blonde piet


Last update: 22-02-2015 

Ik wil, middels deze site, meer kenbaarheid geven aan je jonge mannen van de KP Enschede en van de persoon Pieter, die in de oorlogsjaren in het oosten des lands bekend stond als "Blonde Piet", in het bijzonder, om de eenvoudige redenen dat het onze vader was.

De genealogie van de familie Alberts kunt u lezen op mijn website:
www.gejoonline.nl


Pieter Alberts, geboren te Emmen, op 5 juli 1918, van beroep wever. Overleden te Hengelo (O), op 5 december 1991, aan de gevolgen van Multiple Sclerose.

Piet liet na de oorlog de namen van zijn verzetsvrienden, in het pistool graferen, en liet het wapen verchromen. Hij heeft dit pistool in zijn bezit gehad tot op de dag dat hij is overleiden. Inmiddels is dit pistool te bezichtigen in het oorlogsmuseum te Hengelo (Gl). Dat het pistool daar is heeft te maken met het feit dat in Twente niet een dergelijk museum te vinden is. Alhoewel in Twente in de oorlogsjaren zeer veel is gebeurd, zoals u op deze site kunt lezen.


 
Everhardus Johannes Hendrik Saathof, geboren op 7 mei 1918 te Ginniken (N.Br), van beroep grenscommies. Overleden te Winterswijk, 13 juni 2003.
 
Geert Schoonman, geboren 31 augustus 1917 te Wormerveer (gefusilleerd op 8 oktober 1944 op het vliegveld Twente), van beroep grenscommies.

 

Johannes ter Horst, geboren te Enschede op 19 april 1913 (gefusilleerd op 24 september 1944 te Usselo, in de gemeente Enschede.) Van beroep bakker.

Eén Knokploeg. Eén team. Maar jonge mannen met zo verschillende achtergronden. Kon dat wel goed gaan? Of was dat juist hun sterkte!:

Piet (Schuilnaam "Blonde Piet") afkomstig uit Drenthe, was al heel jong als wever, in de textielfabriek van Van Heek te Enschede, werkzaam. Hij gebruikte weinig woorden. Kon het niet laten om iemand zo af en toe een poets te bakken. Gereformeerd opgevoed. Na zijn "immigratie", samen met zijn ouders, broers en zussen, vanuit zuid-oost Drenthe, verbleven zij eerst in Oldenzaal, dat voor vader Alberts te Katholiek was. Na een tijdje in de wijk de Velve te Enschede te hebben gewoond, vond vader Alberts deze wijk te communistisch en uiteindelijk vond hij  z'n draai in de wijk de Broekheurne in het zuidelijke stadsgedeelte van Enschede.
Daar ging Piet naar de lagere school en van daaruit de fabriek in. Bij de familie Alberts, heerste het motto: "Arbeid Adelt".

Piet, die tijdens het uitbreken van de oorlog, nabij het plaatsje Achterberg, even ten noorden de Grebbeberg, als mitraillist dienst deed, (4 MC) werd later tijdens het terugtrekken van het leger nabij Maarssen, samen met z´n maat Gerrit van Heek, krijgsgevangen genomen, maar zij wisten tijdens het wachten op de trein, die hen naar Duitsland zou vervoeren, te ontvluchten. Toch werden Gerrit en Piet, kort daarop, thuis gearresteerd en teruggevoerd in krijgsgevangenschap en verbleven zij vervolgens 6 weken in Amerongen. Hij en z´n maat Gerrit moesten daar oorlogsmateriaal sorteren en schoonmaken. Na zijn vrijlating kwam hij al vroeg in aanraking met de illegale activiteiten, uitgevoerd door jongeren in zijn kerk, de gereformeerde kerk van Enschede zuid, alwaar ook Johannes ter Horst deel van uitmaakte. Al heel snel raakte hij betrokken bij het helpen onderduiken van personen, die door de Duitsers gezocht werden. De vertrouwensband tussen Johannes en Piet was er al vroeg, mede gesterkt door hij beider geloofsovertuiging. Piet verbleef al de oorlogsjaren in de stad Enschede.
In bijlage 5 van het boek "de Twentse Knokploegen 1943-1945"  staat in bijlage 3, dat Piet deelgenomen heeft aan 6 KP acties.

Harry (Schuilnaam "Harry") was beroepsmilitair. Voor de oorlog werkte Harry in een radiozaak in Zantvoort. Harry, die op de dag van het uitbreken van de oorlog (10 mei 1940) thuis zijn verloving vierde, werd opgeroepen om zo snel mogelijk terug te keren. Hij deed dienst in het land van Maas en Waal. O.a. als taak hebbende om de telefoonverbindingen in stand houden. Harry had technisch inzicht en kende radioapparatuur en hij kon tevens omgaan met het z.g. morse seinschrift.
Na de capitulatie, probeerde Harry naar Engeland te komen, maar werd reeds bij Oosterhout opgepakt en krijgsgevangen genomen.
Toch wist ook hij te ontkomen. Maar uiteindelijk besloot hij bij de z.g. opbouwdienst te gaan en begon dat jaar als hulp-commies in Glanerbrug. (Zomer 1940)

In mei 1943 moesten alle militairen zich melden, om teruggevoerd te worden in krijgsgevangenenschap. Dus ook Harry. Maar daar had hij uiteraard helemaal geen zin in. Hij besloot onder te duiken. Hij was inmiddels gehuwd en zijn vrouw Dirkje, ging naar haar ouders, terwijl Harry onder dook in de bosrijke omgeving tussen Zundert – Rucphen. Bij het Trappistenklooster bouwde hij zich een boshut, alwaar hij verbleef tot de winter van het jaar 1943. Toen het te koud begon te worden en de eerste sneeuw viel, waardoor hij tevens sporen achter liet, die zijn verblijfplaats zouden verraden, verliet hij zijn hut.
In het voorjaar van 1944 gingen Harry en zijn vrouw weer naar Glanerbrug. Al vrij snel kwam hij weer contact met Geert Schoonman, die hij waarschijnlijk reeds uit de tijd in Zundert had leren kennen.

In bijlage 5 van het boek "de Twentse Knokploegen 1943-1945" staat in bijlage 3, dat Harry deelgenomen heeft aan 2 KP acties

Geert (schuilnaam "Rooie Geert"), die in Zaandam woonde, werd op 18 jarige leeftijd beroepsmilitair. Toen de oorlog uitbrak, was hij sergeant-capitulant bij de genie (als verbindingsexpert) en streed, net als "Blonde Piet", op de Grebbeberg.
Na de capitulatie van het Nederlandse leger werd hij overgeplaatst naar Zundert en kwam hij met het plaatselijke verzet in aanraking. Aldaar was hij reeds zeer actief en organiseerde veel voor de geallieerde pilotenhulp. Ook Geert wilde niet aan de oproep van de Duitsers voldoen om terug te keren in krijgsgevangenschap en dook onder. Hij kwam eind 1943 in Twente terecht en kreeg verkering met Bertha Kempers, een boerendochter, van de boerderij nabij de villa "De Hölterhof". Hij verloofde zich met haar. Omdat de moeder van Bertha betrokken raakte bij het helpen van onderduikers en piloten die met hun toestellen gecrashed waren, raakte Geert direct weer betrokken bij de verzetsbeweging en leerde Johannes ter Horst kennen. Hij kende Harry Saathof reeds uit zijn tijd in Zundert.

Over Geerts verschijning: Hij was een grote sterke man met opvallend rood haar. Een bijzondere verschijning en waar hij was, daar was ook leven en drukte. Hij had een goede babbel, in zijn Zaanse accent en was een stevige roker. 
In bijlage 5 van het boek "de Twentse Knokploegen 1943-1945" staat in bijlage 3, dat Geert deelgenomen heeft aan 11 KP acties

Johannes. (schuilnaam "Johannes") Gereformeerd en een zeer sterk in God en zijn werk gelovende jongeman. 
Hij ontving een principieel bijbelse opvoeding. Zijn ouders stuurden hem naar de christelijke lagere school de z.g. derde school met den Bijbel aan Haaksbergerstraat te Enschede, thans genaamd "De Bron". Ook Piet ging naar deze school, maar er zaten 5 jaren verschil tussen Johannes en Piet, zodat ze elkaar van de lagere school waarschijnlijk niet kenden. Daar ontving Johannes mede zijn geestelijke vorming door onder andere de boeiende verhalen uit de bijbelse en vaderlandse geschiedenis. Na de lagere school ging hij de bakkersopleiding in.

Hij was actief in het jongeren verenigingsleven, in dezelfde kerk als Piet. Johannes had de gave om met woorden andere mensen te overtuigen. Hij straalde door zijn houding en uitspraken vertrouwen uit. Toch was hij gewoon een bakker en ventte brood uit door de hele stad. Hierdoor kon hij ook gemakkelijk contacten leggen die nodig waren voor een begin van verzet. Ondanks dat hij zelf geen militaire opleiding heeft gehad, wist hij al snel indruk te maken op anderen, buiten het kerkelijk gebeuren om en werd hij binnen Enschede de eerste commandant van de Orde Dienst. Dit was één van de eerste verzetsbewegingen, voornamelijk bestaande uit militairen. Dat hem dit lukte, is toch wel opmerkelijk te noemen.
In de zomermaanden van het jaar 1941, werden veel OD´ers door de Duitsers gearresteerd. Daarom besloot Johannes vanaf die tijd onder te duiken bij zijn zwager in Amsterdam. In het voorjaar van 1942, achtte Johannes het weer veilig genoeg om terug te keren naar Enschede en pakte de draad weer op met de hulp en verzorgen van onderduikers en piloten, daarbij tevens gebruik makende van zijn, in Amsterdam, opgedane ervaringen. Uiteindelijk sloot hij zich met zijn groep, in april 1943, aan bij de z.g. Landelijke Onderduikers Organisatie, die onder leiding stond van dominee Slomp, alias "Frits de Zwerver".  
Na enige voorvallen, vond de leiding van de LO het noodzakelijk dat in Enschede een z.g. "Knokploeg" aanwezig moest zijn, die in eerste instantie, door het plegen van overvallen, de aanvoer van bonkaarten en overige documenten moest waarborgen. Zeven personen meldden zich persoonlijk aan om in die groep deel te nemen. Van die 7 bleven er maar 2 over die geschikt geacht werden. Dit waren Johannes en Geert. Afgewezen werden o.a. gehuwden, vanwege hun kwetsbaarheid als een echtgenote gearresteerd zou worden. Johannes besloot echter van deze laatste regel af te wijken en nam Piet en Harry ook in de groep op. Verder werden nog in deze KP opgenomen; Dolf Fleer (alias "Dolf Limbeek") een politie-officier uit Oldenzaal en Joop van Amerongen.
Zo is dan de Enschedese KP, onder leiding van Johannes ter Horst, vanaf begin maart 1944, een feit geworden.

In bijlage 5 van het boek "de Twentse Knokploegen 1943-1945" staat in bijlage 3, dat Johannes deelgenomen heeft aan 12 KP acties

.
                                                                                                                                     
 Naar boven

                                                                                                                                                                   >>>>>>>>