  Brentrommels/5 onbeschadigd/11 defect. 
2000  munitie cal..303 voor Brennguns     
63  geweren  45  geweren met draagband en bajonet / 16 geweren defect. 
9450  munitie voor geweren .303  9300   
2 Bazookas  Raketgeweren met brillen (bazooka's?) 
28  Bazookagranaten  28  Raketgranaten met beschrijving en electrische batterijen. 
144  Bazookabatterijen     
80  handgranaten no.36 type Mills  56  handgranaten met slagpijpjes 
60  landmijnen no. 75 type Hawkins  60   landmijnen 
granaten (rook)  granaatmijnen (?) 
20   granaten (rook)     
10  pistolen    Diverse stenguns en revolvers die niet te repareren zijn. 
500  pistoolmunitie  1 zakje  Revolvermunitie 
MCR's compleet     
       

Er zitten nogal wat verschillen tussen de opgave van de leverancier en de ontvanger. Er zou 1 van de 24 containers ontploft zijn. Dus dat zal een mogelijkheid kunnen zijn.... 


                                        Een stengun en een Mills handgranaat.


Een brengun

Twee bazooka's met granaten.

Verder zitten er nog veel levensmiddelen bij zoals chocolade, koffie, suiker, thee, olie, gecondenseerde melk, bussen tabak, sigaretten, bussen cacao, bussen cornedbeaf. Verder voor het hoofdkwartier: Fietsbanden, binnen en buiten. Handschoenen en batterijen. Meetinstrumenten. Dekens en diverse goederen.                                

Op de plaats van het droppingsveld werd later, na de oorlog, door de omwonenden, een klein herdenkingsmonument opgesteld.


Een betonnen paal afgegoten in een toemalige afgeworpen koker, waarin de wapens zaten.

Een klein bordje met de tekst ter nagedachtenis aan deze gebeurtenis.........

Bij het lezen van dit verhaal, ziet het er allemaal zo eenvoudig uit. Maar voor de hele operatie van inpakken, vliegen, droppen, opvangen, transporteren, verstoppen en verdelen, waren vele handen nodig om dit tot een goed einde te brengen en voor de meesten een risico voor eigen leven.

De commandant van het vliegtuig Ldr. A. Hudsun, werd na de oorlog, in de periode januari 1950 tot december 1953, commandant van het 609e Squadron RAF. 

Naar boven

<<<<<                                                                                >>>>>